Robin Corbee – De Rijdende Columnist

We leren Robin Corbee in 2008 kennen als ‘het meisje van de Duinstreek’ waar ze ruim 10 jaar columns schreef. Nu kennen we haar als De Rijdende Columnist en plaatst ze haar columns bij Schoorl Community, waar ze ons wekelijks op de hoogte houdt van haar avonturen, samen met haar hulphond Bindi.

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

De Rijdende Columnist Schrijft:

Update mislukt

Een collega vroeg mij laatst waarom ik nog met de hand schrijf. Een pen is bijna overbodig tegenwoordig: praat tegen een computer en hoppa, jouw woorden verschijnen op het scherm. Ik weet het en toch geef ik de voorkeur aan mijn vertrouwde pen. Ja, schrijven gaat langzaam, zeker in mijn geval, maar zo heb ik de tijd om na te denken over de woorden, waardoor de tekst beter wordt. Als mijn verhaal dan af is, laat ik het mijn computer voorlezen, zo kan ik eventuele fouten horen. Dus ben ik tegen de moderne technologie? Absoluut niet, het duurt alleen even voordat ik overstag ben.
Terwijl iedereen een computer op zak had, reed ik nog met een kleine koelkast rond. Waarom zou ik moderniseren, als dit nog prima voor mij werkte? Geloof het of niet, maar het was mijn moeder die mij daartoe dwong. Toen mijn zoveelste telefoon was verzopen, wilde ze best meebetalen aan een nieuwe. Als ik voor een nieuwere versie ging.
Sintjin feliciteert zichzelf nog steeds over het feit dat hij mij de moderne wereld in heeft getrokken, maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Mijn eerste smartphone kocht ik op zijn advies, maar ik was pas enthousiast over deze moderne snufjes, toen mam mij over Spotify had getipt en ik Storytel had ontdekt. Niet alleen ging er een wereld vol luisterboeken voor mij open, ik versleet ook niet meer drie iPods in een jaar. Dit scheelde mij duizend euro, als het niet meer is.
Een wereld vol moderne snufjes is handig, ik zal moeilijk zonder kunnen, maar het heeft ook zijn nadelen. We zijn nu in een situatie belandt, waarin mensen worden gedwongen om te blijven vernieuwen. Een recent voorbeeld is de QR-code, die we nodig hebben als we in een restaurant willen zitten, naar de bioscoop willen gaan of andere leuke dingen willen doen. Deze code kan je op jouw telefoon laten zien, maar niet iedereen weet hoe dat werkt. Daarom lopen ouderen met een geprinte versie van de code rond. Ik zie nog hoe een oud dametje aan het tafeltje naast de mijne zat, terwijl ze met trillende vingers het stuk papier uit haar tas haalde. Een gespannen blik in haar ogen: had ze het goed gedaan? Ik snap waarom de QR-code in het leven is geroepen, maar als ik iemand zo zie stressen, denk ik: kan dat niet makkelijker?
Tegenwoordig omarm ik de moderne technologie, maar upgraden doe ik niet vaak: als iets voor mij werkt, werkt het. Ongeacht wat andere mensen daarvan zeggen: zij doen bankzaken via hun telefoon, ik blijf koppig mijn Rabo Scanner gebruiken. Totdat die opeens de geest gaf. Gefrustreerd bleef ik mijn pinpas in het kleine apparaat steken, maar het scherm bleef zwart. Mijn laptop stelde voor om op de Rabo App over te stappen
‘Oké, ik geef me over.’
Ik volgde de stappen, totdat de volgende tekst op het scherm verscheen: gebruik de Rabo Scanner om uw toestel te registreren.
‘Ja, die doet het dus niet. Rotding!’ Uit pure frustratie smeet ik de scanner op de grond.
Wat bleek het probleem te zijn? De batterijen zaten er niet goed in.
Ik word oud. Geef mij maar pen en papier, papier heeft meer geduld dan ik.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 dag geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Update mislukt

Een collega vroeg mij laatst waarom ik nog met de  hand schrijf. Een pen is bijna overbodig tegenwoordig: praat tegen een computer en hoppa, jouw woorden verschijnen op het scherm. Ik weet het en toch geef ik de voorkeur aan mijn vertrouwde pen. Ja, schrijven gaat langzaam, zeker in mijn geval, maar zo heb ik de tijd om na te denken over de woorden, waardoor de tekst beter wordt. Als mijn verhaal dan af is, laat ik het mijn computer voorlezen, zo kan ik eventuele fouten horen. Dus ben ik tegen de moderne technologie? Absoluut niet, het duurt alleen even voordat ik overstag ben.
Terwijl iedereen een computer op zak had, reed ik nog met een kleine koelkast rond. Waarom zou ik moderniseren, als dit nog prima voor mij werkte? Geloof het of niet, maar het was mijn moeder die mij daartoe dwong. Toen mijn zoveelste telefoon was verzopen, wilde ze best meebetalen aan een nieuwe. Als ik voor een nieuwere versie ging.
Sintjin feliciteert zichzelf nog steeds over het feit dat hij mij de moderne wereld in heeft getrokken, maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Mijn eerste smartphone kocht ik op zijn advies, maar ik was pas enthousiast over deze moderne snufjes, toen mam mij over Spotify had getipt en ik Storytel had ontdekt. Niet alleen ging er een wereld vol luisterboeken voor mij open, ik versleet ook niet meer drie iPods in een jaar. Dit scheelde mij duizend euro, als het niet meer is.
Een wereld vol moderne snufjes is handig, ik zal moeilijk zonder kunnen, maar het heeft ook zijn nadelen. We zijn nu in een situatie belandt, waarin mensen worden gedwongen om te blijven vernieuwen. Een recent voorbeeld is de QR-code, die we nodig hebben als we in een restaurant willen zitten, naar de bioscoop willen gaan of andere leuke dingen willen doen. Deze code kan je op jouw telefoon laten zien, maar niet iedereen weet hoe dat werkt. Daarom lopen ouderen met een geprinte versie van de code rond. Ik zie nog hoe een oud dametje aan het tafeltje naast de mijne zat, terwijl ze met trillende vingers het stuk papier uit haar tas haalde. Een gespannen blik in haar ogen: had ze het goed gedaan? Ik snap waarom de QR-code in het leven is geroepen, maar als ik iemand zo zie stressen, denk ik: kan dat niet makkelijker?
Tegenwoordig omarm ik de moderne technologie, maar upgraden doe ik niet vaak: als iets voor mij werkt, werkt het. Ongeacht wat andere mensen daarvan zeggen: zij doen bankzaken via hun telefoon, ik blijf koppig mijn Rabo Scanner gebruiken. Totdat die opeens de geest gaf. Gefrustreerd bleef ik mijn pinpas in het kleine apparaat steken, maar het scherm bleef zwart. Mijn laptop stelde voor om op de Rabo App over te stappen
‘Oké, ik geef me over.’
Ik volgde de stappen, totdat de volgende tekst op het scherm verscheen: gebruik de Rabo Scanner om uw toestel te registreren.
‘Ja, die doet het dus niet. Rotding!’ Uit pure frustratie smeet ik de scanner op de grond.
Wat bleek het probleem te zijn? De batterijen zaten er niet goed in.
Ik word oud. Geef mij maar pen en papier, papier heeft meer geduld dan ik. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

De laatste wandeling

Scrollen op Facebook werkt ontspannend: je ziet fragmenten van andere levens aan je voorbijkomen, neemt het in je op en gaat weer door. Maar soms lees je een bericht, waar je hart stil van gaat staan. Zoals het moment waarop ik las dat de dochter van een oud-collega is overleden. Volgens mij was ze nog geen tien jaar oud. Hoe reageer je daar in godsnaam op?
Ik weet niet hoe het voelt om een kind te verliezen en dat zal ook nooit gebeuren. De enige keer dat de man met de zeis mijn hart brak, was toen hij Bindi met zich meenam. Ik was niet verdrietig omdat ze moest gaan, maar wel vanwege de manier waarop. Ik had haar een vrediger heengaan gegund.
Vaak weet je niet wanneer de dood jou op jouw schouder gaat tikken, maar wat Bindi betreft, zag ik het aankomen. Haar darmen waren ermee gestopt en hoewel medicatie de boel weer een beetje leek te herstarten, wist ik dat haar einde naderde. In tranen belde ik kapster Cocky, die ervaring heeft met spirituele zaken en vroeg om hulp.
‘We gaan haar genezende kracht sturen, oké?’, zei ze, aan de andere kant van de telefoonlijn. ‘Sluit je ogen, maak contact en vertel haar dat het allemaal goed gaat komen.’
Ik ben zelf minder spiritueel dan zij, maar toen ik mijn ogen sloot, stelde ik me voor dat ik op bed lag met Bindi op mijn borst, haar kop onder mijn kin. Ik kon haar zachte vacht bijna voelen en wist precies wat ik tegen haar ging zeggen: ‘Als het jouw tijd is om te gaan, moet je gaan. Maak je geen zorgen om de mensen die je achterlaat, wij redden ons wel. Ik red me wel.’
Een vredig gevoel viel als een deken over mij heen en toen ik mijn ogen opende, merkte ik dat er nog een paar tranen over mijn wangen waren gerold.
‘Heb je het aan haar doorgegeven?’
Ik knikte en toen ik besefte dat Cocky dit niet kon zien, schraapte ik mijn keel. ‘Ja.’
‘Mooi. Ga naar buiten, het is mooi weer. Ga met Taeke wandelen en neem Bindi met je mee.’
‘Hoe moet ik dat doen? Ze is bij André en Diane.’
‘Zoals je het net deed: stel je geest voor haar open en je zult merken dat ze bij jullie zal zijn.’
Het was inderdaad prachtig weer toen we buiten kwamen: de zon scheen uitbundig en toen ik aan onze route begon, kon ik Bindi’s lichte tred naast ons voelen: Bindi links, Taeke rechts.
Als dit onze laatste wandeling is, dacht ik, had ik het niet mooier kunnen wensen.
Deze zonnige wandeling bleek inderdaad onze laatste te zijn. In stilte nam ik afscheid van mijn meisje en bedankte haar voor alle mooie momenten, die we samen hebben beleefd. Dit klinkt zelfs voor mij erg zweverig, maar ik ben blij dat ik het zo heb gedaan, want een fysiek afscheid, zat er voor ons niet meer in. Als ik nu met Taeke wandel en de hemel zijn prachtige kleuren vertoont, weet ik dat Bindi op ons neerkijkt.
Iedereen gaat anders om met de dans met de dood en dit was mijn manier. Ik hoop dat mijn oud-collega haar manier vindt, gevolgd door de vrede die ik heb gevonden.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft, op Facebook
... Bekijk meerBekijk minder

1 week geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De laatste wandeling

Scrollen op Facebook werkt ontspannend: je ziet fragmenten van andere levens aan je voorbijkomen, neemt het in je op en gaat weer door. Maar soms lees je een bericht, waar je hart stil van gaat staan. Zoals het moment waarop ik las dat de dochter van een oud-collega is overleden. Volgens mij was ze nog geen tien jaar oud. Hoe reageer je daar in godsnaam op?
Ik weet niet hoe het voelt om een kind te verliezen en dat zal ook nooit gebeuren. De enige keer dat de man met de zeis mijn hart brak, was toen hij Bindi met zich meenam. Ik was niet verdrietig omdat ze moest gaan, maar wel vanwege de manier waarop. Ik had haar een vrediger heengaan gegund.
Vaak weet je niet wanneer de dood jou op jouw schouder gaat tikken, maar wat Bindi betreft, zag ik het aankomen. Haar darmen waren ermee gestopt en hoewel medicatie de boel weer een beetje leek te herstarten, wist ik dat haar einde naderde. In tranen belde ik kapster Cocky, die ervaring heeft met spirituele zaken en vroeg om hulp.
‘We gaan haar genezende kracht sturen, oké?’, zei ze, aan de andere kant van de telefoonlijn. ‘Sluit je ogen, maak contact en vertel haar dat het allemaal goed gaat komen.’
Ik ben zelf minder spiritueel dan zij, maar toen ik mijn ogen sloot, stelde ik me voor dat ik op bed lag met Bindi op mijn borst, haar kop onder mijn kin. Ik kon haar zachte vacht bijna voelen en wist precies wat ik tegen haar ging zeggen: ‘Als het jouw tijd is om te gaan, moet je gaan. Maak je geen zorgen om de mensen die je achterlaat, wij redden ons wel. Ik red me wel.’
Een vredig gevoel viel als een deken over mij heen en toen ik mijn ogen opende, merkte ik dat er nog een paar tranen over mijn wangen waren gerold.
‘Heb je het aan haar doorgegeven?’
Ik knikte en toen ik besefte dat Cocky dit niet kon zien, schraapte ik mijn keel. ‘Ja.’
‘Mooi. Ga naar buiten, het is mooi weer. Ga met Taeke wandelen en neem Bindi met je mee.’
‘Hoe moet ik dat doen? Ze is bij André en Diane.’
‘Zoals je het net deed: stel je geest voor haar open en je zult merken dat ze bij jullie zal zijn.’ 
Het was inderdaad prachtig weer toen we buiten kwamen: de zon scheen uitbundig en toen ik aan onze route begon, kon ik Bindi’s lichte tred naast ons voelen: Bindi links, Taeke rechts.
Als dit onze laatste wandeling is, dacht ik, had ik het niet mooier kunnen wensen.
Deze zonnige wandeling bleek inderdaad onze laatste te zijn. In stilte nam ik afscheid van mijn meisje en bedankte haar voor alle mooie momenten, die we samen hebben beleefd. Dit klinkt zelfs voor mij erg zweverig, maar ik ben blij dat ik het zo heb gedaan, want een fysiek afscheid, zat er voor ons niet meer in. Als ik nu met Taeke wandel en de hemel zijn prachtige kleuren vertoont, weet ik dat Bindi op ons neerkijkt.
Iedereen gaat anders om met de dans met de dood en dit was mijn manier. Ik hoop dat mijn oud-collega haar manier vindt, gevolgd door de vrede die ik heb gevonden.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft, op Facebook

Reactie op Facebook

Mooi beschreven, ik herken er veel in. Een kleine tip van iemand die een zoontje is verloren. Mocht je jou oud collega tegen komen. Benoem haar dochtertje en vraag hoe het met haar gaat. Haar herinneren is de mooiste manier om te laten weten dat ze niet vergeten wordt. Dat zijn voor mij de mooiste momenten, als zomaar ineens iemand over mijn zoontje begint.❤

Mooi beschreven en ik ken Cocky , een heel warme vrouw , wat fijn dat ze dat zo aan je meegaf.💓

Wat mooi

Prachtig❤️

Prachtig en ontroerend geschreven. Even een traantje weggepinkt.

Prachtig beschreven, dankjewel

Wat mooi Robin.

View more comments

De Rijdende Columnist Schrijft:

De melkschuur van de Boze Heks

Ik ben opgegroeid in een rariteitenkabinet. Het huis van mijn vader hing vol schilderijen, overal vond je gekke beeldjes, opgezette dieren en dieren op sterkwater. Nu heeft hij het rariteitenkabinet naar het oude raadhuisje in Schoorl verhuisd en heb ik mijn eigen nest, wat ik liefkozend mijn hobbithol noem.
Ik ben best gelukkig waar ik woon, maar de huizen waar ik tegenaan kijk, zijn allemaal behoorlijk… standaard. Geen oude huizen, excentrieke huizen of huizen die gewoon niet in het rijtje thuishoren. Met uitzondering van de oude melkschuur, aan het einde van de straat.
Lange tijd was die melkschuur een vervallen gebouw, waar mensen hun neus voor optrokken. Ik hoorde gefluister wanneer het nou eindelijk zou worden gesloopt, maar zelf vond ik het wel wat hebben. Ja, de ramen waren gebarsten en het was overduidelijk dat de spinnen er feest vierden, maar met wat liefde kon je er echt iets moois van maken.
Toen parkeerde er een verhuiswagen voor de grote deuren en trokken er mensen in. Ik heb ze nooit goed gezien, maar de verbouwing werd met veel interesse gadegeslagen. Het heeft even geduurd, maar ze hebben de melkschuur teruggebracht naar zijn voormalige glorie. De interesse van de meeste voorbijgangers is getemperd, maar ik ben nog even nieuwsgierig, want ongeacht de temperatuur, de deuren staan altijd open. Van wat ik kan zien, denk ik dat het een werkplaats is. Vol gekke spullen, waar mijn vader’s hart sneller van zal kloppen.
Niet alleen de deuren, maar ook het hek naar de schuur staat de hele dag open. Ik zou er dus makkelijk een kijkje kunnen nemen, maar doe het niet. Het voelt niet goed om ongevraagd het terrein van een vreemde te betreden en eigenlijk wil ik de illusie nog even in stand houden. Mijn fantasie de vrije loop te laten gaan.
Voor mij is deze melkschuur het huisje uit Hans en Grietje: prachtig om naar te kijken, maar niet verstandig om dichtbij te komen. De enige die verder in de schuur heeft kunnen gluren, was Taeke, toen hij losbrak van mijn rolstoel.
‘Kom terug, gek beest’, fluisterde ik. ‘Anders beland je nog in de oven van de boze heks!’
Alle gekheid op een stokje, ik vind het geweldig dat er nog mensen zijn die dit soort gebouwen nieuw leven inblazen. Ze brengeen sfeer in de wijk en laten zien waar spannende verhalen vandaan komen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De melkschuur van de Boze Heks

Ik ben opgegroeid in een rariteitenkabinet. Het huis van mijn vader hing vol schilderijen, overal vond je gekke beeldjes, opgezette dieren en dieren op sterkwater. Nu heeft hij het rariteitenkabinet naar het oude raadhuisje in Schoorl verhuisd en heb ik mijn eigen nest, wat ik liefkozend mijn hobbithol noem.
Ik ben best gelukkig waar ik woon, maar de huizen waar ik tegenaan kijk, zijn allemaal behoorlijk… standaard. Geen oude huizen, excentrieke huizen of huizen die gewoon niet in het rijtje thuishoren. Met uitzondering van de oude melkschuur, aan het einde van de straat.
Lange tijd was die melkschuur een vervallen gebouw, waar mensen hun neus voor optrokken. Ik hoorde gefluister wanneer het nou eindelijk zou worden gesloopt, maar zelf vond ik het wel wat hebben. Ja, de ramen waren gebarsten en het was overduidelijk dat de spinnen er feest vierden, maar met wat liefde kon je er echt iets moois van maken.
Toen parkeerde er een verhuiswagen voor de grote deuren en trokken er mensen in. Ik heb ze nooit goed gezien, maar de verbouwing werd met veel interesse gadegeslagen. Het heeft even geduurd, maar ze hebben de melkschuur teruggebracht naar zijn voormalige glorie. De interesse van de meeste voorbijgangers is getemperd, maar ik ben nog even nieuwsgierig, want ongeacht de temperatuur, de deuren staan altijd open. Van wat ik kan zien, denk ik dat het een werkplaats is. Vol gekke spullen, waar mijn vader’s hart sneller van zal kloppen.
Niet alleen de deuren, maar ook het hek naar de schuur staat de hele dag open. Ik zou er dus makkelijk een kijkje kunnen nemen, maar doe het niet. Het voelt niet goed om ongevraagd het terrein van een vreemde te betreden en eigenlijk wil ik de illusie nog even in stand houden. Mijn fantasie de vrije loop te laten gaan.
Voor mij is deze melkschuur het huisje uit Hans en Grietje: prachtig om naar te kijken, maar niet verstandig om dichtbij te komen. De enige die verder in de schuur heeft kunnen gluren, was Taeke, toen hij losbrak van mijn rolstoel.
‘Kom terug, gek beest’, fluisterde ik. ‘Anders beland je nog in de oven van de boze heks!’
Alle gekheid op een stokje, ik vind het geweldig dat er nog mensen zijn die dit soort gebouwen nieuw leven inblazen. Ze brengeen sfeer in de wijk en laten zien waar spannende verhalen vandaan komen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Maandag 28 december 2021 – Een mistig bestaan –

Dag, lieve Taeke,

Het is behoorlijk mistig vandaag: je kunt maar een paar meter voor je uit kijken, voordat de wereld achter een witte sluier verdwijnt. Het mysterie van wat zich achter die sluier bevindt, heeft mij altijd aangetrokken en tegelijkertijd afgestoten.
Ik herinner me een ochtend tijdens een vaarvakantie, toen Sintjin en ik wakker werden in een mistige wereld. Ik zag de mistflarden langs het schip drijven, terwijl we steeds verder vaarden en schrokte mijn ontbijt naar binnen. ‘Kom, ik wil naar buiten, dit moet ik zien!’
Sintjin volgde verbaasd.
Eenmaal op het dek, bevonden we ons in een witte wereld en voer het schip in het niets.
‘Wow’, fluisterde ik, onder de indruk. ‘Het voelt alsof we over de Styx varen, op weg naar de Onderwereld.’
‘De Onderwereld?’, lachend sloeg Sintjin zijn armen om mij heen en drukte een zoen op mijn wang. ‘Jij met jouw fantasie! Ik dacht dat jij het eng vond om je in de mist te bevinden?’
Daar kon ik Sintjin geen ongelijk in geven: ik vond het altijd spannend om Bindi in de mist uit te laten. Meestal zette ik een thriller aan, om de sfeer te vergroten, maar ik liet Bin nooit in de mist rennen. Bang om haar uit het oog te verliezen of om zelf te verdwalen. Tot vandaag.
Ik reed zonder erbij na te denken naar het Park van Luna en besefte pas dat we er waren, toen we ons op het schelpenpad bevonden. Jij ging zitten en keek mij afwachtend aan.
‘Oké…’ Aarzelend tuurde ik door de witte sluier. ‘Ik weet niet of dit wel een goed idee is.’
Een paar donkere gestalten kwamen onze kant op en toen werden hun honden zichtbaar. Ze waren los, dansten om ons heen en verdwenen weer.
Dat trok mij over de streep. ‘Kom maar, je mag los.’
Jij liet je aflijnen en rende er blij vandoor. Terwijl ik in een langzamer tempo achter jou aan ging, realiseerde ik me dat de mist best symbool zou kunnen staan voor mijn spanning voor het komende jaar: het zou kunnen dat er grote veranderingen voor ons in het verschiet liggen, maar het zou ook kunnen dat alles nog even blijft zoals het is. Kortom, ik zou graag willen weten wat er in de mist te vinden is, maar dat gaat niet. Het enige wat ik kan doen, is voorzichtig verder wandelen.
Een zacht tikje tegen mijn hand haalde mij uit mijn gedachten en ik zag jou naar mij kijken. Je was mij komen halen.
Lachend gooide ik een brokje in de lucht, jij ving hem en samen raceten we de mist in.

Lieve Taeke, samen met jou durf ik dapper te zijn. Samen met jou durf ik 2022 wel te verkennen.

Liefs,

Rokin
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

3 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Maandag 28 december 2021 – Een mistig bestaan – 

Dag, lieve Taeke,

Het is behoorlijk mistig vandaag: je kunt maar een paar meter voor je uit kijken, voordat de wereld achter een witte sluier verdwijnt. Het mysterie van wat zich achter die sluier bevindt, heeft mij altijd aangetrokken en tegelijkertijd afgestoten.
Ik herinner me een ochtend tijdens een vaarvakantie, toen Sintjin en ik wakker werden in een mistige wereld. Ik zag de mistflarden langs het schip drijven, terwijl we steeds verder vaarden en schrokte mijn ontbijt naar binnen. ‘Kom, ik wil naar buiten, dit moet ik zien!’
Sintjin volgde verbaasd.
Eenmaal op het dek, bevonden we ons in een witte wereld en voer het schip in het niets.
‘Wow’, fluisterde ik, onder de indruk. ‘Het voelt alsof we over de Styx varen, op weg naar de Onderwereld.’
‘De Onderwereld?’, lachend sloeg Sintjin zijn armen om mij heen en drukte een zoen op mijn wang. ‘Jij met jouw fantasie! Ik dacht dat jij het eng vond om je in de mist te bevinden?’
Daar kon ik Sintjin geen ongelijk in geven: ik vond het altijd spannend om Bindi in de mist uit te laten. Meestal zette ik een thriller aan, om de sfeer te vergroten, maar ik liet Bin nooit in de mist rennen. Bang om haar uit het oog te verliezen of om zelf te  verdwalen. Tot vandaag.
Ik reed zonder erbij na te denken naar het Park van Luna en besefte pas dat we er waren, toen we ons op het schelpenpad bevonden. Jij ging zitten en keek mij afwachtend aan.
‘Oké…’ Aarzelend tuurde ik door de witte sluier. ‘Ik weet niet of dit wel een goed idee is.’
Een paar donkere gestalten kwamen onze kant op en toen werden hun honden zichtbaar. Ze waren los, dansten om ons heen en verdwenen weer.
Dat trok mij over de streep. ‘Kom maar, je mag los.’
Jij liet je aflijnen en rende er blij vandoor. Terwijl ik in een langzamer tempo achter jou aan ging, realiseerde ik me dat de mist best symbool zou kunnen staan voor mijn spanning voor het komende jaar: het zou kunnen dat er grote veranderingen voor ons in het verschiet liggen, maar het zou ook kunnen dat alles nog even blijft zoals het is. Kortom, ik zou graag willen weten wat er in de mist te vinden is, maar dat gaat niet. Het enige wat ik kan doen, is voorzichtig verder wandelen.
Een zacht tikje tegen mijn hand haalde mij uit mijn gedachten en ik zag jou naar mij kijken. Je was mij komen halen.
Lachend gooide ik een brokje in de lucht, jij ving hem en samen raceten we de mist in.

Lieve Taeke, samen met jou durf ik dapper te zijn. Samen met jou durf ik 2022 wel te verkennen.

Liefs,

Rokin
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Superheldenverhaal

De wereld heeft nu hartstikke behoefte aan een superheld. Om onze problemen op te lossen en als dat niet mogelijk is, om ons onze zorgen te laten vergeten. Daarom racete ik direct naar de bioscoop, toen daar de nieuwste Spider-Man-film draaide. Ik voelde me ook een beetje een superheld, met mijn col voor mijn mond en neus, terwijl Taeke naast mij draafde.
Totdat een jongeman op een fiets, ons bijna de weg versperde. Zijn wangen waren rood en zijn ogen spuugden vuur. ‘Buiten kun je geen corona krijgen, mongool!’, riep hij.
We ontweken hem ternauwernood en verbluft trok ik mijn col iets naar beneden. De jongen zag het, zette grote ogen op en ging er vandoor.
‘Dat was… raar.’ Ik haalde beverig adem en ging na een bemoedigend tikje van Taeke tegen mijn hand, de bioscoop binnen. Waar het druk was, echt heel erg druk. Er werd om onze QR-codes gevraagd, maar voor de rest had ik niet het idee dat de regels strikt werden nageleefd. Kan ik dat de bioscoopmedewerkers kwalijk nemen? Nee, zij voelden de zoveelste lockdown al van ver aankomen en haalde er nog snel uit wat er in deze laatste, winstgevende dag zat. Maar ik moet toegeven dat ik me niet heel erg op mijn gemak voelde, toen ik samen met Alex en Sintjin in een overvolle zaal zat. Dit gevoel verdween echter, toen de film begon.
Films zijn magisch: ze nemen ons mee naar een hele andere plek en laten ons alle ellende voor even vergeten. Toen Alex en ik drie generaties Spider-Man tegelijkertijd op het grote scherm zagen, konden we niet stilzitten van enthousiasme en we waren niet de enigen. Hoe anders deze groep mensen misschien over corona dachten, op dat moment vielen die verschillen weg. Allemaal dankzij Spider-Man, dat blije gevoel gaf mij hoop. Hoop dat direct uitdoofde, toen er zodra we buiten waren, vuurwerk naar Taeke werd gegooid. Het snotjong bleef nog staan ook.
Taeke gaf geen krimp, ik was degene die ontplofte. ‘Serieus? Niet alleen steek jij vuurwerk af, je besluit het ook nog eens naar mijn hulphond te gooien? Ben jij helemaal GEK geworden?!’
De jongen haalde zijn schouders op en slenterde weg, mijn woorden maakte totaal geen indruk op hem. Deze jongen staat voor mij symbool voor hoe men nu tegen de coronacrisis aankijkt: het kan je allemaal niets meer schelen of je bent heel, heel erg boos. En vooral die vijandigheid maakt mij een beetje bang.
Ik schrijf dit met een kloppende bovenarm, want de booster zit net in mijn systeem. Ik ben pro-vaccinatie, maar ook ik ben van mening dat alles dichtgooien, de aarde te laten stoppen met draaien, niet de oplossing is. We hebben Spider-Man nodig, een superheld die dit virus en alle varianten daarop, de wereld uit slingert. Maar dat soort superhelden bestaan niet, we moeten het doen met hoge heren en de beslissingen die zij maken.
Alstublieft Rutte, laat dit onze laatste lockdown zijn. Kom in het nieuwe jaar met een plan waardoor we met zijn allen weer kunnen gaan leven. Ik hou van een goed superheldenverhaal, maar nu heb ik soms het gevoel dat ik door Gotham rijd. Compleet met schimmige figuren, waarvan ik niet zeker weet of ik ze kan vertrouwen. Ik zou dit stripboek graag willen sluiten en gewoon weer in Nederland willen leven, mag dat?
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

4 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Superheldenverhaal 

De wereld heeft nu hartstikke behoefte aan een superheld. Om onze problemen op te lossen en als dat niet mogelijk is, om ons onze zorgen te laten vergeten. Daarom racete ik direct naar de bioscoop, toen daar de nieuwste Spider-Man-film draaide. Ik voelde me ook een beetje een superheld, met mijn col voor mijn mond en neus, terwijl Taeke naast mij draafde.
Totdat een jongeman op een fiets, ons bijna de weg versperde. Zijn wangen waren rood en zijn ogen spuugden vuur. ‘Buiten kun je geen corona krijgen, mongool!’, riep hij.
We ontweken hem ternauwernood en verbluft trok ik mijn col iets naar beneden. De jongen zag het, zette grote ogen op en ging er vandoor. 
‘Dat was… raar.’ Ik haalde beverig adem en ging na een bemoedigend tikje van Taeke tegen mijn hand, de bioscoop binnen. Waar het druk was, echt heel erg druk. Er werd om onze QR-codes gevraagd, maar voor de rest had ik niet het idee dat de regels strikt werden nageleefd. Kan ik dat de bioscoopmedewerkers kwalijk nemen? Nee, zij voelden de zoveelste lockdown al van ver aankomen en haalde er nog snel uit wat er in deze laatste, winstgevende dag zat. Maar ik moet toegeven dat ik me niet heel erg op mijn gemak voelde, toen ik samen met Alex en Sintjin in een overvolle zaal zat. Dit gevoel verdween echter, toen de film begon.
Films zijn magisch: ze nemen ons mee naar een hele andere plek en laten ons alle ellende voor even vergeten. Toen Alex en ik drie generaties Spider-Man tegelijkertijd op het grote scherm zagen, konden we niet stilzitten van enthousiasme en we waren niet de enigen. Hoe anders deze groep mensen misschien over corona dachten, op dat moment vielen die verschillen weg. Allemaal dankzij Spider-Man, dat blije gevoel gaf mij hoop. Hoop dat direct uitdoofde, toen er zodra we buiten waren, vuurwerk naar Taeke werd gegooid. Het snotjong bleef nog staan ook.
Taeke gaf geen krimp, ik was degene die ontplofte. ‘Serieus? Niet alleen steek jij vuurwerk af, je besluit het ook nog eens naar mijn hulphond te gooien? Ben jij helemaal GEK geworden?!’
De jongen haalde zijn schouders op en slenterde weg, mijn woorden maakte totaal geen indruk op hem. Deze jongen staat voor mij symbool voor hoe men nu tegen de coronacrisis aankijkt: het kan je allemaal niets meer schelen of je bent heel, heel erg boos. En vooral die vijandigheid maakt mij een beetje bang.
Ik schrijf dit met een kloppende bovenarm, want de booster zit net in mijn systeem. Ik ben pro-vaccinatie, maar ook ik ben van mening dat alles dichtgooien, de aarde te laten stoppen met draaien, niet de oplossing is. We hebben Spider-Man nodig, een superheld die dit virus en alle varianten daarop, de wereld uit slingert. Maar dat soort superhelden bestaan niet, we moeten het doen met hoge heren en de beslissingen die zij maken.
Alstublieft Rutte, laat dit onze laatste lockdown zijn. Kom in het nieuwe jaar met een plan waardoor we met zijn allen weer kunnen gaan leven. Ik hou van een goed superheldenverhaal, maar nu heb ik soms het gevoel dat ik door Gotham rijd. Compleet met schimmige figuren, waarvan ik niet zeker weet of ik ze kan vertrouwen. Ik zou dit stripboek graag willen sluiten en gewoon weer in Nederland willen leven, mag dat?
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Mooi verhaal. Over dat gooien van vuurwerk zou ik zeggen doe aangifte bij de politie. Misschien zijn er nog wel camerabeelden te achterhalen.

Wat mooi geschreven Robin ❤

goed stukje Robin en je hebt gelijk.

De Rijdende Columnist Schrijft:

De kleinste club

Hoera, onze politieke partijen hebben een onderhandelingsakkoord bereikt! Na negen maanden van rommelen, zijn ze eindelijk een stapje dichterbij een nieuw kabinet.
Ooit, in een ver, grijs verleden, heb ik een negen gehaald voor mijn eindexamen maatschappijleer. Tegenwoordig trekt de politiek mij minder, maar ik beoefen het wel in het klein: ik zit namelijk in de cliëntenraad van de organisatie waar ik woon.
Ik was nog maar net naar deze flat verhuisd, toen ik voor de cliëntenraad werd gestrikt. Volgens mij was het mijn buurman die mij op mijn schouder had getikt. Er was net iemand uit de raad gestapt en ze waren naarstig op zoek naar een nieuw lid. Hij zat in de cliëntenraad, had van mijn vlotte babbel gehoord en vroeg of ik misschien interesse had. Een week later maakte ik kennis met de andere raadsleden.
In de cliëntenraad hebben we het over alles wat er in onze flat gebeurt en wat er beter zou kunnen. Ook hebben we regelmatig een gesprek met onze leidinggevende, om dat soort dingen te bespreken. Eigenlijk zijn wij de stem voor iedereen die in deze flat woont en zo nodig ondernemen wij ook actie, om onrecht te voorkomen. Zo hebben wij ook voorkomen dat wij allemaal voor elf uur naar bed moesten. Die overwinning smaakte zoet en even was er heel veel interesse in de cliëntenraad en wilde men zich wel bij ons aansluiten. Totdat ze kwamen kijken. Want helaas, de cliëntenraad is niet alleen actie, het is vooral heel veel lullen. Lullen en uitzoeken hoe dingen het beste aangepakt kunnen worden, daar komt het in principe op neer. Als mensen daarachter komen, haken ze meestal af en ik kan het ze niet eens kwalijk nemen. Wij vergaderen eens per maand en elke drie of vier maanden vraag ik me een keer af of ik niet uit de raad moet stappen. Ik krijg vaak hoofdpijn van de eeuwige discussies en leveren ze iets op? Ja, maar daar moet je een lange adem voor hebben, een hele lange adem. Dat is ook de reden waarom de cliëntenraad de afgelopen jaren behoorlijk is geslonken. Er waren meningsverschillen, mensen hadden er geen puf meer voor en na het overlijden van onze geliefde secretaris, zijn we nu nog met zijn drieën over.
Ik heb de jas van de secretaris aangetrokken, maar hij is mij wat te groot. De jas ruikt nog naar hem en dat maakt mij een beetje verdrietig. Daarom hebben wij nu de taken van de secretaris onder ons drieën verdeelt, dat voelt beter.
Mijn allereerste column ging over de kleinste club van Schoorl en ik realiseer me dat ik daar zelf nu deel van uit maak: de kleinste club, de kleinste cliëntenraad.
Onze leidinggevende wil dat we meer reclame maken voor de cliëntenraad, nieuwe leden werven, want nu wordt niet iedereen in de flat vertegenwoordigd, maar we weten niet goed hoe. We kunnen de taakomschrijving niet mooier maken dan dat hij is, dus als daar niemand op af komt… Misschien maken we in het nieuwe jaar meer kans.
Ik ben geen fan van Rutte, maar ik begrijp hem wel: het is verdomd lastig om een nieuw team te vormen. Maar zoals onze voorzitter zegt: wij drieën vormen de harde kern van de cliëntenraad en dat is al een stap in de juiste richting.

Foto: Bindi vond onze vergaderingen altijd erg interessant, meestal sliep ze er dwars doorheen, zoals hier te zien is.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De kleinste club 

Hoera, onze politieke partijen hebben een onderhandelingsakkoord bereikt! Na negen maanden van rommelen, zijn ze eindelijk een stapje dichterbij een nieuw kabinet.
Ooit, in een ver, grijs verleden, heb ik een negen gehaald voor mijn eindexamen maatschappijleer. Tegenwoordig trekt de politiek mij minder, maar ik beoefen het wel in het klein: ik zit namelijk in de cliëntenraad van de organisatie waar ik woon.
Ik was nog maar net naar deze flat verhuisd, toen ik voor de cliëntenraad werd gestrikt. Volgens mij was het mijn buurman die mij op mijn schouder had getikt. Er was net iemand uit de raad gestapt en ze waren naarstig op zoek naar een nieuw lid. Hij zat in de cliëntenraad, had van mijn vlotte babbel gehoord en vroeg of ik misschien interesse had. Een week later maakte ik kennis met de andere raadsleden.
In de cliëntenraad hebben we het over alles wat er in onze flat gebeurt en wat er beter zou kunnen. Ook hebben we regelmatig een gesprek met onze leidinggevende, om dat soort dingen te bespreken. Eigenlijk zijn wij de stem voor iedereen die in deze flat woont en zo nodig ondernemen wij ook actie, om onrecht te voorkomen. Zo hebben wij ook voorkomen dat wij allemaal voor elf uur naar bed moesten. Die overwinning smaakte zoet en even was er heel veel interesse in de cliëntenraad en wilde men zich wel bij ons aansluiten. Totdat ze kwamen kijken. Want helaas, de cliëntenraad is niet alleen actie, het is vooral heel veel lullen. Lullen en uitzoeken hoe dingen het beste aangepakt kunnen worden, daar komt het in principe op neer. Als mensen daarachter komen, haken ze meestal af en ik kan het ze niet eens kwalijk nemen. Wij vergaderen eens per maand en elke drie of vier maanden vraag ik me een keer af of ik niet uit de raad moet stappen. Ik krijg vaak hoofdpijn van de eeuwige discussies en leveren ze iets op? Ja, maar daar moet je een lange adem voor hebben, een hele lange adem. Dat is ook de reden waarom de cliëntenraad de afgelopen jaren behoorlijk is geslonken. Er waren meningsverschillen, mensen hadden er geen puf meer voor en na het overlijden van onze geliefde secretaris, zijn we nu nog met zijn drieën over. 
Ik heb de jas van de secretaris aangetrokken, maar hij is mij wat te groot. De jas ruikt nog naar hem en dat maakt mij een beetje verdrietig. Daarom hebben wij nu de taken van de secretaris onder ons drieën verdeelt, dat voelt beter.
Mijn allereerste column ging over de kleinste club van Schoorl en ik realiseer me dat ik daar zelf nu deel van uit maak: de kleinste club, de kleinste cliëntenraad.
Onze leidinggevende wil dat we meer reclame maken voor de cliëntenraad, nieuwe leden werven, want nu wordt niet iedereen in de flat vertegenwoordigd, maar we weten niet goed hoe. We kunnen de taakomschrijving niet mooier maken dan dat hij is, dus als daar niemand op af komt… Misschien maken we in het nieuwe jaar meer kans.
Ik ben geen fan van Rutte, maar ik begrijp hem wel: het is verdomd lastig om een nieuw team te vormen. Maar zoals onze voorzitter zegt: wij drieën vormen de harde kern van de cliëntenraad en dat is al een stap in de juiste richting.

Foto: Bindi vond onze vergaderingen altijd erg interessant, meestal sliep ze er dwars doorheen, zoals hier te zien is.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Friends for life

Ik ben vaak op Facebook te vinden: filmpjes kijkend, grappige teksten lezend of glurend in het leven van mijn vrienden. Maar zijn onze vrienden op Facebook, ook onze vrienden in real life?
Een paar jaar geleden had ik 470 mensen op mijn online vriendenlijst staan. Ik realiseerde me pas hoeveel personen dat waren, toen iemand op Facebook, mij van iets pijnlijks beschuldigde. Mijn hart brak en daar kwam de schok nog bij, toen ik hoorde dat ik na zoiets, onder een vergrootglas zou worden bekeken. ‘Geen zorgen, dat gaan we nu niet doen’, zei degene die mij had ingelicht. ‘We kennen je, we weten hoe de vork in de steel zit, dat je nooit zoiets zou doen en dat je jouw uiterste best doet om deze pijnlijke situatie op te lossen. Mijn advies: zet niet al jouw hartzeer op Facebook, dan wordt het uit zijn verband getrokken.’
Iemand op Facebook.
‘Wie?’, vroeg ik met een stem, schor van emotie. ‘Wie heeft dit over mij gezegd?’
‘Dat mogen we niet zeggen. Privacy-redenen, sorry.’
Ik was eerst razend, toen boos en gekwetst. Hoe kon iemand zo’n pijnlijke beschuldiging naar mijn hoofd slingeren? Als diegene mij echt goed kende, zou hij/zij weten dat ik zoiets nooit zou doen. Aan de andere kant, wie op mijn Facebookvriendenlijst, kende ik nou echt?
In een opwelling besloot ik mijn vriendenlijst flink op te schonen en ontdekte dat ik het nog leuk vond ook, het ruimde lekker op.
Betekent dit dat Facebookvriendschappen niets voorstellen? Dat zou ik niet willen zeggen. Het klopt dat veel van die contacten oppervlakkiger zijn, maar ik heb via dat platform ook een paar van mijn meest dierbare vrienden ontmoet.
Maar vriendschappen onderhouden is best lastig en een Facebookvriendschap, is een heel ander mijnenveld. Ik las laatst een artikel over een vrouw en hoe bevredigend zij het vond om vriendschappen te beëindigen. Deze dame stelt dat niet iedereen zijn hele leven bij jou blijft en dat het daarom prima is om deze mensen uit jouw leven te verwijderen. Hier ben ik het niet helemaal mee eens. Natuurlijk, als iemand jou fysiek of mentaal pijn doet: verbreek het contact! Het leven is te kort om deze last met je mee te zeulen. Maar als je eerst goede vrienden was en de breuk begint met een ruzie, alsjeblieft, neem geen beslissingen waar je later spijt van krijgt.
Ik had ooit een woordenwisseling met een vriend die best hoog opliep en voordat ik wist wat er gebeurde, was ik geblokt. Verdwaasd keek ik naar het opeens lege scherm, het voelde alsof ik uit een knus huis was gebonjourd en nu naar een dichte deur staarde. Het deed zeer, ik was ervan overtuigd dat dit nooit meer goed zou komen, maar de deur bleek niet helemaal dicht te zijn. Het heeft even geduurd, maar deze vriend en ik hebben weer contact. We zijn niet meer zo close als dat we vroeger waren, maar we zijn er voor elkaar als dat nodig is. Als ik iets van deze situatie heb geleerd, is dat je soms niets moet doen. Gewoon afwachten en kijken wat er gebeurt.
Een andere vriendschap van mij raakte uitgebloeid. Ik probeerde er weer leven in te blazen, maar dat had weinig zin. Ik zie onze vriendschap niet als over, eerder als een smeulend vuur. Misschien laait het vuur ooit weer op, misschien niet. Wat er ook zal gebeuren, ik heb er vrede mee. Een mooie vriendschap is sterk, het overleeft meer dan je denkt.
Gooi nooit de deur helemaal dicht wat vriendschappen betreft, je weet nooit wat de toekomst brengt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Friends for life 

Ik ben vaak op Facebook te vinden: filmpjes kijkend, grappige teksten lezend of glurend in het leven van mijn vrienden. Maar zijn onze vrienden op Facebook, ook onze vrienden in real life?
Een paar jaar geleden had ik 470 mensen op mijn online vriendenlijst staan. Ik realiseerde me pas hoeveel personen dat waren, toen iemand op Facebook, mij van iets pijnlijks beschuldigde. Mijn hart brak en daar kwam de schok nog bij, toen ik hoorde dat ik na zoiets, onder een vergrootglas zou worden bekeken. ‘Geen zorgen, dat gaan we nu niet doen’, zei degene die mij had ingelicht. ‘We kennen je, we weten hoe de vork in de steel zit, dat je nooit zoiets zou doen en dat je jouw uiterste best doet om deze pijnlijke situatie op te lossen. Mijn advies: zet niet al jouw hartzeer op Facebook, dan wordt het uit zijn verband getrokken.’
Iemand op Facebook.
‘Wie?’, vroeg ik met een stem, schor van emotie. ‘Wie heeft dit over mij gezegd?’
‘Dat mogen we niet zeggen. Privacy-redenen, sorry.’
Ik was eerst razend, toen boos en gekwetst. Hoe kon iemand zo’n pijnlijke beschuldiging naar mijn hoofd slingeren? Als diegene mij echt goed kende, zou hij/zij weten dat ik zoiets nooit zou doen. Aan de andere kant, wie op mijn Facebookvriendenlijst, kende ik nou echt?
In een opwelling besloot ik mijn vriendenlijst flink op te schonen en ontdekte dat ik het nog leuk vond ook, het ruimde lekker op. 
Betekent dit dat Facebookvriendschappen niets voorstellen? Dat zou ik niet willen zeggen. Het klopt dat veel van die contacten oppervlakkiger zijn, maar ik heb via dat platform ook een paar van mijn meest dierbare vrienden ontmoet.
Maar vriendschappen onderhouden is best lastig en een Facebookvriendschap, is een heel ander mijnenveld. Ik las laatst een artikel over een vrouw en hoe bevredigend zij het vond om vriendschappen te beëindigen. Deze dame stelt dat niet iedereen zijn hele leven bij jou blijft en dat het daarom prima is om deze mensen uit jouw leven te verwijderen. Hier ben ik het niet helemaal mee eens. Natuurlijk, als iemand jou fysiek of mentaal pijn doet: verbreek het contact! Het leven is te kort om deze last met je mee te zeulen. Maar als je eerst goede vrienden was en de breuk begint met een ruzie, alsjeblieft, neem geen beslissingen waar je later spijt van krijgt.
Ik had ooit een woordenwisseling met een vriend die best hoog opliep en voordat ik wist wat er gebeurde, was ik geblokt. Verdwaasd keek ik naar het opeens lege scherm, het voelde alsof ik uit een knus huis was gebonjourd en nu naar een dichte deur staarde. Het deed zeer, ik was ervan overtuigd dat dit nooit meer goed zou komen, maar de deur bleek niet helemaal dicht te zijn. Het heeft even geduurd, maar deze vriend en ik hebben weer contact. We zijn niet meer zo close als dat we vroeger waren, maar we zijn er voor elkaar als dat nodig is. Als ik iets van deze situatie heb geleerd, is dat je soms niets moet doen. Gewoon afwachten en kijken wat er gebeurt.
Een andere vriendschap van mij raakte uitgebloeid. Ik probeerde er weer leven in te blazen, maar dat had weinig zin. Ik zie onze vriendschap niet als over, eerder als een smeulend vuur. Misschien laait het vuur ooit weer op, misschien niet. Wat er ook zal gebeuren, ik heb er vrede mee. Een mooie vriendschap is sterk, het overleeft meer dan je denkt.
Gooi nooit de deur helemaal dicht wat vriendschappen betreft, je weet nooit wat de toekomst brengt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Punten en komma’s

In groep 8 had ik een juf, juf Nicolette. Juf Nicolette kwam van een “normale” reguliere school en was zeer verbaasd, toen zij doorkreeg waar wij ons op de educatieve ladder bevonden. ‘Jullie willen naar de middelbare school, terwijl jullie niet eens weten wat breuken zijn of zinsontleding is? Dat kan echt niet!’
Ik voelde me ongelooflijk op mijn teentjes getrapt. Dacht ze soms dat wij achterlijk waren? Nicolette bracht ons de beginselen van breuken en zinsontleding bij. Introduceerde proefwerken en SO’s en ik vond het verschrikkelijk! Maar toen ik op de middelbare school terechtkwam, sloeg dat gevoel om in dankbaarheid. Zonder haar hulp, was ik een stuk lager op deze nieuwe, educatieve ladder gestart.
Nu, jaren later, sta ik zelf voor een klas en het is de bedoeling dat ik de kinderen de beginselen van het creatief schrijven bijbreng. Oké, het is tot nu toe een klasje van vijf meiden, maar ze zijn er om iets van mij te leren. De eerste opdracht hebben ze al achter de rug: schrijf een verhaaltje over jouw huisdier.
Voordat ik op school aankwam, had ik hun juf gevraagd of ze de verhalen van tevoren naar mij kon mailen, zodat ik mijn opbouwende kritiek alvast paraat had, maar daar dacht zij anders over. De kinderen konden hun verhalen wel aan mij voorlezen, was haar reactie, dat was ook gelijk een hele goede oefening.
Dit werd dus een les uit de losse pols en ik wist niet goed wat ik daarvan moest denken. De meisjes hadden hun best gedaan om iets op te schrijven, dat was in ieder geval een goed begin. Verhalen kon ik het niet echt noemen, het waren eerder opsommingen van alle huisdieren die ze ooit hadden gehad. Ik gaf tips waar ik kon en toen was het laatste meisje aan de beurt.
Ze dook iets in elkaar toen ze doorkreeg dat iedereen naar haar keek. ‘Moet ik het echt voorlezen?’, vroeg ze zacht.
‘Ik wil het ook wel doen’, stelde haar vriendin voor.
‘Ik wil het ook gewoon lezen’, zei ik glimlachend, ‘dan hoeven de anderen het niet te horen als je dat ongemakkelijk vindt en kan ik je toch nog een paar tips geven.’
‘Ik vind het niet ongemakkelijk’, zei het meisje, terwijl ze het papiertje op mijn blad legde. ‘Het is alleen geen vrolijk verhaal, dat is alles.’
Het was inderdaad geen vrolijk verhaal: het arme kind had al veel huisdieren verloren. Waren ze niet overleden, dan waren ze wel weggelopen of bleek ze er allergisch voor te zijn. Heel sneu allemaal, maar ze had het zo droog op papier gezet, dat het op mijn lachsperen werkte. Zij had misschien het minst geschreven van hen allemaal, maar in haar stukje zat het meeste gevoel en daar complimenteerde ik haar voor. Maar er viel mij ook iets anders op: het was een lap tekst, ik zag geen punten of komma’s, niets. Ook de Entertoets was voor haar onbekend terrein.
‘Ik vind het een hele mooie tekst’, zei ik voorzichtig, ‘ik zie alleen geen enkel leesteken.’
‘Klopt’, ze haalde haar schouders op, ‘ik weet niet goed waar ik die neer moet zetten.’
‘Ook de punt niet?’
Ze schudde haar hoofd en toen viel het me op dat ook de andere meiden ongemakkelijk keken. Opeens realiseerde ik me waarom ze hun teksten allemaal zo snel en zonder adem te halen hadden voorgelezen.
‘Jongens, ik weet dat jullie juf heeft gezegd dat ik jullie verhalen niet zelf hoefde te lezen, maar geef ze toch maar even.’ Dat deden ze en ook in hun verhalen zag ik de ontbrekende leestekens. Slechts één van de vijf wist wat de functie van de punt was.
‘Oké…’
Even wist ik niet wat ik met deze situatie aan moest, ik wilde mijn boekje niet te buiten gaan. Ik ben geen gediplomeerd lerares, ik was hier alleen om deze meiden de beginselen van het creatief schrijven te leren, omdat zij dat wilden. Maar daar hoorde de opbouw van een tekst en de leestekens toch ook bij?
‘Gewoon een gokje, maar jullie zijn geen lezers, of wel?’
Na vijf keer een ‘Nee’ te hebben gehoord, keek ik om me heen, op zoek naar… iets. Een groot bord om op te schrijven, mijn laptop, pen en papier. Wat dan ook, maar ik had niets, ik zou voor nu moeten improviseren.
Ik gaf hen de eerste zin die mij te binnen schoot: “Hallo, ik ben Robin.” Waar moet een punt en waar moet een komma?’
‘De punt moet aan het einde van een zin’, zei één van de vijf aarzelend.
‘Juist! En de komma?’
Dat wisten ze niet en dus besloot ik hen een handje te helpen. ‘Met een komma breek je de zin in kleinere stukjes, zodat je hem makkelijker kunt lezen. Als je een tekst voorleest,
is een komma ook een punt waar je adem kunt halen. Dus nog een keer: “Hallo’, ik ademde overdreven in, ‘ik ben Robin.” Waar denken jullie dat er een komma zou moeten?’
‘Achter hallo?’, vroeg een van hen onzeker.
‘Heel goed!’
Ik gaf nog een paar voorbeelden en langzaam maar zeker kon ik de kwartjes horen vallen. Toen was ons uur alweer om en keken we elkaar grijnzend aan. ‘Zo, dat was hem, onze eerste les. Wat vonden jullie ervan? Voor herhaling vatbaar of denken jullie: nee, alsjeblieft niet!’
Gelukkig waren ze wel enthousiast en dus gaf ik hen het volgende onderwerp om over te schrijven: de feestdagen.
‘Ik vond het zo moeilijk om te beginnen met schrijven’, zei een meisje beteuterd.
‘Aan een verhaal beginnen blijft lastig’, gaf ik toe. ‘Dat vind ik ook en ik schrijf al jaren! Maar de onderwerpen die ik jullie geef, zijn breed. Jullie mogen over elke feestdag schrijven die bij jullie opkomt. Zelfs over een verjaardag waar je leuke herinneringen aan hebt, kunnen jullie daar iets mee?’
Er werd geknikt en de meiden stonden op om naar hun volgende les te gaan, mij met een voldaan gevoel achterlatend. Ik denk dat ik echt iets voor deze meisjes kan betekenen, maar helaas heeft corona opnieuw roet in het eten gegooid. De scholen blijven open, maar ik mag als buitenstaander zijnde, voorlopig niet meer heen.
Voor mij en de leraren van deze school, is alles weer nieuw. Zij weten nog niet precies wat mijn rol voor de kinderen zal zijn en ik ook niet. De tijd zal het leren. Ik hoop dat als ik terug mag komen, ik de kinderen kan helpen waar ik kan.

De slotsom van dit verhaal is dat ik juf Nicolette een stuk beter begrijp dan toen ik twaalf was.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Punten en komma’s

In groep 8 had ik een juf, juf Nicolette. Juf Nicolette kwam van een “normale” reguliere school en was zeer verbaasd, toen zij doorkreeg waar wij ons op de educatieve ladder bevonden. ‘Jullie willen naar de middelbare school, terwijl jullie niet eens weten wat breuken zijn of zinsontleding is? Dat kan echt niet!’
Ik voelde me ongelooflijk op mijn teentjes getrapt. Dacht ze soms dat wij achterlijk waren? Nicolette bracht ons de beginselen van breuken en zinsontleding bij. Introduceerde proefwerken en SO’s en ik vond het verschrikkelijk! Maar toen ik op de middelbare school terechtkwam, sloeg dat gevoel om in dankbaarheid. Zonder haar hulp, was ik een stuk lager op deze nieuwe, educatieve ladder gestart.
Nu, jaren later, sta ik zelf voor een klas en het is de bedoeling dat ik de kinderen de beginselen van het creatief schrijven bijbreng. Oké, het is tot nu toe een klasje van vijf meiden, maar ze zijn er om iets van mij te leren. De eerste opdracht hebben ze al achter de rug: schrijf een verhaaltje over jouw huisdier.
Voordat ik op school aankwam, had ik hun juf gevraagd of ze de verhalen van tevoren naar mij kon mailen, zodat ik mijn opbouwende kritiek alvast paraat had, maar daar dacht zij anders over. De kinderen konden hun verhalen wel aan mij voorlezen, was haar reactie, dat was ook gelijk een hele goede oefening.
Dit werd dus een les uit de losse pols en ik wist niet goed wat ik daarvan moest denken. De meisjes hadden hun best gedaan om iets op te schrijven, dat was in ieder geval een goed begin. Verhalen kon ik het niet echt noemen, het waren eerder opsommingen van alle huisdieren die ze ooit hadden gehad. Ik gaf tips waar ik kon en toen was het laatste meisje aan de beurt.
Ze dook iets in elkaar toen ze doorkreeg dat iedereen naar haar keek. ‘Moet ik het echt voorlezen?’, vroeg ze zacht.
 ‘Ik wil het ook wel doen’, stelde haar vriendin voor.
‘Ik wil het ook gewoon lezen’, zei ik glimlachend, ‘dan hoeven de anderen het niet te horen als je dat ongemakkelijk vindt en kan ik je toch nog een paar tips geven.’
‘Ik vind het niet ongemakkelijk’, zei het meisje, terwijl ze het papiertje op mijn blad legde. ‘Het is alleen geen vrolijk verhaal, dat is alles.’
Het was inderdaad geen vrolijk verhaal: het arme kind had al veel huisdieren verloren. Waren ze niet overleden, dan waren ze wel weggelopen of bleek ze er allergisch voor te zijn. Heel sneu allemaal, maar ze had het zo droog op papier gezet, dat het op mijn lachsperen werkte. Zij had misschien het minst geschreven van hen allemaal, maar in haar stukje zat het meeste gevoel en daar complimenteerde ik haar voor. Maar er viel mij ook iets anders op: het was een lap tekst, ik zag geen punten of komma’s, niets. Ook de Entertoets was voor haar onbekend terrein.
‘Ik vind het een hele mooie tekst’, zei ik voorzichtig, ‘ik zie alleen geen enkel leesteken.’
‘Klopt’, ze haalde haar schouders op, ‘ik weet niet goed waar ik die neer moet zetten.’
‘Ook de punt niet?’
Ze schudde haar hoofd en toen viel het me op dat ook de andere meiden ongemakkelijk keken. Opeens realiseerde ik me waarom ze hun teksten allemaal zo snel en zonder adem te halen hadden voorgelezen.
‘Jongens, ik weet dat jullie juf heeft gezegd dat ik jullie verhalen niet zelf hoefde te lezen, maar geef ze toch maar even.’ Dat deden ze en ook in hun verhalen zag ik de ontbrekende leestekens. Slechts één van de vijf wist wat de functie van de punt was.
‘Oké…’
Even wist ik niet wat ik met deze situatie aan moest, ik wilde mijn boekje niet te buiten gaan. Ik ben geen gediplomeerd lerares, ik was hier alleen om deze meiden de beginselen van het creatief schrijven te leren, omdat zij dat wilden. Maar daar hoorde de opbouw van een tekst en de leestekens toch ook bij?
‘Gewoon een gokje, maar jullie zijn geen lezers, of wel?’
Na vijf keer een ‘Nee’ te hebben gehoord, keek ik om me heen, op zoek naar… iets. Een groot bord om op te schrijven, mijn laptop, pen en papier. Wat dan ook, maar ik had niets, ik zou voor nu moeten improviseren.
Ik gaf hen de eerste zin die mij te binnen schoot: “Hallo, ik ben Robin.” Waar moet een punt en waar moet een komma?’
‘De punt moet aan het einde van een zin’, zei één van de vijf aarzelend.
‘Juist! En de komma?’
Dat wisten ze niet en dus besloot ik hen een handje te helpen. ‘Met een komma breek je de zin in kleinere stukjes, zodat je hem makkelijker kunt lezen. Als je een tekst voorleest,
is een komma ook een punt waar je adem kunt halen. Dus nog een keer: “Hallo’, ik ademde overdreven in, ‘ik ben Robin.” Waar denken jullie dat er een komma zou moeten?’
‘Achter hallo?’, vroeg een van hen onzeker.
‘Heel goed!’
Ik gaf nog een paar voorbeelden en langzaam maar zeker kon ik de kwartjes horen vallen. Toen was ons uur alweer om en keken we elkaar grijnzend aan. ‘Zo, dat was hem, onze eerste les. Wat vonden jullie ervan? Voor herhaling vatbaar of denken jullie: nee, alsjeblieft niet!’
Gelukkig waren ze wel enthousiast en dus gaf ik hen het volgende onderwerp om over te schrijven: de feestdagen.
‘Ik vond het zo moeilijk om te beginnen met schrijven’, zei een meisje beteuterd.
‘Aan een verhaal beginnen blijft lastig’, gaf ik toe. ‘Dat vind ik ook en ik schrijf al jaren! Maar de onderwerpen die ik jullie geef, zijn breed. Jullie mogen over elke feestdag schrijven die bij jullie opkomt. Zelfs over een verjaardag waar je leuke herinneringen aan hebt, kunnen jullie daar iets mee?’
Er werd geknikt en de meiden stonden op om naar hun volgende les te gaan, mij met een voldaan gevoel achterlatend. Ik denk dat ik echt iets voor deze meisjes kan betekenen, maar helaas heeft corona opnieuw roet in het eten gegooid. De scholen blijven open, maar ik mag als buitenstaander zijnde, voorlopig niet meer heen. 
Voor mij en de leraren van deze school, is alles weer nieuw. Zij weten nog niet precies wat mijn rol voor de kinderen zal zijn en ik ook niet. De tijd zal het leren. Ik hoop dat als ik terug mag komen, ik de kinderen kan helpen waar ik kan. 

De slotsom van dit verhaal is dat ik juf Nicolette een stuk beter begrijp dan toen ik twaalf was.  
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Robin, jij was degene die dat wakker maakte in me! Samen met Wouter ! Jij die terug kwam van een pracht vakantie en onderzoek had gedaan naar Bommel en Tom Poes' hun geestelijk vader! Jij had een geweldige presentatie gemaakt! Dus ik kon als juf niets anders doen dan jullie verder helpen!!! Ik ben trots op je!! En blij dat je t me vergeven hebt!

De Rijdende Columnist Schrijft:

Blij in eigen lijf

Mensen zijn er in allerlei verschillende soorten en maten. We dragen ook allemaal labels met ons mee: ik ben gehandicapt, mensen zijn hetero, homo, panseksueel en nog veel meer. We voelen ons man, vrouw of iets er tussenin en ook hier zijn verschillende benamingen voor. Nog niet zo lang geleden vroeg ik me af waarom dit nodig was, waarom kunnen we al deze labels niet laten vallen en gewoon zijn wie we willen zijn? Maar toen beluisterde ik het boek ‘Felix ever after’ en veranderde mijn perspectief voorgoed.
‘Felix ever after’ gaat over Felix, die net zijn transitie van vrouw, naar man achter de rug heeft. Maar dan lekt iemand zijn oude foto’s op school, waardoor Felix onder een vergrootglas ligt. Zijn hele leven staat op zijn kop en wat het nog erger maakt, is dat Felix aan zichzelf twijfelt. Want soms voelt hij zich nog steeds een meisje, liegt hij tegen zijn familie en vrienden nu hij als jongen door het leven gaat?
Ik begon aan dit boek op een zaterdagochtend en zondagnacht luisterde ik nog steeds, terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Ik leefde verschrikkelijk met Felix mee, voelde zijn pijn, omdat hij niet precies wist wie hij was en waar hij thuishoorde en bad dat hij zijn pad zou vinden. Dat is de kracht van een boek: het kan jou dingen op een andere, heldere manier laten zien. Dus toen ik met een dame van de zorg een discussie had over labels en waarom ze nodig waren, zei ik: ‘Voor jou en mij is het makkelijk, wij weten van wie we houden en zijn blij met ons lijf, maar voor de mensen die daaraan twijfelen, kan een label helpen. Het kan je naar mensen brengen zoals jij en jou laten zien dat jij niet raar bent, maar gewoon jezelf.’
En soms zie je wie en wat iemand is, voordat diegene het uitspreekt. Toen een vriend tegen mij zei dat hij/zij iets tegen mij moest zeggen, schoot het woord ‘non-binair’ door mijn hoofd: iemand die zich man, noch vrouw voelt.
‘Ik ben non-binair.’
‘Oké.’ Ik keek hem/haar aan en zei het eerste wat er in me opkwam. ‘Dat verbaast me niets.’
‘Nee, hè?’ De glimlach die op zijn/haar gezicht doorbrak, was onbetaalbaar. ‘Dat zeggen er meer.’
Zij/hij vertelde mij hen nieuwe naam en ik knikte. ‘Hoe wil je dat ik jou nu aanspreek?’
‘Dat weet ik nog niet precies, ik heb nog niet iets gevonden wat… past.’
Opnieuw knikte ik en baalde dat zijn/haar gezicht een beetje betrok. Als corona geen factor was geweest, had ik diegene het liefst een dikke knuffel gegeven. ‘Ik ben blij voor je.’
Want diegene was blij, de bevrijding straalde van hem/haar af. Dat gevoel gun ik iedereen. Natuurlijk is het niet allemaal rozengeur of maneschijn: niet iedereen begrijpt al deze benamingen of wil ze begrijpen, dat kan pijnlijke of verdrietige situaties opleveren.
Persoonlijk ben ik voorstander van gelukkig zijn in jouw eigen lijf, in welke vorm dan ook.
Ik weet dat deze vriend mijn columns leest en tegen diegene wil ik zeggen dat ik trots op hem/haar ben. Ik hou van je en hoewel ik me vast nog wel eens zal verspreken, zal ik er voor je zijn, in voor en tegenspoed.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Blij in eigen lijf

Mensen zijn er in allerlei verschillende soorten en maten. We dragen ook allemaal labels met ons mee: ik ben gehandicapt, mensen zijn hetero, homo, panseksueel en nog veel meer. We voelen ons man, vrouw of iets er tussenin en ook hier zijn verschillende benamingen voor. Nog niet zo lang geleden vroeg ik me af waarom dit nodig was, waarom kunnen we al deze labels niet laten vallen en gewoon zijn wie we willen zijn? Maar toen beluisterde ik het boek ‘Felix ever after’ en veranderde mijn perspectief voorgoed. 
‘Felix ever after’ gaat over Felix, die net zijn transitie van vrouw, naar man achter de rug heeft. Maar dan lekt iemand zijn oude foto’s op school, waardoor Felix onder een vergrootglas ligt. Zijn hele leven staat op zijn kop en wat het nog erger maakt, is dat Felix aan zichzelf twijfelt. Want soms voelt hij zich nog steeds een meisje, liegt hij tegen zijn familie en vrienden nu hij als jongen door het leven gaat?
Ik begon aan dit boek op een zaterdagochtend en zondagnacht luisterde ik nog steeds, terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Ik leefde verschrikkelijk met Felix mee, voelde zijn pijn, omdat hij niet precies wist wie hij was en waar hij thuishoorde en bad dat hij zijn pad zou vinden. Dat is de kracht van een boek: het kan jou dingen op een andere, heldere manier laten zien. Dus toen ik met een dame van de zorg een discussie had over labels en waarom ze nodig waren, zei ik: ‘Voor jou en mij is het makkelijk, wij weten van wie we houden en zijn blij met ons lijf, maar voor de mensen die daaraan twijfelen, kan een label helpen. Het kan je naar mensen brengen zoals jij en jou laten zien dat jij niet raar bent, maar gewoon jezelf.’
En soms zie je wie en wat iemand is, voordat diegene het uitspreekt. Toen een vriend tegen mij zei dat hij/zij iets tegen mij moest zeggen, schoot het woord ‘non-binair’ door mijn hoofd: iemand die zich man, noch vrouw voelt.
‘Ik ben non-binair.’
‘Oké.’ Ik keek hem/haar aan en zei het eerste wat er in me opkwam. ‘Dat verbaast me niets.’
‘Nee, hè?’ De glimlach die op zijn/haar gezicht doorbrak, was onbetaalbaar. ‘Dat zeggen er meer.’
Zij/hij vertelde mij hen nieuwe naam en ik knikte. ‘Hoe wil je dat ik jou nu aanspreek?’
‘Dat weet ik nog niet precies, ik heb nog niet iets gevonden wat… past.’
Opnieuw knikte ik en baalde dat zijn/haar gezicht een beetje betrok. Als corona geen factor was geweest, had ik diegene het liefst een dikke knuffel gegeven. ‘Ik ben blij voor je.’
Want diegene was blij, de bevrijding straalde van hem/haar af. Dat gevoel gun ik iedereen. Natuurlijk is het niet allemaal rozengeur of maneschijn: niet iedereen begrijpt al deze benamingen of wil ze begrijpen, dat kan pijnlijke of verdrietige situaties opleveren.
Persoonlijk ben ik voorstander van gelukkig zijn in jouw eigen lijf, in welke vorm dan ook.
Ik weet dat deze vriend mijn columns leest en tegen diegene wil ik zeggen dat ik trots op hem/haar ben. Ik hou van je en hoewel ik me vast nog wel eens zal verspreken, zal ik er voor je zijn, in voor en tegenspoed. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina:  Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft

Woensdagmiddag, 10 november 2021 – Mag het ook een panda zijn? -

Dag, lieve Taeke,

Soms lopen dingen anders dan dat je van tevoren had ingecalculeerd. Ik had verwacht dat ik groep 6 en 7 voor mijn kiezen zou krijgen bij mijn herintroductie als hulpjuf, maar dat werden groep 7 en 8, omdat de juf van groep 6 ziek was. Was het onderwerp dat ik had uitgekozen, huisdieren, dan nog wel geschikt? Voor groep 7 wel, vermoedde ik, maar voor groep 8…? Hadden zij niet hele andere dingen aan hun hoofd?
Ik beet op mijn lip en keek naar de klok. ‘Het is nu te laat om dingen te wijzigen. Denk je ook niet, Taeke?’
Jij keek naar mij terug en kwispelde, alsof je zeggen wilde: ‘Geen zorgen, baas. Ik ben bij je, ik zorg voor een afleidingsmanoeuvre als jij uit de bocht dreigt te vliegen.’ Daar rekende ik op, maar wat deed je toen wij ons voor een halve cirkel van stoelen bevonden? Je krulde je tegen mijn voorwiel op en viel in slaap!
Taeke, dat stond niet in ons script! Ik had erop gerekend dat je naar de kinderen zou kijken, misschien druk zou doen. Dan kon ik beginnen met: ‘Dit is Taeke, mijn hulphond. Hij is nu een beetje druk, omdat hij jullie allemaal heel erg interessant vindt, maar dat wordt straks minder. Taeke is mijn persoonlijke hulp, hij helpt mij bijvoorbeeld bij…’ (Noem lijstje op). Vervolgens zou ik doorpakken met: ‘Taeke woont dus bij mij, maar hebben jullie ook dieren thuis?’ Einde introductie.
Maar nu jij naast mij lag te maffen, wist ik het opeens niet meer en daar kwamen de kinderen al.
‘Wat een lieve hond!’, riep de één.
‘Is dat een hulphond? Hij kwijlt’, zei een ander.
De kinderen gingen voor mij zitten en ik begon te ratelen, ik kan het niet anders omschrijven. Al snel begon ik uit de bocht te vliegen, ik kon het aan de kinderen zien: zij keken mij met grote ogen aan. Toen liet jij, Taeke, een extra luidde snurk horen en schoten we allemaal in de lach.
‘Sorry jongens’, zei ik grinnikend, ‘het is een tijd geleden dat ik hier heb gestaan, ik ben een beetje nerveus en dan praat ik vaak alsof ik de sneltrein moet halen.’
Er werd begripvol geknikt.
Ik haalde diep adem en begon opnieuw, vertelde hoe ik had geleerd om korte verhalen te schrijven, over de brieven die ik aan jou schrijf en dat het mij een leuk idee leek als de leerlingen een verhaal over hun huisdieren zouden schrijven.
Een meisje stak schuchter een vinger op. ‘Ik had een huisdier’, zei ze zacht, ‘maar die is dood. Moet ik daar een verhaal over schrijven?’
‘Alleen als je dat wilt’, antwoordde ik, ‘daar over schrijven kan helpen om het verdriet te verwerken. Maar je kunt er ook voor kiezen om over een dier te schrijven dat je graag als huisdier zou willen. Dit kan ook een fantasiedier zijn, zoals een draak of een eenhoorn of…’
‘…een reuzepanda?’, vroeg een ander meisje enthousiast. ‘Mag ik over een reuzepanda schrijven? Die zou ik graag als huisdier willen hebben, ik vind ze zo schattig!’
‘Natuurlijk mag dat’, zei ik lachend. ‘Dat is het leuke aan creatief schrijven: alles mag!’
‘Jeej!’ Het meisje deed een dansje op haar stoel en verwarmde hiermee mijn hart. Misschien ging het allemaal toch nog goed komen.
Maar toen kwam ik oog in oog te staan met groep 8 en dat was andere koek, Het was direct duidelijk dat zij geen zin hadden in dit gedoe. Het hielp ook niet dat jij wakker was en iets probeerde te pakken wat zich achter mij bevond, terwijl ik hen probeerde toe te spreken. Dat leverde natuurlijk veel gegrinnik op.
Voordeel was wel dat ik nu beter wist wat ik wilde vertellen, waardoor ik eerder klaar was. Het nadeel: daarna kon je krekels horen tjirpen. De kinderen van groep 7 hadden mij tussen mijn praatje door, overstelpt met vragen. Daar had deze groep duidelijk geen zin in.
Ik maakte duidelijk dat mijn eerste schrijfonderwerp voor hun, huisdieren was. Geen reactie. Ik vroeg hen waar ze daarna over zouden willen schrijven. Daar kwam de middelbare school uit. Logisch, dat had ik kunnen weten. Daarna was het stil, muisstil.
Gelukkig werd ik gered door hun lerares, die binnenkwam en vroeg. ‘Dus wat is jullie eerste schrijfopdracht?’
Stilte.
‘Jullie gaan een stukje schrijven over…?’
Een meisje haalde onverschillig haar schouders op. ‘De middelbare school, toch?’
Om de een of andere stomme reden voelde ik dat ik een kleur kreeg. ‘Nee, dat is een onderwerp voor een andere keer. Voor deze week is het onderwerp huisdieren.’
‘Oh.’
Met die ‘Oh’ was er een einde gekomen aan mijn eerste dag terug, als hulpjuf. De moed zonk mij in de schoenen toen de kinderen terug naar hun lokaal vertrokken. Maar toen zag ik dat een jongen was blijven zitten. Hij keek vragend van mij, naar zijn lerares en terug. ‘Gaan we niet nu al aan de opdracht beginnen?’, vroeg hij.
Zijn lerares glimlachte. ‘Nee, daar krijg je nog de hele week de tijd voor en dan kan je het over twee weken met Robin bespreken.’
‘Oh, oké. Dag!’ En weg was hij.

Ik weet niet precies wat ik van deze introductie moet vinden. Had ik meer enthousiasme verwacht? Misschien, ik had het in ieder geval gehoopt. Maar als ik de onzekerheid voel knagen, denk ik aan het dansende meisje op haar stoel en aan de jongen die direct wilde beginnen.
In een recente column schreef ik dat als ik één kind enthousiast zou krijgen over het schrijven, dat mooi zou zijn. Volgens mij ben ik op de goede weg.

Liefs,

Robin
#derijdendecolumnist

Meer kwispelstaart-brieven lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft

Woensdagmiddag, 10 november 2021 – Mag het ook een panda zijn? - 

Dag, lieve Taeke,

Soms lopen dingen anders dan dat je van tevoren had ingecalculeerd. Ik had verwacht dat ik groep 6 en 7 voor mijn kiezen zou krijgen bij mijn herintroductie als hulpjuf, maar dat werden groep 7 en 8, omdat de juf van groep 6 ziek was. Was het onderwerp dat ik had uitgekozen, huisdieren, dan nog wel geschikt? Voor groep 7 wel, vermoedde ik, maar voor groep 8…? Hadden zij niet hele andere dingen aan hun hoofd?
Ik beet op mijn lip en keek naar de klok. ‘Het is nu te laat om dingen te wijzigen. Denk je ook niet, Taeke?’
Jij keek naar mij terug en kwispelde, alsof je zeggen wilde: ‘Geen zorgen, baas. Ik ben bij je, ik zorg voor een afleidingsmanoeuvre als jij uit de bocht dreigt te vliegen.’ Daar rekende ik op, maar wat deed je toen wij ons voor een halve cirkel van stoelen bevonden? Je krulde je tegen mijn voorwiel op en viel in slaap! 
Taeke, dat stond niet in ons script! Ik had erop gerekend dat je naar de kinderen zou kijken, misschien druk zou doen. Dan kon ik beginnen met: ‘Dit is Taeke, mijn hulphond. Hij is nu een beetje druk, omdat hij jullie allemaal heel erg interessant vindt, maar dat wordt straks minder. Taeke is mijn persoonlijke hulp, hij helpt mij bijvoorbeeld bij…’ (Noem lijstje op). Vervolgens zou ik doorpakken met: ‘Taeke woont dus bij mij, maar hebben jullie ook dieren thuis?’ Einde introductie.
Maar nu jij naast mij lag te maffen, wist ik het opeens niet meer en daar kwamen de kinderen al.
‘Wat een lieve hond!’, riep de één.
‘Is dat een hulphond? Hij kwijlt’, zei een ander.
De kinderen gingen voor mij zitten en ik begon te ratelen, ik kan het niet anders omschrijven. Al snel begon ik uit de bocht te vliegen, ik kon het aan de kinderen zien: zij keken mij met grote ogen aan. Toen liet jij, Taeke, een extra luidde snurk horen en schoten we allemaal in de lach.
‘Sorry jongens’, zei ik grinnikend, ‘het is een tijd geleden dat ik hier heb gestaan, ik ben een beetje nerveus en dan praat ik vaak alsof ik de sneltrein moet halen.’
Er werd begripvol geknikt.
Ik haalde diep adem en begon opnieuw, vertelde hoe ik had geleerd om korte verhalen te schrijven, over de brieven die ik aan jou schrijf en dat het mij een leuk idee leek als de leerlingen een verhaal over hun huisdieren zouden schrijven.
Een meisje stak schuchter een vinger op. ‘Ik had een huisdier’, zei ze zacht, ‘maar die is dood. Moet ik daar een verhaal over schrijven?’
‘Alleen als je dat wilt’, antwoordde ik, ‘daar over schrijven kan helpen om het verdriet te verwerken. Maar je kunt er ook voor kiezen om over een dier te schrijven dat je graag als huisdier zou willen. Dit kan ook een fantasiedier zijn, zoals een draak of een eenhoorn of…’
‘…een reuzepanda?’, vroeg een ander meisje enthousiast. ‘Mag ik over een reuzepanda schrijven? Die zou ik graag als huisdier willen hebben, ik vind ze zo schattig!’
‘Natuurlijk mag dat’, zei ik lachend. ‘Dat is het leuke aan creatief schrijven: alles mag!’
‘Jeej!’ Het meisje deed een dansje op haar stoel en verwarmde hiermee mijn hart. Misschien ging het allemaal toch nog goed komen.
Maar toen kwam ik oog in oog te staan met groep 8 en dat was andere koek, Het was direct duidelijk dat zij geen zin hadden in dit gedoe. Het hielp ook niet dat jij wakker was en iets probeerde te pakken wat zich achter mij bevond, terwijl ik hen probeerde toe te spreken. Dat leverde natuurlijk veel gegrinnik op.
Voordeel was wel dat ik nu beter wist wat ik wilde vertellen, waardoor ik eerder klaar was. Het nadeel: daarna kon je krekels horen tjirpen. De kinderen van groep 7 hadden mij tussen mijn praatje door, overstelpt met vragen. Daar had deze groep duidelijk geen zin in.
Ik maakte duidelijk dat mijn eerste schrijfonderwerp voor hun, huisdieren was. Geen reactie. Ik vroeg hen waar ze daarna over zouden willen schrijven. Daar kwam de middelbare school uit. Logisch, dat had ik kunnen weten. Daarna was het stil, muisstil.
Gelukkig werd ik gered door hun lerares, die binnenkwam en vroeg. ‘Dus wat is jullie eerste schrijfopdracht?’
Stilte.
‘Jullie gaan een stukje schrijven over…?’
Een meisje haalde onverschillig haar schouders op. ‘De middelbare school, toch?’
Om de een of andere stomme reden voelde ik dat ik een kleur kreeg. ‘Nee, dat is een onderwerp voor een andere keer. Voor deze week is het onderwerp huisdieren.’
‘Oh.’
Met die ‘Oh’ was er een einde gekomen aan mijn eerste dag terug, als hulpjuf. De moed zonk mij in de schoenen toen de kinderen terug naar hun lokaal vertrokken. Maar toen zag ik dat een jongen was blijven zitten. Hij keek vragend van mij, naar zijn lerares en terug. ‘Gaan we niet nu al aan de opdracht beginnen?’, vroeg hij.
Zijn lerares glimlachte. ‘Nee, daar krijg je nog de hele week de tijd voor en dan kan je het over twee weken met Robin bespreken.’
‘Oh, oké. Dag!’ En weg was hij.

Ik weet niet precies wat ik van deze introductie moet vinden. Had ik meer enthousiasme verwacht? Misschien, ik had het in ieder geval gehoopt. Maar als ik de onzekerheid voel knagen, denk ik aan het dansende meisje op haar stoel en aan de jongen die direct wilde beginnen.
In een recente column schreef ik dat als ik één kind enthousiast zou krijgen over het schrijven, dat mooi zou zijn. Volgens mij ben ik op de goede weg.

Liefs,

Robin
#derijdendecolumnist

Meer kwispelstaart-brieven lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Robin, dit komt helemaal goed. Wacht maar af tot de volgende keer. Succes. 👍

Gewoon doorgaan komt goed 🐾🐾

Robin, stap voor de stap gaat het lukken. 👍.Geef het tijd . je gaat mooie verhalen lezen. 😀

De Rijdende Columnist Schrijft:

Een nieuw werk-avontuur

Als je op de middelbare school zit, komt er een tijd dat je een sector moet kiezen waarin je verder wilt. Voor mij waren die keuzes: economie, techniek of de zorg. Aangezien ik niet goed ben met cijfers en nog geen spijker in een stuk hout kan slaan, bleef de zorg over. Mijn mentrix vond dit een ideale keuze, haar exacte woorden waren: ‘Prima, dan kan jij ervaren wat andere mensen allemaal voor jou moeten doen.’ Deze woorden zijn mij altijd bijgebleven, en niet in positieve zin.
Ik schreef eerder dat ik niet veel met kinderen had, maar wat maar weinig mensen weten, is dat ik ooit op een kinderdagverblijf heb stagegelopen. In die tijd was mijn broer drie en ging naar het kinderdagverblijf. Hij vond het er verschrikkelijk, sprak geen woord, maar ik had een snuffelstage nodig die met de zorg te maken had en misschien kwam ik erachter waarom Jona niet wilde praten. Zo sloeg ik twee vliegen in één klap.
Toen ik me daadwerkelijk tussen de kleine mensjes bevond, realiseerde ik me voor het eerst hoe groot en log mijn rolstoel was. Ik was als de dood dat ik met mijn wielen, per ongeluk kleine vingers en tenen zou verpulveren. Gelukkig gebeurde dit niet: de kinderen waren al snel aan mijn rolstoel gewend.
Maar het viel mij wel op dat ik weinig zorg gerichte handelingen ik kon verrichten: ik kon geen luiers verschonen, stoeiende kinderen uit elkaar halen of een fruithapje klaarmaken. Wel kon ik een kleine dreumes zijn fruithapje geven en dat was dan ook direct het hoogtepunt van mijn stage. Het dieptepunt kwam twee dagen later, toen ik het gebouw niet in mocht, omdat mijn banden vies waren. Dat vonden de dames van het dagverblijf, niet hygiënisch voor de kids.
Ik voelde me verslagen terwijl ik naar huis reed. Wat deed ik op het kinderdagverblijf? Droeg ik wel mijn steentje bij of leverde ik de dames alleen maar meer werk op?
Het antwoord kwam in de vorm van mijn broertje, die de volgende dag stralend het kinderdagverblijf binnenkwam en een onbekende man met zich meetrok. ‘Kijk, dit is mijn zus!’, riep hij. ‘Zij helpt hier nu, leuk hè?’
Jona’s blije gezicht, zal ik nooit meer vergeten, ook al is hij nu al zeventien. Dat hij in mijn bijzijn durfde te praten, was het grootste compliment dat hij mij had kunnen geven.
De vragen ‘Draag ik mijn steentje wel bij, lever ik niet alleen maar meer werk op?’ spelen vaak door mijn hoofd als ik op het punt sta om aan een nieuw werk-avontuur te beginnen. Zoals nu, wanneer ik op het punt sta om mijn werk als hulpjuf weer op te pakken. Maar dan zie ik mijn broer weer voor me en denk: als ik één kind kan helpen, ben ik op de goede weg. En heb ik hulp nodig, dan is Taeke er om mij bij te staan. Samen redden wij het wel.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Een nieuw werk-avontuur

Als je op de middelbare school zit, komt er een tijd dat je een sector moet kiezen waarin je verder wilt. Voor mij waren die keuzes: economie, techniek of de zorg. Aangezien ik niet goed ben met cijfers en nog geen spijker in een stuk hout kan slaan, bleef de zorg over. Mijn mentrix vond dit een ideale keuze, haar exacte woorden waren: ‘Prima, dan kan jij ervaren wat andere mensen allemaal voor jou moeten doen.’ Deze woorden zijn mij altijd bijgebleven, en niet in positieve zin.
Ik schreef eerder dat ik niet veel met kinderen had, maar wat maar weinig mensen weten, is dat ik ooit op een kinderdagverblijf heb stagegelopen. In die tijd was mijn broer drie en ging naar het kinderdagverblijf. Hij vond het er verschrikkelijk, sprak geen woord, maar ik had een snuffelstage nodig die met de zorg te maken had en misschien kwam ik erachter waarom Jona niet wilde praten. Zo sloeg ik twee vliegen in één klap.
Toen ik me daadwerkelijk tussen de kleine mensjes bevond, realiseerde ik me voor het eerst hoe groot en log mijn rolstoel was. Ik was als de dood dat ik met mijn wielen, per ongeluk kleine vingers en tenen zou verpulveren. Gelukkig gebeurde dit niet: de kinderen waren al snel aan mijn rolstoel gewend. 
Maar het viel mij wel op dat ik weinig zorg gerichte handelingen ik kon verrichten: ik kon geen luiers verschonen, stoeiende kinderen uit elkaar halen of een fruithapje klaarmaken. Wel kon ik een kleine dreumes zijn fruithapje geven en dat was dan ook direct het hoogtepunt van mijn stage. Het dieptepunt kwam twee dagen later, toen ik het gebouw niet in mocht, omdat mijn banden vies waren. Dat vonden de dames van het dagverblijf, niet hygiënisch voor de kids.
Ik voelde me verslagen terwijl ik naar huis reed. Wat deed ik op het kinderdagverblijf? Droeg ik wel mijn steentje bij of leverde ik de dames alleen maar meer werk op?
Het antwoord kwam in de vorm van mijn broertje, die de volgende dag stralend het kinderdagverblijf binnenkwam en een onbekende man met zich meetrok. ‘Kijk, dit is mijn zus!’, riep hij. ‘Zij helpt hier nu, leuk hè?’   
Jona’s blije gezicht, zal ik nooit meer vergeten, ook al is hij nu al zeventien. Dat hij in mijn bijzijn durfde te praten, was het grootste compliment dat hij mij had kunnen geven.
De vragen ‘Draag ik mijn steentje wel bij, lever ik niet alleen maar meer werk op?’ spelen vaak door mijn hoofd als ik op het punt sta om aan een nieuw werk-avontuur te beginnen. Zoals nu, wanneer ik op het punt sta om mijn werk als hulpjuf weer op te pakken. Maar dan zie ik mijn broer weer voor me en denk: als ik één kind kan helpen, ben ik op de goede weg. En heb ik hulp nodig, dan is Taeke er om mij bij te staan. Samen redden wij het wel.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft