We leren Robin Corbee in 2008 kennen als ‘het meisje van de Duinstreek’ waar ze ruim 10 jaar columns schreef. Nu kennen we haar als De Rijdende Columnist en plaatst ze haar columns bij Schoorl Community, waar ze ons wekelijks op de hoogte houdt van haar avonturen, samen met haar hulphond Bindi.

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

De Rijdende Columnist Schrijft:

Little space

ABDL. Ik had nog nooit van deze afkorting gehoord, totdat ik naar de podcast Jurre’s Date luisterde. In deze podcast praat Jurre met mensen die je in het dagelijks leven niet vaak tegenkomt.
Afgelopen maandag sprak Jurre met Maxx, een Adult Baby Diaper Lover. Dat betekent voor Maxx dat hij het prettig vindt om een luier te dragen, omdat dit hem terugbrengt naar de geborgenheid van zijn driejarige ik. Vooral na de stress van zijn werk, vindt Maxx het fijn om zijn volwassen zelf even los te laten en zich terug te trekken in zijn “little space” zoals hij het noemt.
Luiers dragen wordt over het algemeen als iets voor baby’s gezien. Volwassenen die ze moeten dragen, schamen zich daar meestal voor. Ik had nog nooit van de ABDL-community gehoord, maar ik vond Maxx zijn verhaal verfrissend. Ik begrijp hem, iedereen wil zich wel eens weer kind voelen. Terug naar een tijd waarin je nog weinig verplichtingen had en gewoon alles los kon laten. Letterlijk. Ik leg die link persoonlijk niet met een luier, maar begrijp waarom Maxx dat wel doet. Ik haal het kind in mij naar boven, door met een knuffel te kroelen of door een programma op te zoeken waar ik vroeger ook graag naar keek. Beugelbekkie bijvoorbeeld, dat werkt ontspannend.
De ABDL-community schijnt groot te zijn, maar leden van die community lopen niet met hun voorkeur te koop, bang voor vooroordelen. Ik moet toegeven dat toen ik over Adult Baby Diaper Lovers hoorde, ik ook eerst dacht aan iemand die zich het liefst helemaal als baby gedroeg, compleet met een speen. Dat kan, maar dat is voor Maxx niet het geval. Hij kan terugschakelen naar zijn volwassen zelf, wanneer hij maar wil. Erger vindt hij dat mensen denken dat Adult Baby Diaper Lovers pedofielen zijn. Zoals hij zelf zegt zijn er in elke community foute mensen te vinden, maar hij kijkt absoluut niet op zo’n manier naar kinderen.
Ik vind het dapper van Maxx dat hij bij Jurre zijn verhaal heeft gedaan. Openheid zorgt hopelijk voor begrip.
Mensen oordelen snel en dat zorgt voor angst. Ik herinner me de eerste keer dat Sintjin bleef slapen en dat ik lag te trillen in mijn bed, puur omdat hij mij in mijn luier zou zien. Sintjin zag het en kuste mijn zorgen weg. ‘Je draagt een luier, nou en? Als dat nou handig voor jou is.’
Sindsdien heb ik geen probleem meer met het feit dat ik een luier draag, maar sommige mensen wel. Luiers zijn er voor baby’s, voor oudere mensen die ze nodig hebben en nu blijken er ook mensen te zijn die het prettig vinden. Misschien snap je die behoefte niet, maar het laat zien dat ieder mens anders is en dat vind ik mooi.
Leven en laten leven, luister naar een ander en verbreed zo jouw horizon. Ik kan Jurre’s Date aan iedereen aanbevelen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 dag geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Little space

ABDL. Ik had nog nooit van deze afkorting gehoord, totdat ik naar de podcast Jurre’s Date luisterde. In deze podcast praat Jurre met mensen die je in het dagelijks leven niet vaak tegenkomt.
Afgelopen maandag sprak Jurre met Maxx, een Adult Baby Diaper Lover. Dat betekent voor Maxx dat hij het prettig vindt om een luier te dragen, omdat dit hem terugbrengt naar de geborgenheid van zijn driejarige ik. Vooral na de stress van zijn werk, vindt Maxx het fijn om zijn volwassen zelf even los te laten en zich terug te trekken in zijn “little space” zoals hij het noemt.
Luiers dragen wordt over het algemeen als iets voor baby’s gezien. Volwassenen die ze moeten dragen, schamen zich daar meestal voor. Ik had nog nooit van de ABDL-community gehoord, maar ik vond Maxx zijn verhaal verfrissend. Ik begrijp hem, iedereen wil zich wel eens weer kind voelen. Terug naar een tijd waarin je nog weinig verplichtingen had en gewoon alles los kon laten. Letterlijk. Ik leg die link persoonlijk niet met een luier, maar begrijp waarom Maxx dat wel doet. Ik haal het kind in mij naar boven, door met een knuffel te kroelen of door een programma op te zoeken waar ik vroeger ook graag naar keek. Beugelbekkie bijvoorbeeld, dat werkt ontspannend.
De ABDL-community schijnt groot te zijn, maar leden van die community lopen niet met hun voorkeur te koop, bang voor vooroordelen. Ik moet toegeven dat toen ik over Adult Baby Diaper Lovers hoorde, ik ook eerst dacht aan iemand die zich het liefst helemaal als baby gedroeg, compleet met een speen. Dat kan, maar dat is voor Maxx niet het geval. Hij kan terugschakelen naar zijn volwassen zelf, wanneer hij maar wil. Erger vindt hij dat mensen denken dat Adult Baby Diaper Lovers pedofielen zijn. Zoals hij zelf zegt zijn er in elke community foute mensen te vinden, maar hij kijkt absoluut niet op zo’n manier naar kinderen.
Ik vind het dapper van Maxx dat hij bij Jurre zijn verhaal heeft gedaan. Openheid zorgt hopelijk voor begrip.
Mensen oordelen snel en dat zorgt voor angst. Ik herinner me de eerste keer dat Sintjin bleef slapen en dat ik lag te trillen in mijn bed, puur omdat hij mij in mijn luier zou zien. Sintjin zag het en kuste mijn zorgen weg. ‘Je draagt een luier, nou en? Als dat nou handig voor jou is.’
Sindsdien heb ik geen probleem meer met het feit dat ik een luier draag, maar sommige mensen wel. Luiers zijn er voor baby’s, voor oudere mensen die ze nodig hebben en nu blijken er ook mensen te zijn die het prettig vinden. Misschien snap je die behoefte niet, maar het laat zien dat ieder mens anders is en dat vind ik mooi.
Leven en laten leven, luister naar een ander en verbreed zo jouw horizon. Ik kan Jurre’s Date aan iedereen aanbevelen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

5 mei

5 mei, de dag waarop wij vieren dat we vrij zijn. Maar... waarom voelt dat dit jaar niet zo?
De coronacrisis heeft onze vrijheid afgepakt: we moesten niet te dicht bij elkaar in de buurt komen, zoveel mogelijk thuisblijven. Nu worden sommige coronamaatregelen versoepeld en mensen reageren als een roedel hongerige wolven. Grommend, meer eisend, de regels die er nog zijn, negerend.
Mijn lief en ik hebben het afgelopen weekend voor het eerst in maanden weer eens op het terras gezeten. Hoe dat zo gekomen is, weet ik niet precies. Het stond in ieder geval niet in de planning, want het was behoorlijk fris. Maar we kennen allemaal het spreekwoord: als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Waarschijnlijk wilden we de sleur van het weekend doorbreken, zoals zoveel mensen en zijn als vanzelf aan zo’n tafeltje gaan zitten.
Een man die langs ons liep, snoof smalend. ‘Moet je dat stelletje bibberende schapen zien’, zei hij, ‘wat hebben ze het gezellig samen.’
Dat is nog iets wat de coronacrisis in ons naar boven heeft gebracht: wat begon als ‘één voor allen en allen voor één’ begint steeds meer op ‘ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’ te lijken. Toen we van het terras op weg naar huis waren, botsten Taeke en ik tegen een muur van mensen op Pratend en lachend blokkeerden zij de stoep en het fietspad en ik wist niet wat ik ermee aan moest. Uiteindelijk kreeg een dame ons in het oog en vroeg: ‘Moet je erlangs?’
Er werd een nauwe doorgang voor ons gecreëerd, maar ik kon de mensen onmogelijk op 1,5 meter afstand passeren. Maar zei ik daar iets van? Nee, dat durfde ik niet, bang voor felle reacties. Want mensen zijn fel, kijk maar op social media. RTL Nieuws plaatst een artikel over een feest dat uit de hand is gelopen en in de comments ontstaan twee kampen: het ene juicht de rebbelen toe terwijl het andere zegt dat we voorzichtig moeten zijn, omdat het coronavirus nog niet verslagen is. Waarop weer wordt gereageerd met de sneer: ‘Als het je niet zint, verstop je je maar thuis, net zoals alle andere ouderen en zwakkeren. De jongeren hebben lang genoeg binnen gezeten.’ Het zijn dit soort reacties waar ik de rillingen van krijg, omdat de woede van het scherm spat.
Mensen zijn de coronacrisis zat en dat snap ik, we willen allemaal onze vrijheid terug. Deze periode wordt door sommigen met de Tweede Wereldoorlog vergeleken, maar daar ben ik het niet mee eens. Zeker niet nu ik eindelijk aan ‘Het Achterhuis’ op Storytel begonnen ben.
Wij klagen over het feit dat we minder mogen, maar wij worden niet opgejaagd, hoeven niet jarenlang hutjemutje op elkaars lip te zitten. Bang om een geluid te maken, omdat dat misschien onze locatie kan verraden aan onze vijanden.
Terwijl Carice van Houten Anne’s dagboek aan mij voorlas, zag ik hoe Taeke het water indook, weer op het droge klom en keihard rondjes begon te rennen. Als dat niet de ultieme vorm van vrijheid is, weet ik het ook niet meer. Ik vind vrijheid in deze kleine geluksmomentjes.
Misschien, lieve lezer, vind je dat ik te hard over mensen oordeel. Weet dat ik niet vind dat iedereen de coronamaatregelen aan zijn laars lapt. Ik vind alleen dat vrijheid voor iedereen iets kostbaars is, waar voorzichtig mee moet worden omgegaan. Wees lief voor elkaar. Als we allemaal nog even volhouden, wordt ons leven vanzelf weer normaal.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 week geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

5 mei

5 mei, de dag waarop wij vieren dat we vrij zijn. Maar... waarom voelt dat dit jaar niet zo?
De coronacrisis heeft onze vrijheid afgepakt: we moesten niet te dicht bij elkaar in de buurt komen, zoveel mogelijk thuisblijven. Nu worden sommige coronamaatregelen versoepeld en mensen reageren als een roedel hongerige wolven. Grommend, meer eisend, de regels die er nog zijn, negerend.
Mijn lief en ik hebben het afgelopen weekend voor het eerst in maanden weer eens op het terras gezeten. Hoe dat zo gekomen is, weet ik niet precies. Het stond in ieder geval niet in de planning, want het was behoorlijk fris. Maar we kennen allemaal het spreekwoord: als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Waarschijnlijk wilden we de sleur van het weekend doorbreken, zoals zoveel mensen en zijn als vanzelf aan zo’n tafeltje gaan zitten.
Een man die langs ons liep, snoof smalend. ‘Moet je dat stelletje bibberende schapen zien’, zei hij, ‘wat hebben ze het gezellig samen.’
Dat is nog iets wat de coronacrisis in ons naar boven heeft gebracht: wat begon als ‘één voor allen en allen voor één’ begint steeds meer op ‘ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’ te lijken. Toen we van het terras op weg naar huis waren, botsten Taeke en ik tegen een muur van mensen op Pratend en lachend blokkeerden zij de stoep en het fietspad en ik wist niet wat ik ermee aan moest. Uiteindelijk kreeg een dame ons in het oog en vroeg: ‘Moet je erlangs?’
Er werd een nauwe doorgang voor ons gecreëerd, maar ik kon de mensen onmogelijk op 1,5 meter afstand passeren. Maar zei ik daar iets van? Nee, dat durfde ik niet, bang voor felle reacties. Want mensen zijn fel, kijk maar op social media. RTL Nieuws plaatst een artikel over een feest dat uit de hand is gelopen en in de comments ontstaan twee kampen: het ene juicht de rebbelen toe terwijl het andere zegt dat we voorzichtig moeten zijn, omdat het coronavirus nog niet verslagen is. Waarop weer wordt gereageerd met de sneer: ‘Als het je niet zint, verstop je je maar thuis, net zoals alle andere ouderen en zwakkeren. De jongeren hebben lang genoeg binnen gezeten.’ Het zijn dit soort reacties waar ik de rillingen van krijg, omdat de woede van het scherm spat.
Mensen zijn de coronacrisis zat en dat snap ik, we willen allemaal onze vrijheid terug. Deze periode wordt door sommigen met de Tweede Wereldoorlog vergeleken, maar daar ben ik het niet mee eens. Zeker niet nu ik eindelijk aan ‘Het Achterhuis’ op Storytel begonnen ben.
Wij klagen over het feit dat we minder mogen, maar wij worden niet opgejaagd, hoeven niet jarenlang hutjemutje op elkaars lip te zitten. Bang om een geluid te maken, omdat dat misschien onze locatie kan verraden aan onze vijanden.
Terwijl Carice van Houten Anne’s dagboek aan mij voorlas, zag ik hoe Taeke het water indook, weer op het droge klom en keihard rondjes begon te rennen. Als dat niet de ultieme vorm van vrijheid is, weet ik het ook niet meer. Ik vind vrijheid in deze kleine geluksmomentjes.
Misschien, lieve lezer, vind je dat ik te hard over mensen oordeel. Weet dat ik niet vind dat iedereen de coronamaatregelen aan zijn laars lapt. Ik vind alleen dat vrijheid voor iedereen iets kostbaars is, waar voorzichtig mee moet worden omgegaan. Wees lief voor elkaar. Als we allemaal nog even volhouden, wordt ons leven vanzelf weer normaal. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Heel mooi verwoord.

Volkomen gelijk !!

De Rijdende Columnist Schrijft:

Wippen

‘Als iemand mijn benen zou afhakken, zou ik ze niet missen.’ Ik was tien toen ik dit tegen mijn moeder zei en ze schrok zich rot. Maar het is waar: ik ben me vaak niet van mijn benen bewust. Dit komt doordat ik ze door een verminderde doorbloeding, minder goed voel. Ik constateer pas dat mijn benen koud zijn, als een warme waterstraal mijn huid raakt.
Vroeger gebruikte ik mijn benen vaker: ik duwde mijn heupen omhoog, zodat mijn verzorger mijn broek uit kon trekken en daarna werd ik op de wc gezet. Even wippen, noemde ik dat.
Nu draag ik overdag een luier, dus wip ik niet vaak meer. Daar kwam verandering in toen ik besloot om mijn sportschema aan te passen.
Afwisseling is belangrijk als je sport: de ene keer train je jouw armen, de volgende jouw benen. Ik had nooit gedacht dat ik de spieren van mijn benen kon versterken, totdat ik er spelenderwijs achter kwam dat het wel degelijk mogelijk was.
Ik had mijn zitting net achterover gekanteld om goed in mijn stoel te gaan zitten, toen ik een swingend nummer hoorde. Automatisch wipte ik op en neer, op de maat van de muziek. Aan het einde van het nummer was ik buiten adem, maar voelde het bloed duidelijk naar mijn benen stromen. Sinds deze leuke ontdekking, wissel ik de oefeningen met de gewichtjes, af met het trainen van mijn benen. ‘Waarom?’, vroeg een dame van de zorg.
Je gebruik je benen toch niet. Dat zei ze niet, maar ik kon het haar horen denken en ze heeft gelijk: ik gebruik mijn benen amper, maar waarom zou ik die spieren niet trainen? Ik vind de afwisseling leuk en misschien levert het me nog iets op. Je bent nooit te oud om je eigen lichaam opnieuw te ontdekken.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Wippen  
  
‘Als iemand mijn benen zou afhakken, zou ik ze niet missen.’ Ik was tien toen ik dit tegen mijn moeder zei en ze schrok zich rot. Maar het is waar: ik ben me vaak niet van mijn benen bewust. Dit komt doordat ik ze door een verminderde doorbloeding, minder goed voel. Ik constateer pas dat mijn benen koud zijn, als een warme waterstraal mijn huid raakt. 
Vroeger gebruikte ik mijn benen vaker: ik duwde mijn heupen omhoog, zodat mijn verzorger mijn broek uit kon trekken en daarna werd ik op de wc gezet. Even wippen, noemde ik dat.  
Nu draag ik overdag een luier, dus wip ik niet vaak meer. Daar kwam verandering in toen ik besloot om mijn sportschema aan te passen. 
Afwisseling is belangrijk als je sport: de ene keer train je jouw armen, de volgende jouw benen. Ik had nooit gedacht dat ik de spieren van mijn benen kon versterken, totdat ik er spelenderwijs achter kwam dat het wel degelijk mogelijk was. 
Ik had mijn zitting net achterover gekanteld om goed in mijn stoel te gaan zitten, toen ik een swingend nummer hoorde. Automatisch wipte ik op en neer, op de maat van de muziek. Aan het einde van het nummer was ik buiten adem, maar voelde het bloed duidelijk naar mijn benen stromen. Sinds deze leuke ontdekking, wissel ik de oefeningen met de gewichtjes, af met het trainen van mijn benen. ‘Waarom?’, vroeg een dame van de zorg.  
Je gebruik je benen toch niet. Dat zei ze niet, maar ik kon het haar horen denken en ze heeft gelijk: ik gebruik mijn benen amper, maar waarom zou ik die spieren niet trainen? Ik vind de afwisseling leuk en misschien levert het me nog iets op. Je bent nooit te oud om je eigen lichaam opnieuw te ontdekken. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Helemaal waar en goed dat je het doet. Doorstroming van je bloed is belangrijk. Veel plezier👊

Volgens mij ben je juist goed bezig. En op de foto te zien, geeft het je nog plezier ook!

De Rijdende Columnist Schrijft:

Het geheime tasje

Iedereen heeft wel een geheim laatje: een plek waar kinderen echt niet in mogen neuzen. Voor de meeste mensen is die plek het nachtkastje. Ik heb een nachtkastje, maar kan er moeilijk dingen in verstoppen, omdat hij ook door de mensen van de zorg gebruikt wordt. Wat doe je dan, als je ’s nachts dingen wilt doen, waar je geen hulp bij wilt hebben?
Ik heb een blauwe vriend, mijn maatje in de nacht. Het was voor mij een hele stap om zo’n ding te kopen, want waar moest ik hem verstoppen? Uiteindelijk stopte ik hem in mijn tasje, die ’s nachts altijd aan de papagaai boven mijn bed hangt. De tas was wat groot, dus geen haan die daarnaar kraaide. Wie had kunnen denken dat hondenbrokjes, alles zouden veranderen?
Beloningsbrokjes zijn essentieel als je een hulphond hebt, maar het is best lastig om een zakje brokjes overal mee naartoe te slepen. Doordat ik Bindi geen beloningsbrokjes mocht geven, was ik vergeten hoeveel ruimte zo’n zakje innam en ik vergat hem regelmatig.
‘Je moet een tasje zoeken met een vakje aan de voorkant voor de brokjes’, gaf de hulphondvrouw als tip, ‘dat scheelt een hoop gedoe.’
Het afgelopen weekend liep ik tegen het ideale model aan: smal en compact, met een vakje aan de voorkant.
‘Is die niet wat klein?’, vroeg Sintjin voorzichtig.
‘Welnee, waarom? Het tijdperk van de iPod is voorbij, ik neem tegenwoordig alleen nog maar mijn telefoon mee.’ Voordat Sintjin nog iets kon zeggen, had ik het tasje al gekocht.
Eenmaal thuis, begreep ik Sintjin’s stille hint: het tasje was net groot genoeg voor de brokjes en mijn telefoon, maar waar ging ik mijn blauwe vriend laten?
Taeke kwam er nieuwsgierig bij staan toen ik begon te passen en te meten en uiteindelijk kwamen we samen tot dezelfde conclusie: ‘Hij past wel in het brokjesgedeelte.’
Ik keek naar mijn vrolijk kwispelende vriend en glimlachte. ‘Nou ja, die heb jij toch op als we naar bed gaan. Probleem opgelost.’
Die avond heb ik de theorie direct uitgetest en kon een giechel niet onderdrukken toen ik mijn blauwe vriend iets boven het zakje uit zag steken. Het is misschien niet de perfecte oplossing, maar het werkt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

3 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Het geheime tasje

Iedereen heeft wel een geheim laatje: een plek waar kinderen echt niet in mogen neuzen. Voor de meeste mensen is die plek het nachtkastje. Ik heb een nachtkastje, maar kan er moeilijk dingen in verstoppen, omdat hij ook door de mensen van de zorg gebruikt wordt. Wat doe je dan, als je ’s nachts dingen wilt doen, waar je geen hulp bij wilt hebben?
Ik heb een blauwe vriend, mijn maatje in de nacht. Het was voor mij een hele stap om zo’n ding te kopen, want waar moest ik hem verstoppen? Uiteindelijk stopte ik hem in mijn tasje, die ’s nachts altijd aan de papagaai boven mijn bed hangt. De tas was wat groot, dus geen haan die daarnaar kraaide. Wie had kunnen denken dat hondenbrokjes, alles zouden veranderen?
Beloningsbrokjes zijn essentieel als je een hulphond hebt, maar het is best lastig om een zakje brokjes overal mee naartoe te slepen. Doordat ik Bindi geen beloningsbrokjes mocht geven, was ik vergeten hoeveel ruimte zo’n zakje innam en ik vergat hem regelmatig.
‘Je moet een tasje zoeken met een vakje aan de voorkant voor de brokjes’, gaf de hulphondvrouw als tip, ‘dat scheelt een hoop gedoe.’
Het afgelopen weekend liep ik tegen het ideale model aan: smal en compact, met een vakje aan de voorkant.
‘Is die niet wat klein?’, vroeg Sintjin voorzichtig.
‘Welnee, waarom? Het tijdperk van de iPod is voorbij, ik neem tegenwoordig alleen nog maar mijn telefoon mee.’ Voordat Sintjin nog iets kon zeggen, had ik het tasje al gekocht.
Eenmaal thuis, begreep ik Sintjin’s stille hint: het tasje was net groot genoeg voor de brokjes en mijn telefoon, maar waar ging ik mijn blauwe vriend laten?
Taeke kwam er nieuwsgierig bij staan toen ik begon te passen en te meten en uiteindelijk kwamen we samen tot dezelfde conclusie: ‘Hij past wel in het brokjesgedeelte.’
Ik keek naar mijn vrolijk kwispelende vriend en glimlachte. ‘Nou ja, die heb jij toch op als we naar bed gaan. Probleem opgelost.’
Die avond heb ik de theorie direct uitgetest en kon een giechel niet onderdrukken toen ik mijn blauwe vriend iets boven het zakje uit zag steken. Het is misschien niet de perfecte oplossing, maar het werkt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Die kop geweldig gewoon!

De Rijdende Columnist Schrijft:

Rondsnuffelen bij de mondhygiëniste - een column in de vorm van een brief aan Taeke

Dag, lieve Taeke,

Honden houden er niet van als hun tanden worden gepoetst en ik begrijp dat. Ik vind het ook niet fijn als iemand in mijn mond zit te wroeten. Of beter gezegd: mijn verhoogde kokhalsreflex kan daar niet tegen. Als kind had ik dat niet door, omdat ik een tandarts had die mijn spastische reacties als angst interpreteerde en daarom snel klaar was.
Tandartsen hoeven bij mij niet veel te doen, ik heb nog nooit een gaatje gehad. Het meeste werk komt op de schouders van de mondhygiëniste terecht. De laatste keer dat ik bij de beste vrouw was geweest, was alweer een halfjaar geleden, een paar dagen voordat jij bij mij kwam wonen.
De eerste keer dat ik jou meenam naar de praktijk van de tandheelkundige dames, was ik heel nerveus. Hoe zou jij je gaan gedragen? Maar de tandarts vond het goed dat jij aangelijnd bleef, ze kwam wel aan mijn linkerkant staan. Maar de mondhygiëniste wilde het anders: ‘Hij moet los.’
‘Wat? Maar de tandarts vond het goed als hij aangelijnd bleef.’
‘Ja, maar ik moet aan jouw rechterkant staan om bij mijn apparatuur te kunnen.’
Daar kon ik niets tegenin brengen, dus haalde ik mijn schouders op. ‘Prima, ik zal hem aflijnen en naast mij laten liggen, maar ik garandeer u dat dat niet zo blijft, deze ruimte is nieuw voor hem.’
Zoals ik al had verwacht, ging jij zodra jij los was op onderzoek uit, terwijl de mondhygiëniste en haar assistente angstvallig toekeken. Maar ik vond dat jij het voorbeeldig deed, gezien de omstandigheden. Je ging in ieder geval niet op jouw achterpoten staan om de instrumenten af te lebberen, dan waren ze pas echt gaan flippen.
Maar de assistente was er niet gerust op, ze bleef maar tegen jou brabbelen. ‘Jij kwijlt wel, hè?’, zei ze. ‘Nee, blijf maar daar, ga maar liggen. Niet mijn broek!’
‘Het helpt als u niet tegen hem praat’, zei ik terwijl ik mijn zitting kantelde, zodat de mondhygiëniste met de behandeling kon beginnen.
Zodra ik mijn mond opende, wist ik dat dit geen makkelijk halfuurtje ging worden: de mondhygiëniste hoefde maar in de buurt van mijn kiezen te komen en ik werd al misselijk. Om mezelf af te leiden, concentreerde ik me op jouw voetstappen: slof, slof, plof. Je lag. Totdat een golf van misselijkheid mij overspoelde en ik dacht: oh help, dit gaat niet goed.
In een flits had jij je langs de mondhygiëniste gewrongen, om jouw neus bezorgd tegen mijn wang te leggen. Gelukkig kon zij daar wel om lachen. ‘Ik doe jouw baasje echt geen kwaad hoor.’
Nee, maar ik ging wel bijna over mijn nek en dat had hij haarfijn door, dacht ik en zei tegen jou dat je weer moest gaan liggen. Dat deed je, maar wel met je kont, beschermend tegen mijn achterwiel. Iets wat de assistente minder leuk vond, omdat zij nu minder ruimte had, maar ik wel kon waarderen.

Op naar ons volgende bezoek aan de tandarts!

Liefs,

Robin
#derijdendecolumnist

Meer brieven aan Taeke lezen? Ik plaats er iedere vrijdag een op Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

4 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Rondsnuffelen bij de mondhygiëniste - een column in de vorm van een brief aan Taeke

Dag, lieve Taeke,

Honden houden er niet van als hun tanden worden gepoetst en ik begrijp dat. Ik vind het ook niet fijn als iemand in mijn mond zit te wroeten. Of beter gezegd: mijn verhoogde kokhalsreflex kan daar niet tegen. Als kind had ik dat niet door, omdat ik een tandarts had die mijn spastische reacties als angst interpreteerde en daarom snel klaar was. 
Tandartsen hoeven bij mij niet veel te doen, ik heb nog nooit een gaatje gehad. Het meeste werk komt op de schouders van de mondhygiëniste terecht. De laatste keer dat ik bij de beste vrouw was geweest, was alweer een halfjaar geleden, een paar dagen voordat jij bij mij kwam wonen.
De eerste keer dat ik jou meenam naar de praktijk van de tandheelkundige dames, was ik heel nerveus. Hoe zou jij je gaan gedragen? Maar de tandarts vond het goed dat jij aangelijnd bleef, ze kwam wel aan mijn linkerkant staan. Maar de mondhygiëniste wilde het anders: ‘Hij moet los.’
‘Wat? Maar de tandarts vond het goed als hij aangelijnd bleef.’
‘Ja, maar ik moet aan jouw rechterkant staan om bij mijn apparatuur te kunnen.’
Daar kon ik niets tegenin brengen, dus haalde ik mijn schouders op. ‘Prima, ik zal hem aflijnen en naast mij laten liggen, maar ik garandeer u dat dat niet zo blijft, deze ruimte is nieuw voor hem.’
Zoals ik al had verwacht, ging jij zodra jij los was op onderzoek uit, terwijl de mondhygiëniste en haar assistente angstvallig toekeken. Maar ik vond dat jij het voorbeeldig deed, gezien de omstandigheden. Je ging in ieder geval niet op jouw achterpoten staan om de instrumenten af te lebberen, dan waren ze pas echt gaan flippen.
Maar de assistente was er niet gerust op, ze bleef maar tegen jou brabbelen. ‘Jij kwijlt wel, hè?’, zei ze. ‘Nee, blijf maar daar, ga maar liggen. Niet mijn broek!’
‘Het helpt als u niet tegen hem praat’, zei ik terwijl ik mijn zitting kantelde, zodat de mondhygiëniste met de behandeling kon beginnen.
Zodra ik mijn mond opende, wist ik dat dit geen makkelijk halfuurtje ging worden: de mondhygiëniste hoefde maar in de buurt van mijn kiezen te komen en ik werd al misselijk. Om mezelf af te leiden, concentreerde ik me op jouw voetstappen: slof, slof, plof. Je lag. Totdat een golf van misselijkheid mij overspoelde en ik dacht: oh help, dit gaat niet goed. 
In een flits had jij je langs de mondhygiëniste gewrongen, om jouw neus bezorgd tegen mijn wang te leggen. Gelukkig kon zij daar wel om lachen. ‘Ik doe jouw baasje echt geen kwaad hoor.’
Nee, maar ik ging wel bijna over mijn nek en dat had hij haarfijn door, dacht ik en zei tegen jou dat je weer moest gaan liggen. Dat deed je, maar wel met je kont, beschermend tegen mijn achterwiel. Iets wat de assistente minder leuk vond, omdat zij nu minder ruimte had, maar ik wel kon waarderen. 

Op naar ons volgende bezoek aan de tandarts!

Liefs,

Robin
#derijdendecolumnist

Meer brieven aan Taeke lezen? Ik plaats er iedere vrijdag een op Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Lieve Robin, mooi stukje blijf schrijven...

Trouwe Taeke, leuk stukje

De Rijdende Columnist Schrijft:

Spring Blues

Ik heb een hele lieve jobcoach die mij elke vrijdag belt. Deels omdat zij mij op de hoogte wil houden over hoe de jacht op leuk vrijwilligerswerk vordert, maar ook omdat ze wil weten hoe het met mij gaat. ‘Het wisselt’, was mijn eerlijke antwoord, ‘de ene dag valt beter dan de andere.’
‘Dat snap ik, je hebt de laatste tijd ook heel wat op je bordje gekregen’, was haar meelevende reactie. ‘Maar hé, het is lente! De dagen worden langer en lichter, dat zal je vast goeddoen.’
De lach die uit mijn mond kwam, klonk als de korte blaf van een hond, waar een verbaasd ‘Niet?’ op volgde.
‘De lente was Bindi’s favoriete seizoen.’
‘Oh…’
Ik viel stil, niet wetend of ik verder moest gaan, kijkend naar mijn terras met de narcissen, zachtjes heen en weer wiegend in de wind. Bindi lag daar graag in de zon, te genieten van alle geurtjes die haar kant op kwamen. Ik kon weggaan, terugkomen en dan lag zij daar nog steeds, kijkend naar mij alsof ze zeggen wilde: je denkt toch niet dat ik naar binnen kom? Ik lig prima hier. Ongeveer een week geleden dacht ik haar vanuit mijn ooghoek op het terras te zien, draaide me razendsnel om, maar natuurlijk lag ze er niet.
Pijnlijker was de ervaring die daarna kwam: ik was half wakker toen ik de schim van een hond naast mijn bed zag staan. Ik voelde Taeke’s warmte op mijn voeten, dus hij kon het niet zijn. ‘Bindi?’
De schim kwam dichterbij en ik rook Bindi’s geur, kon haar neus bijna tegen mijn wang voelen duwen. Bijna. Ik durfde niet te bewegen, niet te kijken, wetend dat als ik dat zou doen, zij weg zou zijn. Wel stak ik mijn hand uit, hopend dat ik haar dikke, krullende vacht zou voelen. Maar natuurlijk greep ik in het niets. ‘Ik mis je’, fluisterde ik zacht.
Dat was het moment waarop Taeke wakker werd, mijn tranen zag en die teder weg likte.
Ik heb veel op mijn bordje gekregen, daar heeft mijn jobcoach gelijk in. Het gaat niet alleen om Bindi. Xamber, de hond van mijn vader, is er ook niet meer. Het vrolijke duo is samen naar de hemelpoort gegaan en met hun vertrek, is er een definitief einde gekomen aan het laatste hoofdstuk uit mijn jeugd. Dat voelt leeg en naar.
Ik verlang terug naar de vertrouwde dingen en dan heb ik het niet alleen over onmogelijkheden, zoals nog een laatste wandeling met Bindi. Ik zou zo graag weer een ouderwetse vriendinnen-dag met Ayesha willen hebben: samen lunchen, wandelen, roddelen en lachen om slechte films. Maar zij revalideert in Heliomare en ik sta thuis in de wachtstand.
Heb ik last van een lentedip? Ik noem het eerder de Spring Blues: ik kom de dagen prima door, maar zo nu en dan klinken er verdrietige klanken, waardoor ik even stil moet blijven staan.
De held in dit verhaal is Taeke, die mij vrolijk door alle moeilijke momenten heen sleept. Bij hem kan ik huilen, maar hij haalt ook het kind in mij naar boven, door in het Park van Luna joelend te doen wie het hardste kan.
De Spring Blues voelt vervelend, maar zolang ik de vrolijke klanken nog kan horen, weet ik dat het allemaal wel goed komt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Spring Blues 

Ik heb een hele lieve jobcoach die mij elke vrijdag belt. Deels omdat zij mij op de hoogte wil houden over hoe de jacht op leuk vrijwilligerswerk vordert, maar ook omdat ze wil weten hoe het met mij gaat. ‘Het wisselt’, was mijn eerlijke antwoord, ‘de ene dag valt beter dan de andere.’
‘Dat snap ik, je hebt de laatste tijd ook heel wat op je bordje gekregen’, was haar meelevende reactie. ‘Maar hé, het is lente! De dagen worden langer en lichter, dat zal je vast goeddoen.’
De lach die uit mijn mond kwam, klonk als de korte blaf van een hond, waar een verbaasd ‘Niet?’ op volgde.
‘De lente was Bindi’s favoriete seizoen.’
‘Oh…’
Ik viel stil, niet wetend of ik verder moest gaan, kijkend naar mijn terras met de narcissen, zachtjes heen en weer wiegend in de wind. Bindi lag daar graag in de zon, te genieten van alle geurtjes die haar kant op kwamen. Ik kon weggaan, terugkomen en dan lag zij daar nog steeds, kijkend naar mij alsof ze zeggen wilde: je denkt toch niet dat ik naar binnen kom? Ik lig prima hier. Ongeveer een week geleden dacht ik haar vanuit mijn ooghoek op het terras te zien, draaide me razendsnel om, maar natuurlijk lag ze er niet.
Pijnlijker was de ervaring die daarna kwam: ik was half wakker toen ik de schim van een hond naast mijn bed zag staan. Ik voelde Taeke’s warmte op mijn voeten, dus hij kon het niet zijn. ‘Bindi?’
De schim kwam dichterbij en ik rook Bindi’s geur, kon haar neus bijna tegen mijn wang voelen duwen. Bijna. Ik durfde niet te bewegen, niet te kijken, wetend dat als ik dat zou doen, zij weg zou zijn. Wel stak ik mijn hand uit, hopend dat ik haar dikke, krullende vacht zou voelen. Maar natuurlijk greep ik in het niets. ‘Ik mis je’, fluisterde ik zacht.
Dat was het moment waarop Taeke wakker werd, mijn tranen zag en die teder weg likte.
Ik heb veel op mijn bordje gekregen, daar heeft mijn jobcoach gelijk in. Het gaat niet alleen om Bindi. Xamber, de hond van mijn vader, is er ook niet meer. Het vrolijke duo is samen naar de hemelpoort gegaan en met hun vertrek, is er een definitief einde gekomen aan het laatste hoofdstuk uit mijn jeugd. Dat voelt leeg en naar.
Ik verlang terug naar de vertrouwde dingen en dan heb ik het niet alleen over onmogelijkheden, zoals nog een laatste wandeling met Bindi. Ik zou zo graag weer een ouderwetse vriendinnen-dag met Ayesha willen hebben: samen lunchen, wandelen, roddelen en lachen om slechte films. Maar zij revalideert in Heliomare en ik sta thuis in de wachtstand.
Heb ik last van een lentedip? Ik noem het eerder de Spring Blues: ik kom de dagen prima door, maar zo nu en dan klinken er verdrietige klanken, waardoor ik even stil moet blijven staan.
De held in dit verhaal is Taeke, die mij vrolijk door alle moeilijke momenten heen sleept. Bij hem kan ik huilen, maar hij haalt ook het kind in mij naar boven, door in het Park van Luna joelend te doen wie het hardste kan.
De Spring Blues voelt vervelend, maar zolang ik de vrolijke klanken nog kan horen, weet ik dat het allemaal wel goed komt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Wat mooi dat je dit bespreekbaar maakt! Ik denk dat er met jou heel veel mensen in een vergelijkbare situatie zitten. Durf het uit te spreken!

Wat geweldig goed geschreven 😘

Kreeg er tranen van in de ogen Robin

De Rijdende Columnist Schrijft:

Liefde

Liefde komt in alle soorten en maten. Wat was ik verbaasd toen ik las dat het pas twintig jaar geleden is dat de eerste homohuwelijken werden gesloten! Ik had gedacht dat zoiets normaals, al veel eerder had gemogen.
Ik was een jaar of tien toen mijn neef met zijn partner trouwde. In mijn jeugd waren wij best close. Mijn neef was de enige in mijn familie – afgezien van mijn ouders – die mij ooit verzorgd heeft. Ik vond het vaak ongemakkelijk als iemand mij op deze intieme manier moest helpen, maar hij stelde me gerust. We waren twee buitenbeentjes, die lol konden hebben samen. Ik wist niet dat hij homo was, maar toen ik het hoorde, haalde ik mijn schouders op. Fijn voor hem, ik was blij dat hij gelukkig was.
Ik was niet bij het huwelijk van mijn neef aanwezig, volgens mij was de locatie niet rolstoeltoegankelijk, maar mijn vader was er wel. Hij vertelde over de vrolijke speech die hij voor het stel had gehouden en ik moest glimlachen. Ik had niets anders van mijn vader verwacht.
Ik ben open over wat ik denk en voel, maar dat is niet in heel mijn familie zo. Ik weet nog dat ik Sintjin meenam naar een familiediner en dat iedereen nieuwsgierig keek, maar niemand reageerde. Behalve mijn neef. Onder de tafel vormde hij met zijn vingers een hart en keek mij vragend aan. Ik reageerde door stralend te knikken, wat mij een vrolijke duim opleverde.
Liefde is liefde. Veel vrouwen en mannen zijn gelukkig met elkaar getrouwd, maar ik heb het gevoel dat we er nog niet zijn. Er zit nog veel lading op het woord ‘homo’ omdat het nog dikwijls als scheldwoord wordt gebruikt. Ik giet mijn reactie hierop in een spreekwoord, dat ik normaal gesproken nooit gebruik: lieve mensen, doe normaal, dan doe je al gek genoeg.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Liefde 

Liefde komt in alle soorten en maten. Wat was ik verbaasd toen ik las dat het pas twintig jaar geleden is dat de eerste homohuwelijken werden gesloten! Ik had gedacht dat zoiets normaals, al veel eerder had gemogen.
Ik was een jaar of tien toen mijn neef met zijn partner trouwde. In mijn jeugd waren wij best close. Mijn neef was de enige in mijn familie – afgezien van mijn ouders – die mij ooit verzorgd heeft. Ik vond het vaak ongemakkelijk als iemand mij op deze intieme manier moest helpen, maar hij stelde me gerust. We waren twee buitenbeentjes, die lol konden hebben samen. Ik wist niet dat hij homo was, maar toen ik het hoorde, haalde ik mijn schouders op. Fijn voor hem, ik was blij dat hij gelukkig was.
Ik was niet bij het huwelijk van mijn neef aanwezig, volgens mij was de locatie niet rolstoeltoegankelijk, maar mijn vader was er wel. Hij vertelde over de vrolijke speech die hij voor het stel had gehouden en ik moest glimlachen. Ik had niets anders van mijn vader verwacht.
Ik ben open over wat ik denk en voel, maar dat is niet in heel mijn familie zo. Ik weet nog dat ik Sintjin meenam naar een familiediner en dat iedereen nieuwsgierig keek, maar niemand reageerde. Behalve mijn neef. Onder de tafel vormde hij met zijn vingers een hart en keek mij vragend aan. Ik reageerde door stralend te knikken, wat mij een vrolijke duim opleverde.
Liefde is liefde. Veel vrouwen en mannen zijn gelukkig met elkaar getrouwd, maar ik heb het gevoel dat we er nog niet zijn. Er zit nog veel lading op het woord ‘homo’ omdat het nog dikwijls als scheldwoord wordt gebruikt. Ik giet mijn reactie hierop in een spreekwoord, dat ik normaal gesproken nooit gebruik: lieve mensen, doe normaal, dan doe je al gek genoeg.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Prikwangen

Oma zei eens tegen mij: ‘Je hoeft me niet te zoenen als je dat niet wilt, hoor. Ik weet dat ik prikwangen heb.’
Veel vrouwen weten wat er met prikwangen wordt bedoeld: ongewenste haren op wangen en kin. Op mijn vijftiende wist ik dat ik prikwangen had, maar stond er niet echt bij stil, totdat ik werd gezoend.
Mijn toenmalige vriendje kuste me, deinsde achteruit en zei: ‘Daar zit een haar!’
‘Oh. Ja, dat kan, dat heb ik vaker.’
‘Maar meisjes horen daar geen haren te hebben!’
Dat moment, de afschuw in zijn ogen, de walging in zijn stem, zal ik nooit meer vergeten.
‘Ik kan er niets aan doen’, probeerde ik de situatie te redden, ‘ik word ook bijna nooit ongesteld. Ik denk dat ik gewoon meer mannelijke, dan vrouwelijke hormonen in mijn lichaam heb.’
‘Dus je kunt ook geen kinderen krijgen?’, fluisterde hij.
‘Nee, dat denk ik niet, nee.’
Op dat moment ging de schoolbel en nam de jongen waar ik zo verliefd op was, de benen, mij verslagen achterlatend. Gek hoe een paar woorden, je zelfbeeld voorgoed kunnen veranderen, maar dat is precies wat er gebeurde: ik weigerde nog naar mezelf in de spiegel te kijken, zeker niet toen mijn harige probleempje bekend werd en kinderen mij manwijf begonnen te noemen.
Ik heb het getreiter lang voor mezelf gehouden, maar toen mijn moeder het toch doorkreeg, heeft ze er alles aan gedaan om de ongewenste haren voorgoed te laten verdwijnen. Helaas zonder succes, waardoor alleen epileren en harsen overbleven. Eerst hielp mijn moeder mij daarbij, daarna mijn kapster en uiteindelijk ben ik zelf met een pincet aan de slag gegaan. Iets wat best lastig is voor iemand met spasme. Waarom doe ik het dan, wat maken die paar extra haren uit? Het zijn die paar extra haren die het onzekere, vijftienjarige meisje weer naar boven halen. Dat wilde ik niet en dus klungelde ik door.
Ik wist dat er epileerapparaten voor mijn probleemgebieden bestaan, maar er eentje aanschaffen was een hele stap. Dat doen betekende toegeven dat de pincet niet voldoende werkte en dat vond ik moeilijk. Het was de opmerking “Robin, je hebt een haar op je kin, het is een grijze” die mij toch over de streep trok.
Vriendlief Sintjin heeft me geholpen met het in elkaar zetten van het apparaat en keek zelfs toe, terwijl ik hem voor het eerst gebruikte. ‘Doet het zeer?’, vroeg hij. ‘Volgens mij staat hij best hard.’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Het doet niet meer zeer als de pincet.’
Nog geen twee minuten later was ik klaar en kon ik niet stoppen met voelen. ‘Er zit echt helemaal niets meer.’
Sintjin stond op en gaf me een knuffel. ‘Je bent echt blij, hè?’
Giechelend verstopte ik mijn gezicht in zijn trui. Sintjin zegt altijd dat die extra haren hem niets uit maken en ik geloof hem. Ik heb het epileerapparaat voor mezelf gekocht, zodat ik met een trots opgeheven hoofd over straat kan.
Verander nooit voor een ander, verander voor jezelf. Het nieuwe epileren werkt en de veranderingen zijn niet alleen fysiek, maar zeker mentaal. Ik had dit apparaat jaren eerder moeten kopen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Prikwangen 

Oma zei eens tegen mij: ‘Je hoeft me niet te zoenen als je dat niet wilt, hoor. Ik weet dat ik prikwangen heb.’
Veel vrouwen weten wat er met prikwangen wordt bedoeld: ongewenste haren op wangen en kin. Op mijn vijftiende wist ik dat ik prikwangen had, maar stond er niet echt bij stil, totdat ik werd gezoend. 
Mijn toenmalige vriendje kuste me, deinsde achteruit en zei: ‘Daar zit een haar!’
‘Oh. Ja, dat kan, dat heb ik vaker.’
‘Maar meisjes horen daar geen haren te hebben!’
Dat moment, de afschuw in zijn ogen, de walging in zijn stem, zal ik nooit meer vergeten. 
‘Ik kan er niets aan doen’, probeerde ik de situatie te redden, ‘ik word ook bijna nooit ongesteld. Ik denk dat ik gewoon meer mannelijke, dan vrouwelijke hormonen in mijn lichaam heb.’
‘Dus je kunt ook geen kinderen krijgen?’, fluisterde hij.
‘Nee, dat denk ik niet, nee.’
Op dat moment ging de schoolbel en nam de jongen waar ik zo verliefd op was, de benen, mij verslagen achterlatend. Gek hoe een paar woorden, je zelfbeeld voorgoed kunnen veranderen, maar dat is precies wat er gebeurde: ik weigerde nog naar mezelf in de spiegel te kijken, zeker niet toen mijn harige probleempje bekend werd en kinderen mij manwijf begonnen te noemen.
Ik heb het getreiter lang voor mezelf gehouden, maar toen mijn moeder het toch doorkreeg, heeft ze er alles aan gedaan om de ongewenste haren voorgoed te laten verdwijnen. Helaas zonder succes, waardoor alleen epileren en harsen overbleven. Eerst hielp mijn moeder mij daarbij, daarna mijn kapster en uiteindelijk ben ik zelf met een pincet aan de slag gegaan. Iets wat best lastig is voor iemand met spasme. Waarom doe ik het dan, wat maken die paar extra haren uit? Het zijn die paar extra haren die het onzekere, vijftienjarige meisje weer naar boven halen. Dat wilde ik niet en dus klungelde ik door.
Ik wist dat er epileerapparaten voor mijn probleemgebieden bestaan, maar er eentje aanschaffen was een hele stap. Dat doen betekende toegeven dat de pincet niet voldoende werkte en dat vond ik moeilijk. Het was de opmerking “Robin, je hebt een haar op je kin, het is een grijze” die mij toch over de streep trok.
Vriendlief Sintjin heeft me geholpen met het in elkaar zetten van het apparaat en keek zelfs toe, terwijl ik hem voor het eerst gebruikte. ‘Doet het zeer?’, vroeg hij. ‘Volgens mij staat hij best hard.’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Het doet niet meer zeer als de pincet.’
Nog geen twee minuten later was ik klaar en kon ik niet stoppen met voelen. ‘Er zit echt helemaal niets meer.’
Sintjin stond op en gaf me een knuffel. ‘Je bent echt blij, hè?’
Giechelend verstopte ik mijn gezicht in zijn trui. Sintjin zegt altijd dat die extra haren hem niets uit maken en ik geloof hem. Ik heb het epileerapparaat voor mezelf gekocht, zodat ik met een trots opgeheven hoofd over straat kan. 
Verander nooit voor een ander, verander voor jezelf. Het nieuwe epileren werkt en de veranderingen zijn niet alleen fysiek, maar zeker mentaal. Ik had dit apparaat jaren eerder moeten kopen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Liefffff

Geweldig!