Columns

Robin Corbee en Annelies Spaargaren zijn de vaste columnisten van Schoorl Community.

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

De Rijdende Columnist Schrijft:

Helpende handen

Kunt u zich het moment dat u het nest verliet nog herinneren? Ik wel, ook al is het alweer bijna tien jaar geleden. Ik was bang en wilde het niet, maar mijn ouders konden de zorg voor mij niet meer aan, dus ik moest wel.
Eerst kwam ik in Nieuwe Niedorp terecht. Bij De Roode Eenhoorn, waar iedereen samen at en samen theedronk. Een warm, knus nest dus. Te warm en te knus. Ik merkte dat ik de voorkeur gaf aan mijn eigen appartement, met Bindi en een goed boek.
Al na negen maanden verhuisde ik naar Heerhugowaard. Voor iemand die in een klein dorp is opgegroeid, voelt deze plek als een stad. Ik weet nog dat ik op zoek was naar de Albert Heijn en hopeloos verdwaalde. Huilend en in paniek reed ik rond en ben twee keer met stoel en al van een stoep geklapt. Die avond wilde ik niets liever dan naar mijn ouderlijke nest vluchten, maar ik deed het niet. Mam en pap hadden lang genoeg voor mij gezorgd, nu moest ik mijn eigen boontjes doppen.
Na een decennium op mezelf, heb ik mijn leven aardig op de rit. Ik weet nu in ieder geval de Appie te vinden. Maar onverwachte struikelblokken zijn niemand vreemd. Zoals een paar weken geleden, toen ik mijn oren moest laten uitspuiten en ik erachter kwam dat ik de huisartsenpost niet langer kon betreden. Ze hadden hun drempel verhoogd. De assistente kon mij thuis helpen. Iemand anders moest wel de oorsmeerprop opvangen, ze kon niet alles tegelijk.
‘Iemand anders?’, echode ik. ‘Waar moet ik diegene vandaan halen? De dames van de zorg staan vast als u langskomt.’
Dat was niet haar probleem, ik moest het maar regelen en anders werd de afspraak uitgesteld. Ik had drie dagen.
Gefrustreerd stond ik daar, voor een dichte deur en had zin om te gillen, maar daar bonkte mijn hoofd te hard voor. Ik ben benieuwd hoe andere mensen in mijn situatie dit soort dingen oplossen. Afgezien van mijn ouders, heb ik niet veel helpende handen in de buurt. Behalve de mensen die daarvoor worden betaald.
Puur toevallig kwam ik mijn buurvrouw tegen. Ze zag dat mijn gezicht op onweer stond en vroeg wat er aan de hand was. Het was niet mijn bedoeling, maar ik flapte het hele verhaal eruit, eindigend met de eerdere vraag: ‘Waar ga ik dat extra helpende handje vandaan halen?’
Lachend stak ze haar eigen hand op.
‘Weet je het zeker?’, vroeg ik ongelovig. ‘Oorsmeer op de vroege ochtend is geen pretje.’
Ze haalde haar schouders op. ‘Daar zijn we buren voor.’

De volgende dag had ik niet alleen last van een verstopt oor, maar mijn hoofd leek uit elkaar te barsten. Voorhoofdsholteontsteking. Het maakte niets uit hoeveel medicatie ik innam, mijn hoofd bleef aanvoelen alsof hij elk moment kon exploderen. Ik veranderde in een vampier, ook licht deed zeer en door de bijkomstige misselijkheid, was mijn eetlust verdwenen. Het enige wat ik binnenhield, was yoghurt.
Het uitspuiten van mijn oren die donderdag ging vlot, maar mijn buurvrouw bleef bezorgd kijken. ‘Kunt u echt niets aan haar hoofdpijn doen?’, vroeg ze de doktersassistente. ‘Ze voelt zich duidelijk echt beroerd!’
Ik wist al wat de assistente ging zeggen: dat ze niets voor me kon doen, dat de ontsteking zich vanzelf zou oplossen, als ik de daarvoor bedoelde neusspray gebruikte. Maar de woorden van mijn buurvrouw waren lief en verwarmden me. Misschien was het tijd om mijn trots in te slikken.
Die avond belde ik mijn ouders: eerst pap, daarna mam. Pap was zoals altijd kort en bondig aan de telefoon. Hield ik alleen yoghurt binnen, maar waren ze op? Geen probleem, hij ging ze de volgende dag wel voor me halen. Kus!
Mam was iets langer van stof. ‘Waarom heb je niet eerder gebeld?’, vroeg ze.
‘Omdat het dan lijkt alsof ik jou alleen bel als er iets is of als ik iets van je nodig heb en dat wil ik niet’, kreunde ik.
‘Doe niet zo gek, ik ben je moeder, ik wil juist weten hoe het met je gaat. Kan ik iets doen?’
‘Ik kan niet slapen door de hoofdpijn’, mompelde ik.
‘Daar heb ik iets voor, ik kom het morgen brengen.’ Een korte stilte. ‘Ben je Harry Potter aan het luisteren?’
Ik grinnikte. ‘Hoe weet je dat?’
‘Omdat ik je ken, daar luister je altijd naar als je ziek bent.’ Ik hoorde de glimlach in haar stem. ‘Is Taeke bij je?’
Bij wijze van antwoord likte Taeke mijn vingers. ‘Ja, hij voelt dat ik niet lekker ben. Hij verliest me geen moment uit het oog.’
‘Dat vind ik een fijn idee.’ Weer was mijn moeder even stil. ‘Hou je haaks, lieverd. Ik zie je morgen.’
‘Tot morgen.’ Ik hing op en merkte dat ik me meteen iets beter voelde.

Dit speelde een paar weken geleden, de hoofdpijn is gelukkig verdwenen en ik voel mij stukken beter. Vrijdag word ik 33, het bange meisje dat tien jaar geleden Schoorl verliet, voelt steeds verder weg. Maar hoe oud je ook wordt, iedereen heeft wel eens een helpende hand nodig. Of het nou de hand van je buurvrouw of je moeder is, neem hem aan. Je gaat je er gegarandeerd beter door voelen.

Foto: ikzelf, als elf. Voor het oren uitspuiten, moet ik ze eerst driemaal daags druppelen, dan zie ik er dus zo uit.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 dag geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Helpende handen

Kunt u zich het moment dat u het nest verliet nog herinneren? Ik wel, ook al is het alweer bijna tien jaar geleden. Ik was bang en wilde het niet, maar mijn ouders konden de zorg voor mij niet meer aan, dus ik moest wel.
Eerst kwam ik in Nieuwe Niedorp terecht. Bij De Roode Eenhoorn, waar iedereen samen at en samen theedronk. Een warm, knus nest dus. Te warm en te knus. Ik merkte dat ik de voorkeur gaf aan mijn eigen appartement, met Bindi en een goed boek. 
Al na negen maanden verhuisde ik naar Heerhugowaard. Voor iemand die in een klein dorp is opgegroeid, voelt deze plek als een stad. Ik weet nog dat ik op zoek was naar de Albert Heijn en hopeloos verdwaalde. Huilend en in paniek reed ik rond en ben twee keer met stoel en al van een stoep geklapt. Die avond wilde ik niets liever dan naar mijn ouderlijke nest vluchten, maar ik deed het niet. Mam en pap hadden lang genoeg voor mij gezorgd, nu moest ik mijn eigen boontjes doppen.
Na een decennium op mezelf, heb ik mijn leven aardig op de rit. Ik weet nu in ieder geval de Appie te vinden. Maar onverwachte struikelblokken zijn niemand vreemd. Zoals een paar weken geleden, toen ik mijn oren moest laten uitspuiten en ik erachter kwam dat ik de huisartsenpost niet langer kon betreden. Ze hadden hun drempel verhoogd. De assistente kon mij thuis helpen. Iemand anders moest wel de oorsmeerprop opvangen, ze kon niet alles tegelijk.
‘Iemand anders?’, echode ik. ‘Waar moet ik diegene vandaan halen? De dames van de zorg staan vast als u langskomt.’
Dat was niet haar probleem, ik moest het maar regelen en anders werd de afspraak uitgesteld. Ik had drie dagen. 
Gefrustreerd stond ik daar, voor een dichte deur en had zin om te gillen, maar daar bonkte mijn hoofd te hard voor. Ik ben benieuwd hoe andere mensen in mijn situatie dit soort dingen oplossen. Afgezien van mijn ouders, heb ik niet veel helpende handen in de buurt. Behalve de mensen die daarvoor worden betaald.
Puur toevallig kwam ik mijn buurvrouw tegen. Ze zag dat mijn gezicht op onweer stond en vroeg wat er aan de hand was. Het was niet mijn bedoeling, maar ik flapte het hele verhaal eruit, eindigend met de eerdere vraag: ‘Waar ga ik dat extra helpende handje vandaan halen?’
Lachend stak ze haar eigen hand op.
‘Weet je het zeker?’, vroeg ik ongelovig. ‘Oorsmeer op de vroege ochtend is geen pretje.’
Ze haalde haar schouders op. ‘Daar zijn we buren voor.’  

De volgende dag had ik niet alleen last van een verstopt oor, maar mijn hoofd leek uit elkaar te barsten. Voorhoofdsholteontsteking. Het maakte niets uit hoeveel medicatie ik innam, mijn hoofd bleef aanvoelen alsof hij elk moment kon exploderen. Ik veranderde in een vampier, ook licht deed zeer en door de bijkomstige misselijkheid, was mijn eetlust verdwenen. Het enige wat ik binnenhield, was yoghurt.
Het uitspuiten van mijn oren die donderdag ging vlot, maar mijn buurvrouw bleef bezorgd kijken. ‘Kunt u echt niets aan haar hoofdpijn doen?’, vroeg ze de doktersassistente. ‘Ze voelt zich duidelijk echt beroerd!’
Ik wist al wat de assistente ging zeggen: dat ze niets voor me kon doen, dat de ontsteking zich vanzelf zou oplossen, als ik de daarvoor bedoelde neusspray gebruikte. Maar de woorden van mijn buurvrouw waren lief en verwarmden me. Misschien was het tijd om mijn trots in te slikken.
Die avond belde ik mijn ouders: eerst pap, daarna mam. Pap was zoals altijd kort en bondig aan de telefoon. Hield ik alleen yoghurt binnen, maar waren ze op? Geen probleem, hij ging ze de volgende dag wel voor me halen. Kus!
Mam was iets langer van stof. ‘Waarom heb je niet eerder gebeld?’, vroeg ze.
‘Omdat het dan lijkt alsof ik jou alleen bel als er iets is of als ik iets van je nodig heb en dat wil ik niet’, kreunde ik.
‘Doe niet zo gek, ik ben je moeder, ik wil juist weten hoe het met je gaat. Kan ik iets doen?’
‘Ik kan niet slapen door de hoofdpijn’, mompelde ik.
‘Daar heb ik iets voor, ik kom het morgen brengen.’ Een korte stilte. ‘Ben je Harry Potter aan het luisteren?’
Ik grinnikte. ‘Hoe weet je dat?’
‘Omdat ik je ken, daar luister je altijd naar als je ziek bent.’ Ik hoorde de glimlach in haar stem. ‘Is Taeke bij je?’
Bij wijze van antwoord likte Taeke mijn vingers. ‘Ja, hij voelt dat ik niet lekker ben. Hij verliest me geen moment uit het oog.’
‘Dat vind ik een fijn idee.’ Weer was mijn moeder even stil. ‘Hou je haaks, lieverd. Ik zie je morgen.’
‘Tot morgen.’ Ik hing op en merkte dat ik me meteen iets beter voelde.

Dit speelde een paar weken geleden, de hoofdpijn is gelukkig verdwenen en ik voel mij stukken beter. Vrijdag word ik 33, het bange meisje dat tien jaar geleden Schoorl verliet, voelt steeds verder weg. Maar hoe oud je ook wordt, iedereen heeft wel eens een helpende hand nodig. Of het nou de hand van je buurvrouw of je moeder is, neem hem aan. Je gaat je er gegarandeerd beter door voelen.

Foto: ikzelf, als elf. Voor het oren uitspuiten, moet ik ze eerst driemaal daags druppelen, dan zie ik er dus zo uit.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Ik zou beginnen met de huisarts een mail te sturen dat zijn/haar pand niet meer toegankelijk is met een rolstoel nu ze een nieuwe drempel hebben geplaatst en vragen om een oplossing. Misschien kan het worden opgelost met een drempelhulp bijvoorbeeld. En als dat bij de huisarts niet tot actie leidt dan kun je een melding maken over de toegankelijkheid bij de Gemeente. Het valt weliswaar niet onder openbare ruimte, maar dan kunnen ze of actie ondernemen of je wellicht verder helpen wie dan weer kan helpen. Succes!

De Rijdende Columnist Schrijft:

Koppige angsthaas

De wintertijd is ingegaan, de dagen worden korter en donkerder. Ik hou van de donkere dagen. Het is dan lekker knus in huis, met gezellige lampjes, een kopje thee en een goed boek. Blijer kan jij mij niet maken.
Blijf ik als huismus, in deze tijd alleen maar thuis? Natuurlijk niet, want Taeke moet er nog steeds uit, ook in het donker. Toch moet ik toegeven dat voordat ik een hond had, het de avondwandeling was waar ik het meeste tegenop zag.
Ik was vroeger heel bang in het donker, sliep jarenlang met een nachtlampje naast mijn bed. En als dat lampje kapotging, brak er paniek uit. Ik geef toe, ik ben een angsthaas, maar ik ben een koppige angsthaas. Ik vond het eng om ’s avonds laat met Bindi op pad te gaan, maar ik was haar baas, zij was mijn verantwoordelijkheid en dus deed ik het. Eenmaal buiten, kwam ik erachter dat door het bestaan van straatlantaarns, het donker helemaal niet zo eng was.
Nu kost de laatste avondwandeling mij geen enkele moeite meer: ik lijn Taeke aan, activeer de lampen van mijn rolstoel en hoppa, gaan. Ik durf zelfs te zeggen dat de laatste avondwandeling, mijn favoriete wandeling is. Op deze tijd is de wereld stil: alle verplichtingen zijn weggevallen, het leven kabbelt traag en vredig voort.
Taeke uitlaten tijdens de donkere dagen is dus geen probleem, behalve als ik hem los wil laten, dan is daglicht essentieel. Helaas zijn er dagen waarop daglicht vangen voor mij, erg lastig is. Op maandag en donderdag, wanneer ik fysio heb. Om twee uur word ik op bed gelegd, waar ik tot vier uur blijf liggen. Taeke uitlaten doe ik daarna, wanneer de zon begint te zakken.
Een week geleden, op donderdag rond vier uur, had ik Taeke net aangelijnd, toen Sintjin belde. Hij hoorde hoe ik de voordeur opendeed en vroeg waar ik heen ging.
‘Naar het park, Taeke laten rennen.’
‘Weet je het zeker? Het wordt zo donker.’
‘We redden het wel.’
Sintjin was even stil. ‘Daar zijn geen straatlantaarns. Of heb ik het mis?’
‘Nee’, ik slikte, ‘maar we redden ons wel, we blijven niet lang.’
En het ging ook goed. Eenmaal in het park, snuffelde Taeke enthousiast rond en ik genoot van zijn vrolijkheid. Totdat het begon te schemeren, toen stak de angsthaas in mij de kop op. Sintjin had gelijk: zonder straatlantaarns, werd het erg snel érg donker in het park. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik nog tien minuten had, voordat de lampen van mijn stoel, hier de enige lichtbron zouden zijn.
‘Taeke kom, we gaan naar huis.’
Speels sprong meneer bij mij vandaan, dat doet hij wel vaker als hij geen zin heeft om naar huis te gaan.
‘Alsjeblieft’, de angsthaas was nu duidelijk in mijn stem te horen, ‘ik moet je nu aanlijnen, misschien kan ik je straks niet meer zien!’
Taeke is soms een dwarskop, maar als het menens is, weet ik dat ik op hem kan rekenen. Nu ook. Hij beklom zijn plankje en wachtte rustig totdat ik zijn riem over zijn kop liet glijden. Dat probeerde ik, maar mijn hand beefde te erg door de zenuwen. Op het laatste moment liet ik de riem vallen. De laatste keer dat dit gebeurde, bleef de riem ergens achter haken, waardoor Taeke hem niet kon pakken.
Direct sloeg de angsthaas in mij op hol. ‘Shit! Nee, nee, nee!’
Mijn ademhaling schoot de lucht in, mijn mond werd droog en de wereld maakte een vreemde slinger. Het was Taeke die rustig bleef: hij dook naast mij op en drapeerde de riem op mijn blad.
‘Oh.’ De angsthaas schoot terug zijn hol in. Verdwaasd lijnde ik Taeke aan. ‘Goed gedaan, jongen. Heel goed gedaan.’
Zodra Taeke weer op vier poten stond, merkte ik dat om ons heen de duisternis nu echt was ingevallen. Oké, misschien was ik nog niet helemaal van mijn angst voor het donker af. Ik grabbelde mijn mobiel uit mijn tasje en belde Sintjin.
Hij opende het gesprek met: ‘Je bent nog in het park, hè?’
‘Jep.’
‘Heb je Taeke wel aangelijnd?’
‘Ja. Nadat ik de riem had laten vallen.’
‘Oh.’ Sintjin wachtte even en zei toen: ‘Maar het is goed gekomen.’
‘Ja, dankzij Taeke.’
‘Goed zo, Taeke.’ Weer een korte stilte. ‘Wil je dat ik aan de lijn blijf totdat je bij de straatlantaarns bent?’
‘Graag.’
Dus bleef Sintjin praten, terwijl het verlichtte fietspad steeds dichterbij kwam. Ja, ik ben nog steeds een angsthaas, maar deze angsthaas durft een stuk meer, als ze haar mannen bij zich heeft. Al is het soms op afstand.
Het is ook niet erg om soms een angsthaas te zijn, zo ga je niet te ver over je grenzen heen. Geen wandelingen in een donker park meer voor ons, ik laat Taeke wel rennen in de zon.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 week geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Koppige angsthaas

De wintertijd is ingegaan, de dagen worden korter en donkerder. Ik hou van de donkere dagen. Het is dan lekker knus in huis, met gezellige lampjes, een kopje thee en een goed boek. Blijer kan jij mij niet maken.
Blijf ik als huismus, in deze tijd alleen maar thuis? Natuurlijk niet, want Taeke moet er nog steeds uit, ook in het donker. Toch moet ik toegeven dat voordat ik een hond had, het de avondwandeling was waar ik het meeste tegenop zag.
Ik was vroeger heel bang in het donker, sliep jarenlang met een nachtlampje naast mijn bed. En als dat lampje kapotging, brak er paniek uit. Ik geef toe, ik ben een angsthaas, maar ik ben een koppige angsthaas. Ik vond het eng om ’s avonds laat met Bindi op pad te gaan, maar ik was haar baas, zij was mijn verantwoordelijkheid en dus deed ik het. Eenmaal buiten, kwam ik erachter dat door het bestaan van straatlantaarns, het donker helemaal niet zo eng was.
Nu kost de laatste avondwandeling mij geen enkele moeite meer: ik lijn Taeke aan, activeer de lampen van mijn rolstoel en hoppa, gaan. Ik durf zelfs te zeggen dat de laatste avondwandeling, mijn favoriete wandeling is. Op deze tijd is de wereld stil: alle verplichtingen zijn weggevallen, het leven kabbelt traag en vredig voort.
Taeke uitlaten tijdens de donkere dagen is dus geen probleem, behalve als ik hem los wil laten, dan is daglicht essentieel. Helaas zijn er dagen waarop daglicht vangen voor mij, erg lastig is. Op maandag en donderdag, wanneer ik fysio heb. Om twee uur word ik op bed gelegd, waar ik tot vier uur blijf liggen. Taeke uitlaten doe ik daarna, wanneer de zon begint te zakken.
Een week geleden, op donderdag rond vier uur, had ik Taeke net aangelijnd, toen Sintjin belde. Hij hoorde hoe ik de voordeur opendeed en vroeg waar ik heen ging.
‘Naar het park, Taeke laten rennen.’
‘Weet je het zeker? Het wordt zo donker.’
‘We redden het wel.’
Sintjin was even stil. ‘Daar zijn geen straatlantaarns. Of heb ik het mis?’
‘Nee’, ik slikte, ‘maar we redden ons wel, we blijven niet lang.’
En het ging ook goed. Eenmaal in het park, snuffelde Taeke enthousiast rond en ik genoot van zijn vrolijkheid. Totdat het begon te schemeren, toen stak de angsthaas in mij de kop op. Sintjin had gelijk: zonder straatlantaarns, werd het erg snel érg donker in het park. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik nog tien minuten had, voordat de lampen van mijn stoel, hier de enige lichtbron zouden zijn.
‘Taeke kom, we gaan naar huis.’
Speels sprong meneer bij mij vandaan, dat doet hij wel vaker als hij geen zin heeft om naar huis te gaan.
‘Alsjeblieft’, de angsthaas was nu duidelijk in mijn stem te horen, ‘ik moet je nu aanlijnen, misschien kan ik je straks niet meer zien!’
Taeke is soms een dwarskop, maar als het menens is, weet ik dat ik op hem kan rekenen. Nu ook. Hij beklom zijn plankje en wachtte rustig totdat ik zijn riem over zijn kop liet glijden. Dat probeerde ik, maar mijn hand beefde te erg door de zenuwen. Op het laatste moment liet ik de riem vallen. De laatste keer dat dit gebeurde, bleef de riem ergens achter haken, waardoor Taeke hem niet kon pakken.
Direct sloeg de angsthaas in mij op hol. ‘Shit! Nee, nee, nee!’
Mijn ademhaling schoot de lucht in, mijn mond werd droog en de wereld maakte een vreemde slinger. Het was Taeke die rustig bleef: hij dook naast mij op en drapeerde de riem op mijn blad.
‘Oh.’ De angsthaas schoot terug zijn hol in. Verdwaasd lijnde ik Taeke aan. ‘Goed gedaan, jongen. Heel goed gedaan.’
Zodra Taeke weer op vier poten stond, merkte ik dat om ons heen de duisternis nu echt was ingevallen. Oké, misschien was ik nog niet helemaal van mijn angst voor het donker af. Ik grabbelde mijn mobiel uit mijn tasje en belde Sintjin.
Hij opende het gesprek met: ‘Je bent nog in het park, hè?’
‘Jep.’
‘Heb je Taeke wel aangelijnd?’
‘Ja. Nadat ik de riem had laten vallen.’
‘Oh.’ Sintjin wachtte even en zei toen: ‘Maar het is goed gekomen.’
‘Ja, dankzij Taeke.’
‘Goed zo, Taeke.’ Weer een korte stilte. ‘Wil je dat ik aan de lijn blijf totdat je bij de straatlantaarns bent?’
‘Graag.’
Dus bleef Sintjin praten, terwijl het verlichtte fietspad steeds dichterbij kwam. Ja, ik ben nog steeds een angsthaas, maar deze angsthaas durft een stuk meer, als ze haar mannen bij zich heeft. Al is het soms op afstand.
Het is ook niet erg om soms een angsthaas te zijn, zo ga je niet te ver over je grenzen heen. Geen wandelingen in een donker park meer voor ons, ik laat Taeke wel rennen in de zon. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Groentje

Ik ben niet goed met namen, ik herken chauffeurs meestal aan hun stem of eerste uitroep. Dus toen Sintjin, Taeke en ik werden opgehaald door een man die opgetogen “Mevrouw Corbee, mijn favoriete klant!” riep, kon ik niet anders dan lachen. En toen Sintjin verbaasd vroeg wie dat was, was mijn antwoord: ‘Het groentje van tien jaar geleden.’
Ik wist al wat de chauffeur ging zeggen, nog voordat hij was uitgestapt. ‘Je weet niet meer wie ik ben, hè?’
‘Oh, zeker wel.’
De grijns op zijn gezicht werd iets minder breed.
‘Maar hij weet het nog niet’, zei ik, wijzend naar Sintjin.
De chauffeur was direct weer zo blij als een kind. ‘Oh! Nou, weet je wat het is, jongen? Toen jouw meisje op zichzelf ging wonen, was het mijn eerste werkdag. Ik wist niet eens of en hoe haar rolstoel vast moest!’
Dat wist ik nog: ik had op het punt gestaan om om te draaien en de boel af te blazen. Ik ging wel op een andere dag het huis uit.
‘Maar deze dame durfde het uiteindelijk toch aan om samen met mij naar Nieuwe Niedorp af te reizen. Dapper van haar, hè? Daarom is ze mijn favoriete klant en dat zal ze altijd blijven.’
Dat was echt te veel eer, ik wist gewoon dat als ik nu niet zou gaan, ik het weken voor me uit zou schuiven. Maar lief was het wel.
‘Hoe lang is dit nu geleden?’
‘Bijna tien jaar.’
‘Tien jaar! Ach, wat vliegt de tijd.’ De chauffeur schudde zijn hoofd en klapte toen in zijn handen. ‘Genoeg gekletst, op naar het theater!’
Het werd een gezellige rit, de perfecte opmaat voor een heerlijke middag. Maar die avond was de gezelligheid ver te zoeken: de taxi was een uur te laat, het miezerde en ik voelde een hoofdpijn opkomen die later die week zou uitgroeien tot een voorhoofdholte ontsteking.
Eindelijk, daar was de taxi. De man die uitstapte, keek onzeker om zich heen. Man/jongen, als hij had gezegd dat hij net zeventien was geworden, had ik het ook geloofd. Met zijn schichtige houding, smalle schouders en een baardje die niet echt door wilde zetten. Hij keek naar ons en ik zag hem denken “Een rolstoel met een hulphond eraan, dat heb ik niet gehad op mijn examen!” Ik kreeg medelijden met hem. Dit was écht een groentje.
‘Ik wil eerst naar huis!’, hoorde we een oude dame vanuit de taxi roepen. ‘Ik heb lang genoeg in dit koekblik gezeten.’
Tot ieders verbazing luisterde de jongen: hij haalde de vrouw uit de bus en ik kwam voor haar te zitten. Helemaal blij was ze er niet mee, ze haalde haar neus op voor Taeke. ‘Hou dat beest bij je, ik haat honden!’
Ik wilde iets zeggen, maar een medepassagier was me voor: ‘Ach mens, zeik niet zo! Je krijgt toch al je zin?’
Tja, toen was ze stil en zag ik mijn geliefde flat voorbijflitsen. Geheel tegen mijn en nog belangrijker, de wens van de taxicentrale in, bracht de jongen eerst de oude dame naar huis. Gelukkig woonde ze niet ver weg, maar toen het mijn beurt was om de bus te verlaten, gebeurde er iets geks: in plaats van naar achteren te gaan, kwam ik op mijn voorwielen te staan en zweefden mijn achterwielen in de lucht. Ik wist meteen wat er aan de hand was: ik kon een van de spanbanden letterlijk aan mijn stoel voelen trekken.
Foutje, bedankt. Iedereen maakt ze, zeker de groentjes in welk vak dan ook. Meestal kan ik dat hebben. Maar op dat moment niet.
‘Sukkel, je hebt mijn linker voorwiel niet losgemaakt!’, brulde ik.
‘Jawel, dat heb ik wel gedaan’, hoorde ik hem achter mij piepen. ‘De bus staat nu wel op een klein heuveltje, misschien reageert jouw stoel daar op.’
‘Een heuveltje. Serieus, gast?’
Van dit groentje hoefde ik geen hulp te verwachten, dus volgde ik mijn eigen instinct. Reed iets naar voren, waardoor de spanning op de spanband minder werd en gooide mijn gewicht naar achteren, zodat ik weer op vier wielen kwam te staan. Dat hielp. Het volgende moment schoot de riem los, die met een suizend geluid in de vloer verdween.
Hijgend kwam ik naast de jonge chauffeur staan. ‘Groentje!’, beet ik hem toe.
‘Ik weet het niet, ik weet echt niet wat er gebeurde’, bleef hij maar mompelen.
‘Nee, dat blijkt. Ga maar weer terug de schoolbanken in jij.’
Met weemoed dacht ik terug aan het groentje van het eerste uur, eerder die dag. Ja, soms is het irritant dat hij onze eerste ontmoeting maar blijft herhalen, maar hij heeft in ieder geval van zijn fouten geleerd. Of dat bij dit groentje ook het geval zal zijn? Ik heb geen idee. Ik hoop het, voor zijn volgende passagier.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Groentje 

Ik ben niet goed met namen, ik herken chauffeurs meestal aan hun stem of eerste uitroep. Dus toen Sintjin, Taeke en ik werden opgehaald door een man die opgetogen “Mevrouw Corbee, mijn favoriete klant!” riep, kon ik niet anders dan lachen. En toen Sintjin verbaasd vroeg wie dat was, was mijn antwoord: ‘Het groentje van tien jaar geleden.’
Ik wist al wat de chauffeur ging zeggen, nog voordat hij was uitgestapt. ‘Je weet niet meer wie ik ben, hè?’
‘Oh, zeker wel.’
De grijns op zijn gezicht werd iets minder breed.
‘Maar hij weet het nog niet’, zei ik, wijzend naar Sintjin.
De chauffeur was direct weer zo blij als een kind. ‘Oh! Nou, weet je wat het is, jongen? Toen jouw meisje op zichzelf ging wonen, was het mijn eerste werkdag. Ik wist niet eens of en hoe haar rolstoel vast moest!’
Dat wist ik nog: ik had op het punt gestaan om om te draaien en de boel af te blazen. Ik ging wel op een andere dag het huis uit.
‘Maar deze dame durfde het uiteindelijk toch aan om samen met mij naar Nieuwe Niedorp af te reizen. Dapper van haar, hè? Daarom is ze mijn favoriete klant en dat zal ze altijd blijven.’
Dat was echt te veel eer, ik wist gewoon dat als ik nu niet zou gaan, ik het weken voor me uit zou schuiven. Maar lief was het wel.
‘Hoe lang is dit nu geleden?’
‘Bijna tien jaar.’
‘Tien jaar! Ach, wat vliegt de tijd.’ De chauffeur schudde zijn hoofd en klapte toen in zijn handen. ‘Genoeg gekletst, op naar het theater!’
Het werd een gezellige rit, de perfecte opmaat voor een heerlijke middag. Maar die avond was de gezelligheid ver te zoeken: de taxi was een uur te laat, het miezerde en ik voelde een hoofdpijn opkomen die later die week zou uitgroeien tot een voorhoofdholte ontsteking.
Eindelijk, daar was de taxi. De man die uitstapte, keek onzeker om zich heen. Man/jongen, als hij had gezegd dat hij net zeventien was geworden, had ik het ook geloofd. Met zijn schichtige houding, smalle schouders en een baardje die niet echt door wilde zetten. Hij keek naar ons en ik zag hem denken “Een rolstoel met een hulphond eraan, dat heb ik niet gehad op mijn examen!” Ik kreeg medelijden met hem. Dit was écht een groentje.
‘Ik wil eerst naar huis!’, hoorde we een oude dame vanuit de taxi roepen. ‘Ik heb lang genoeg in dit koekblik gezeten.’
Tot ieders verbazing luisterde de jongen: hij haalde de vrouw uit de bus en ik kwam voor haar te zitten. Helemaal blij was ze er niet mee, ze haalde haar neus op voor Taeke. ‘Hou dat beest bij je, ik haat honden!’
Ik wilde iets zeggen, maar een medepassagier was me voor: ‘Ach mens, zeik niet zo! Je krijgt toch al je zin?’
Tja, toen was ze stil en zag ik mijn geliefde flat voorbijflitsen. Geheel tegen mijn en nog belangrijker, de wens van de taxicentrale in, bracht de jongen eerst de oude dame naar huis. Gelukkig woonde ze niet ver weg, maar toen het mijn beurt was om de bus te verlaten, gebeurde er iets geks: in plaats van naar achteren te gaan, kwam ik op mijn voorwielen te staan en zweefden mijn achterwielen in de lucht. Ik wist meteen wat er aan de hand was: ik kon een van de spanbanden letterlijk aan mijn stoel voelen trekken.
Foutje, bedankt. Iedereen maakt ze, zeker de groentjes in welk vak dan ook. Meestal kan ik dat hebben. Maar op dat moment niet.
‘Sukkel, je hebt mijn linker voorwiel niet losgemaakt!’, brulde ik.
‘Jawel, dat heb ik wel gedaan’, hoorde ik hem achter mij piepen. ‘De bus staat nu wel op een klein heuveltje, misschien reageert jouw stoel daar op.’
‘Een heuveltje. Serieus, gast?’
Van dit groentje hoefde ik geen hulp te verwachten, dus volgde ik mijn eigen instinct. Reed iets naar voren, waardoor de spanning op de spanband minder werd en gooide mijn gewicht naar achteren, zodat ik weer op vier wielen kwam te staan. Dat hielp. Het volgende moment schoot de riem los, die met een suizend geluid in de vloer verdween.
Hijgend kwam ik naast de jonge chauffeur staan. ‘Groentje!’, beet ik hem toe.
‘Ik weet het niet, ik weet echt niet wat er gebeurde’, bleef hij maar mompelen.
‘Nee, dat blijkt. Ga maar weer terug de schoolbanken in jij.’
Met weemoed dacht ik terug aan het groentje van het eerste uur, eerder die dag. Ja, soms is het irritant dat hij onze eerste ontmoeting maar blijft herhalen, maar hij heeft in ieder geval van zijn fouten geleerd. Of dat bij dit groentje ook het geval zal zijn? Ik heb geen idee. Ik hoop het, voor zijn volgende passagier.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Dat verklaart wellicht deels waarom er te weinig chauffeurs zijn.

Taeke Schrijft:

7 november 2022 – Taeke en de Chocoladefabriek –

Gisteren ben ik naar Charlie and the Chocolate Factory geweest. Is zo’n fabriek wel veilig voor honden? Voor mij wel, ik mocht in ieder geval van een afstandje naar binnen gluren.
Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat we nog naar Charlie and the Chocolate Factory’ zouden gaan. Sintjin had het al eerder voorgesteld, maar toen zei Robin nee. Wat mij verbaasde, want ze is dol op de muziek Charlie and the Chocolate Factory! Er staan twee versies van de musical op dat muziekprogramma van haar en zelfs ik ken die liedjes nu mee blaffen. Niet dat ik dat ook doe…
Maar Robin wilde eerst dus niet naar de musical. ‘Ik heb een eigen versie van Charlie and the Chocolate Factory in mijn hoofd’, vertelde ze. ‘Ik ontdekte de soundtrack van de musical op Spotify, in de tijd dat Bindi steeds slechter ging lopen. Maar zodra ‘It Must Be Believed To Be True’ door de speakers van mijn telefoon schalde, leek ze daar nieuwe energie van te krijgen. Ze liep trots naast me, rende bijna, het was echt een magisch moment.’
Er gleed een traan over haar wang, die Robin snel wegveegde.’ De musical klinkt zo kleurrijk en vrolijk, het heeft mij echt door de donkere momenten heen gesleept die daarna kwamen. Wat als de Charlie and the Chocolate Factory op het toneel, minder mooi is dan de Charlie and the Chocolate Factory in mijn hoofd? Dan hou ik het liever bij mijn eigen fantasie.’
Tja, maar toen had Robin nog niets van de musical gezien. Alles veranderde toen Charlie and the Chocolate Factory zijn debuut maakte bij de Musical Awards. Robin straalde, het begon in haar ogen en verspreidde zich door haar hele lijf.
‘Verdorie!’, mompelde ze, ‘Twee musicals is Sintjin’s max denk en die staan al in de planning.’ Ze beet even op haar lip en pakte toen haar laptop. ‘Dan is dit een verjaardagscadeautje voor mezelf, Sintjin hoeft niet mee als hij niet wil. Wat denk je ervan, Taeke? Heb je zin in een extra snufje magie?’
Ik keek op, kwispelde, maar wist zeker dat Sintjin wel met ons mee wilde. En ik kreeg gelijk: gisteren zaten we met zijn drietjes in een taxi, samen met nog twee dames, die ook naar Charlie and the Chocolate Factory gingen.
Eenmaal daar, werd Robin een beetje nerveus, zoals altijd wanneer wij ons in een drukke foyer bevinden. Maar ze had zich niet druk hoeven maken, want de weg naar onze plaatsen verliep soepel. Dit keer kon ik niet in krullen van dames snuffelen, maar ik kon wel lekker liggen.
De musical begon en ik was nieuwsgierig welke versie er naar het Nederlands was vertaald: de Amerikaanse of de Engelse? Zodra de eerste noten klonken, wist ik dat het de Amerikaanse was, de versie waar de meeste herinneringen aan Bindi aan kleefden.
Ik keek Robin bezorgd aan, maar ze glimlachte. ‘Het is goed’, fluisterde, ‘ga maar liggen. Hier, een brokje.’
Blij nam ik het kleine lekkers van haar aan. Nergens was chocolade te vinden – ook niet voor honden – maar gelukkig had Robin brokjes meegenomen.
Het decor was prachtig en de liedjes waren vrolijk, Robin genoot zichtbaar. Alleen toen Charlie’s over haar overleden man zong en hoezeer ze hem miste, moest ze een traantje laten. Ik wilde haar troosten, maar Sintjin was me voor door een zoen op haar wang te drukken. Dat was ook goed en gelukkig bleef Robin niet lang verdrietig, daar was de musical te blij voor.
Niet veel later werd ik wakker, omdat Robin’s stoel schudde, zo enthousiast op en neer stuiterde. Ik herkende de Nederlandse versie van Robin’s favoriete nummer ‘It Must Be Believed To Be True’ en kwispelde vrolijk mee. Ook Sintjin was blij, nu drukte hij een zoen op mijn kop. Iedereen was blij, dat was blij, dat was leuk.
Veel te snel was Charlie and the Chocolate Factory voorbij, ik lag nog wel lekker en Robin wilde graag blijven zitten voor nog een tweede show. Maar helaas, we moesten naar huis.

Lieve Bindi,

Robin voelt zich soms schuldig tegenover mij, dat zij het nog zoveel over jou heeft. Maar ik vind dat juist mooi, het bewijst dat jij in haar hart voortleeft.
.////.En nu delen wij ee.n herinnering: jij was bij haar toen ze de soundtrack van de musical ontdekte en ik heb samen met haar de musical gezien. Nu is het cirkeltje rond.

Taeke
#derijdendecolumnist

Meer van Taeke's avonturen lezen? Neem dan een kijkje op Dagboek van een Hulphond en zijn partner in Life of Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

3 weken geleden
Taeke Schrijft:

7 november 2022 – Taeke en de Chocoladefabriek – 

Gisteren ben ik naar Charlie and the Chocolate Factory geweest. Is zo’n fabriek wel veilig voor honden? Voor mij wel, ik mocht in ieder geval van een afstandje naar binnen gluren.
Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat we nog naar Charlie and the Chocolate Factory’ zouden gaan. Sintjin had het al eerder voorgesteld, maar toen zei Robin nee. Wat mij verbaasde, want ze is dol op de muziek Charlie and the Chocolate Factory! Er staan twee versies van de musical op dat muziekprogramma van haar en zelfs ik ken die liedjes nu mee blaffen. Niet dat ik dat ook doe…
Maar Robin wilde eerst dus niet naar de musical. ‘Ik heb een eigen versie van Charlie and the Chocolate Factory in mijn hoofd’, vertelde ze. ‘Ik ontdekte de soundtrack van de musical op Spotify, in de tijd dat Bindi steeds slechter ging lopen. Maar zodra ‘It Must Be Believed To Be True’ door de speakers van mijn telefoon schalde, leek ze daar nieuwe energie van te krijgen. Ze liep trots naast me, rende bijna, het was echt een magisch moment.’
Er gleed een traan over haar wang, die Robin snel wegveegde.’ De musical klinkt zo kleurrijk en vrolijk, het heeft mij echt door de donkere momenten heen gesleept die daarna kwamen. Wat als de Charlie and the Chocolate Factory op het toneel, minder mooi is dan de Charlie and the Chocolate Factory in mijn hoofd? Dan hou ik het liever bij mijn eigen fantasie.’
Tja, maar toen had Robin nog niets van de musical gezien. Alles veranderde toen Charlie and the Chocolate Factory zijn debuut maakte bij de Musical Awards. Robin straalde, het begon in haar ogen en verspreidde zich door haar hele lijf.
‘Verdorie!’, mompelde ze, ‘Twee musicals is Sintjin’s max denk en die staan al in de planning.’ Ze beet even op haar lip en pakte toen haar laptop. ‘Dan is dit een verjaardagscadeautje voor mezelf, Sintjin hoeft niet mee als hij niet wil. Wat denk je ervan, Taeke? Heb je zin in een extra snufje magie?’
Ik keek op, kwispelde, maar wist zeker dat Sintjin wel met ons mee wilde. En ik kreeg gelijk: gisteren zaten we met zijn drietjes in een taxi, samen met nog twee dames, die ook naar Charlie and the Chocolate Factory gingen.
Eenmaal daar, werd Robin een beetje nerveus, zoals altijd wanneer wij ons in een drukke foyer bevinden. Maar ze had zich niet druk hoeven maken, want de weg naar onze plaatsen verliep soepel. Dit keer kon ik niet in krullen van dames snuffelen, maar ik kon wel lekker liggen.
De musical begon en ik was nieuwsgierig welke versie er naar het Nederlands was vertaald: de Amerikaanse of de Engelse? Zodra de eerste noten klonken, wist ik dat het de Amerikaanse was, de versie waar de meeste herinneringen aan Bindi aan kleefden. 
Ik keek Robin bezorgd aan, maar ze glimlachte. ‘Het is goed’, fluisterde, ‘ga maar liggen. Hier, een brokje.’
Blij nam ik het kleine lekkers van haar aan. Nergens was chocolade te vinden – ook niet voor honden – maar gelukkig had Robin brokjes meegenomen.
Het decor was prachtig en de liedjes waren vrolijk, Robin genoot zichtbaar. Alleen toen Charlie’s over haar overleden man zong en hoezeer ze hem miste, moest ze een traantje laten. Ik wilde haar troosten, maar Sintjin was me voor door een zoen op haar wang te drukken. Dat was ook goed en gelukkig bleef Robin niet lang verdrietig, daar was de musical te blij voor.
Niet veel later werd ik wakker, omdat Robin’s stoel schudde, zo enthousiast op en neer stuiterde. Ik herkende de Nederlandse versie van Robin’s favoriete nummer ‘It Must Be Believed To Be True’ en kwispelde vrolijk mee. Ook Sintjin was blij, nu drukte hij een zoen op mijn kop. Iedereen was blij, dat was blij, dat was leuk.
Veel te snel was Charlie and the Chocolate Factory voorbij, ik lag nog wel lekker en Robin wilde graag blijven zitten voor nog een tweede show. Maar helaas, we moesten naar huis.

Lieve Bindi,

Robin voelt zich soms schuldig tegenover mij, dat zij het nog zoveel over jou heeft. Maar ik vind dat juist mooi, het bewijst dat jij in haar hart voortleeft.
                                             .////.En nu delen wij ee.n herinnering: jij was bij haar toen ze de soundtrack van de musical ontdekte en ik heb samen met haar de musical gezien. Nu is het cirkeltje rond.

Taeke 
#derijdendecolumnist

Meer van Taekes avonturen lezen? Neem dan een kijkje op Dagboek van een Hulphond en zijn partner in Life of Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Spast-proof

De appartementen in mijn flatgebouw worden van nieuwe brandalarmen voorzien. Om dit te kunnen doen, worden er kabels getrokken en geboord. Ik haat het geluid van boormachines, ik word er spastisch van. Dit geldt voor alle plotselinge geluiden.
Ik herinner me een tijd op de basisschool, toen de intercoms kuren hadden. Steeds wanneer er iets werd omgeroepen, kraakten ze als een gek, waardoor ik bijna uit mijn stoel sprong. Dit was lastig, maar het werd pas echt een knoeiboel als ik voor de pauze mijn melk nog niet op had. De pauze begon altijd met het oplezen van de mensen die surveillance hadden.
Ik zie mijn klasgenoten nog naar mij kijken, mij opjuttend dat ik mijn melk nú moest opdrinken, voordat ik het weer over mezelf heen gooide. Tja, tegen iemand met spasme zeggen dat hij/zij niet moet schrikken werkt niet, dan gaat het geheid mis.
Daar moest ik aan denken toen mijn appartement aan de beurt was voor de kleine verbouwing. Ik had een simpel verzoekje voor de werkmannen: als jullie voor de eerste keer gaan boren, klop dan even op de tussendeur, die ik dicht had gedaan voor het geluid. Verassing, dat waren de heren even vergeten. Zodra het boren begon, klotste de thee tegen de deksel, die ik op mijn beker had gedaan. Goddank had ik geen centje pijn, maar was wel direct chagrijnig.
Taeke keek mij vragend aan. Ik zuchtte, schrokte mijn broodje op met een sloot thee er achteraan en hield het bij: ‘Kom, we gaan.’
Taeke en ik zijn de hele dag weggebleven en toen we terugkwamen, viel mijn oog meteen op een rood kastje aan de muur. Dit principe ken ik: sla het glaasje kapot en de brandweercentrale weet direct waar de pleuris is uitgebroken. Een goed concept, maar niet spast-proof. Het ding hangt laag zodat ik erbij kan, maar ook laag genoeg dat ik hem door een spastische schrikreactie per ongeluk kan activeren. Is dat mogelijk?, hoor ik u vragen.
Ja, lieve lezer, dat kan. Ik heb het al eens meegemaakt. Gelukkig niet met een brandalarm, maar met een noodhamer in een schoolbus. In die tijd voerden mijn beste vriend Mathijs en ik complete hoorspelen op in de bus. Met zoveel enthousiasme, dat ons hele lichaam meedeed. Veel mensen met spasme zullen dit herkennen: hoe enthousiaster je wordt, hoe minder jij jouw lichaam onder controle hebt. Zo gebeurde het dat Mathijs in een wild gebaar met zijn vuist tegen de noodhamer ramde, die naast hem aan de muur hing. Het ding begon te krijsen, ik kan het niet anders omschrijven, we schrokken er allemaal van. Inclusief onze chauffeur, waardoor we bijna in een sloot terechtkwamen.
En nu kan ik zelf dus ook zo’n geluidsbom laten afgaan. Toen Taeke nieuwsgierig aan het rode kastje snuffelde, hoorde ik mezelf “Nee, afblijven jij!” zeggen. Daar moest ik om lachen, want dit zei de chauffeur ook tegen Mathijs, toen hij de noodhamer eindelijk weer stil had gekregen.
Het is nooit helemaal stil in huize Corbee, maar zullen daar ook spoedig alarmbellen gaan rinkelen? Ik hoop het niet, maar de tijd zal het leren.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

4 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Spast-proof

 De appartementen in mijn flatgebouw worden van nieuwe brandalarmen voorzien. Om dit te kunnen doen, worden er kabels getrokken en geboord. Ik haat het geluid van boormachines, ik word er spastisch van. Dit geldt voor alle plotselinge geluiden. 
Ik herinner me een tijd op de basisschool, toen de intercoms kuren hadden. Steeds wanneer er iets werd omgeroepen, kraakten ze als een gek, waardoor ik bijna uit mijn stoel sprong. Dit was lastig, maar het werd pas echt een knoeiboel als ik voor de pauze mijn melk nog niet op had. De pauze begon altijd met het oplezen van de mensen die surveillance hadden.
Ik zie mijn klasgenoten nog naar mij kijken, mij opjuttend dat ik mijn melk nú moest opdrinken, voordat ik het weer over mezelf heen gooide. Tja, tegen iemand met spasme zeggen dat hij/zij niet moet schrikken werkt niet, dan gaat het geheid mis.
Daar moest ik aan denken toen mijn appartement aan de beurt was voor de kleine verbouwing. Ik had een simpel verzoekje voor de werkmannen: als jullie voor de eerste keer gaan boren, klop dan even op de tussendeur, die ik dicht had gedaan voor het geluid. Verassing, dat waren de heren even vergeten. Zodra het boren begon, klotste de thee tegen de deksel, die ik op mijn beker had gedaan. Goddank had ik geen centje pijn, maar was wel direct chagrijnig.
Taeke keek mij vragend aan. Ik zuchtte, schrokte mijn broodje op met een sloot thee er achteraan en hield het bij: ‘Kom, we gaan.’
Taeke en ik zijn de hele dag weggebleven en toen we terugkwamen, viel mijn oog meteen op een rood kastje aan de muur. Dit principe ken ik: sla het glaasje kapot en de brandweercentrale weet direct waar de pleuris is uitgebroken. Een goed concept, maar niet spast-proof. Het ding hangt laag zodat ik erbij kan, maar ook laag genoeg dat ik hem door een spastische schrikreactie per ongeluk kan activeren. Is dat mogelijk?, hoor ik u vragen.
Ja, lieve lezer, dat kan. Ik heb het al eens meegemaakt. Gelukkig niet met een brandalarm, maar met een noodhamer in een schoolbus. In die tijd voerden mijn beste vriend Mathijs en ik complete hoorspelen op in de bus. Met zoveel enthousiasme, dat ons hele lichaam meedeed. Veel mensen met spasme zullen dit herkennen: hoe enthousiaster je wordt, hoe minder jij jouw lichaam onder controle hebt. Zo gebeurde het dat Mathijs in een wild gebaar met zijn vuist tegen de noodhamer ramde, die naast hem aan de muur hing. Het ding begon te krijsen, ik kan het niet anders omschrijven, we schrokken er allemaal van. Inclusief onze chauffeur, waardoor we bijna in een sloot terechtkwamen.
En nu kan ik zelf dus ook zo’n geluidsbom laten afgaan. Toen Taeke nieuwsgierig aan het rode kastje snuffelde, hoorde ik mezelf “Nee, afblijven jij!” zeggen. Daar moest ik om lachen, want dit zei de chauffeur ook tegen Mathijs, toen hij de noodhamer eindelijk weer stil had gekregen.
Het is nooit helemaal stil in huize Corbee, maar zullen daar ook spoedig alarmbellen gaan rinkelen? Ik hoop het niet, maar de tijd zal het leren.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft

Zondag 23 oktober 2022 – Een uitje voor jou, een uitje voor mij –

Dag, lieve Taeke,

Het is laat en akelig stil in huis, want jij bent er niet. We zijn er vandaag alle twee op uit gegaan: ik naar mijn favoriete band, The Villagers en jij slaapt een nachtje bij André en Diane. Jij hebt je geloof ik prima vermaakt, volgens mij mis jij mij niet eens. Nou, ik jou wel!
Maar ik hoor jou denken: heeft de oude dierenambulance waar jij in zat, TrivoliVredenburg in Utrecht gehaald? Tot mijn eigen verbazing kan ik ja zeggen. Het ging zelfs redelijk soepeltjes, als je de melding dat de tank leeg was, negeert. Die was immers vol, verzekerde pa mij. Maar we kwamen veilig aan. Alleen een parkeerplek vinden was een lastige puzzel. We moesten nog een eindje wandelen om bij Trivoli te komen, maar ook dit ging heel relaxt, ik vond het zelfs leuk. Het gebouw binnenkomen was dit echter niet. Geen grapje, pap en ik kwamen vast te zitten in de draaideur, mijn rolstoel was te groot. Ik voelde me net een ingeblikt sardientje. Goddank was jij niet mee, je was gegarandeerd geflipt, ik flipte bijna. Papa kon door een kleine kier ontsnappen en nadat ook ik was bevrijd, werden we vriendelijk, doch dringend verzocht om voor de terugweg de elektrische schuifdeuren te gebruiken. Oeps…
Ik voelde me behoorlijk ongemakkelijk, maar het personeel leek het incident al snel te vergeten. Om bij de juiste zaal te komen, moest ik met stoel en al op een traplift gaan staan. Nog nooit gedaan, ik kreeg er de kriebels van, jij had er onmogelijk bij gepast. Maar het ging goed. De service was geweldig, pap en ik werden constant begeleid, totdat we op onze plek zaten.
The Villagers bleken een voorprogramma te hebben: een jonge man die, als je zijn songteksten moest geloven, absoluut geen geluk had in de liefde. Ik probeerde me op hem te concentreren, maar zijn muziek greep mij totaal niet. Ik betrapte mezelf erop dat ik mijn telefoon wilde controleren. Had André mij al een berichtje gestuurd? Liet jij de katten met rust en lukte het jou nu wel om uit de brokjeston van Abby te blijven? Die gedachten spookten door mijn hoofd, totdat The Villagers begonnen te spelen.
The Villagers hebben altijd de kracht gehad om mijn gedachten uit te schakelen. Zodra de mannen beginnen te spelen, bestaat er voor mij niets anders meer dan hun muziek. Ik ben nog nooit stoned geweest, maar ik stel me voor dat een goede trip zo voelt.
De tijd ging veel te snel voorbij en toen ik weer met vier wielen op de grond stond, had ik twee filmpjes van André binnen. In de eerste zag ik jou, met hun katten. Met zachte geluidjes liet jij jouw nieuwe vriendjes weten dat je wilde spelen. Daar hadden zij geen zin in en dat respecteerde je. Ik grijnsde breed, gloeiend van trots. In het tweede filmpje lag jij vredig te slapen in jouw mand. Dat ga ik ook zo doen. Slapen, bedoel ik. Zonder jou en dat vind ik lastig. Daarom schrijf ik eerst deze brief, dan heb ik toch het idee dat ik tegen jou praat.

Tot morgen, lieve dwarskop. Ik ben zo trots op jou!
X Robin
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft

Zondag 23 oktober 2022 – Een uitje voor jou, een uitje voor mij – 

Dag, lieve Taeke,

Het is laat en akelig stil in huis, want jij bent er niet. We zijn er vandaag alle twee op uit gegaan: ik naar mijn favoriete band, The Villagers en jij slaapt een nachtje bij André en Diane. Jij hebt je geloof ik prima vermaakt, volgens mij mis jij mij niet eens. Nou, ik jou wel!
Maar ik hoor jou denken: heeft de oude dierenambulance waar jij in zat, TrivoliVredenburg in Utrecht gehaald? Tot mijn eigen verbazing kan ik ja zeggen. Het ging zelfs redelijk soepeltjes, als je de melding dat de tank leeg was, negeert. Die was immers vol, verzekerde pa mij. Maar we kwamen veilig aan. Alleen een parkeerplek vinden was een lastige puzzel. We moesten nog een eindje wandelen om bij Trivoli te komen, maar ook dit ging heel relaxt, ik vond het zelfs leuk. Het gebouw binnenkomen was dit echter niet. Geen grapje, pap en ik kwamen vast te zitten in de draaideur, mijn rolstoel was te groot. Ik voelde me net een ingeblikt sardientje. Goddank was jij niet mee, je was gegarandeerd geflipt, ik flipte bijna. Papa kon door een kleine kier ontsnappen en nadat ook ik was bevrijd, werden we vriendelijk, doch dringend verzocht om voor de terugweg de elektrische schuifdeuren te gebruiken. Oeps…
Ik voelde me behoorlijk ongemakkelijk, maar het personeel leek het incident al snel te vergeten. Om bij de juiste zaal te komen, moest ik met stoel en al op een traplift gaan staan. Nog nooit gedaan, ik kreeg er de kriebels van, jij had er onmogelijk bij gepast. Maar het ging goed. De service was geweldig, pap en ik werden constant begeleid, totdat we op onze plek zaten.
The Villagers bleken een voorprogramma te hebben: een jonge man die, als je zijn songteksten moest geloven, absoluut geen geluk had in de liefde. Ik probeerde me op hem te concentreren, maar zijn muziek greep mij totaal niet. Ik betrapte mezelf erop dat ik mijn telefoon wilde controleren. Had André mij al een berichtje gestuurd? Liet jij de katten met rust en lukte het jou nu wel om uit de brokjeston van Abby te blijven? Die gedachten spookten door mijn hoofd, totdat The Villagers begonnen te spelen.
The Villagers hebben altijd de kracht gehad om mijn gedachten uit te schakelen. Zodra de mannen beginnen te spelen, bestaat er voor mij niets anders meer dan hun muziek. Ik ben nog nooit stoned geweest, maar ik stel me voor dat een goede trip zo voelt.
De tijd ging veel te snel voorbij en toen ik weer met vier wielen op de grond stond, had ik twee filmpjes van André binnen. In de eerste zag ik jou, met hun katten. Met zachte geluidjes liet jij jouw nieuwe vriendjes weten dat je wilde spelen. Daar hadden zij geen zin in en dat respecteerde je. Ik grijnsde breed, gloeiend van trots. In het tweede filmpje lag jij vredig te slapen in jouw mand. Dat ga ik ook zo doen. Slapen, bedoel ik. Zonder jou en dat vind ik lastig. Daarom schrijf ik eerst deze brief, dan heb ik toch het idee dat ik tegen jou praat.

Tot morgen, lieve dwarskop. Ik ben zo trots op jou!
X Robin
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Alfie

Liefde is iets prachtigs. Het is zo’n fijn gevoel, dat we het iedereen gunnen. Soms dringen we het op aan mensen die daar zelf helemaal geen behoefte aan hebben.
Jaren geleden had ik een vriend, laat ik hem in dit verhaal Alfie noemen. Alfie was een echte romanticus, verslond zoetsappige films en luisterde graag als ik over Sintjin vertelde. Zelf had hij nog geen liefje, hoewel hij dat wel graag wilde.
‘Komt wel’, zei ik altijd als hij daar over begon.
‘Weet ik niet’, was dan zijn reactie. ‘Ik ben niet zoals jij: ik hou ervan om romantische verhalen te ervaren, maar moet er niet aan denken om zelf al die kleffe dingen te doen. Zoenen en seks en zo.’ Hij trok daar zo’n vies gezicht bij, dat ik in de lach schoot.
‘Het komt wel, echt. Misschien ben je er gewoon nog niet aan toe.’
Dat is het irritante aan verliefde mensen: ze hebben vaak oogkleppen op, dronken van hun eigen geluk, luisteren ze niet goed naar wat er gezegd wordt. Ik luisterde in ieder geval niet en dat heeft mij mijn vriendschap met Alfie gekost. Toen ik voor de zoveelste keer had gezegd dat die behoeftes vanzelf zouden komen, was hij het zat. ‘Nee, die behoeftes komen bij mij niet vanzelf en ik ga ze niet krijgen ook. Luister nou!’
Nu ik jaren later op deze discussie terugkijk, vind ik het stom dat ik dat niet heb gedaan: mijn mond houden en luisteren. Alfie en ik spreken elkaar niet meer, we zijn stilletjes uit elkaars leven weggeglipt. En toen hoorde ik de term A-seksueel in Bojack Horseman, op Netflix. In die serie is het personage Todd A-seksueel. Hij heeft behoefte aan een intieme relatie, maar dan zonder al die lichamelijke dingen. Het was alsof er een lampje aan ging in mijn hoofd: dit bedoelde Alfie dus!
Niet veel later kwam mijn favoriete YouTuber Gabby uit de kast als A-seksueel en ontdekte ik dat het een heel breed spectrum is: sommige mensen ervaren geen romantische gevoelens, maar hebben wel behoefte aan erotiek of andersom. Of je ervaart het geen van beiden en dat is ook oké. Ik ben geen seksuoloog en weet niet of ik het goed uitleg, er zijn veel verschillende facetten op dit vlak, zoals met alles in dit leven. Maar wat mij vooral is bijgebleven, is Gabby’s reactie. Ze was emotioneel, omdat er steeds meer bekend wordt over A-seksualiteit en ze eindelijk wist hoe ze zelf in elkaar zat. Ze was niet raar, er bleken nog veel meer mensen zoals zij te zijn. Waaronder mijn oude vriend, Alfie.
Ergens zou ik weer contact met hem willen opnemen, vertellen dat ik hem nu beter begrijp, maar ik doe het niet. Ik heb geen idee of Alfie zichzelf als A-seksueel identificeert en ik wil hem daarmee niet lastigvallen. Het is duidelijk dat hij geen contact meer met mij wil en hoewel ik dat erg jammer vind, respecteer ik dat. Ik hoop dat hij gelukkig is en dat hij zijn lief gevonden heeft.
Dus lieve lezer, voel je de behoefte om iemand liefdesadvies te geven, bedenk dan: heeft diegene daar wel behoefte aan? Luister liever naar zijn of haar verhaal en zeg zoiets als: ‘Je bent een mooi mens, ik hoop dat jij jouw geluk vindt.’
Ik wou dat ik dat had gedaan.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Alfie 

Liefde is iets prachtigs. Het is zo’n fijn gevoel, dat we het iedereen gunnen. Soms dringen we het op aan mensen die daar zelf helemaal geen behoefte aan hebben.
Jaren geleden had ik een vriend, laat ik hem in dit verhaal Alfie noemen. Alfie was een echte romanticus, verslond zoetsappige films en luisterde graag als ik over Sintjin vertelde. Zelf had hij nog geen liefje, hoewel hij dat wel graag wilde.
‘Komt wel’, zei ik altijd als hij daar over begon.
‘Weet ik niet’, was dan zijn reactie. ‘Ik ben niet zoals jij: ik hou ervan om romantische verhalen te ervaren, maar moet er niet aan denken om zelf al die kleffe dingen te doen. Zoenen en seks en zo.’ Hij trok daar zo’n vies gezicht bij, dat ik in de lach schoot.
‘Het komt wel, echt. Misschien ben je er gewoon nog niet aan toe.’
Dat is het irritante aan verliefde mensen: ze hebben vaak oogkleppen op, dronken van hun eigen geluk, luisteren ze niet goed naar wat er gezegd wordt. Ik luisterde in ieder geval niet en dat heeft mij mijn vriendschap met Alfie gekost. Toen ik voor de zoveelste keer had gezegd dat die behoeftes vanzelf zouden komen, was hij het zat. ‘Nee, die behoeftes komen bij mij niet vanzelf en ik ga ze niet krijgen ook. Luister nou!’ 
Nu ik jaren later op deze discussie terugkijk, vind ik het stom dat ik dat niet heb gedaan: mijn mond houden en luisteren. Alfie en ik spreken elkaar niet meer, we zijn stilletjes uit elkaars leven weggeglipt. En toen hoorde ik de term A-seksueel in Bojack Horseman, op Netflix. In die serie is het personage Todd A-seksueel. Hij heeft behoefte aan een intieme relatie, maar dan zonder al die lichamelijke dingen. Het was alsof er een lampje aan ging in mijn hoofd: dit bedoelde Alfie dus!
Niet veel later kwam mijn favoriete YouTuber Gabby uit de kast als A-seksueel en ontdekte ik dat het een heel breed spectrum is: sommige mensen ervaren geen romantische gevoelens, maar hebben wel behoefte aan erotiek of andersom. Of je ervaart het geen van beiden en dat is ook oké. Ik ben geen seksuoloog en weet niet of ik het goed uitleg, er zijn veel verschillende facetten op dit vlak, zoals met alles in dit leven. Maar wat mij vooral is bijgebleven, is Gabby’s reactie. Ze was emotioneel, omdat er steeds meer bekend wordt over A-seksualiteit en ze eindelijk wist hoe ze zelf in elkaar zat. Ze was niet raar, er bleken nog veel meer mensen zoals zij te zijn. Waaronder mijn oude vriend, Alfie.
Ergens zou ik weer contact met hem willen opnemen, vertellen dat ik hem nu beter begrijp, maar ik doe het niet. Ik heb geen idee of Alfie zichzelf als A-seksueel identificeert en ik wil hem daarmee niet lastigvallen. Het is duidelijk dat hij geen contact meer met mij wil en hoewel ik dat erg jammer vind, respecteer ik dat. Ik hoop dat hij gelukkig is en dat hij zijn lief gevonden heeft.
Dus lieve lezer, voel je de behoefte om iemand liefdesadvies te geven, bedenk dan: heeft diegene daar wel behoefte aan? Luister liever naar zijn of haar verhaal en zeg zoiets als: ‘Je bent een mooi mens, ik hoop dat jij jouw geluk vindt.’
Ik wou dat ik dat had gedaan. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Hoop dat Alfie dit leest 👍

De Rijdende Columnist Schrijft:

Poep op de stoep

Als je moet, dan moet je. Iedereen kent die drang en dan is het zaak om zo snel mogelijk een wc op te zoeken. Ik heb dat probleem niet. Doordat ik meestal een inco draag, kan ik de kleine boodschap gewoon laten lopen. Bij hulphonden gaat dit gepaard met een commando: pipi. Dit is geen moetje, maar een simpel verzoek of de hulphond zijn behoefte wil doen. Wanneer ik dit aan Bindi vroeg, hurkte ze altijd wel even neer, maar Taeke trekt vaak zijn eigen plan. Hij doet zijn behoefte waar hij wil, wanneer hij wil. Ook op het asfalt. Dit was nieuw voor me en ik wist niet goed wat ik met de situatie aan moest, toen dit de eerste keer gebeurde. Ik probeerde Taeke naar een stukje gras te dirigeren, maar toen ik achteromkeek, zag ik een spoor van keuteltjes achter ons.
Ik kan uw afschuw bijna voelen, lieve lezer. Geloof me, ik ben het met u eens, maar als Taeke in de remmen gaat om zijn dingetje te doen, voelt het voor mij alsof ik een standbeeld mee probeer te trekken. Ik zag het ook lange tijd niet aan komen als Taeke het van plan was, het gebeurde in minder dan een tel en dan was het kwaad al geschied.
Maar het werd pas echt irritant toen Taeke steeds voor hetzelfde huis begon te poepen. In die tijd was mijn wijk in de greep van wegwerkzaamheden, waardoor er weinig korte routes waren die ik met Taeke kon lopen. Dus deed hij het opnieuw en opnieuw. En de volgende dag was zijn drol verdwenen. Iemand ruimde de troep van mijn hond op en ik vond het verschrikkelijk.
Toen er een beveiligingscamera werd opgehangen, wist ik dat het een kwestie van tijd was voordat ik zou worden aangesproken. En inderdaad, toen we de volgende dag langs dat huis gingen, ging er een deur open.
‘Hallo? Is het jouw hond die steeds voor mijn huis poept?’
Ik kon twee dingen doen: bekennen of in de verdediging schieten. Door mijn ervaringen met de Boze Buurman, wist ik dat in de verdediging schieten lelijk uit kon pakken, dus knikte ik.
‘Ja en dat spijt mij heel, heel erg.’
‘Kan hij niet in het gras poepen?’
‘Dat kan, hij heeft er alleen niet altijd zin in.’ Ik voelde mijn wangen gloeien. ‘Als uw camera een week eerder had gehangen, had u kunnen zien hoe ik pirouetjes met Taeke draaide, om een drol op het asfalt te voorkomen.’
‘Je meent het serieus, hè?’
‘Helaas wel.’
Op dat moment kwam er nog een vrouw naar buiten, roepend: ‘Ah, daar hebben we de poepende dader! Ach, kijk nou, hij voelt zich schuldig.’
Taeke zat inderdaad naast me, ongemakkelijk heen en weer wiegend, terwijl hij naar de grond keek.
‘Het spijt Taeke en mij echt heel erg’, probeerde ik opnieuw.
‘Hij is een labrador, hè?’, zei vrouw nummer Twee. ‘Ik heb ze ook gehad. Ze zijn lief, maar zo ontzettend koppig! Je doet je best, liefje.’
Vrouw nummer Eén zuchtte. ‘Je hoeft niet zo angstig te kijken, ik weet best dat jij zijn poep niet op kunt ruimen en dat je het niet expres doet. Ik vind het alleen irritant dat ik het moet doen.’
‘Mijn hond poept ook standaard op het asfalt.’
Ik draaide me om en zag dat er nóg een vrouw bij was komen staan. Waar kwam die zo snel vandaan?
‘Meen je dat nou?’, vroeg vrouw nummer Eén.
Vrouw nummer Drie haalde haar schouders op. ‘Ja en dan laat ik hem maar zijn ding doen, anders krijg je een heel spoor…’
‘Oké, ho maar!’ Vrouw nummer Eén kreunde en boog zich naar Taeke. ‘Gewoon niet meer voor mijn huis poepen, deal?’
Als antwoord gaf Taeke een klein, lief likje, waar ze om moest lachen.
Geloof het of niet, maar de deal staat nog steeds: Taeke heeft sindsdien niet meer voor haar huis gepoept. Hopelijk weet hij het zo te houden.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft: 

Poep op de stoep

Als je moet, dan moet je. Iedereen kent die drang en dan is het zaak om zo snel mogelijk een wc op te zoeken. Ik heb dat probleem niet. Doordat ik meestal een inco draag, kan ik de kleine boodschap gewoon laten lopen. Bij hulphonden gaat dit gepaard met een commando: pipi. Dit is geen moetje, maar een simpel verzoek of de hulphond zijn behoefte wil doen. Wanneer ik dit aan Bindi vroeg, hurkte ze altijd wel even neer, maar Taeke trekt vaak zijn eigen plan. Hij doet zijn behoefte waar hij wil, wanneer hij wil. Ook op het asfalt. Dit was nieuw voor me en ik wist niet goed wat ik met de situatie aan moest, toen dit de eerste keer gebeurde. Ik probeerde Taeke naar een stukje gras te dirigeren, maar toen ik achteromkeek, zag ik een spoor van keuteltjes achter ons.
Ik kan uw afschuw bijna voelen, lieve lezer. Geloof me, ik ben het met u eens, maar als Taeke in de remmen gaat om zijn dingetje te doen, voelt het voor mij alsof ik een standbeeld mee probeer te trekken. Ik zag het ook lange tijd niet aan komen als Taeke het van plan was, het gebeurde in minder dan een tel en dan was het kwaad al geschied. 
Maar het werd pas echt irritant toen Taeke steeds voor hetzelfde huis begon te poepen. In die tijd was mijn wijk in de greep van wegwerkzaamheden, waardoor er weinig korte routes waren die ik met Taeke kon lopen. Dus deed hij het opnieuw en opnieuw. En de volgende dag was zijn drol verdwenen. Iemand ruimde de troep van mijn hond op en ik vond het verschrikkelijk. 
Toen er een beveiligingscamera werd opgehangen, wist ik dat het een kwestie van tijd was voordat ik zou worden aangesproken. En inderdaad, toen we de volgende dag langs dat huis gingen, ging er een deur open.
‘Hallo? Is het jouw hond die steeds voor mijn huis poept?’
Ik kon twee dingen doen: bekennen of in de verdediging schieten. Door mijn ervaringen met de Boze Buurman, wist ik dat in de verdediging schieten lelijk uit kon pakken, dus knikte ik.
‘Ja en dat spijt mij heel, heel erg.’
‘Kan hij niet in het gras poepen?’
‘Dat kan, hij heeft er alleen niet altijd zin in.’ Ik voelde mijn wangen gloeien. ‘Als uw camera een week eerder had gehangen, had u kunnen zien hoe ik pirouetjes met Taeke draaide, om een drol op het asfalt te voorkomen.’
‘Je meent het serieus, hè?’
‘Helaas wel.’
Op dat moment kwam er nog een vrouw naar buiten, roepend: ‘Ah, daar hebben we de poepende dader! Ach, kijk nou, hij voelt zich schuldig.’
Taeke zat inderdaad naast me, ongemakkelijk heen en weer wiegend, terwijl hij naar de grond keek.
‘Het spijt Taeke en mij echt heel erg’, probeerde ik opnieuw.
‘Hij is een labrador, hè?’, zei vrouw nummer Twee. ‘Ik heb ze ook gehad. Ze zijn lief, maar zo ontzettend koppig! Je doet je best, liefje.’
Vrouw nummer Eén zuchtte. ‘Je hoeft niet zo angstig te kijken, ik weet best dat jij zijn poep niet op kunt ruimen en dat je het niet expres doet. Ik vind het alleen irritant dat ik het moet doen.’
‘Mijn hond poept ook standaard op het asfalt.’
Ik draaide me om en zag dat er nóg een vrouw bij was komen staan. Waar kwam die zo snel vandaan?
‘Meen je dat nou?’, vroeg vrouw nummer Eén.
Vrouw nummer Drie haalde haar schouders op. ‘Ja en dan laat ik hem maar zijn ding doen, anders krijg je een heel spoor…’
‘Oké, ho maar!’ Vrouw nummer Eén kreunde en boog zich naar Taeke. ‘Gewoon niet meer voor mijn huis poepen, deal?’
Als antwoord gaf Taeke een klein, lief likje, waar ze om moest lachen.
Geloof het of niet, maar de deal staat nog steeds: Taeke heeft sindsdien niet meer voor haar huis gepoept. Hopelijk weet hij het zo te houden.  
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

De glimlach van de dag.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Wat nu?

Voor veel mensen staat de maand januari voor een nieuwe start. Ik heb dat gevoel soms al in september, waarschijnlijk omdat de scholen dan beginnen en de zomerstop van Schoorl Community eindigt.
Een nieuwe start is prima, het kan heel verfrissend werken, maar het kan je ook heel onzeker maken. Ik begon 2022 met een plan: ‘De Suikerprinses’ schrijven en mijn werk als hulpjuf weer oppakken. Vooral dat laatste lukte niet echt. Ik heb de school dit jaar denk ik drie keer vanbinnen gezien, voordat het door omstandigheden weer stilviel.
‘Dit gaat niet werken’, liet mijn jobcoach mij weten. ‘Ik zeg het niet graag, maar ik denk dat als er voor juni nog niets veranderd is, we naar iets anders moeten gaan zoeken.’
Dat deed zeer, maar ik begreep het wel. De maand juni gleed voorbij en ik zei de Carrousel geruisloos vaarwel. Tja, wat nu? Ik wist het niet zo goed.
Dan was er nog mijn tweede doel: aan ‘De Suikerprinses’ werken. Dat ging, maar niet zo goed als dat ik wilde. Ik schreef omdat ik vond dat ik het moest doen, niet omdat ik ertoe werd gedreven.
Ik weet hoe het voelt als een verhaal tegen je begint te fluisteren, als personages jou op je schouder tikken en constant jouw aandacht opeisen. Dat gevoel joeg ik achterna, maar kon het niet vinden. Als ik heel eerlijk ben, begon ik een beetje bang te worden dat dit ook niet meer ging lukken. Dat ‘Zusters van de Zee’ mijn enige voltooide manuscript zou blijven, maar alles veranderde toen Sintjin en ik naar ‘Aladdin’ gingen.
Taeke heeft jullie al eerder laten weten dat ik na het zien van de musical, een oud project heb opgepakt en die ben gaan herschrijven. Eerst was ik onzeker, maar na het schrijven van het proloog, voelde het alsof er een dam was doorgebroken. Ik kon en kan nog steeds niet stoppen met schrijven. Ik MOET gewoon weten hoe dit verhaal afloopt en dat is al zo lang geleden… Een jaar of zes, schat ik. Misschien nog wel langer.
Ik ben nu halverwege hoofdstuk 1 en toen ik mijn eigen werk teruglas, moest ik een traantje laten. Van pure blijdschap, omdat het voelt alsof ik een stukje van mezelf teruggevonden heb. En de goede tekens waren nog niet op, want toen Taeke en ik op een zonnige maandagochtend buiten waren, werden we gepasseerd door een groep kinderen. Kinderen die “Hé, Robin!” riepen. Eerst dacht ik dat ze het tegen iemand anders hadden, ik ben immers niet de enige Robin op deze wereld. Maar toen ik beter keek, herkende ik mijn taalklasje van twee jaar geleden, nu flinke pubers. Dat zij zich mij nog herinneren, vult mijn hart met trots en hoop. Hoop voor de toekomst. Ik weet nog niet precies war het mij brengen zal, maar ik heb er vertrouwen in. Omdat ik me meer mezelf voel dan dat ik in jaren heb gedaan.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Wat nu?

Voor veel mensen staat de maand januari voor een nieuwe start. Ik heb dat gevoel soms al in september, waarschijnlijk omdat de scholen dan beginnen en de zomerstop van Schoorl Community eindigt.
Een nieuwe start is prima, het kan heel verfrissend werken, maar het kan je ook heel onzeker maken. Ik begon 2022 met een plan: ‘De Suikerprinses’ schrijven en mijn werk als hulpjuf weer oppakken. Vooral dat laatste lukte niet echt. Ik heb de school dit jaar denk ik drie keer vanbinnen gezien, voordat het door omstandigheden weer stilviel.
‘Dit gaat niet werken’, liet mijn jobcoach mij weten. ‘Ik zeg het niet graag, maar ik denk dat als er voor juni nog niets veranderd is, we naar iets anders moeten gaan zoeken.’
Dat deed zeer, maar ik begreep het wel. De maand juni gleed voorbij en ik zei de Carrousel geruisloos vaarwel. Tja, wat nu? Ik wist het niet zo goed.
Dan was er nog mijn tweede doel: aan ‘De Suikerprinses’ werken. Dat ging, maar niet zo goed als dat ik wilde. Ik schreef omdat ik vond dat ik het moest doen, niet omdat ik ertoe werd gedreven. 
Ik weet hoe het voelt als een verhaal tegen je begint te fluisteren, als personages jou op je schouder tikken en constant jouw aandacht opeisen. Dat gevoel joeg ik achterna, maar kon het niet vinden. Als ik heel eerlijk ben, begon ik een beetje bang te worden dat dit ook niet meer ging lukken. Dat ‘Zusters van de Zee’ mijn enige voltooide manuscript zou blijven, maar alles veranderde toen Sintjin en ik naar ‘Aladdin’ gingen.
Taeke heeft jullie al eerder laten weten dat ik na het zien van de musical, een oud project heb opgepakt en die ben gaan herschrijven. Eerst was ik onzeker, maar na het schrijven van het proloog, voelde het alsof er een dam was doorgebroken. Ik kon en kan nog steeds niet stoppen met schrijven. Ik MOET gewoon weten hoe dit verhaal afloopt en dat is al zo lang geleden… Een jaar of zes, schat ik. Misschien nog wel langer.
Ik ben nu halverwege hoofdstuk 1 en toen ik mijn eigen werk teruglas, moest ik een traantje laten. Van pure blijdschap, omdat het voelt alsof ik een stukje van mezelf teruggevonden heb. En de goede tekens waren nog niet op, want toen Taeke en ik op een zonnige maandagochtend buiten waren, werden we gepasseerd door een groep kinderen. Kinderen die “Hé, Robin!” riepen. Eerst dacht ik dat ze het tegen iemand anders hadden, ik ben immers niet de enige Robin op deze wereld. Maar toen ik beter keek, herkende ik mijn taalklasje van twee jaar geleden, nu flinke pubers. Dat zij zich mij nog herinneren, vult mijn hart met trots en hoop. Hoop voor de toekomst. Ik weet nog niet precies war het mij brengen zal, maar ik heb er vertrouwen in. Omdat ik me meer mezelf voel dan dat ik in jaren heb gedaan.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

De Rijdende Columnist Schrijft:

Assepoester

Sintjin en ik waren op bezoek bij zijn oma, toen een verzorgster mij aansprak: ‘Wat heb jij een geweldige…’
Hond, dacht ik vermoeid. En nee, u mag hem niet aaien.
‘…schoenen aan!’
Oh. Zo snel ik kon, slikte ik mijn ergernis in en toverde ik een grote grijns op mijn gezicht.
Ik was het roerend met deze dame eens: mijn Skechers zijn geweldig! Assepoester heeft haar glazen muiltjes, ik hou van mijn rode eyecatchers. Het is het eerste paar schoenen dat ik kocht omdat ik ze mooi vond en niet uit puur praktisch oogpunt.
Voor iemand die niet op schoenen loopt, heb ik er wel veel in huis. Bijna allemaal miskopen, dat krijg je als je kleine voeten, maar een hoge wreef hebt en de schoenen bovendien niet in kunt lopen.
Met de komst van de Skechers dacht ik dat mijn schoenproblemen voorgoed verleden tijd waren, maar op extreme hittegolven had ik niet gerekend. Deze zomer hielden mijn voeten door de warmte zoveel vocht vast, dat ik zelfs mijn geliefde Skechers niet meer paste.
Ik hoor je denken, lieve lezer: waarom vraag ik niet een schoenexpert om hulp? Omdat een spastische voet in een schoen krijgen, een hele kunst is. De gemiddelde schoenverkoper durft het niet aan, uit angst om mij pijn te doen.
Maar de laatste hittegolf maakte dat ik geen andere keus had. Ik kon geen enkele schoen meer aan en om alleen met blote voeten in mijn stoel te zitten is geen optie, dan blijf ik onderuitglijden, wat een afschuwelijke rugpijn oplevert.
Gelukkig trof ik een schoenverkoopster die de uitdaging met mij wel aandurfde, terwijl haar collega nijdig met schoenendozen sjoelde. Zij vond haar werk duidelijk minder leuk.
Na driekwartier van proberen dacht ik geslaagd te zijn. Om de nieuwe schoenen die nacht amper meer uit te krijgen. Helaas, weer een miskoop, waardoor ik de volgende dag schoenloos in mijn stoel zat.
‘Wat doe jij nou?’, vroeg Sintjin verbaasd toen hij binnenkwam. ‘Zo krijg je last van je rug.’
‘Ja, maar dat nieuwe paar dat ik gisteren heb gekocht, past toch niet.’
‘Dan ruil je ze om voor grotere.’
‘Dat kan ik niet maken, ik heb een sloot van zweet in die nieuwe achtergelaten.’
‘Dat is onzin en dat weet je. Ik ga wel met je mee.’
Zuchtend en kreunend liet ik mezelf overhalen, maar dit keer viste ik achter het net. De eerder zo behulpzame schoenverkoopster was er niet, ik moest het met het sjoel-meisje doen, die er ook nu duidelijk geen zin in had. ‘Geld terug of ruilen?’, vroeg ze kortaf.
‘Ruilen.’
Ze zuchtte duidelijk hoorbaar. ‘Het zomerseizoen is voor ons voorbij, we zijn nu met de wintercollectie bezig. Ik heb achter alleen nog maar sandalen voor mannen. Hele grote.’
‘Perfect. Hoe groter, hoe beter, in mijn geval, ik loop er toch niet op.’
Dat was duidelijk niet het antwoord dat ze wilde horen en het meisje stampte weg om de sandalen te halen.
‘Dit is precies de reden waarom ik schoenwinkels ontwijk’, fluisterde ik Sintjin toe.
Het meisje kwam terug en smeet het schoeisel op de toonbank. ‘De grootste sandalen in de winkel voor mevrouw.’
Geweldig, top. Ik wilde ze mee grissen passen kwam thuis wel, maar Sintjin vroeg: ‘Wil je ze niet even passen? De verkoopster die jou gisteren hielp, vond dat toch geen probleem?’
Die verkoopster niet nee, maar dit meisje wel. Ze draaide zelfs met haar ogen. Op dat moment wilde ik geen hulp, maar naar huis. Nu.
‘Op deze manier hoeft het voor mij niet hoor’, zei ik toen het meisje naar mij toe kwam.
Waarschijnlijk zag ze toen dat ze me pijn had gedaan, want ze bond direct in. ‘Nee, ik help wel.’
Ze hielp me met één sandaal, wat beter was dan niets. Ik durfde niet te zeggen dat ik de andere ook wilde passen en ze als ze goed zaten, direct aan wilde houden. We namen ze gewoon mee.
Eenmaal buiten, zag Sintjin mij ongemakkelijk met mijn blote voeten trappelen en aan mijn gezicht was duidelijk te zien dat ik rugpijn begon te krijgen. ‘Kom, we gaan naar Bagels & Beans.’
‘Ik wil geen bagel, ik wil naar huis.’
‘Ik wil ook geen bagel, ik wil gewoon ergens zitten om jou die sandalen aan te trekken.’
‘Dat hoeft niet, de dames van de zorg doen het wel als we thuis zijn.’
‘Ik kan het ook, ik heb het ze vaak genoeg zien doen. Een beetje vertrouwen, Robin.’
Dat vertrouwen gaf ik hem, met als resultaat dat ik me net een prinses uit de sprookjes voelde, toen Sintjin mij in mijn sandalen hielp, terwijl omstanders vertederd toekeken.
‘Hoe zitten ze, Assepoester?’, vroeg hij glimlachend.
‘Heerlijk, ik heb mijn perfecte muiltjes gevonden.’
De tijd van hittegolven is voorlopig voorbij, maar nu heeft deze prinses ook muiltjes voor de hele hete dagen. Allemaal omdat haar prins haar heeft overgehaald.
Maar heel eerlijk? De rode Skechers blijven mijn .
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Assepoester 

Sintjin en ik waren op bezoek bij zijn oma, toen een verzorgster mij aansprak: ‘Wat heb jij een geweldige…’
Hond, dacht ik vermoeid. En nee, u mag hem niet aaien.
‘…schoenen aan!’
Oh. Zo snel ik kon, slikte ik mijn ergernis in en toverde ik een grote grijns op mijn gezicht. 
Ik was het roerend met deze dame eens: mijn Skechers zijn geweldig! Assepoester heeft haar glazen muiltjes, ik hou van mijn rode eyecatchers. Het is het eerste paar schoenen dat ik kocht omdat ik ze mooi vond en niet uit puur praktisch oogpunt. 
Voor iemand die niet op schoenen loopt, heb ik er wel veel in huis. Bijna allemaal miskopen, dat krijg je als je kleine voeten, maar een hoge wreef hebt en de schoenen bovendien niet in kunt lopen.
Met de komst van de Skechers dacht ik dat mijn schoenproblemen voorgoed verleden tijd waren, maar op extreme hittegolven had ik niet gerekend. Deze zomer hielden mijn voeten door de warmte zoveel vocht vast, dat ik zelfs mijn geliefde Skechers niet meer paste. 
Ik hoor je denken, lieve lezer: waarom vraag ik niet een schoenexpert om hulp? Omdat een spastische voet in een schoen krijgen, een hele kunst is. De gemiddelde schoenverkoper durft het niet aan, uit angst om mij pijn te doen.
Maar de laatste hittegolf maakte dat ik geen andere keus had. Ik kon geen enkele schoen meer aan en om alleen met blote voeten in mijn stoel te zitten is geen optie, dan blijf ik onderuitglijden, wat een afschuwelijke rugpijn oplevert.
Gelukkig trof ik een schoenverkoopster die de uitdaging met mij wel aandurfde, terwijl haar collega nijdig met schoenendozen sjoelde. Zij vond haar werk duidelijk minder leuk.
Na driekwartier van proberen dacht ik geslaagd te zijn. Om de nieuwe schoenen die nacht amper meer uit te krijgen. Helaas, weer een miskoop, waardoor ik de volgende dag schoenloos in mijn stoel zat.
‘Wat doe jij nou?’, vroeg Sintjin verbaasd toen hij binnenkwam. ‘Zo krijg je last van je rug.’
‘Ja, maar dat nieuwe paar dat ik gisteren heb gekocht, past toch niet.’
‘Dan ruil je ze om voor grotere.’
‘Dat kan ik niet maken, ik heb een sloot van zweet in die nieuwe achtergelaten.’
‘Dat is onzin en dat weet je. Ik ga wel met je mee.’ 
Zuchtend en kreunend liet ik mezelf overhalen, maar dit keer viste ik achter het net. De eerder zo behulpzame schoenverkoopster was er niet, ik moest het met het sjoel-meisje doen, die er ook nu duidelijk geen zin in had. ‘Geld terug of ruilen?’, vroeg ze kortaf.
‘Ruilen.’
Ze zuchtte duidelijk hoorbaar. ‘Het zomerseizoen is voor ons voorbij, we zijn nu met de wintercollectie bezig. Ik heb achter alleen nog maar sandalen voor mannen. Hele grote.’
‘Perfect. Hoe groter, hoe beter, in mijn geval, ik loop er toch niet op.’
Dat was duidelijk niet het antwoord dat ze wilde horen en het meisje stampte weg om de sandalen te halen.
‘Dit is precies de reden waarom ik schoenwinkels ontwijk’, fluisterde ik Sintjin toe.
Het meisje kwam terug en smeet het schoeisel op de toonbank. ‘De grootste sandalen in de winkel voor mevrouw.’
Geweldig, top. Ik wilde ze mee grissen passen kwam thuis wel, maar Sintjin vroeg: ‘Wil je ze niet even passen? De verkoopster die jou gisteren hielp, vond dat toch geen probleem?’
Die verkoopster niet nee, maar dit meisje wel. Ze draaide zelfs met haar ogen. Op dat moment wilde ik geen hulp, maar naar huis. Nu.
‘Op deze manier hoeft het voor mij niet hoor’, zei ik toen het meisje naar mij toe kwam. 
Waarschijnlijk zag ze toen dat ze me pijn had gedaan, want ze bond direct in. ‘Nee, ik help wel.’
Ze hielp me met één sandaal, wat beter was dan niets. Ik durfde niet te zeggen dat ik de andere ook wilde passen en ze als ze goed zaten, direct aan wilde houden. We namen ze gewoon mee. 
Eenmaal buiten, zag Sintjin mij ongemakkelijk met mijn blote voeten trappelen en aan mijn gezicht was duidelijk te zien dat ik rugpijn begon te krijgen. ‘Kom, we gaan naar Bagels & Beans.’
‘Ik wil geen bagel, ik wil naar huis.’
‘Ik wil ook geen bagel, ik wil gewoon ergens zitten om jou die sandalen aan te trekken.’
‘Dat hoeft niet, de dames van de zorg doen het wel als we thuis zijn.’
‘Ik kan het ook, ik heb het ze vaak genoeg zien doen. Een beetje vertrouwen, Robin.’
Dat vertrouwen gaf ik hem, met als resultaat dat ik me net een prinses uit de sprookjes voelde, toen Sintjin mij in mijn sandalen hielp, terwijl omstanders vertederd toekeken.
‘Hoe zitten ze, Assepoester?’, vroeg hij glimlachend.
‘Heerlijk, ik heb mijn perfecte muiltjes gevonden.’
De tijd van hittegolven is voorlopig voorbij, maar nu heeft deze prinses ook muiltjes voor de hele hete dagen. Allemaal omdat haar prins haar heeft overgehaald.
Maar heel eerlijk? De rode Skechers blijven mijn  .
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Een verhaal vol verschillende emoties. Knap gedaan!

Leuk die schoenen.

Taeke overdenkt het effect van de musical “Aladdin.”

Ik ben voor het eerst naar het theater geweest! Naar een musical genaamd “Aladdin.” Het was Sintjin’s idee, hij vroeg aan Robin of ze zin had in een magisch uitje, zij zei ja en twee dagen later waren we in Scheveningen. Alles was perfect geregeld: er was zelfs een plekje voor mij in de zaal!
Ik zag de mensen van het theater wel naar mij lachen, terwijl ik samen met Robin en Sintjin langs paradeerde. Iedereen ging voor ons aan de kant. “Aladdin’ vertelt het verhaal van een jonge straatrat, die zichzelf in een prins laat omtoveren. Nou, op dat moment voelde ik me zelf van adel!
Eenmaal in de zaal, liet Robin een lieve mevrouw in een mooi pak weten dat dit mijn eerste musical was. Ze wist niet zo goed hoe ik op het orkest zou reageren, maar ik ging wel altijd mee naar de bioscoop. Dat is ook zo.
De musical begon en ja, het orkest kon best hard spelen. Ik hoorde Robin wel “Stanley!” roepen. Stanley Burleson speelde de Geest en hij schijnt een bekende musicalster te zijn of zoiets. Robin was helemaal happy en ik vermaakte me ook prima. Toen er donder en bliksem werd nagebootst schrok ik wel even, maar niet alleen Robin en Sintjin, ook de vrouw in haar mooie pak hield mij in de gaten. Dat vond ik lief van haar.
In de pauze kwam ze even naar ons toe. ‘Hij ligt er prinsheerlijk bij, hè?’, zei ze met een knikje naar mij. ‘Moet hij niet plassen?’
‘Nee hoor, Taeke heeft een blaas van staal.’
‘Oh.’ Ze lachte. ‘Een collega van mij moest eens een hulphond uitlaten. Het ging goed, totdat het beestje de zee rook en niet meer terug het theater in wilde. Nou, nog veel plezier!’
In de tweede helft van de musical was de muziek minder hard. Wat fijn was, want mijn oren suisden nog na van het nummer “Zo’n vriend als ik.”
Was de musical helemaal perfect? Nee. Robin en Sintjin vonden de acteur die Iago speelde irritant. Zelf snapte ik er weinig van: Iago in de Disneyfilm was een papagaai, dit was gewoon een man die zich als een klein kind gedroeg. Hij had een veer op zijn hoofd, dat wel.
‘Dat einde!’, kreunde Robin toen we weer buiten zaten. ‘De bevrijding van de Geest is een emotionele climax, dan heb je zo’n mooi orkest en ze maken er op dat punt geen gebruik van. Zonde!’
‘Het einde was wel afgeraffeld’, gaf Sintjin toe.
‘Ja.’ Robin leek even te twijfelen. ‘Ken je mijn verhaal “Scherven brengen Ongeluk” nog?’
‘Over het wensenmeisje?’
‘Ja, die. Ik was gek op dat project, maar gaf op toen ik niet wist hoe ik bepaalde dingen moest oplossen. Daar deed deze versie van “Aladdin” mij aan denken: de musical is leuk, maar als ze iets meer tijd aan het verhaal hadden besteed, had het geweldig kunnen zijn.’
‘Heb je spijt dat je “Scherven brengen Ongeluk” niet hebt doorgezet?’
‘Een beetje, het had echt de potentie om iets moois te worden. Gek, ik heb al jaren niet meer aan dat project gedacht. Misschien komt het door de muziek van de musical, ik gebruikte de muziek van de Amerikaanse versie als achtergrondruis, toen ik aan “Scherven brengen Ongeluk” begon.’
Eenmaal thuis ging Robin op zoek naar haar oude schrijfproject, vond het, las het en…vond het niks. ‘Maar het heeft wel iets’, hoorde ik haar mompelen. ‘Het leest nu alleen alsof ik de trein probeer te halen, maar dat kan ik veranderen.’ Ze pakte een schrift en begon te schrijven. Niet afkijkend van haar laptop, maar gewoon rechtstreeks op papier.
In de dagen die volgden, heb ik een kant van mijn baas gezien die ik niet kende: dan staart ze opeens voor zich uit, mompelt iets, om vervolgens zo enthousiast naar haar schrift te graaien, dat hij bijna op de grond valt.
‘Zo doet Robin wel vaker als ze in de flow zit’, vertrouwde Sintjin mij toe. ‘Geen zorgen, als je haar even met rust laat, doet ze zo weer normaal.’
Ik weet niet wat “in de flow zitten” betekent, maar ik vind het wel grappig. En dat allemaal door een bezoekje aan Aladdin!
Robin zegt zelfs dat zij mij in het verhaal wil stoppen, het zal mij benieuwen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
Taeke overdenkt het effect van de musical “Aladdin.”

Ik ben voor het eerst naar het theater geweest! Naar een musical genaamd “Aladdin.” Het was Sintjin’s idee, hij vroeg aan Robin of ze zin had in een magisch uitje, zij zei ja en twee dagen later waren we in Scheveningen. Alles was perfect geregeld: er was zelfs een plekje voor mij in de zaal!
Ik zag de mensen van het theater wel naar mij lachen, terwijl ik samen met Robin en Sintjin langs paradeerde. Iedereen ging voor ons aan de kant. “Aladdin’ vertelt het verhaal van een jonge straatrat, die zichzelf in een prins laat omtoveren. Nou, op dat moment voelde ik me zelf van adel!
Eenmaal in de zaal, liet Robin een lieve mevrouw in een mooi pak weten dat dit mijn eerste musical was. Ze wist niet zo goed hoe ik op het orkest zou reageren, maar ik ging wel altijd mee naar de bioscoop. Dat is ook zo.
De musical begon en ja, het orkest kon best hard spelen. Ik hoorde Robin wel “Stanley!” roepen. Stanley Burleson speelde de Geest en hij schijnt een bekende musicalster te zijn of zoiets. Robin was helemaal happy en ik vermaakte me ook prima. Toen er donder en bliksem werd nagebootst schrok ik wel even, maar niet alleen Robin en Sintjin, ook de vrouw in haar mooie pak hield mij in de gaten. Dat vond ik lief van haar.
In de pauze kwam ze even naar ons toe. ‘Hij ligt er prinsheerlijk bij, hè?’, zei ze met een knikje naar mij. ‘Moet hij niet plassen?’
‘Nee hoor, Taeke heeft een blaas van staal.’
‘Oh.’ Ze lachte. ‘Een collega van mij moest eens een hulphond uitlaten. Het ging goed, totdat het beestje de zee rook en niet meer terug het theater in wilde. Nou, nog veel plezier!’
In de tweede helft van de musical was de muziek minder hard. Wat fijn was, want mijn oren suisden nog na van het nummer “Zo’n vriend als ik.”
Was de musical helemaal perfect? Nee. Robin en Sintjin vonden de acteur die Iago speelde irritant. Zelf snapte ik er weinig van: Iago in de Disneyfilm was een papagaai, dit was gewoon een man die zich als een klein kind gedroeg. Hij had een veer op zijn hoofd, dat wel.
‘Dat einde!’, kreunde Robin toen we weer buiten zaten. ‘De bevrijding van de Geest is een emotionele climax, dan heb je zo’n mooi orkest en ze maken er op dat punt geen gebruik van. Zonde!’
‘Het einde was wel afgeraffeld’, gaf Sintjin toe.
‘Ja.’ Robin leek even te twijfelen. ‘Ken je mijn verhaal “Scherven brengen Ongeluk” nog?’
‘Over het wensenmeisje?’
‘Ja, die. Ik was gek op dat project, maar gaf op toen ik niet wist hoe ik bepaalde dingen moest oplossen. Daar deed deze versie van “Aladdin” mij aan denken: de musical is leuk, maar als ze iets meer tijd aan het verhaal hadden besteed, had het geweldig kunnen zijn.’
‘Heb je spijt dat je “Scherven brengen Ongeluk” niet hebt doorgezet?’
‘Een beetje, het had echt de potentie om iets moois te worden. Gek, ik heb al jaren niet meer aan dat project gedacht. Misschien komt het door de muziek van de musical, ik gebruikte de muziek van de Amerikaanse versie als achtergrondruis, toen ik aan “Scherven brengen Ongeluk” begon.’
Eenmaal thuis ging Robin op zoek naar haar oude schrijfproject, vond het, las het en…vond het niks. ‘Maar het heeft wel iets’, hoorde ik haar mompelen. ‘Het leest nu alleen alsof ik de trein probeer te halen, maar dat kan ik veranderen.’ Ze pakte een schrift en begon te schrijven. Niet afkijkend van haar laptop, maar gewoon rechtstreeks op papier.
In de dagen die volgden, heb ik een kant van mijn baas gezien die ik niet kende: dan staart ze opeens voor zich uit, mompelt iets, om vervolgens zo enthousiast naar haar schrift te graaien, dat hij bijna op de grond valt.
‘Zo doet Robin wel vaker als ze in de flow zit’, vertrouwde Sintjin mij toe. ‘Geen zorgen, als je haar even met rust laat, doet ze zo weer normaal.’
Ik weet niet wat “in de flow zitten” betekent, maar ik vind het wel grappig. En dat allemaal door een bezoekje aan Aladdin!
Robin zegt zelfs dat zij mij in het verhaal wil stoppen, het zal mij benieuwen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Weer een fantastisch avontuur Teake!! Ik ben benieuwd naar het verhaal van Robin.

fijn dat jullie zo genoten hebben voor herhaling vatbaar

Heerlijk verhaal! Ben nu al benieuwd naar Scherven brengen Ongeluk/

Taeke overdenkt de woorden “Schrijven zonder zijwieltjes”

Dag, lieve lezers van de Rijdende Columnist! Taeke hier, die het even van Robin overneemt.
Wat zijn jullie plannen voor de zomer? Want de zomerstop van Schoorl Community staat nu écht voor de deur! Ook Robin gaat een break nemen om zich volledig op het schrijven van haar sprookje te storten. Als ze het durft.
Kan iemand mij uitleggen wat er zo eng is aan het schrijven van letters, die samen woorden en zinnen vormen? Dat doet ze toch ook als ze een column schrijft, waarom gaat ze bij dat sprookje dan opeens moeilijk doen? Robin zegt dat ze het eng vindt om zonder zijwieltjes te schrijven. De afgelopen maanden heeft ze de hoofdstukken van haar sprookje die op haar laptop staan, overgeschreven in een schrift en waar nodig aangepast. Maar die hoofdstukken zijn op, vanaf nu moet ze nieuwe woorden verzinnen. Schrijven zonder zijwieltjes dus. ‘Het voelt alsof ik voor het eerst in jaren ga schaatsen, biddend dat ik niet op mijn bek ga`’, vertelde ze mij.
Vragend hield ik mijn kop schuin. Wat zei ze nou? Robin kán niet eens schaatsen!
Daar moest ze om lachen. ‘Oké, dat is misschien een gekke vergelijking, maar weet je wat het is, Taeke? Sinds ‘Zusters van de Zee’ heb ik alleen nog maar halve verhalen geschreven. Twee van mijn ideeën bleken al in boekvorm te bestaan, daarna liep mijn zelfvertrouwen een behoorlijke deuk op, gevolgd door dat diepe dal… Het gaat beter sinds jij er bent, maar ik ben gewoon bang dat ook ‘De Suikerprinses’ op niets uitloopt. Ik weet het, ik ben een angsthaas.’
Daar ben ik het niet mee eens. Ja, het is waar dat Robin dingen eng vindt en iets niet snel opnieuw wil doen als het misgaat. Zoals vorig jaar, toen ik op een rustige ochtend in het park, in het water viel en er niemand was om ons te helpen. Robin zwoer dat dit nooit meer zou gebeuren: geen renfestijn op de vroege ochtend of in de avond voor mij. Maar vorige week heb ik dat wel mogen doen, want voor mij durft Robin wel dapper te zijn. We zijn op een zondagavond naar het park gegaan, waar ik een kleine Franse Buldog heb ontmoet, genaamd Robin. Ze wilde zelfs met mij spelen, dat was zo leuk!
Mijn baasje Robin vergelijkt het gevoel van het oppakken van de pen met het gevoel alsof ze op een hoge duikplank staat, op het punt van springen. Ook deze vergelijking vind ik een beetje raar, want volgens mij heeft zij dit ook nog nooit gedaan. En wat is er zo eng aan om in het water te springen? Ik vind het heerlijk! Robin komt wel van die duikplank af, ik help haar. Wij helpen elkaar altijd.

Lieve lezers, Robin en ik wensen jullie een hele fijne zomer. Ik raad jullie een vakantie op zijn hondjes aan: ga lekker rollen en rennen in het gras, neem af en toe een verfrissende duik. Maar bovenal: geniet en wees lief voor elkaar.

Tot in september!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op de facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

4 maanden geleden
Taeke overdenkt de woorden “Schrijven zonder zijwieltjes”

Dag, lieve lezers van de Rijdende Columnist! Taeke hier, die het even van Robin overneemt.
Wat zijn jullie plannen voor de zomer? Want de zomerstop van Schoorl Community staat nu écht voor de deur! Ook Robin gaat een break nemen om zich volledig op het schrijven van haar sprookje te storten. Als ze het durft.
Kan iemand mij uitleggen wat er zo eng is aan het schrijven van letters, die samen woorden en zinnen vormen? Dat doet ze toch ook als ze een column schrijft, waarom gaat ze bij dat sprookje dan opeens moeilijk doen? Robin zegt dat ze het eng vindt om zonder zijwieltjes te schrijven. De afgelopen maanden heeft ze de hoofdstukken van haar sprookje die op haar laptop staan, overgeschreven in een schrift en waar nodig aangepast. Maar die hoofdstukken zijn op, vanaf nu moet ze nieuwe woorden verzinnen. Schrijven zonder zijwieltjes dus. ‘Het voelt alsof ik voor het eerst in jaren ga schaatsen, biddend dat ik niet op mijn bek ga`’, vertelde ze mij.
Vragend hield ik mijn kop schuin. Wat zei ze nou? Robin kán niet eens schaatsen!
Daar moest ze om lachen. ‘Oké, dat is misschien een gekke vergelijking, maar weet je wat het is, Taeke? Sinds ‘Zusters van de Zee’ heb ik alleen nog maar halve verhalen geschreven. Twee van mijn ideeën bleken al in boekvorm te bestaan, daarna liep mijn zelfvertrouwen een behoorlijke deuk op, gevolgd door dat diepe dal… Het gaat beter sinds jij er bent, maar ik ben gewoon bang dat ook ‘De Suikerprinses’ op niets uitloopt. Ik weet het, ik ben een angsthaas.’
Daar ben ik het niet mee eens. Ja, het is waar dat Robin dingen eng vindt en iets niet snel opnieuw wil doen als het misgaat. Zoals vorig jaar, toen ik op een rustige ochtend in het park, in het water viel en er niemand was om ons te helpen. Robin zwoer dat dit nooit meer zou gebeuren: geen renfestijn op de vroege ochtend of in de avond voor mij. Maar vorige week heb ik dat wel mogen doen, want voor mij durft Robin wel dapper te zijn. We zijn op een zondagavond naar het park gegaan, waar ik een kleine Franse Buldog heb ontmoet, genaamd Robin. Ze wilde zelfs met mij spelen, dat was zo leuk!
Mijn baasje Robin vergelijkt het gevoel van het oppakken van de pen met het gevoel alsof ze op een hoge duikplank staat, op het punt van springen. Ook deze vergelijking vind ik een beetje raar, want volgens mij heeft zij dit ook nog nooit gedaan. En wat is er zo eng aan om in het water te springen? Ik vind het heerlijk! Robin komt wel van die duikplank af, ik help haar. Wij helpen elkaar altijd.

Lieve lezers, Robin en ik wensen jullie een hele fijne zomer. Ik raad jullie een vakantie op zijn hondjes aan: ga lekker rollen en rennen in het gras, neem af en toe een verfrissende duik. Maar bovenal: geniet en wees lief voor elkaar.

Tot in september!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op de facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Tot in september 👋

Fijne vakantie en succes met de duik!

Prettige vakantie

Fijne vakantie!

Fijne vakantie !!!! Ennnnn ben benieuwd naar die Suikerprinses !!

View more comments

De Rijdende Columnist Schrijft:

Kleine wensen, grote wensen en stille wensen

Er zijn grote wensen en kleine wensen. Wensen die je van de daken wilt schreeuwen en wensen die je liever voor jezelf houdt. Wensen kunnen ook veranderen, als de tijd verstrijkt. Lange tijd dacht ik dat het mijn grootste wens was om nog een boek te publiceren. Die wens heb ik nog steeds, maar hij is van zijn troon verstoten door het simpele verlangen om samen met Sintjin een bestaan op te bouwen. Waar dat uiteindelijk gaat gebeuren weet ik niet en dat maakt ook niets uit: als we maar dichter en vaker bij elkaar kunnen zijn.
Het hebben van een wens is prachtig, maar hoe gaat die in vervulling? Wacht je af of jaag je hem na? Gewoon afwachten is makkelijk, maar als je zelf niets doet, bestaat de kans dat je jouw wens nooit vervult zult zien worden. Een simpel voorbeeld was mijn verlangen om een foto te hebben waar Bindi, Sintjin en ik alle drie op stonden. Een echt roedelportret. Maar ik heb te lang gewacht, de foto die uiteindelijk van ons is gemaakt, is vlak voor Bindi’s vertrek genomen. Het is een mooi beeld, maar eentje waar verdriet aan hangt, niet het vrolijke kiekje dat ik zo graag wilde.
Ik heb van mijn fout geleerd en daarom vroeg ik aan fotograaf Frank Nieuwenhuizen of hij een nieuw roedelportret wilde maken, waar Sintjin, Taeke en ik op stonden. Dat wilde Frank wel en hij nodigde ons uit om naar Schoorl te komen.
Schoorl. Het dorp waarin ik ben opgegroeid zit nog steeds in mijn hart, maar ernaar teruggaan, vind ik moeilijk. Ik weet dat als ik het doe, de taxirit terug naar Heerhugowaard, gepaard gaat met een flinke portie heimwee. Maar Sintjin, Taeke en ik zijn toch gegaan en daar ben ik heel blij om.
Het was fijn om weer in het Nollenbos te zijn, van de geuren en de kleuren te genieten en om met Frank herinneringen aan eerdere fotosessies op te halen. Ook op dit vlak blijken Taeke en Bindi elkaars tegenpolen te zijn: Bindi werd altijd nieuwsgierig zodra Frank zijn camera op haar richtte, maar Taeke heeft er weinig mee. Frank moest echt zijn best doen om hem goed in beeld te krijgen. Hij had anderhalf uur ingepland voor de fotoshoot, maar zoals ik al had verwacht, waren we veel eerder klaar. Frank ging weer door en onze roedel bleef achter, wachtend op een taxi die pas over een uur zou komen.
‘Zullen we nog een stukje lopen?’, stelde Sintjin voor. ‘Misschien zijn je ouders thuis en kunnen we even hallo zeggen.’
Ik stribbelde tegen, bang voor de golf van heimwee, die mij misschien zou overspoelen. Maar Sintjin haalde mij over en ik wist dat hij onmogelijk een uur op zijn benen kon blijven staan. Mijn ouders waren niet thuis, maar we zijn toch in mama’s tuin gaan zitten, het hek stond open.
‘Wordt de tuin steeds kleiner of ik steeds groter?’, vroeg ik.
‘Weet ik niet, maar de bloemen zijn prachtig.’
We maakten een selfie om naar mijn ouders te sturen, toen ik een bekende de tuin in zag komen. ‘Broertje!’
Jona was nog langer geworden, zijn haren korter en de hond die hij aan de lijn had, was oud. Jimmy, de laatste van de drie originele honden, die nog op het erf rondliep. Jimmy gebruikte Taeke’s plankje als opstapje en ik gaf hem een voorzichtige aai. ‘Dag, vriendje. Ken jij mij nog?’
Zijn vrolijk kwispelende staart was een duidelijke bevestiging.
Jona bood ons iets te drinken aan en kwam bij ons zitten. Ik was bang dat er een ongemakkelijke stilte zou vallen. Er zitten veertien jaar tussen Jona en mij. Ik weet nog dat toen hij net was geboren, ik hoopte dat onze band perfect zou zijn. Ik, de grote zus op wie hij kon leunen als hij het nodig had en Jona, de broer met wie ik kon praten, zoals ik met Luca nooit heb kunnen doen. Ik wist niet hoe groot deze wens was, totdat ik ervaarde dat onze band zich niet zo ontwikkelde zoals ik had gehoopt. Een leeftijdsverschil van veertien jaar zorgt voor een behoorlijke kloof. Jona’s leven was heel anders dan het mijne, we leefden samen, totdat hij acht was, maar begrepen elkaar niet.
Nu is Jona 18, ik 32. En daar, in de tuin, hebben we ons eerste, soepele gesprek gevoerd. Een simpel gesprek, maar eentje die een glitterbom in mijn hart liet ontploffen, toen de taxi ons kwam halen. Puur omdat de kloof die Jona en mij van elkaar scheiden, smaller begint te worden.
In de taxi terug naar Heerhugowaard, realiseerde ik me iets belangrijks. Ja, ik zou nog steeds in Schoorl willen wonen, maar niet al onze wensen komen uit en dat is niet erg. Het zijn de kleine, onverwachte geluksmomenten die ertoe doen.

#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

5 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Kleine wensen, grote wensen en stille wensen

Er zijn grote wensen en kleine wensen. Wensen die je van de daken wilt schreeuwen en wensen die je liever voor jezelf houdt. Wensen kunnen ook veranderen, als de tijd verstrijkt. Lange tijd dacht ik dat het mijn grootste wens was om nog een boek te publiceren. Die wens heb ik nog steeds, maar hij is van zijn troon verstoten door het simpele verlangen om samen met Sintjin een bestaan op te bouwen. Waar dat uiteindelijk gaat gebeuren weet ik niet en dat maakt ook niets uit: als we maar dichter en vaker bij elkaar kunnen zijn.
Het hebben van een wens is prachtig, maar hoe gaat die in vervulling? Wacht je af of jaag je hem na? Gewoon afwachten is makkelijk, maar als je zelf niets doet, bestaat de kans dat je jouw wens nooit vervult zult zien worden. Een simpel voorbeeld was mijn verlangen om een foto te hebben waar Bindi, Sintjin en ik alle drie op stonden. Een echt roedelportret. Maar ik heb te lang gewacht, de foto die uiteindelijk van ons is gemaakt, is vlak voor Bindi’s vertrek genomen. Het is een mooi beeld, maar eentje waar verdriet aan hangt, niet het vrolijke kiekje dat ik zo graag wilde.
Ik heb van mijn fout geleerd en daarom vroeg ik aan fotograaf Frank Nieuwenhuizen of hij een nieuw roedelportret wilde maken, waar Sintjin, Taeke en ik op stonden. Dat wilde Frank wel en hij nodigde ons uit om naar Schoorl te komen.
Schoorl. Het dorp waarin ik ben opgegroeid zit nog steeds in mijn hart, maar ernaar teruggaan, vind ik moeilijk. Ik weet dat als ik het doe, de taxirit terug naar Heerhugowaard, gepaard gaat met een flinke portie heimwee. Maar Sintjin, Taeke en ik zijn toch gegaan en daar ben ik heel blij om.
Het was fijn om weer in het Nollenbos te zijn, van de geuren en de kleuren te genieten en om met Frank herinneringen aan eerdere fotosessies op te halen. Ook op dit vlak blijken Taeke en Bindi elkaars tegenpolen te zijn: Bindi werd altijd nieuwsgierig zodra Frank zijn camera op haar richtte, maar Taeke heeft er weinig mee. Frank moest echt zijn best doen om hem goed in beeld te krijgen. Hij had anderhalf uur ingepland voor de fotoshoot, maar zoals ik al had verwacht, waren we veel eerder klaar. Frank ging weer door en onze roedel bleef achter, wachtend op een taxi die pas over een uur zou komen.
‘Zullen we nog een stukje lopen?’, stelde Sintjin voor. ‘Misschien zijn je ouders thuis en kunnen we even hallo zeggen.’
Ik stribbelde tegen, bang voor de golf van heimwee, die mij misschien zou overspoelen. Maar Sintjin haalde mij over en ik wist dat hij onmogelijk een uur op zijn benen kon blijven staan. Mijn ouders waren niet thuis, maar we zijn toch in mama’s tuin gaan zitten, het hek stond open.
‘Wordt de tuin steeds kleiner of ik steeds groter?’, vroeg ik.
‘Weet ik niet, maar de bloemen zijn prachtig.’
We maakten een selfie om naar mijn ouders te sturen, toen ik een bekende de tuin in zag komen. ‘Broertje!’
Jona was nog langer geworden, zijn haren korter en de hond die hij aan de lijn had, was oud. Jimmy, de laatste van de drie originele honden, die nog op het erf rondliep. Jimmy gebruikte Taeke’s plankje als opstapje en ik gaf hem een voorzichtige aai. ‘Dag, vriendje. Ken jij mij nog?’
Zijn vrolijk kwispelende staart was een duidelijke bevestiging.
Jona bood ons iets te drinken aan en kwam bij ons zitten. Ik was bang dat er een ongemakkelijke stilte zou vallen. Er zitten veertien jaar tussen Jona en mij. Ik weet nog dat toen hij net was geboren, ik hoopte dat onze band perfect zou zijn. Ik, de grote zus op wie hij kon leunen als hij het nodig had en Jona, de broer met wie ik kon praten, zoals ik met Luca nooit heb kunnen doen. Ik wist niet hoe groot deze wens was, totdat ik ervaarde dat onze band zich niet zo ontwikkelde zoals ik had gehoopt. Een leeftijdsverschil van veertien jaar zorgt voor een behoorlijke kloof. Jona’s leven was heel anders dan het mijne, we leefden samen, totdat hij acht was, maar begrepen elkaar niet.
Nu is Jona 18, ik 32. En daar, in de tuin, hebben we ons eerste, soepele gesprek gevoerd. Een simpel gesprek, maar eentje die een glitterbom in mijn hart liet ontploffen, toen de taxi ons kwam halen. Puur omdat de kloof die Jona en mij van elkaar scheiden, smaller begint te worden.
In de taxi terug naar Heerhugowaard, realiseerde ik me iets belangrijks. Ja, ik zou nog steeds in Schoorl willen wonen, maar niet al onze wensen komen uit en dat is niet erg. Het zijn de kleine, onverwachte geluksmomenten die ertoe doen.

#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

De biologische toer

Sintjin houdt de nieuwste technologische snufjes altijd in de gaten. Die hobby heb ik tegenwoordig ook, alleen dan op het biologische vlak.
Het begon uit pure nood, toen Taeke een plastic zakje met nog een restje appelstroop erin, had opgegeten. Dit wilde ik nooit meer meemaken, dus verbande ik de plastic zakjes en heb ik twee broodtrommels aangeschaft: eentje voor mijn ontbijt en eentje voor de lunch. Hier zou mijn biologische bewustwording bij blijven, totdat ik rond Pasen vorig jaar, het campagnefilmpje ‘Save Ralph’ zag.
‘Save Ralph’ is een korte animatiefilm over het konijn Ralph, die zichzelf een tester noemt. Een konijn die wordt gebruikt bij dierproeven. In het filmpje wordt Ralph geïnterviewd over zijn baan en hoewel het filmpje onschuldig begint, liepen aan het einde van de 3 minuten en 53 seconden, de rillingen over mijn lijf. Ik kan geen vegetariër worden, daarvoor hou ik te veel van vlees, maar vanaf dat moment besloot ik dat zoveel mogelijk producten die ik gebruikte, dierproefvrij moesten zijn.
De stap naar dierproefvrij was minder groot dan dat ik had verwacht: ik ben fan van The Body Shop en zij zijn al lief voor dieren.
Als je eenmaal op de dier en milieuvriendelijke toer gaat, gaat er een wereld voor je open. Ik was niet echt opzoek naar een nieuw tasje voor de hondenbrokjes en mijn telefoon, maar toen ik er eentje tegenkwam gemaakt van een oude autoband, kon ik het niet laten om hem te kopen. Ik ben op hervulbare, biologische deodorant overgestapt en nog een leuke vondst: tandpasta in de vorm van kauwtabletten!
Ik en tandpastatubes zijn nooit een makkelijke combi geweest: was ik niet in gevecht met de dop, dan rolde de tandenborstel wel om op het moment dat ik er tandpasta op wilde doen en belandde de tandpasta overal. Als ik mazzel had, kon ik met het restje dat overbleef, mijn tandenpoetsen. En dan heb ik het nog niet eens over het gevaar voor de hondsdolheid-look.
De tandpastakauwtabletten zijn voor mij praktischer en leveren bovendien veel minder troep op. Als ik dat had geweten, was ik veel eerder overgestapt, al was het alleen maar om Bindi een plezier te doen.
Ik heb een lastige relatie met tandpastatubes, Bindi had pas echt een hekel aan die dingen. Waarschijnlijk heb ik er ooit eentje zonder dop laten vallen en heeft zij toen ze hem voor mij opraapte, een beetje tandpasta in haar neus gekregen. Dat prikte en dus weigerde ze toen de tube voor de tweede keer viel, dienst.
‘Toe nou, mop. De dop zit erop, de tandpasta kan jou nu geen pijn doen.’
Mevrouw bleef demonstratief zitten.
‘Alsjeblieft? Hij ligt in de deuropening, wat denk je wat er gebeurt als ik er overheen rij?’
Ik zie nog voor me hoe Bindi zuchtte, de tube opraapte en op mijn blad dropte, alsof ze zeggen wilde: ik word hier echt niet genoeg voor geaaid.
God, wat mis ik mijn lieve pannenkoek. Grappig dat simpele tandpastatabletten deze herinnering bij mij naar boven hebben gehaald. Ik heb zelfs de foto teruggevonden die ik van Bindi maakte, net nadat ze de tube voor mij had opgeraapt.
Is het niet leuk dat je voor zoveel producten een biologische variant hebt, als je maar goed genoeg zoekt? Daarmee wil ik niet zeggen dat iedereen op de biologische toer moet: ik voel me er goed bij, maar het is best prijzig. Draag gewoon hetgeen bij waar jij je goed bij voelt.
Niet alleen blijft mij de hondsdolheid-look nu bespaart, ik hoef ook niet bang te zijn dat Taeke de dop van de tandpasta tube per ongeluk inslikt of erin stikt, als hij hem voor mij wil oprapen. Een tripje naar de dierenarts, dát is pas prijzig!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

5 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De biologische toer

Sintjin houdt de nieuwste technologische snufjes altijd in de gaten. Die hobby heb ik tegenwoordig ook, alleen dan op het biologische vlak.
Het begon uit pure nood, toen Taeke een plastic zakje met nog een restje appelstroop erin, had opgegeten. Dit wilde ik nooit meer meemaken, dus verbande ik de plastic zakjes en heb ik twee broodtrommels aangeschaft: eentje voor mijn ontbijt en eentje voor de lunch. Hier zou mijn biologische bewustwording bij blijven, totdat ik rond Pasen vorig jaar, het campagnefilmpje ‘Save Ralph’ zag.
‘Save Ralph’ is een korte animatiefilm over het konijn Ralph, die zichzelf een tester noemt. Een konijn die wordt gebruikt bij dierproeven. In het filmpje wordt Ralph geïnterviewd over zijn baan en hoewel het filmpje onschuldig begint, liepen aan het einde van de 3 minuten en 53 seconden, de rillingen over mijn lijf. Ik kan geen vegetariër worden, daarvoor hou ik te veel van vlees, maar vanaf dat moment besloot ik dat zoveel mogelijk producten die ik gebruikte, dierproefvrij moesten zijn. 
De stap naar dierproefvrij was minder groot dan dat ik had verwacht: ik ben fan van The Body Shop en zij zijn al lief voor dieren. 
Als je eenmaal op de dier en milieuvriendelijke toer gaat, gaat er een wereld voor je open. Ik was niet echt opzoek naar een nieuw tasje voor de hondenbrokjes en mijn telefoon, maar toen ik er eentje tegenkwam gemaakt van een oude autoband, kon ik het niet laten om hem te kopen. Ik ben op hervulbare, biologische deodorant overgestapt en nog een leuke vondst: tandpasta in de vorm van kauwtabletten!
Ik en tandpastatubes zijn nooit een makkelijke combi geweest: was ik niet in gevecht met de dop, dan rolde de tandenborstel wel om op het moment dat ik er tandpasta op wilde doen en belandde de tandpasta overal. Als ik mazzel had, kon ik met het restje dat overbleef, mijn tandenpoetsen. En dan heb ik het nog niet eens over het gevaar voor de hondsdolheid-look.
De tandpastakauwtabletten zijn voor mij praktischer en leveren bovendien veel minder troep op. Als ik dat had geweten, was ik veel eerder overgestapt, al was het alleen maar om Bindi een plezier te doen.
Ik heb een lastige relatie met tandpastatubes, Bindi had pas echt een hekel aan die dingen. Waarschijnlijk heb ik er ooit eentje zonder dop laten vallen en heeft zij toen ze hem voor mij opraapte, een beetje tandpasta in haar neus gekregen. Dat prikte en dus weigerde ze toen de tube voor de tweede keer viel, dienst.
‘Toe nou, mop. De dop zit erop, de tandpasta kan jou nu geen pijn doen.’
Mevrouw bleef demonstratief zitten.
‘Alsjeblieft? Hij ligt in de deuropening, wat denk je wat er gebeurt als ik er overheen rij?’
Ik zie nog voor me hoe Bindi zuchtte, de tube opraapte en op mijn blad dropte, alsof ze zeggen wilde: ik word hier echt niet genoeg voor geaaid.
God, wat mis ik mijn lieve pannenkoek. Grappig dat simpele tandpastatabletten deze herinnering bij mij naar boven hebben gehaald. Ik heb zelfs de foto teruggevonden die ik van Bindi maakte, net nadat ze de tube voor mij had opgeraapt.
Is het niet leuk dat je voor zoveel producten een biologische variant hebt, als je maar goed genoeg zoekt? Daarmee wil ik niet zeggen dat iedereen op de biologische toer moet: ik voel me er goed bij, maar het is best prijzig. Draag gewoon hetgeen bij waar jij je goed bij voelt.
Niet alleen blijft mij de hondsdolheid-look nu bespaart, ik hoef ook niet bang te zijn dat Taeke de dop van de tandpasta tube per ongeluk inslikt of erin stikt, als hij hem voor mij wil oprapen. Een tripje naar de dierenarts, dát is pas prijzig!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Hoe bevallen de tabletten qua schoon poetsen en smaak?

De Rijdende Columnist Schrijft:

Alle Leeftijden

Stel, je moeder heeft dementie. Haar wereldje wordt steeds kleiner, maar haar liefde voor een lekkere pannenkoek is gebleven. Daarom is er een nieuwe traditie ontstaan: iedere week gezellig pannenkoeken eten! Dit laat mij zien hoe belangrijk deze simpele, fijne dingen in het leven zijn. Iedereen begrijpt dat, toch?
Helaas, toen een dochter met haar dementerende moeder in een restaurant een pannenkoek wilde gaan eten, bleek dit niet mogelijk te zijn. Waarom? Volgens de serveerster waren pannenkoeken alleen voor kinderen. De manager werd erbij gehaald en hij was het met het meisje eens: in dit restaurant werden pannenkoeken alleen aan kinderen geserveerd.
De dochter probeerde het nog door te zeggen dat haar moeder Alzheimer had, mentaal was ze weer een klein meisje. Kon er voor haar geen uitzondering gemaakt worden? Hun antwoord: nee.
Moeder en dochter gingen naar een ander restaurant, waar ze gelukkig wel hun pannenkoek kregen. Maar bij thuiskomst besloot de dochter deze ervaring op Facebook te plaatsen, waar het direct door talloze mensen werd gedeeld. Zo ben ik ook bij dit verhaal terecht gekomen.
Pannenkoeken zijn alleen voor kinderen? Wie bepaalt dat in godsnaam???
Een leeftijdsadvies kan handig zijn, bijvoorbeeld voor een moeder, die een geschikte film zoekt voor haar zoontje. Met alle films die er tegenwoordig te vinden zijn, is het simpele Alle Leeftijden-logo, een mooie leidraad. Maar weet je wat er zo leuk is aan volwassen zijn? We mogen al deze leeftijdsadviezen van ons afschudden! Dit geldt niet alleen voor de 16+-categorie, maar als je van iets wilt genieten wat oorspronkelijk voor kinderen bedoeld is, kan en MAG dat ook! Daarom vallen dingen voor kinderen, onder het kopje: Alle Leeftijden. Ik kan het weten, mijn favoriete boek van dit jaar, is ook geweldig voor kinderen. En verassing, ik ben ook dol op pannenkoeken! Zijn die dan niet geschikt voor alle leeftijden? Waar is de klassieke regel “De klant is koning” in dit scenario gebleven?
Goede klantenservice is van het grootste belang als je een goed lopende zaak wilt hebben. Ik weet nog dat ik voor het eerst een pannenkoek bestelde en me vervolgens druk ging maken over hoe ik die op ging eten, toen er een serveerster naar mij toe kwam en vroeg: ‘Zal ik de pannenkoek voor je in stukjes snijden?’
Ik knikte, haar verbluft aanstarend. Had ze mijn ongemak gezien of gewoon goed gegokt?
‘Eerst oprollen en dan in stukjes, neem ik aan?’
Opnieuw knikte ik.
‘Geen probleem hoor, mop. Je kunt het me gewoon vragen, ik ben hier om het mijn gasten naar de zin te maken.’
Deze vrouw weet wat belangrijk is in de horeca: klantvriendelijkheid. De eerdergenoemde pannenkoekweigeraars hebben geprobeerd om hun fout recht te kletsen. Volgens hen had de serveerster door de drukte de vraag verkeerd begrepen. Als de dochter duidelijker was geweest over de dementie van haar moeder, had ze best een kinderpannenkoek mogen krijgen. Ze willen moeder en dochter graag persoonlijk hun excuses aanbieden, maar ik betwijfel of dit gaat helpen, aangezien dit restaurant nog steeds niet een belangrijke les heeft geleerd: pannenkoeken zijn voor alle mensen: groot en klein, jong en oud. Niet alleen voor kinderen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

5 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Alle Leeftijden

Stel, je moeder heeft dementie. Haar wereldje wordt steeds kleiner, maar haar liefde voor een lekkere pannenkoek is gebleven. Daarom is er een nieuwe traditie ontstaan: iedere week gezellig pannenkoeken eten! Dit laat mij zien hoe belangrijk deze simpele, fijne dingen in het leven zijn. Iedereen begrijpt dat, toch?
Helaas, toen een dochter met haar dementerende moeder in een restaurant een pannenkoek wilde gaan eten, bleek dit niet mogelijk te zijn. Waarom? Volgens de serveerster waren pannenkoeken alleen voor kinderen. De manager werd erbij gehaald en hij was het met het meisje eens: in dit restaurant werden pannenkoeken alleen aan kinderen geserveerd.
De dochter probeerde het nog door te zeggen dat haar moeder Alzheimer had, mentaal was ze weer een klein meisje. Kon er voor haar geen uitzondering gemaakt worden? Hun antwoord: nee.
Moeder en dochter gingen naar een ander restaurant, waar ze gelukkig wel hun pannenkoek kregen. Maar bij thuiskomst besloot de dochter deze ervaring op Facebook te plaatsen, waar het direct door talloze mensen werd gedeeld. Zo ben ik ook bij dit verhaal terecht gekomen.
Pannenkoeken zijn alleen voor kinderen? Wie bepaalt dat in godsnaam??? 
Een leeftijdsadvies kan handig zijn, bijvoorbeeld voor een moeder, die een geschikte film zoekt voor haar zoontje. Met alle films die er tegenwoordig te vinden zijn, is het simpele Alle Leeftijden-logo, een mooie leidraad. Maar weet je wat er zo leuk is aan volwassen zijn? We mogen al deze leeftijdsadviezen van ons afschudden! Dit geldt niet alleen voor de 16+-categorie, maar als je van iets wilt genieten wat oorspronkelijk voor kinderen bedoeld is, kan en MAG dat ook! Daarom vallen dingen voor kinderen, onder het kopje: Alle Leeftijden. Ik kan het weten, mijn favoriete boek van dit jaar, is ook geweldig voor kinderen. En verassing, ik ben ook dol op pannenkoeken! Zijn die dan niet geschikt voor alle leeftijden? Waar is de klassieke regel “De klant is koning” in dit scenario gebleven? 
Goede klantenservice is van het grootste belang als je een goed lopende zaak wilt hebben. Ik weet nog dat ik voor het eerst een pannenkoek bestelde en me vervolgens druk ging maken over hoe ik die op ging eten, toen er een serveerster naar mij toe kwam en vroeg: ‘Zal ik de pannenkoek voor je in stukjes snijden?’
Ik knikte, haar verbluft aanstarend. Had ze mijn ongemak gezien of gewoon goed gegokt?
‘Eerst oprollen en dan in stukjes, neem ik aan?’
Opnieuw knikte ik.
‘Geen probleem hoor, mop. Je kunt het me gewoon vragen, ik ben hier om het mijn gasten naar de zin te maken.’
Deze vrouw weet wat belangrijk is in de horeca: klantvriendelijkheid. De eerdergenoemde pannenkoekweigeraars hebben geprobeerd om hun fout recht te kletsen. Volgens hen had de serveerster door de drukte de vraag verkeerd begrepen. Als de dochter duidelijker was geweest over de dementie van haar moeder, had ze best een kinderpannenkoek mogen krijgen. Ze willen moeder en dochter graag persoonlijk hun excuses aanbieden, maar ik betwijfel of dit gaat helpen, aangezien dit restaurant nog steeds niet een belangrijke les heeft geleerd: pannenkoeken zijn voor alle mensen: groot en klein, jong en oud. Niet alleen voor kinderen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Een pannenkoek op een bedje met sla… dat kan je alleen een volwassene serveren! 😜👍🏻