Robin Corbee en Annelies Spaargaren zijn de vaste columnisten van Schoorl Community.

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

De Rijdende Columnist Schrijft:

Vertellingen in het oude Raadhuis

Mijn vader en ik houden ons allebei met woorden bezig: ik schrijf en hij vertelt.
Pap zong vroeger ook zelfgeschreven liederen. Ik herinner me dat ik die liedjes vroeger op de wc zong, als ik me moest ontspannen. Bijvoorbeeld “Vader, ach, laat dat nou!” De klassenassistente raakte daar behoorlijk van in de war.
Maar het grootste talent van mijn vader is verhalen vertellen. Griezelverhalen. Hij schrijft ze nooit op, maar geeft het verhaal door aan zijn luisteraars, zodat zij daar hun eigen versie van kunnen maken. Ik kan mij twee van deze vertellingen herinneren: ‘De Gevaarlijke Slaapzak’ en ‘De Bijzondere Vreters.’
‘De Bijzondere Vreters’ gaat over een eetclub bestaande uit vijf mannen, die elkaar iedere maand uitdagen om de meest exotische gerechten klaar te maken. Op een avond blijft er nog een culinair over: kannibalisme.
Ik heb het verhaal van ‘De Bijzondere Vreters’ twee keer verteld: de eerste keer in een spookhotel in Schotland en de tweede keer in een bibliotheek, voor een groep kinderen en hun ouders. De eerste keer stond er een schaal met botten voor me voor het effect, de tweede keer moest ik het met een appel doen, die ik langzaam in stukjes sneed, terwijl ik vertelde. De kinderen gaven geen kik, maar hun ouders konden kreetjes van afschuw niet onderdrukken. Het hielp ook niet dat ik regelmatig zat te hakkelen en stukjes van het verhaal vergat.
Tja, ik herhaal nog maar eens dat ik geen verteller ben, maar mijn vader is dat wel en na jaren van stilte, gaat hij dit opnieuw doen! In het oude raadhuis van stichting Verwondering 1601 aan Duinweg 3 Schoorl start hij vanaf 22 oktober en iedere volgende vrijdagavond om 22.00 uur tot 23.00 uur in een winterse periode tot 31 December 2021 BADTIMEstories. Voor het slapengaan een heftige vertelling van zijn hand. Allemaal geïmproviseerd, dus geen enkel verhaal is ooit hetzelfde. Reserveren kan voor maximaal 15 personen voor maximaal 15 euro. Inclusief slaapmuts. Het geld gaat direct in de kas van de stichting voor de huur. Reserveren op hpcorbee01@gmail.com.
Helaas zal ik zelf deze avonden moeten missen, maar pap heeft beloofd dat hij de nieuwe verhalen zal vertellen, als hij bij mij komt eten. Wie weet, misschien komen de ingrediënten daarvan, in mijn verhalen terecht.

Deze foto is in Schotland gemaakt, toen ik mezelf klaarmaakte om aan ‘De Bijzondere Vreters’ te beginnen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

6 dagen geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Vertellingen in het oude Raadhuis

Mijn vader en ik houden ons allebei met woorden bezig: ik schrijf en hij vertelt.
Pap zong vroeger ook zelfgeschreven liederen. Ik herinner me dat ik die liedjes vroeger op de wc zong, als ik me moest ontspannen. Bijvoorbeeld “Vader, ach, laat dat nou!” De klassenassistente raakte daar behoorlijk van in de war.
Maar het grootste talent van mijn vader is verhalen vertellen. Griezelverhalen. Hij schrijft ze nooit op, maar geeft het verhaal door aan zijn luisteraars, zodat zij daar hun eigen versie van kunnen maken. Ik kan mij twee van deze vertellingen herinneren: ‘De Gevaarlijke Slaapzak’ en ‘De Bijzondere Vreters.’
‘De Bijzondere Vreters’ gaat over een eetclub bestaande uit vijf mannen, die elkaar iedere maand uitdagen om de meest exotische gerechten klaar te maken. Op een avond blijft er nog een culinair over: kannibalisme. 
Ik heb het verhaal van ‘De Bijzondere Vreters’ twee keer verteld: de eerste keer in een spookhotel in Schotland en de tweede keer in een bibliotheek, voor een groep kinderen en hun ouders. De eerste keer stond er een schaal met botten voor me voor het effect, de tweede keer moest ik het met een appel doen, die ik langzaam in stukjes sneed, terwijl ik vertelde. De kinderen gaven geen kik, maar hun ouders konden kreetjes van afschuw niet onderdrukken. Het hielp ook niet dat ik regelmatig zat te hakkelen en stukjes van het verhaal vergat.
 Tja, ik herhaal nog maar eens dat ik geen verteller ben, maar mijn vader is dat wel en na jaren van stilte, gaat hij dit opnieuw doen! In het oude raadhuis van stichting Verwondering 1601 aan Duinweg 3 Schoorl start hij vanaf 22 oktober en iedere volgende vrijdagavond om 22.00 uur tot 23.00 uur in een winterse periode tot 31 December 2021 BADTIMEstories. Voor het slapengaan een heftige vertelling van zijn hand. Allemaal geïmproviseerd, dus geen enkel verhaal is ooit hetzelfde. Reserveren kan voor maximaal 15 personen voor maximaal 15 euro. Inclusief slaapmuts. Het geld gaat direct in de kas van de stichting voor de huur. Reserveren op hpcorbee01@gmail.com.
Helaas zal ik zelf deze avonden moeten missen, maar pap heeft beloofd dat hij de nieuwe verhalen zal vertellen, als hij bij mij komt eten. Wie weet, misschien komen de ingrediënten daarvan, in mijn verhalen terecht.

Deze foto is in Schotland gemaakt, toen ik mezelf klaarmaakte om aan ‘De Bijzondere Vreters’ te beginnen. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Taeke en de spin

Ik hou van de herfst: ik geniet van de geuren en de kleuren en heb al een keer moeten remmen voor een egeltje, die de weg overstak. Maar in deze tijd van het jaar komen er ook dieren tevoorschijn waar ik minder van hou: spinnen.
Mijn angst voor spinnen is ontstaan toen ik een jaar of acht was, toen er op een rustige zondagochtend, een zwarte, harige spin bovenaan een muur zat. De muur waar mijn bed tegenaan stond. Ik verstopte me steeds dieper onder de deken, maar kon desondanks mijn ogen niet van het beest af houden. Pap durfde ik niet te roepen, bang dat hij boos zou worden, omdat het nog zo vroeg was.
Toen mijn vader uiteindelijk mijn kamer binnenkwam, pakte hij de spin zonder aarzeling beet en gooide hem naar buiten. Ik kan zijn lijfje nog horen kraken…
Tegenwoordig tolereer ik spinnen: ze mogen best mijn huis bezoeken en op het plafond komen chillen, zolang ze niet dichterbij komen. Dan heb ik het over kleine spinnetjes, grote, harige exemplaren, zijn nog steeds niet toegestaan.
De dames van de zorg weten dat ik spastisch kan reageren als het om spinnen gaat, dus proberen zij mij zo nodig te waarschuwen. Zo ook dinsdagochtend.
‘Robin, niet schrikken, maar… Oh, hij is al weg.’
‘Waar heb je het over?’
‘Niets, laat maar.’
Taeke stond op uit zijn mand en begon geïnteresseerd rondjes om mijn bed te lopen. Vanuit mijn liggende positie, kon ik alleen zijn vrolijk kwispelende staart zien. Op een gegeven moment probeerde hij zelfs onder het bed te duiken, iets wat hij nog nooit eerder had gedaan.
‘Wat is hij in godsnaam aan het doen?’
‘Niets bijzonders, Taeke is gewoon erg nieuwsgierig naar de spin die net uit jouw bed is gevallen.’
‘Wát?’
‘Relax, hij zit niet meer bij je in bed, hij zit eronder en Taeke bestudeert hem nu. Of hij probeert hem op te eten, dat is mij niet helemaal duidelijk.’ De dame van de zorg lachte. ‘Het ziet er best schattig uit, alsof hij een natuurdocumentaire aan het bekijken is. Wacht, ik laat het je zien.’ Ze pakte mijn telefoon, bukte en maakte een foto.
Het kiekje zorgde voor een glimlach op mijn gezicht.
Toen ik in mijn stoel zat, had Taeke het spinnetje onder mijn bed vandaan gekregen, maar het was mij niet helemaal duidelijk wat hij ermee wilde. Eerst besnuffelde hij hem, daarna plette hij hem met zijn poot, wat het diertje wonder boven wonder overleefde. Daarna probeerde Taeke hem op te eten en spuugde hem weer uit: de spin leefde nog steeds.
‘Ach, verlos hem uit zijn lijden, dit is zielig.’
Taeke wist niet hoe dat moest, dus nam de dame van de zorg die taak op zich. Ik hoop dat Taeke dit in de toekomst leert, dan hoef ik mij nooit meer druk te maken. Nu mept hij spinnen knock-out, wat een goed begin is. Ik kan zonder angst de herfst in. Hoop ik.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Taeke en de spin

Ik hou van de herfst: ik geniet van de geuren en de kleuren en heb al een keer moeten remmen voor een egeltje, die de weg overstak. Maar in deze tijd van het jaar komen er ook dieren tevoorschijn waar ik minder van hou: spinnen.
Mijn angst voor spinnen is ontstaan toen ik een jaar of acht was, toen er op een rustige zondagochtend, een zwarte, harige spin bovenaan een muur zat. De muur waar mijn bed tegenaan stond. Ik verstopte me steeds dieper onder de deken, maar kon desondanks mijn ogen niet van het beest af houden. Pap durfde ik niet te roepen, bang dat hij boos zou worden, omdat het nog zo vroeg was. 
Toen mijn vader uiteindelijk mijn kamer binnenkwam, pakte hij de spin zonder aarzeling beet en gooide hem naar buiten. Ik kan zijn lijfje nog horen kraken…
Tegenwoordig tolereer ik spinnen: ze mogen best mijn huis bezoeken en op het plafond komen chillen, zolang ze niet dichterbij komen. Dan heb ik het over kleine spinnetjes, grote, harige exemplaren, zijn nog steeds niet toegestaan.
De dames van de zorg weten dat ik spastisch kan reageren als het om spinnen gaat, dus proberen zij mij zo nodig te waarschuwen. Zo ook dinsdagochtend.
‘Robin, niet schrikken, maar… Oh, hij is al weg.’
‘Waar heb je het over?’
‘Niets, laat maar.’
Taeke stond op uit zijn mand en begon geïnteresseerd rondjes om mijn bed te lopen. Vanuit mijn liggende positie, kon ik alleen zijn vrolijk kwispelende staart zien. Op een gegeven moment probeerde hij zelfs onder het bed te duiken, iets wat hij nog nooit eerder had gedaan.
‘Wat is hij in godsnaam aan het doen?’
‘Niets bijzonders, Taeke is gewoon erg nieuwsgierig naar de spin die net uit jouw bed is gevallen.’
‘Wát?’
‘Relax, hij zit niet meer bij je in bed, hij zit eronder en Taeke bestudeert hem nu. Of hij probeert hem op te eten, dat is mij niet helemaal duidelijk.’ De dame van de zorg lachte. ‘Het ziet er best schattig uit, alsof hij een natuurdocumentaire aan het bekijken is. Wacht, ik laat het je zien.’ Ze pakte mijn telefoon, bukte en maakte een foto.
Het kiekje zorgde voor een glimlach op mijn gezicht.
Toen ik in mijn stoel zat, had Taeke het spinnetje onder mijn bed vandaan gekregen, maar het was mij niet helemaal duidelijk wat hij ermee wilde. Eerst besnuffelde hij hem, daarna plette hij hem met zijn poot, wat het diertje wonder boven wonder overleefde. Daarna probeerde Taeke hem op te eten en spuugde hem weer uit: de spin leefde nog steeds.
‘Ach, verlos hem uit zijn lijden, dit is zielig.’
Taeke wist niet hoe dat moest, dus nam de dame van de zorg die taak op zich. Ik hoop dat Taeke dit in de toekomst leert, dan hoef ik mij nooit meer druk te maken. Nu mept hij spinnen knock-out, wat een goed begin is. Ik kan zonder angst de herfst in. Hoop ik.  
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Boekencrisis

Ik was vroeger “het meisje met een boek op haar blad.” Waar ik ook naartoe ging – naar school, de tandarts of later, werk – er ging een boek mee. Zelfs tijdens een wandeling met Bindi, mocht een boek niet ontbreken. Dat was niet altijd even handig, ik herinner me een wandeling waarbij mijn boek op de grond viel. Het was een dikke pil van zo’n 500 pagina’s en na drie pogingen lukte het Bindi om hem op te rapen. De blik die ze mij toewierp… Ze was duidelijk niet blij met me.
Ik maakte ook gebruik van luisterboeken, vooral voor het slapengaan. Maar alles veranderde zodra ik Storytel had ontdekt. Opeens had ik duizenden boeken op zak die ik kon beluisteren, terwijl ik de hond uitliet! En ik was niet de enige die de voordelen van het luisterboek begon in te zien. Een tijdje geleden werd ik gebeld door Inge van Hulphond Nederland, terwijl ik Taeke liet rennen in het park. Een beetje nerveus nam ik op, niet wetend wat ik kon verwachten. ‘Hallo?’
‘Hoi, Robin. Jij beluistert veel luisterboeken, toch?’
Die had ik niet aan zien komen. ‘Eh, ja, dat klopt.’
‘Nou, ik denk dat ik dat ook maar eens moet gaan uitproberen, maar weet niet precies waar ik moet beginnen.’
Dus vertelde ik haar over Storytel, blij verrast dat ik de vrouw die mij ooit wegwijs had gemaakt in de wereld van de hulphonden, nu kon introduceren in de wereld van de luisterboeken. Voor zover ik weet is ze nog steeds een tevreden luisteraar, samen met nog vijf anderen die ik met het luisterboekenvirus heb aangestoken.
Betekent mijn liefde voor luisterboeken, dat ik helemaal geen fysieke boeken meer lees? Mijn eerlijke antwoord is dat ik dat wil en probeer, maar dat het niet altijd lukt. Vorige week bijvoorbeeld. Ik had nog een dikke pil liggen die al maanden naar me lonkte, ‘De Verminkte Koning.’ Toen ik het boek kocht, wist ik dat de kans groot was dat dit op een fiasco zou uitlopen. Ik hou van de verhalen die dikke boeken verbergen, maar ik kan ze moeilijk vasthouden, laat staan voor langere tijd openhouden. Daarom belanden de dikkere boeken die ik koop, vaak half gelezen terug in de boekenkast. Zo ook ‘De Verminkte Koning.’ Ik kon wel janken.
Sintjin merkte mijn frustratie op. ‘Is daar geen luisterboek van?’, vroeg hij.
‘Als dat zo was, had ik het boek niet gekocht’, snauwde ik terug.
‘Oké, rustig.’
‘Ik ben niet rustig! Ik kan het boek niet luisteren, dus wil ik het lezen, maar dat lukt me niet. Ik ben boos. Niet op jou, maar op mijn eigen lijf.’
Sintjin reageerde niet, maar ik zag zijn vingers over het scherm van zijn telefoon dansen. ‘De onlinebibliotheek heeft hem’, zei hij na een tijdje, ‘als E-book.’
‘Je weet hoe ik over E-books denk, ik hou er niet van om van een scherm af te moeten lezen.’
‘Dat weet ik, maar probeer het nou, misschien verras je jezelf.’
Ik liet mezelf overhalen en nog geen twee dagen later meldde ik fluisterend: ‘Uit.’
Sintjin keek verrast op van zijn laptop. ‘Uit? Dat boek van meer dan vijfhonderd pagina’s, heb je nu binnen twee dagen uit?’
Ik haalde lichtjes mijn schouders op.
‘Maar dat is geweldig! Dat is top, toch? Waarom kijk je dan niet blij?’
Ik reed naar mijn boekenkasten en keek naar de vele boeken die op hun planken op mij stonden te wachten. ‘Weet je hoeveel boeken ik gepakt heb om ze later weer terug te zetten, omdat het lezen fysiek gezien te veel gedoe was? Ik probeer het later nog wel eens, dacht ik. Nu lees ik zo’n dikke pil via mijn mobiel in een wip uit, weet je hoe frustrerend dat wel niet is?’
‘Dat kan ik me voorstellen.’ Sintjin stond op en gaf een zoen op mijn wang.
Irritant genoeg voelde ik dat mijn ogen begonnen te prikken. ‘Wat moet ik nou? Betekent dit dat ik al mijn boeken weg kan doen en volledig op de digitale toer moet gaan? Dat wil ik niet. Ik ben al het buitenbeentje bij mijn boekenvrienden, die een boek willen vasthouden, het papier willen ruiken…’
Doe niet zo gek, die boeken horen hier.’ Sintjin kwam voor me staan. ‘Hou jij er ook nog steeds van om aan boeken te snuffelen?’
‘Natuurlijk’, ik snifte ongelukkig, ‘daarom zit ik nu in een boekencrisis.’
‘Maar dat hoeft helemaal niet, vooral door blijven snuffelen! Dit betekent alleen dat je jezelf drie vragen moet stellen als je een leuk boek ziet. Namelijk: kan ik het boek makkelijk hanteren? Is er een luisterboek van en zo niet, dan ga je op zoek naar het E-book? Zo verbreed je alleen maar je eigen horizon.’
Ik grinnikte. ‘Voor een boekenleek zeg jij best wijze dingen, wist je dat?’

De volgende dag vond ik in de Stumpel een prachtig dun boek, vol vertellingen en adembenemende platen. Ik had het binnen een dag uit en heb het direct aan een vriendin doorgegeven.
Sintjin heeft gelijk: er is niets mis mee om je horizon te verbreden. Het meisje met het boek op haar blad, zit nog steeds in me. Het boek zit nu alleen in mijn telefoon.
En wat de boeken in mijn kast betreft, die blijven waar ze zijn. Want mijn boekenvrienden hebben gelijk: ik zou de geur van bedrukt papier niet willen missen. Boeken horen bij mij, net zoals Sintjin en Taeke.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

3 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Boekencrisis 

Ik was vroeger “het meisje met een boek op haar blad.” Waar ik ook naartoe ging – naar school, de tandarts of later, werk – er ging een boek mee. Zelfs tijdens een wandeling met Bindi, mocht een boek niet ontbreken. Dat was niet altijd even handig, ik herinner me een wandeling waarbij mijn boek op de grond viel. Het was een dikke pil van zo’n 500 pagina’s en na drie pogingen lukte het Bindi om hem op te rapen. De blik die ze mij toewierp… Ze was duidelijk niet blij met me.
Ik maakte ook gebruik van luisterboeken, vooral voor het slapengaan. Maar alles veranderde zodra ik Storytel had ontdekt. Opeens had ik duizenden boeken op zak die ik kon beluisteren, terwijl ik de hond uitliet! En ik was niet de enige die de voordelen van het luisterboek begon in te zien. Een tijdje geleden werd ik gebeld door Inge van Hulphond Nederland, terwijl ik Taeke liet rennen in het park. Een beetje nerveus nam ik op, niet wetend wat ik kon verwachten. ‘Hallo?’
‘Hoi, Robin. Jij beluistert veel luisterboeken, toch?’
Die had ik niet aan zien komen. ‘Eh, ja, dat klopt.’
‘Nou, ik denk dat ik dat ook maar eens moet gaan uitproberen, maar weet niet precies waar ik moet beginnen.’
Dus vertelde ik haar over Storytel, blij verrast dat ik de vrouw die mij ooit wegwijs had gemaakt in de wereld van de hulphonden, nu kon introduceren in de wereld van de luisterboeken. Voor zover ik weet is ze nog steeds een tevreden luisteraar, samen met nog vijf anderen die ik met het luisterboekenvirus heb aangestoken.
Betekent mijn liefde voor luisterboeken, dat ik helemaal geen fysieke boeken meer lees? Mijn eerlijke antwoord is dat ik dat wil en probeer, maar dat het niet altijd lukt. Vorige week bijvoorbeeld. Ik had nog een dikke pil liggen die al maanden naar me lonkte, ‘De Verminkte Koning.’ Toen ik het boek kocht, wist ik dat de kans groot was dat dit op een fiasco zou uitlopen. Ik hou van de verhalen die dikke boeken verbergen, maar ik kan ze moeilijk vasthouden, laat staan voor langere tijd openhouden. Daarom belanden de dikkere boeken die ik koop, vaak half gelezen terug in de boekenkast. Zo ook ‘De Verminkte Koning.’ Ik kon wel janken.
Sintjin merkte mijn frustratie op. ‘Is daar geen luisterboek van?’, vroeg hij.
‘Als dat zo was, had ik het boek niet gekocht’, snauwde ik terug.
‘Oké, rustig.’
‘Ik ben niet rustig! Ik kan het boek niet luisteren, dus wil ik het lezen, maar dat lukt me niet. Ik ben boos. Niet op jou, maar op mijn eigen lijf.’
Sintjin reageerde niet, maar ik zag zijn vingers over het scherm van zijn telefoon dansen. ‘De onlinebibliotheek heeft hem’, zei hij na een tijdje, ‘als E-book.’
‘Je weet hoe ik over E-books denk, ik hou er niet van om van een scherm af te moeten lezen.’
‘Dat weet ik, maar probeer het nou, misschien verras je jezelf.’
Ik liet mezelf overhalen en nog geen twee dagen later meldde ik fluisterend: ‘Uit.’
Sintjin keek verrast op van zijn laptop. ‘Uit? Dat boek van meer dan vijfhonderd pagina’s, heb je nu binnen twee dagen uit?’
Ik haalde lichtjes mijn schouders op.
‘Maar dat is geweldig! Dat is top, toch? Waarom kijk je dan niet blij?’
Ik reed naar mijn boekenkasten en keek naar de vele boeken die op hun planken op mij stonden te wachten. ‘Weet je hoeveel boeken ik gepakt heb om ze later weer terug te zetten, omdat het lezen fysiek gezien te veel gedoe was? Ik probeer het later nog wel eens, dacht ik. Nu lees ik zo’n dikke pil via mijn mobiel in een wip uit, weet je hoe frustrerend dat wel niet is?’
‘Dat kan ik me voorstellen.’ Sintjin stond op en gaf een zoen op mijn wang.
Irritant genoeg voelde ik dat mijn ogen begonnen te prikken. ‘Wat moet ik nou? Betekent dit dat ik al mijn boeken weg kan doen en volledig op de digitale toer moet gaan? Dat wil ik niet. Ik ben al het buitenbeentje bij mijn boekenvrienden, die een boek willen vasthouden, het papier willen ruiken…’
Doe niet zo gek, die boeken horen hier.’ Sintjin kwam voor me staan. ‘Hou jij er ook nog steeds van om aan boeken te snuffelen?’
‘Natuurlijk’, ik snifte ongelukkig, ‘daarom zit ik nu in een boekencrisis.’
‘Maar dat hoeft helemaal niet, vooral door blijven snuffelen! Dit betekent alleen dat je jezelf drie vragen moet stellen als je een leuk boek ziet. Namelijk: kan ik het boek makkelijk hanteren? Is er een luisterboek van en zo niet, dan ga je op zoek naar het E-book? Zo verbreed je alleen maar je eigen horizon.’
Ik grinnikte. ‘Voor een boekenleek zeg jij best wijze dingen, wist je dat?’

De volgende dag vond ik in de Stumpel een prachtig dun boek, vol vertellingen en adembenemende platen. Ik had het binnen een dag uit en heb het direct aan een vriendin doorgegeven.
Sintjin heeft gelijk: er is niets mis mee om je horizon te verbreden. Het meisje met het boek op haar blad, zit nog steeds in me. Het boek zit nu alleen in mijn telefoon. 
En wat de boeken in mijn kast betreft, die blijven waar ze zijn. Want mijn boekenvrienden hebben gelijk: ik zou de geur van bedrukt papier niet willen missen. Boeken horen bij mij, net zoals Sintjin en Taeke.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Beste De rijdende Columnist. Ik lees je stukjes vaak met veel plezier. Maar deze trok gelijk mijn aandacht. Ik snap jou helemaal. Ik heb ook jaren gezegd. Ik wil alleen echte boeken lezen. En van een scherm lezen is niet fijn. Maar mijn handen, ik heb artrose, vinden een boek vasthouden niet fijn. Ik heb nu al jaren een e-reader, met backlite. En kan nu overal lezen. Geen pijnlijke handen meer en heerlijk genieten. En mis ik de gedrukte boeken?Ja, soms wel. Heerlijk zo’n boek in je handen. Er in bladeren, er aan ruiken. Maar de frustratie, van niet door kunnen lezen, terwijl je zo graag wil, omdat alles pijn doet. Nee, die mis ik niet. Lezen is genieten. Wegduiken in een andere wereld. Je verliezen in een verhaal. Heerlijk. Geniet lekker van die mooie leesmomenten. Liefs van een mede lezer. ❤️

Beste De Rijdende Columnist. Bedankt voor dit prachtige verhaal. Ik lees dat je het boek vanaf je mobiel hebt gelezen. Dat heb ik vroeger ook wel geprobeerd maar ik vind het scherm zo glimmen en dus niet prettig om vanaf te lezen. Dus als ik een boek lees dan gebruik ik een e-reader, echt dat is een aanrader. Waar ik regelmatig naar luister zijn podcasts. Misschien is dat ook leuk voor jou. Hieronder een aantal die de moeite waard zijn. klara.be/debourgondiers klara.be/de-zonnekoning-0 klara.be/tag/napoleon-met-johan-op-de-beeck

De Rijdende Columnist Schrijft:

Bijrol

Het is fijn om iemand zoals jij, op tv te zien. Helaas zijn mensen met een beperking op dat vlak, in de minderheid. Oké, dat is niet helemaal waar, er zijn populaire programma’s, zoals ‘Je Zal Het Maar Hebben’ en ‘Down met Johnny.’ In deze programma’s staat de beperking centraal en hoewel dit natuurlijk top is, zou ik die focus graag willen vergroten. Iemand is namelijk meer dan zijn beperking.
In de soap ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ belandt iemand regelmatig in een rolstoel. Voor even, geef het een paar maanden en het personage loopt weer vrolijk rond. Ik heb GTST zelfs een keer gemaild, met de vraag of dat niet anders kon. Door iemand met een beperking in Meerdijk te laten wonen, zouden ze het denkbeeld van hun kijkers kunnen veranderen. Tot mijn eigen verbazing, ontving ik een antwoord.
De redactie van GTST was heel beleefd. Mijn vraag was begrijpelijk, schreven ze. Maar ik moest inzien dat het hier om een soap ging, waar een ‘wederopstanding’ heel normaal is. Ik denk dat ze vaker deze vraag hebben gehad, want tegenwoordig loopt personage Bing met een kunstbeen rond. Ik had liever iemand met een echte beperking in de soap gezien, maar dit was een stap in de juiste richting.
Ik dacht dat de wereld er nog niet klaar voor was om iemand met een beperking in een “normale” rol te plaatsen. Totdat ik dit weekend besloot om de serie ‘Sex Education’ op Netflix te verslinden. Ik had dit al eens eerder gedaan, maar omdat er net een nieuw seizoen was verschenen, wilde ik mijn geheugen even opfrissen.
‘Sex Education’ gaat over een groep tieners die naar school gaan en tegelijkertijd hun seksualiteit proberen te ontdekken. In het tweede seizoen maken we kennis met Isaac, een jongeman die in een rolstoel zit en samen met zijn broer, in een stacaravan woont. De eerste keer dat ik hem zag, dacht ik ‘Goh, wat speelt hij goed!’ Maar nu ik het seizoen voor de tweede keer bekeek, vielen mij andere dingen op.
‘Volgens mij speelt hij het niet.’
‘Hè?’ Sintjin schudde verward zijn hoofd. ‘Waar heb je het over?’
‘Ik denk niet dat hij speelt dat hij beperkt is. Kijk naar zijn lichaamsbouw en hoe hij zijn handen houdt: dat is bijna niet te faken.’
Sintjin fronste zijn wenkbrauwen. ‘Het kan wel hoor. Volgens mij is hij gewoon een hele goede acteur.’
Ik schudde mijn hoofd, begon te Googlen en kwam zo bij een interview met acteur George Robinson. ‘Ik heb gelijk! Hij raakte verlamd na een rugbyongeluk!’
Ik lachte opgetogen. ‘Dit is geweldig! Niet dat hij dat ongeluk heeft gehad natuurlijk, maar dat hij deze rol heeft. Hij speelt gewoon een verliefde jongeman, zijn rolstoel heeft een bijrol.’
Ik had niet verwacht dat ik zo blij zou zijn dat een rolstoeler, een bijrol heeft in een populaire serie. Maar dat ben ik wel, want het laat de waarheid zien: dat onze beperking voor de meeste van ons, een bijrol heeft in ons leven, niet de hoofdrol.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft op Facebook
... Bekijk meerBekijk minder

4 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Bijrol 

Het is fijn om iemand zoals jij, op tv te zien. Helaas zijn mensen met een beperking op dat vlak, in de minderheid. Oké, dat is niet helemaal waar, er zijn populaire programma’s, zoals ‘Je Zal Het Maar Hebben’ en ‘Down met Johnny.’ In deze programma’s staat de beperking centraal en hoewel dit natuurlijk top is, zou ik die focus graag willen vergroten. Iemand is namelijk meer dan zijn beperking.
In de soap ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ belandt iemand regelmatig in een rolstoel. Voor even, geef het een paar maanden en het personage loopt weer vrolijk rond. Ik heb GTST zelfs een keer gemaild, met de vraag of dat niet anders kon. Door iemand met een beperking in Meerdijk te laten wonen, zouden ze het denkbeeld van hun kijkers kunnen veranderen. Tot mijn eigen verbazing, ontving ik een antwoord. 
De redactie van GTST was heel beleefd. Mijn vraag was begrijpelijk, schreven ze. Maar ik moest inzien dat het hier om een soap ging, waar een ‘wederopstanding’ heel normaal is. Ik denk dat ze vaker deze vraag hebben gehad, want tegenwoordig loopt personage Bing met een kunstbeen rond. Ik had liever iemand met een echte beperking in de soap gezien, maar dit was een stap in de juiste richting. 
Ik dacht dat de wereld er nog niet klaar voor was om iemand met een beperking in een “normale” rol te plaatsen. Totdat ik dit weekend besloot om de serie ‘Sex Education’ op Netflix te verslinden. Ik had dit al eens eerder gedaan, maar omdat er net een nieuw seizoen was verschenen, wilde ik mijn geheugen even opfrissen.
‘Sex Education’ gaat over een groep tieners die naar school gaan en tegelijkertijd hun seksualiteit proberen te ontdekken. In het tweede seizoen maken we kennis met Isaac, een jongeman die in een rolstoel zit en samen met zijn broer, in een stacaravan woont. De eerste keer dat ik hem zag, dacht ik ‘Goh, wat speelt hij goed!’ Maar nu ik het seizoen voor de tweede keer bekeek, vielen mij andere dingen op.
‘Volgens mij speelt hij het niet.’
‘Hè?’ Sintjin schudde verward zijn hoofd. ‘Waar heb je het over?’
‘Ik denk niet dat hij speelt dat hij beperkt is. Kijk naar zijn lichaamsbouw en hoe hij zijn handen houdt: dat is bijna niet te faken.’
Sintjin fronste zijn wenkbrauwen. ‘Het kan wel hoor. Volgens mij is hij gewoon een hele goede acteur.’
Ik schudde mijn hoofd, begon te Googlen en kwam zo bij een interview met acteur George Robinson. ‘Ik heb gelijk! Hij raakte verlamd na een rugbyongeluk!’
Ik lachte opgetogen. ‘Dit is geweldig! Niet dat hij dat ongeluk heeft gehad natuurlijk, maar dat hij deze rol heeft. Hij speelt gewoon een verliefde jongeman, zijn rolstoel heeft een bijrol.’
Ik had niet verwacht dat ik zo blij zou zijn dat een rolstoeler, een bijrol heeft in een populaire serie. Maar dat ben ik wel, want het laat de waarheid zien: dat onze beperking voor de meeste van ons, een bijrol heeft in ons leven, niet de hoofdrol.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft op Facebook

Reactie op Facebook

Weer een leuk/mooi stukje om te lezen! Wat een super leuke/mooie foto van jullie! 😍

De Rijdende Columnist Schrijft

Duckface

Het is september, wat voor mij betekent dat de nieuwe stagiaires zijn gearriveerd. Jonge mensen die mij in mijn blote kont zien, mij wassen, aankleden en in mijn dagelijks leven helpen. Zoiets blijft ongemakkelijk, geef het nog een paar jaar en ik ben oud genoeg om hun moeder te zijn. De gevreesde zin: ‘Help, ik word oud!’ ligt steeds vaker op de loer.
Om dat ongemak op afstand te houden, helpt het om raakvlakken te zoeken. Dit jaar is dat makkelijk: de ene stagiaire houdt van Disney en de andere van musicals. Bingo! Het helpt ook dat ik meerdere interesses heb. Vaak tref ik hondenliefhebbers, soms een lezer of we hebben een favoriete serie met elkaar gemeen. We hebben nu iemand bij ons in het team die uit Schoorl komt en mij herkende als het meisje van de Duinstreek. Krak, het ijs was direct gebroken.
Maar soms tref je iemand waar je geen klik mee hebt en dan wordt de situatie een stuk ongemakkelijker, want ook van deze mensen moet ik hulp accepteren. Zoals nog niet zo lang geleden, toen mijn stoel het niet meer deed en ik droop van het regenwater. Ik kon geen kant meer op, moest in bed worden gelegd en droge kleren aan.
De stagiaire die binnenkwam, overzag de situatie verbaasd. ‘Is je stoel stuk?’
‘Ja.’
‘Oh, dus wat nu?’
Ik vertelde hem mijn plan van aanpak, maar de stagiaire kwam niet in beweging. ‘Heb je al een monteur gebeld?’, vroeg hij.
‘Dat heeft weinig zin, het is na zessen. Zelfs als ik de noodmonteur te pakken krijg, zegt hij dat hij morgen langskomt. Ik ben immers thuis en verkeer niet in acuut gevaar.’
‘Oh.’ Een korte stilte, gevolgd door: ‘Maar je gaat de monteur morgen wel bellen?’
Als Sintjin mij op dat moment niet waarschuwend had aangekeken, was ik mijn geduld verloren. ‘Ja, doe ik.’
‘Moet je echt doen hoor, anders kan je het hele weekend niks en moet jouw hond steeds door iemand anders worden uitgelaten.’
Sintjin kreunde en mijn emmer met geduld viel met een klap om. ‘Denk je dat ik dat niet weet?! Ik ben nog een keer zo oud als jij en heb dit al talloze keren meegemaakt. Weet je wat er morgen gaat gebeuren? Ik bel de monteur, hij vraagt of ik veilig thuis ben, ik zeg ja, waarop hij antwoord: ‘Dat is fijn, mevrouwtje. Dan komt er maandag iemand langs om uw stoel te maken, want dit is geen echte spoed.’ Ik haalde diep adem. ‘Maar ja, ik zal de meneer de monteur morgen zeker bellen. Het enige wat jij nu hoeft te doen, is mij in bed leggen en mij uit deze koude kleren helpen. Wil je dat doen, alsjeblieft?’
De stagiaire was een beetje pips rond zijn neus, maar deed wel wat ik vroeg. Ik gaf hem mijn telefoon aan en hoorde een bekende ping. Het leek erop dat ik per ongeluk iets op Facebook had gezet, dus controleerde ik mijn tijdlijn. Niets, gelukkig. Vals alarm.
Sintjin controleerde zijn telefoon en zijn wangen kleurden lichtrood. ‘Eh, Robin… Je hebt wel iets op Facebook gezet.’
‘Hè, wat dan? Ik zie niets.’
‘Bij je verhalen. Het is die foto die jij mij laatst stuurde, in bed. Kijk zelf maar.’
Ik wist vaag dat Facebook een verhalenfunctie had, ik had het zelf echter nog nooit gebruikt. Niet bewust, tenminste. Ik keek en kon een kreet van afschuw niet onderdrukken. Ik zag mezelf in bed, met een net wakker-kapsel, terwijl ik met getuite lippen de camera in keek. Het dekbed bedekte mijn lichaam, maar mijn schouders waren ontbloot, zodat het overduidelijk was dat ik onder de deken, poedeltje naakt was.
‘Het eerste verhaal dat je plaatst, komt in de spotlight te staan’, voegde Sintjin daar behulpzaam aan toe.
‘Dat helpt niet!’, riep ik schril. ‘Sintjin, die foto was voor jou bedoeld, niet om aan de hele wereld te laten zien! God, ik lig naakt in bed en maak een duckface! Die foto moet weg, nu!’
‘Ik zou niet weten hoe. Jij bent de Facebook-expert, niet ik. Het enige dat ik weet, is dat zo’n verhaal 24 uur online blijft staan en daarna weer verdwijnt.’
‘Nogmaals, daar heb ik niets aan! En hoezo ben ik de Facebook-expert? Dit ging per ongeluk, ik zou niet weten hoe ik het moet verwijderen!’
‘Ik wel’, onderbrak de stagiaire mij zacht. ‘Mag ik?’
‘Ja. Ja, alsjeblieft.’
En met twee, misschien drie tikken op het scherm van mijn telefoon, had hij aan mijn nachtmerrie een einde gemaakt. ‘Zo, weg. De duckface viel wel mee hoor, vond ik. Je lag in bed, maar je zag niet echt dat je… je weet wel.’
‘Dankjewel. Echt, bedankt.’
‘Geen probleem.’ Hij leek even te twijfelen en zei toen: ‘Het is mijn laatste dag vandaag.’
‘Oh.’ Nu voelde ik me nog rotter. ‘Zeg, het spijt me van net, ik schoot te ver uit mijn slof.’
‘Neuh, ik dramde door. Ga je het redden zo?’
‘Ik denk het wel.’
‘Oké. Nou, dan ga ik maar. Succes met je rolstoel.’
De deur viel in het slot en ik verstopte me onder de deken. Het duurde even voordat Sintjin en Taeke mij er onderuit hadden gelokt. ‘Ik was een fel kreng’, kreunde ik.
‘Ja, maar hij had ook best wat subtieler mogen zijn’, zei Sintjin lachend.
‘Dit was de eerste keer dat ik het dacht’, ging ik fluisterend verder.
‘Dat je wat dacht?’
‘Help, ik word oud! Ik wist echt niet wat ik moest doen, weet je wel hoe gênant het is dat je iemand die je er verbaal van langs hebt gegeven, alsnog om hulp moet smeken?’
‘Ach, bekijk het zo: je ziet hem na vandaag waarschijnlijk toch nooit meer terug. Laat het los.’
Dat probeer ik, maar ik ga sindsdien zorgvuldiger om met de foto’s die ik maak, bewaar en verstuur. Je bent immers nooit te oud om te leren
Dus, lieve lezer, als je de behoefte voelt om een duckface naar iemand te sturen, doe dit dan liever niet in bed. En hou alsjeblieft je kleren aan!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft

Duckface 

Het is september, wat voor mij betekent dat de nieuwe stagiaires zijn gearriveerd. Jonge mensen die mij in mijn blote kont zien, mij wassen, aankleden en in mijn dagelijks leven helpen. Zoiets blijft ongemakkelijk, geef het nog een paar jaar en ik ben oud genoeg om hun moeder te zijn. De gevreesde zin: ‘Help, ik word oud!’ ligt steeds vaker op de loer. 
Om dat ongemak op afstand te houden, helpt het om raakvlakken te zoeken. Dit jaar is dat makkelijk: de ene stagiaire houdt van Disney en de andere van musicals. Bingo! Het helpt ook dat ik meerdere interesses heb. Vaak tref ik hondenliefhebbers, soms een lezer of we hebben een favoriete serie met elkaar gemeen. We hebben nu iemand bij ons in het team die uit Schoorl komt en mij herkende als het meisje van de Duinstreek. Krak, het ijs was direct gebroken.
Maar soms tref je iemand waar je geen klik mee hebt en dan wordt de situatie een stuk ongemakkelijker, want ook van deze mensen moet ik hulp accepteren. Zoals nog niet zo lang geleden, toen mijn stoel het niet meer deed en ik droop van het regenwater. Ik kon geen kant meer op, moest in bed worden gelegd en droge kleren aan.
De stagiaire die binnenkwam, overzag de situatie verbaasd. ‘Is je stoel stuk?’
‘Ja.’
‘Oh, dus wat nu?’
Ik vertelde hem mijn plan van aanpak, maar de stagiaire kwam niet in beweging. ‘Heb je al een monteur gebeld?’, vroeg hij.
‘Dat heeft weinig zin, het is na zessen. Zelfs als ik de noodmonteur te pakken krijg, zegt hij dat hij morgen langskomt. Ik ben immers thuis en verkeer niet in acuut gevaar.’ 
‘Oh.’ Een korte stilte, gevolgd door: ‘Maar je gaat de monteur morgen wel bellen?’
Als Sintjin mij op dat moment niet waarschuwend had aangekeken, was ik mijn geduld verloren. ‘Ja, doe ik.’
‘Moet je echt doen hoor, anders kan je het hele weekend niks en moet jouw hond steeds door iemand anders worden uitgelaten.’
Sintjin kreunde en mijn emmer met geduld viel met een klap om. ‘Denk je dat ik dat niet weet?! Ik ben nog een keer zo oud als jij en heb dit al talloze keren meegemaakt. Weet je wat er morgen gaat gebeuren? Ik bel de monteur, hij vraagt of ik veilig thuis ben, ik zeg ja, waarop hij antwoord: ‘Dat is fijn, mevrouwtje. Dan komt er maandag iemand langs om uw stoel te maken, want dit is geen echte spoed.’ Ik haalde diep adem. ‘Maar ja, ik zal de meneer de monteur morgen zeker bellen. Het enige wat jij nu hoeft te doen, is mij in bed leggen en mij uit deze koude kleren helpen. Wil je dat doen, alsjeblieft?’
De stagiaire was een beetje pips rond zijn neus, maar deed wel wat ik vroeg. Ik gaf hem mijn telefoon aan en hoorde een bekende ping. Het leek erop dat ik per ongeluk iets op Facebook had gezet, dus controleerde ik mijn tijdlijn. Niets, gelukkig. Vals alarm.
Sintjin controleerde zijn telefoon en zijn wangen kleurden lichtrood. ‘Eh, Robin… Je hebt wel iets op Facebook gezet.’
‘Hè, wat dan? Ik zie niets.’
‘Bij je verhalen. Het is die foto die jij mij laatst stuurde, in bed. Kijk zelf maar.’
Ik wist vaag dat Facebook een verhalenfunctie had, ik had het zelf echter nog nooit gebruikt. Niet bewust, tenminste. Ik keek en kon een kreet van afschuw niet onderdrukken. Ik zag mezelf in bed, met een net wakker-kapsel, terwijl ik met getuite lippen de camera in keek. Het dekbed bedekte mijn lichaam, maar mijn schouders waren ontbloot, zodat het overduidelijk was dat ik onder de deken, poedeltje naakt was.
‘Het eerste verhaal dat je plaatst, komt in de spotlight te staan’, voegde Sintjin daar behulpzaam aan toe.
‘Dat helpt niet!’, riep ik schril. ‘Sintjin, die foto was voor jou bedoeld, niet om aan de hele wereld te laten zien! God, ik lig naakt in bed en maak een duckface! Die foto moet weg, nu!’
‘Ik zou niet weten hoe. Jij bent de Facebook-expert, niet ik. Het enige dat ik weet, is dat zo’n verhaal 24 uur online blijft staan en daarna weer verdwijnt.’
‘Nogmaals, daar heb ik niets aan! En hoezo ben ik de Facebook-expert? Dit ging per ongeluk, ik zou niet weten hoe ik het moet verwijderen!’
‘Ik wel’, onderbrak de stagiaire mij zacht. ‘Mag ik?’
‘Ja. Ja, alsjeblieft.’
En met twee, misschien drie tikken op het scherm van mijn telefoon, had hij aan mijn nachtmerrie een einde gemaakt. ‘Zo, weg. De duckface viel wel mee hoor, vond ik. Je lag in bed, maar je zag niet echt dat je… je weet wel.’
‘Dankjewel. Echt, bedankt.’
‘Geen probleem.’ Hij leek even te twijfelen en zei toen: ‘Het is mijn laatste dag vandaag.’
‘Oh.’ Nu voelde ik me nog rotter. ‘Zeg, het spijt me van net, ik schoot te ver uit mijn slof.’
‘Neuh, ik dramde door. Ga je het redden zo?’
‘Ik denk het wel.’
‘Oké. Nou, dan ga ik maar. Succes met je rolstoel.’
De deur viel in het slot en ik verstopte me onder de deken. Het duurde even voordat Sintjin en Taeke mij er onderuit hadden gelokt. ‘Ik was een fel kreng’, kreunde ik.
‘Ja, maar hij had ook best wat subtieler mogen zijn’, zei Sintjin lachend. 
‘Dit was de eerste keer dat ik het dacht’, ging ik fluisterend verder.
‘Dat je wat dacht?’
‘Help, ik word oud! Ik wist echt niet wat ik moest doen, weet je wel hoe gênant het is dat je iemand die je er verbaal van langs hebt gegeven, alsnog om hulp moet smeken?’
‘Ach, bekijk het zo: je ziet hem na vandaag waarschijnlijk toch nooit meer terug. Laat het los.’
Dat probeer ik, maar ik ga sindsdien zorgvuldiger om met de foto’s die ik maak, bewaar en verstuur. Je bent immers nooit te oud om te leren
Dus, lieve lezer, als je de behoefte voelt om een duckface naar iemand te sturen, doe dit dan liever niet in bed. En hou alsjeblieft je kleren aan!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Haha! Hij is weer geweldig Robin! Zit het te lezen langs het zwembad bij de zwemles van mijn dochter en moest stiekem toch ff hardop lachen! Echt iets voor jou! 😘

Briljant verhaal! Hahaha

De Rijdende Columnist Schrijft:

De rode stoel

Ik zit urenlang, dag in, dag uit, in mijn eigen stoel op wielen. Verder heb ik nog twee houten stoelen in de woonkamer staan, die ik als kapstok gebruik. En dan is er nog de rode stoel in de hoek, de favoriet van Sintjin en mijn vader. Zodra ze erop gaan zitten, vallen ze standaard in slaap.
De stoel valt niet alleen in de smaak bij mensen, maar ook bij dieren. Bindi was de eerste hond die ik op de stoel heb betrapt: ik kwam de woonkamer in en zag haar bij Sintjin op schoot zitten. Alleen zijn benen waren nog te zien. Die herinnering laat mij nog steeds glimlachen.
Maar de hond die verreweg de meeste tijd op de stoel heeft doorgebracht, was Xamber. Xamber was de eerste hond van mijn vader en een echte piepdoos. Behalve als hij naast mijn vader op de stoel zat, dan was hij rustig.
De rode stoel is oud, het is duidelijk te zien dat zijn hoogtijdagen voorbij zijn: zijn poten zijn bekrast en de bekleding is bevlekt. Ook heb ik er zelf per ongeluk heel wat deuken in gereden. Papa heeft al meer dan eens gesuggereerd om de stoel te vervangen, zeker na Xamber’s overlijden. Maar dat veranderde toen hij een nieuwe kwispelende vriendin kreeg, Soof.
Soof was nog erg onzeker bij mij in huis, behalve als ze naast mijn vader op de grote rode stoel mocht zitten. Dat was haar veilige honk. Zelfs als papa opstond om de afwas te doen, bleef zij zitten waar ze zat.
Maar toen Soof deze week bij mij langskwam, zat er opeens een vreemde op de stoel van haar baas: Sintjin. Soof wist duidelijk niet wat ze met de situatie aan moest. Ze bleef naast de stoel zitten en legde na een paar tellen, haar voorpoot aarzelend op de armleuning.
‘Het lijkt wel alsof ze naast je wil komen zitten’, zei ik glimlachend.
Sintjin schoof een stukje op en tot ieders verbazing kroop Soof inderdaad naast hem. Dat, terwijl ze een halfuur eerder, nog tegen hem had geblaft.
‘Krijg nou wat’, fluisterde mijn vader onder de indruk, ‘die stoel heeft echt magische krachten.’
‘En jij wil dat ik die stoel wegdoe!’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, laat die stoel maar staan, wie weet voor hoeveel meer wonderen hij kan zorgen.’
Ik ben het met mijn vader eens: de rode stoel blijft staan waar hij staat. In ieder geval totdat zijn magie is uitgewerkt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De rode stoel

Ik zit urenlang, dag in, dag uit, in mijn eigen stoel op wielen. Verder heb ik nog twee houten stoelen in de woonkamer staan, die ik als kapstok gebruik. En dan is er nog de rode stoel in de hoek, de favoriet van Sintjin en mijn vader. Zodra ze erop gaan zitten, vallen ze standaard in slaap.
De stoel valt niet alleen in de smaak bij mensen, maar ook bij dieren. Bindi was de eerste hond die ik op de stoel heb betrapt: ik kwam de woonkamer in en zag haar bij Sintjin op schoot zitten. Alleen zijn benen waren nog te zien. Die herinnering laat mij nog steeds glimlachen.
Maar de hond die verreweg de meeste tijd op de stoel heeft doorgebracht, was Xamber. Xamber was de eerste hond van mijn vader en een echte piepdoos. Behalve als hij naast mijn vader op de stoel zat, dan was hij rustig.
De rode stoel is oud, het is duidelijk te zien dat zijn hoogtijdagen voorbij zijn: zijn poten zijn bekrast en de bekleding is bevlekt. Ook heb ik er zelf per ongeluk heel wat deuken in gereden. Papa heeft al meer dan eens gesuggereerd om de stoel te vervangen, zeker na Xamber’s overlijden. Maar dat veranderde toen hij een nieuwe kwispelende vriendin kreeg, Soof.
Soof was nog erg onzeker bij mij in huis, behalve als ze naast mijn vader op de grote rode stoel mocht zitten. Dat was haar veilige honk. Zelfs als papa opstond om de afwas te doen, bleef zij zitten waar ze zat.
Maar toen Soof deze week bij mij langskwam, zat er opeens een vreemde op de stoel van haar baas: Sintjin. Soof wist duidelijk niet wat ze met de situatie aan moest. Ze bleef naast de stoel zitten en legde na een paar tellen, haar voorpoot aarzelend op de armleuning.
‘Het lijkt wel alsof ze naast je wil komen zitten’, zei ik glimlachend.
Sintjin schoof een stukje op en tot ieders verbazing kroop Soof inderdaad naast hem. Dat, terwijl ze een halfuur eerder, nog tegen hem had geblaft.
‘Krijg nou wat’, fluisterde mijn vader onder de indruk, ‘die stoel heeft echt magische krachten.’
‘En jij wil dat ik die stoel wegdoe!’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, laat die stoel maar staan, wie weet voor hoeveel meer wonderen hij kan zorgen.’
Ik ben het met mijn vader eens: de rode stoel blijft staan waar hij staat. In ieder geval totdat zijn magie is uitgewerkt. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Boekentipper

Hoeveel luisterboeken ik ook verslind, ik hou er nog steeds van om door een boekhandel te dwalen. Als Sintjin en ik naar het winkelcentrum gaan, mag een stop bij de Stumpel niet ontbreken. Dat bezoekje wordt altijd voor het laatst bewaard, omdat Sintjin weet dat mijn gesnuffel wel even kan duren. Soms wordt hem zelfs een stoel aangeboden, omdat het personeel medelijden met hem krijgt als hij zo lang moet blijven staan.
Afgelopen week, toen ik de nieuwe releases bekeek, kwamen er twee dames binnen. ‘Hij wil een thriller hebben’, zei de een tegen de ander, ‘van een Nederlandse schrijver.’ Ze liet haar blik over de boeken gaan. ‘Ik heb geen idee waar ik moet beginnen!’
‘Eh’, twijfelend stak ik mijn hand op, ‘misschien is Thomas Olde Heuvelt iets?’
‘Wie?’
‘Thomas Olde Heuvelt.’ Ik wees naar de twee boeken van hem, die op de tafel lagen. ‘Jammer dat ‘Hex’ er niet bij ligt, dat is zijn debuut en grootste succes.’
De vrouw fronste haar wenkbrauwen. ‘Die titel zegt me wel iets, waar gaat het over?’
Ik begon te vertellen, terwijl de twee vrouwen, maar ook Sintjin en de verkoopster naar mij stonden te kijken. Ik voelde dat ik een kleur kreeg. ‘Dan is er nog ‘Echo’ dat is een standalone. Je moet iets met spiritualiteit hebben, om die te kunnen waarderen.’
De vrouw leek oprecht geïnteresseerd. ‘En deze?’ Ze wees naar het tweede boek op de tafel.
Ik knikte. ‘Orakel.’ Die heb ik nog niet gelezen, maar ik heb gehoord dat er een personage uit ‘Hex’ in voorkomt.’
Ze knikte tevreden. ‘Ik denk dat ik ‘Hex’ ga bestellen. Bedankt voor de tip!’
Terwijl de dames wegliepen, voelde ik een glimlach aan mijn lippen trekken.
‘Dat vond je leuk, hè?’ Sintjin zat naar mij te grijnzen vanaf zijn stoel.
Opnieuw voelde ik dat ik begon te blozen en hervatte mijn rondje door de winkel.
‘Sorry, maar waar liggen de boeken van Kikker?’
‘In de meest linkse boekenkast, aan de andere kant van de zaak’, antwoordde ik, zonder daarbij na te denken.
‘Dank u.’
Sintjin lachte, stond op en gaf een zoen op mijn wang. ‘Je bent hier goed in! Weet je, ik zie jou hier zo werken.’
Op dat moment nam ik een bocht iets te krap, waardoor ik een hele stapel boeken omstootte. ‘Zonder deze grote, logge rolstoel, bedoel je?’
‘Dat valt best wel…’
‘Hou er maar over op, oké?’
Wat Sintjin niet wist, was dat ik al twee keer eerder had geprobeerd om in de boekenwereld aan de slag te gaan als stagiaire: eerst in de bieb en daarna bij de Bruna. Beide keren werd ik meelijwekkend aangekeken terwijl ik werd afgewezen en ik kan het ze niet eens kwalijk nemen. Ja, ik weet veel van boeken, maar ik kan niet de dozen versjouwen waar ze in aankomen, ik kan de boeken niet op nette stapels leggen of in de boekenkast zetten, als die niet binnen mijn handbereik is. Ik kan niet eens achter een balie plaatsnemen, om iets in een computer op te zoeken.
‘Ik denk dat je met wat creatief denkwerk, hier best leuke dingen kunt doen’, ging Sintjin verder. ‘Ik zie jou hier als boekentipper, dat klinkt goed!’
Ik schoot in de lach. ‘Sintjin…’
‘Robin?’
Verbaasd draaide ik me om en zag mijn jobcoach achter me staan. ‘Hé, wat doe jij hier? Sintjin, dit is mijn jobcoach.’
‘Ik heb vakantie’, zei ze glimlachend. Vervolgens keek ze nieuwsgierig van de een, naar de ander. ‘Waar hadden jullie het net over? Wat ik opving, klonk best interessant.’
Voordat ik Sintjin kon tegenhouden, begon hij over zijn boekentipper-plan.
‘Het is niet een realistisch beeld’, probeerde ik zijn enthousiasme te temperen, ‘maar ik vind het lief dat je meedenkt.’
‘Ik vind het anders niet zo’n gek idee.’ De ogen van mijn jobcoach twinkelde vrolijk. ‘Ik laat het even pruttelen en dan kom ik erop terug als we elkaar zien na mijn vakantie. Fijn weekend jullie twee.’ En weg was ze, mij verbluft achterlatend.
‘Jij gelooft toch in tekens?’, vroeg Sintjin, duidelijk heel erg in zijn sas met zichzelf. ‘Dat leek er verdacht veel op eentje.’
Ik zei niets en ik weet nu nog steeds niet wat ik met de situatie aan moet. Natuurlijk zou ik graag een boekentipper willen zijn. Recensies schrijven is leuk, maar ik mis de interactie met mensen. De glimlach die je ziet verschijnen en waaraan je kunt zien dat je raak hebt geschoten. Maar boekentipper zijn klinkt als een fantasie, als iets wat een personage uit een boek doet. Aan de andere kant… Mijn jobcoach heeft gekkere dingen voor elkaar gekregen. Ik had mezelf nooit als hulpjuf gezien en dat mis ik tot de dag van vandaag verschrikkelijk. Hopelijk mag ik snel weer beginnen.
Misschien moet ik minder negatief denken en gewoon afwachten wat mijn jobcoach uit haar hoge hoed tovert. Het nieuwe werkjaar is immers weer begonnen, vol nieuwe verassingen.
#derijdendecolumnist

Meer columns lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft op Facebook
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Boekentipper 

Hoeveel luisterboeken ik ook verslind, ik hou er nog steeds van om door een boekhandel te dwalen. Als Sintjin en ik naar het winkelcentrum gaan, mag een stop bij de Stumpel niet ontbreken. Dat bezoekje wordt altijd voor het laatst bewaard, omdat Sintjin weet dat mijn gesnuffel wel even kan duren. Soms wordt hem zelfs een stoel aangeboden, omdat het personeel medelijden met hem krijgt als hij zo lang moet blijven staan.
Afgelopen week, toen ik de nieuwe releases bekeek, kwamen er twee dames binnen. ‘Hij wil een thriller hebben’, zei de een tegen de ander, ‘van een Nederlandse schrijver.’ Ze liet haar blik over de boeken gaan. ‘Ik heb geen idee waar ik moet beginnen!’
‘Eh’, twijfelend stak ik mijn hand op, ‘misschien is Thomas Olde Heuvelt iets?’
‘Wie?’
‘Thomas Olde Heuvelt.’ Ik wees naar de twee boeken van hem, die op de tafel lagen. ‘Jammer dat ‘Hex’ er niet bij ligt, dat is zijn debuut en grootste succes.’
De vrouw fronste haar wenkbrauwen. ‘Die titel zegt me wel iets, waar gaat het over?’
Ik begon te vertellen, terwijl de twee vrouwen, maar ook Sintjin en de verkoopster naar mij stonden te kijken. Ik voelde dat ik een kleur kreeg. ‘Dan is er nog ‘Echo’ dat is een standalone. Je moet iets met spiritualiteit hebben, om die te kunnen waarderen.’
De vrouw leek oprecht geïnteresseerd. ‘En deze?’ Ze wees naar het tweede boek op de tafel.
Ik knikte. ‘Orakel.’ Die heb ik nog niet gelezen, maar ik heb gehoord dat er een personage uit ‘Hex’ in voorkomt.’
Ze knikte tevreden. ‘Ik denk dat ik ‘Hex’ ga bestellen. Bedankt voor de tip!’
Terwijl de dames wegliepen, voelde ik een glimlach aan mijn lippen trekken.
‘Dat vond je leuk, hè?’ Sintjin zat naar mij te grijnzen vanaf zijn stoel.
Opnieuw voelde ik dat ik begon te blozen en hervatte mijn rondje door de winkel.
‘Sorry, maar waar liggen de boeken van Kikker?’
‘In de meest linkse boekenkast, aan de andere kant van de zaak’, antwoordde ik, zonder daarbij na te denken.
‘Dank u.’
Sintjin lachte, stond op en gaf een zoen op mijn wang. ‘Je bent hier goed in! Weet je, ik zie jou hier zo werken.’
Op dat moment nam ik een bocht iets te krap, waardoor ik een hele stapel boeken omstootte. ‘Zonder deze grote, logge rolstoel, bedoel je?’
‘Dat valt best wel…’
‘Hou er maar over op, oké?’
Wat Sintjin niet wist, was dat ik al twee keer eerder had geprobeerd om in de boekenwereld aan de slag te gaan als stagiaire: eerst in de bieb en daarna bij de Bruna. Beide keren werd ik meelijwekkend aangekeken terwijl ik werd afgewezen en ik kan het ze niet eens kwalijk nemen. Ja, ik weet veel van boeken, maar ik kan niet de dozen versjouwen waar ze in aankomen, ik kan de boeken niet op nette stapels leggen of in de boekenkast zetten, als die niet binnen mijn handbereik is. Ik kan niet eens achter een balie plaatsnemen, om iets in een computer op te zoeken.
‘Ik denk dat je met wat creatief denkwerk, hier best leuke dingen kunt doen’, ging Sintjin verder. ‘Ik zie jou hier als boekentipper, dat klinkt goed!’
Ik schoot in de lach. ‘Sintjin…’
‘Robin?’
Verbaasd draaide ik me om en zag mijn jobcoach achter me staan. ‘Hé, wat doe jij hier? Sintjin, dit is mijn jobcoach.’
‘Ik heb vakantie’, zei ze glimlachend. Vervolgens keek ze nieuwsgierig van de een, naar de ander. ‘Waar hadden jullie het net over? Wat ik opving, klonk best interessant.’
Voordat ik Sintjin kon tegenhouden, begon hij over zijn boekentipper-plan.
‘Het is niet een realistisch beeld’, probeerde ik zijn enthousiasme te temperen, ‘maar ik vind het lief dat je meedenkt.’
‘Ik vind het anders niet zo’n gek idee.’ De ogen van mijn jobcoach twinkelde vrolijk. ‘Ik laat het even pruttelen en dan kom ik erop terug als we elkaar zien na mijn vakantie. Fijn weekend jullie twee.’ En weg was ze, mij verbluft achterlatend.
‘Jij gelooft toch in tekens?’, vroeg Sintjin, duidelijk heel erg in zijn sas met zichzelf. ‘Dat leek er verdacht veel op eentje.’
Ik zei niets en ik weet nu nog steeds niet wat ik met de situatie aan moet. Natuurlijk zou ik graag een boekentipper willen zijn. Recensies schrijven is leuk, maar ik mis de interactie met mensen. De glimlach die je ziet verschijnen en waaraan je kunt zien dat je raak hebt geschoten. Maar boekentipper zijn klinkt als een fantasie, als iets wat een personage uit een boek doet. Aan de andere kant… Mijn jobcoach heeft gekkere dingen voor elkaar gekregen. Ik had mezelf nooit als hulpjuf gezien en dat mis ik tot de dag van vandaag verschrikkelijk. Hopelijk mag ik snel weer beginnen.
Misschien moet ik minder negatief denken en gewoon afwachten wat mijn jobcoach uit haar hoge hoed tovert. Het nieuwe werkjaar is immers weer begonnen, vol nieuwe verassingen.
#derijdendecolumnist

Meer columns lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft op Facebook

Reactie op Facebook

Wat bijzonder Robin. Soms komen dingen op je pad. Sintjin heeft gelijk. Ik ga Hex ook maar eens opzoeken.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Het meisje uit het dorp

Je kan het meisje wel uit het dorp halen, maar het dorp niet uit het meisje.
De laatste keer dat ik in Schoorl geweest ben, was in november, toen fotograaf Frank Nieuwehuizen foto’s van Taeke en mij maakte voor in het Hulphond Magazine. De foto’s werden in de duinen genomen, het dorp zelf hebben we ontweken en daar was ik blij om. Maar ik kan er niet langer omheen: Taeke heeft de lokroep van het dorp gehoord.
Op het moment dat de taxi het centrum in reed om ons naar de bijeenkomst van Schoorl Community te brengen, werd Taeke wakker uit zijn sluimer, krabbelde overeind en stak zijn neus verwachtingsvol in de lucht.
Het beeld deed mij zo aan Bindi denken, dat ik een steek voelde in mijn hart. ‘Hier komt jouw baas van origine vandaan, vind je het wat?’
Taeke’s staart ging verwachtingsvol heen en weer, maar ik wist dat als we naar Heerhugowaard teruggingen, de heimwee als een vloedgolf over mij heen zou slaan. Het dorp is flink veranderd sinds ik er woonde, maar de drang om terug te komen en te blijven, is er nog steeds. Dat terwijl de huizen uit mijn jeugd, onherkenbaar veranderd zijn. Soms vraag ik me af of de wortels die ik in Schoorl voel, wel echt zijn. Daarom twijfelde ik of ik wel aan de vergadering van Schoorl Community moest deelnemen: wat kon ik daaraan bijdragen, als ik al bijna acht jaar in Heerhugowaard woon? Mocht ik mezelf nog wel een Schoorlse noemen?
Hoe nerveus ik in de taxi was, zo relaxt was ik in eetcafé Joop Schoorl, waar Taeke en ik met open armen werden ontvangen.
Ik heb geen enkel lid van Schoorl Community die aanwezig was ooit in het echt ontmoet, maar toch voelde dit samenzijn vertrouwd. Ik heb me zelfs aan de koffie met appeltaart gewaagd. Een lekker, maar uiterst kruimelig exemplaar. Toen mijn buurvrouw subtiel een snijdend gebaar maakte en mij daarbij vragend aankeek, vroeg ik me even af hoe ze van mijn gevechten met appeltaarten afwist. Totdat ik me bedacht dat ze het waarschijnlijk in een column had gelezen. Deze mensen kenden mijn verhalen, dus ik hoefde mezelf niet mooier voor te doen dan dat ik was. Dus schudde ik mijn hoofd, liet de vork achterwegen en heb iedere kruimel tussen duim en wijsvinger opgegeten. Niemand keek daarvan op of zei er iets van, wat een bevrijding!
Ik ben al eens eerder de enige gehandicapte in het gezelschap en toen was het een hele klus om mij bij het geheel te betrekken. Nu werd de zaak beklonken met een simpel: ‘Robin, er staan komend jaar weer een aantal theatervoorstellingen in de planning, wil jij daarheen om er een recensie over te schrijven?’
‘Oh, eh, ik wilde mezelf niet opdringen, maar ja, leuk!’
Ik hoopte dat mijn enthousiasme niet al te veel opviel, maar Taeke had mij door: ik hoorde zijn staart rikketikken tegen de bar.
Eenmaal thuis, merkte ik dat de heimwee minder hevig was dan dat ik had verwacht. Ik denk dat ik de lieve mensen van Schoorl Community daarvoor moet bedanken, want zolang ik een deel ben van deze community, zal een deel van dit meisje altijd in het dorp zijn.
#derijdendecolumnist
... Bekijk meerBekijk minder

3 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Het meisje uit het dorp

Je kan het meisje wel uit het dorp halen, maar het dorp niet uit het meisje.
De laatste keer dat ik in Schoorl geweest ben, was in november, toen fotograaf Frank Nieuwehuizen foto’s van Taeke en mij maakte voor in het Hulphond Magazine. De foto’s werden in de duinen genomen, het dorp zelf hebben we ontweken en daar was ik blij om. Maar ik kan er niet langer omheen: Taeke heeft de lokroep van het dorp gehoord.
Op het moment dat de taxi het centrum in reed om ons naar de bijeenkomst van Schoorl Community te brengen, werd Taeke wakker uit zijn sluimer, krabbelde overeind en stak zijn neus verwachtingsvol in de lucht. 
Het beeld deed mij zo aan Bindi denken, dat ik een steek voelde in mijn hart. ‘Hier komt jouw baas van origine vandaan, vind je het wat?’
Taeke’s staart ging verwachtingsvol heen en weer, maar ik wist dat als we naar Heerhugowaard teruggingen, de heimwee als een vloedgolf over mij heen zou slaan. Het dorp is flink veranderd sinds ik er woonde, maar de drang om terug te komen en te blijven, is er nog steeds. Dat terwijl de huizen uit mijn jeugd, onherkenbaar veranderd zijn. Soms vraag ik me af of de wortels die ik in Schoorl voel, wel echt zijn. Daarom twijfelde ik of ik wel aan de vergadering van Schoorl Community moest deelnemen: wat kon ik daaraan bijdragen, als ik al bijna acht jaar in Heerhugowaard woon? Mocht ik mezelf nog wel een Schoorlse noemen?
Hoe nerveus ik in de taxi was, zo relaxt was ik in eetcafé Joop Schoorl, waar Taeke en ik met open armen werden ontvangen. 
Ik heb geen enkel lid van Schoorl Community die aanwezig was ooit in het echt ontmoet, maar toch voelde dit samenzijn vertrouwd. Ik heb me zelfs aan de koffie met appeltaart gewaagd. Een lekker, maar uiterst kruimelig exemplaar. Toen mijn buurvrouw subtiel een snijdend gebaar maakte en mij daarbij vragend aankeek, vroeg ik me even af hoe ze van mijn gevechten met appeltaarten afwist. Totdat ik me bedacht dat ze het waarschijnlijk in een column had gelezen. Deze mensen kenden mijn verhalen, dus ik hoefde mezelf niet mooier voor te doen dan dat ik was. Dus schudde ik mijn hoofd, liet de vork achterwegen en heb iedere kruimel tussen duim en wijsvinger opgegeten. Niemand keek daarvan op of zei er iets van, wat een bevrijding!
Ik ben al eens eerder de enige gehandicapte in het gezelschap en toen was het een hele klus om mij bij het geheel te betrekken. Nu werd de zaak beklonken met een simpel: ‘Robin, er staan komend jaar weer een aantal theatervoorstellingen in de planning, wil jij daarheen om er een recensie over te schrijven?’
‘Oh, eh, ik wilde mezelf niet opdringen, maar ja, leuk!’
Ik hoopte dat mijn enthousiasme niet al te veel opviel, maar Taeke had mij door: ik hoorde zijn staart rikketikken tegen de bar.
Eenmaal thuis, merkte ik dat de heimwee minder hevig was dan dat ik had verwacht. Ik denk dat ik de lieve mensen van Schoorl Community daarvoor moet bedanken, want zolang ik een deel ben van deze community, zal een deel van dit meisje altijd in het dorp zijn.
#derijdendecolumnist

Reactie op Facebook

Ja, ook ik ervaar (ondanks mijn visuele beperking) de warmte van Schoorl. Een fijn dorp met bewoners die oog hebben voor elkaar.

Schoorl bleef ook altijd in mijn hart, nadat ik op m'n achtste ben verhuisd. We hebben er altijd nog een weekendverblijf gehad. Na twintig jaar in en om Leiden (ook voor altijd in mijn hart...) kan ik Schoorl sinds vijf jaar weer mijn thuis noemen. Heerlijk!

Alweer zo prachtig verwoord 👍