Robin Corbee en Annelies Spaargaren zijn de vaste columnisten van Schoorl Community.

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

De Rijdende Columnist Schrijft:

Het meisje uit het dorp

Je kan het meisje wel uit het dorp halen, maar het dorp niet uit het meisje.
De laatste keer dat ik in Schoorl geweest ben, was in november, toen fotograaf Frank Nieuwehuizen foto’s van Taeke en mij maakte voor in het Hulphond Magazine. De foto’s werden in de duinen genomen, het dorp zelf hebben we ontweken en daar was ik blij om. Maar ik kan er niet langer omheen: Taeke heeft de lokroep van het dorp gehoord.
Op het moment dat de taxi het centrum in reed om ons naar de bijeenkomst van Schoorl Community te brengen, werd Taeke wakker uit zijn sluimer, krabbelde overeind en stak zijn neus verwachtingsvol in de lucht.
Het beeld deed mij zo aan Bindi denken, dat ik een steek voelde in mijn hart. ‘Hier komt jouw baas van origine vandaan, vind je het wat?’
Taeke’s staart ging verwachtingsvol heen en weer, maar ik wist dat als we naar Heerhugowaard teruggingen, de heimwee als een vloedgolf over mij heen zou slaan. Het dorp is flink veranderd sinds ik er woonde, maar de drang om terug te komen en te blijven, is er nog steeds. Dat terwijl de huizen uit mijn jeugd, onherkenbaar veranderd zijn. Soms vraag ik me af of de wortels die ik in Schoorl voel, wel echt zijn. Daarom twijfelde ik of ik wel aan de vergadering van Schoorl Community moest deelnemen: wat kon ik daaraan bijdragen, als ik al bijna acht jaar in Heerhugowaard woon? Mocht ik mezelf nog wel een Schoorlse noemen?
Hoe nerveus ik in de taxi was, zo relaxt was ik in eetcafé Joop Schoorl, waar Taeke en ik met open armen werden ontvangen.
Ik heb geen enkel lid van Schoorl Community die aanwezig was ooit in het echt ontmoet, maar toch voelde dit samenzijn vertrouwd. Ik heb me zelfs aan de koffie met appeltaart gewaagd. Een lekker, maar uiterst kruimelig exemplaar. Toen mijn buurvrouw subtiel een snijdend gebaar maakte en mij daarbij vragend aankeek, vroeg ik me even af hoe ze van mijn gevechten met appeltaarten afwist. Totdat ik me bedacht dat ze het waarschijnlijk in een column had gelezen. Deze mensen kenden mijn verhalen, dus ik hoefde mezelf niet mooier voor te doen dan dat ik was. Dus schudde ik mijn hoofd, liet de vork achterwegen en heb iedere kruimel tussen duim en wijsvinger opgegeten. Niemand keek daarvan op of zei er iets van, wat een bevrijding!
Ik ben al eens eerder de enige gehandicapte in het gezelschap en toen was het een hele klus om mij bij het geheel te betrekken. Nu werd de zaak beklonken met een simpel: ‘Robin, er staan komend jaar weer een aantal theatervoorstellingen in de planning, wil jij daarheen om er een recensie over te schrijven?’
‘Oh, eh, ik wilde mezelf niet opdringen, maar ja, leuk!’
Ik hoopte dat mijn enthousiasme niet al te veel opviel, maar Taeke had mij door: ik hoorde zijn staart rikketikken tegen de bar.
Eenmaal thuis, merkte ik dat de heimwee minder hevig was dan dat ik had verwacht. Ik denk dat ik de lieve mensen van Schoorl Community daarvoor moet bedanken, want zolang ik een deel ben van deze community, zal een deel van dit meisje altijd in het dorp zijn.
#derijdendecolumnist
... Bekijk meerBekijk minder

3 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Het meisje uit het dorp

Je kan het meisje wel uit het dorp halen, maar het dorp niet uit het meisje.
De laatste keer dat ik in Schoorl geweest ben, was in november, toen fotograaf Frank Nieuwehuizen foto’s van Taeke en mij maakte voor in het Hulphond Magazine. De foto’s werden in de duinen genomen, het dorp zelf hebben we ontweken en daar was ik blij om. Maar ik kan er niet langer omheen: Taeke heeft de lokroep van het dorp gehoord.
Op het moment dat de taxi het centrum in reed om ons naar de bijeenkomst van Schoorl Community te brengen, werd Taeke wakker uit zijn sluimer, krabbelde overeind en stak zijn neus verwachtingsvol in de lucht. 
Het beeld deed mij zo aan Bindi denken, dat ik een steek voelde in mijn hart. ‘Hier komt jouw baas van origine vandaan, vind je het wat?’
Taeke’s staart ging verwachtingsvol heen en weer, maar ik wist dat als we naar Heerhugowaard teruggingen, de heimwee als een vloedgolf over mij heen zou slaan. Het dorp is flink veranderd sinds ik er woonde, maar de drang om terug te komen en te blijven, is er nog steeds. Dat terwijl de huizen uit mijn jeugd, onherkenbaar veranderd zijn. Soms vraag ik me af of de wortels die ik in Schoorl voel, wel echt zijn. Daarom twijfelde ik of ik wel aan de vergadering van Schoorl Community moest deelnemen: wat kon ik daaraan bijdragen, als ik al bijna acht jaar in Heerhugowaard woon? Mocht ik mezelf nog wel een Schoorlse noemen?
Hoe nerveus ik in de taxi was, zo relaxt was ik in eetcafé Joop Schoorl, waar Taeke en ik met open armen werden ontvangen. 
Ik heb geen enkel lid van Schoorl Community die aanwezig was ooit in het echt ontmoet, maar toch voelde dit samenzijn vertrouwd. Ik heb me zelfs aan de koffie met appeltaart gewaagd. Een lekker, maar uiterst kruimelig exemplaar. Toen mijn buurvrouw subtiel een snijdend gebaar maakte en mij daarbij vragend aankeek, vroeg ik me even af hoe ze van mijn gevechten met appeltaarten afwist. Totdat ik me bedacht dat ze het waarschijnlijk in een column had gelezen. Deze mensen kenden mijn verhalen, dus ik hoefde mezelf niet mooier voor te doen dan dat ik was. Dus schudde ik mijn hoofd, liet de vork achterwegen en heb iedere kruimel tussen duim en wijsvinger opgegeten. Niemand keek daarvan op of zei er iets van, wat een bevrijding!
Ik ben al eens eerder de enige gehandicapte in het gezelschap en toen was het een hele klus om mij bij het geheel te betrekken. Nu werd de zaak beklonken met een simpel: ‘Robin, er staan komend jaar weer een aantal theatervoorstellingen in de planning, wil jij daarheen om er een recensie over te schrijven?’
‘Oh, eh, ik wilde mezelf niet opdringen, maar ja, leuk!’
Ik hoopte dat mijn enthousiasme niet al te veel opviel, maar Taeke had mij door: ik hoorde zijn staart rikketikken tegen de bar.
Eenmaal thuis, merkte ik dat de heimwee minder hevig was dan dat ik had verwacht. Ik denk dat ik de lieve mensen van Schoorl Community daarvoor moet bedanken, want zolang ik een deel ben van deze community, zal een deel van dit meisje altijd in het dorp zijn.
#derijdendecolumnist

Reactie op Facebook

Ja, ook ik ervaar (ondanks mijn visuele beperking) de warmte van Schoorl. Een fijn dorp met bewoners die oog hebben voor elkaar.

Schoorl bleef ook altijd in mijn hart, nadat ik op m'n achtste ben verhuisd. We hebben er altijd nog een weekendverblijf gehad. Na twintig jaar in en om Leiden (ook voor altijd in mijn hart...) kan ik Schoorl sinds vijf jaar weer mijn thuis noemen. Heerlijk!

Alweer zo prachtig verwoord 👍

De Rijdende Columnist Schrijft:

Dag, lieve Taeke,

Heb je al door dat jouw baas bang is voor koffie? Bindi had daar zeker een neus voor. Steeds als ik een bakkie zette, kwam ze vlakbij mij liggen. Dan keek ze gespannen toe wanneer het tijd was om mijn beker van het koffiezetapparaat, naar mijn blad te verplaatsen. Ze was bijna net zo gespannen als ik, ik was altijd als de dood dat ik de koffie in een spastisch gebaar, over mezelf heen zou gooien. Die angst sluimert nog steeds, hoewel ik nu eerst een deksel op de beker doe, voordat ik het pak. Jij vindt dat gespannen ritueel wel grappig, ik zie die kwispelende staart heus wel als je vanaf de poef naar mij gluurt.
Een dekseltje op de koffie, een briljante uitvinding, waar ik tot twee jaar geleden nog niet aan had gedacht. Een serveerster kwam ermee, toen ze mij zag gapen aan mijn tafeltje. ‘Koffie?’, vroeg ze grinnikend.
‘Ik zou wel willen, maar ik word spastisch van onverwachte geluiden in openbare ruimtes.’ Ik maakte een schokkerige beweging met mijn arm, om te demonstreren wat ik bedoelde.
‘Ik zou het in een meeneembeker voor je kunnen doen’. stelde ze voor. ‘Met een deksel erop en een rietje door het gaatje, durf je het dan wel aan?’
Een meeneembeker, stom dat ik daar nooit eerder aan had gedacht. Sintjin probeert mij nog wel eens tot een luxe koffie te verleiden op het terras, zo eentje die onmogelijk in een meeneembeker past. Dan houdt hij het glas vast, terwijl ik uiterst voorzichtig slokjes neem. Dat is lekker, maar dan heb ik altijd het gevoel dat mensen naar mij kijken.
Nog een favoriet van mijn lief is ijskoffie. Ik dronk ook de ene na de andere, totdat er eentje op de grond belandde, Bindi het op likte en daar heel, heel erg ziek van werd. Noem mij dramatisch, maar sindsdien heb ik de ijskoffies af gezworen, ik wil jou nooit zo zielig kermend op de grond zien liggen als Bindi toen.
Ik hou van koffie, maar de drank zorgt bij mij dus voor nogal wat problemen. Is er geen enkele manier waarop ik stressvrij van mijn koffie kan genieten? Die blijkt er wel te zijn, Sintjin kwam er bij toeval achter toen we langs Bagels & Beans kwamen. ‘Koffie op een stokkie.’
‘Wat zeg jij nou?’
‘Coffee on a stick. Dat is nieuw, kijk maar.’ Sintjin wees naar een affiche op het raam van de zaak. Het zag eruit als een kleine Magnum. ‘Wil je er eentje proberen? Ik kan wel iets verkoelends gebruiken.’
Ik weet niet waarom ik ja zei, ik heb bar weinig met ijs, maar even later zaten we buiten met onze kopjes koffie op een stokkie, En het smaakte precies zoals beloofd: naar bevroren koffie. Om precies te zijn proefde ik mijn favoriete moccachino en voordat ik het doorhad, was mijn koffie op een stokkie op. Ik had zelfs niet geknoeid.
‘Ik heb jou nog nooit zo snel een ijsje zien verslinden!’, lachte Sintjin.
Koffie op een stokkie. Taeke, ik denk dat ik mijn favoriete manier van koffie consumeren heb gevonden.

Liefs,

Robin
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

4 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Dag, lieve Taeke,

Heb je al door dat jouw baas bang is voor koffie? Bindi had daar zeker een neus voor. Steeds als ik een bakkie zette, kwam ze vlakbij mij liggen. Dan keek ze gespannen toe wanneer het tijd was om mijn beker van het koffiezetapparaat, naar mijn blad te verplaatsen. Ze was bijna net zo gespannen als ik, ik was altijd als de dood dat ik de koffie in een spastisch gebaar, over mezelf heen zou gooien. Die angst sluimert nog steeds, hoewel ik nu eerst een deksel op de beker doe, voordat ik het pak. Jij vindt dat gespannen ritueel wel grappig, ik zie die kwispelende staart heus wel als je vanaf de poef naar mij gluurt.
Een dekseltje op de koffie, een briljante uitvinding, waar ik tot twee jaar geleden nog niet aan had gedacht. Een serveerster kwam ermee, toen ze mij zag gapen aan mijn tafeltje. ‘Koffie?’, vroeg ze grinnikend.
‘Ik zou wel willen, maar ik word spastisch van onverwachte geluiden in openbare ruimtes.’ Ik maakte een schokkerige beweging met mijn arm, om te demonstreren wat ik bedoelde.
‘Ik zou het in een meeneembeker voor je kunnen doen’. stelde ze voor. ‘Met een deksel erop en een rietje door het gaatje, durf je het dan wel aan?’
Een meeneembeker, stom dat ik daar nooit eerder aan had gedacht. Sintjin probeert mij nog wel eens tot een luxe koffie te verleiden op het terras, zo eentje die onmogelijk in een meeneembeker past. Dan houdt hij het glas vast, terwijl ik uiterst voorzichtig slokjes neem. Dat is lekker, maar dan heb ik altijd het gevoel dat mensen naar mij kijken.
Nog een favoriet van mijn lief is ijskoffie. Ik dronk ook de ene na de andere, totdat er eentje op de grond belandde, Bindi het op likte en daar heel, heel erg ziek van werd. Noem mij dramatisch, maar sindsdien heb ik de ijskoffies af gezworen, ik wil jou nooit zo zielig kermend op de grond zien liggen als Bindi toen.
Ik hou van koffie, maar de drank zorgt bij mij dus voor nogal wat problemen. Is er geen enkele manier waarop ik stressvrij van mijn koffie kan genieten? Die blijkt er wel te zijn, Sintjin kwam er bij toeval achter toen we langs Bagels & Beans kwamen. ‘Koffie op een stokkie.’
‘Wat zeg jij nou?’
‘Coffee on a stick. Dat is nieuw, kijk maar.’ Sintjin wees naar een affiche op het raam van de zaak. Het zag eruit als een kleine Magnum. ‘Wil je er eentje proberen? Ik kan wel iets verkoelends gebruiken.’
Ik weet niet waarom ik ja zei, ik heb bar weinig met ijs, maar even later zaten we buiten met onze kopjes koffie op een stokkie, En het smaakte precies zoals beloofd: naar bevroren koffie. Om precies te zijn proefde ik mijn favoriete moccachino en voordat ik het doorhad, was mijn koffie op een stokkie op. Ik had zelfs niet geknoeid.
‘Ik heb jou nog nooit zo snel een ijsje zien verslinden!’, lachte Sintjin.
Koffie op een stokkie. Taeke, ik denk dat ik mijn favoriete manier van koffie consumeren heb gevonden.

Liefs,

Robin 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Prachtig verhaal weer. Koffie in de vorm van een ijsje ga ik zeker eens uitproberen.

Heerlijk verhaal. Een verhaal vol oplossingen. En ik ben een echte koffieleut. Dat koppie koffie op een stokkie ga ik ook zeker proberen. Een thermobeker voor in de auto waar je uit kunt drinken zonder de deksel eraf te halen is mooie voor je. En dan zo'n inklapbare bekerhouder op de scootmobiel. 😉

De Rijdende Columniste Schrijft:

Zaterdag 19 juni 2021

Dag, lieve Taeke,

Niets is zo veranderlijk als het weer. Toen Sintjin, jij en ik de bioscoop ingingen, was er nog geen vuiltje aan de lucht. Maar terwijl wij van de film genoten, gingen bij andere mensen een weeralarm af. ‘Noodweer opkomst!, werd er gemeld. Maak dat je thuiskomt, voordat er ongelukken gebeuren.’ Maar wij kregen die meldingen niet binnen, want wij waren in de Vue, waar de Wifi erg slecht is. Wij werden ons pas van het gevaar bewust, toen we buiten de duistere wolken zagen.
Ik checkte Buienalarm en zag dat er om 18.10 uur inderdaad een bui zou vallen.
‘Dat moet je net gaan redden als je nu gaat rijden.’ Sintjin keek naar mijn besturingskastje, die niet werd beschermd door mijn regenkap. ‘Ga maar, snel.’
‘Ga jij het wel redden dan?’, vroeg ik onzeker. ‘Taeke en ik kunnen nog wel even met je meegaan naar…’
‘Nee, ik red me wel. Rijden, nu.’
Ik probeerde niet mee te gaan in Sintjin’s onrust, maar ik voelde het ook: de drukkende, haast verstikkende lucht en de in de verte, rommelende donder. ‘Kom Taeke, let’s go.’
Ik trapte hem flink op zijn staart, maar hoe hard ik ook over het fietspad reed, de lucht leek alleen maar donkerder te worden en een griezelige, groene kleur te krijgen. Nog enger vond ik de donder, dat in een razend tempo dichterbij kwam. Het leek wel alsof de weergoden ons probeerden te waarschuwen. Rijden, Robin, ren, Taeke, ren!
Ik herinner me een wandeling met Bindi, toen het weer ook plotseling omsloeg. We kwamen bij Middenwaard vandaan, toen de zon verdween, de wind opstak en de hemelsluizen werden opgegooid. Mensen gilden en probeerden hun hoofd te beschermen tegen hagelstenen, zo groot als tennisballen. Iedereen was in paniek, maar ik vond het gek genoeg wel cool. Ik dacht aan een storm, die ik ooit had beschreven in mijn boek “Zusters van de Zee” en dacht: zo moeten mijn personages zich gevoeld hebben.
Nu was ik wel bang. Ik dacht aan mijn telefoon, die aan het einde van die wandeling was verzopen en spoorde jou aan om sneller te gaan.
We kwamen van het fietspad af, onder de bomen vandaan, toen de bui echt losbarstte. Er volgde een flits en een donderslag, zo hard en dichtbij, dat de grond ervan leek te trillen.
Jij raakte in paniek, probeerde jezelf los te rukken van de riem.
‘Taeke, nee, doe rustig!’ Ik wilde stoppen, jou kalmeren, maar ik wist dat dat geen goed idee was. ‘Rustig, jongen. Kijk me aan.’
Dat deed je.
‘Ik weet dat je bang bent, dat ben ik ook. Maar als we nu stoppen, kapt mijn rolstoel er waarschijnlijk mee vanwege waterschade en komen we helemaal niet meer thuis. We moeten door, begrijp je dat? Het moet.’
Je schudde jezelf uit en ging weer op de juiste manier naast mij lopen.
‘Goed zo, jochie! Samen kunnen we dit.’ Ik moedigde jou en mezelf aan, door hardop te zeggen welke kant we op moesten, hoeveel meter er nog over waren, totdat we veilig waren. Afgewisseld met ‘Het komt goed, het komt echt allemaal goed.’
‘Het komt ook goed!’, hoorde ik een ouder echtpaar onder een paraplu roepen. ‘Maar wel blijven rijden. En doe voorzichtig, doe alsjeblieft voorzichtig jullie twee!’
Ik bleef rijden. Klappertandend, mijn plakkende kleren negerend, mijn blik strak op ons flatgebouw gericht.
‘Goddank, je bent er!’, zei Sintjin, terwijl ik onder het afdak dook. ‘Snel, doe de deur open.’
Eenmaal binnen, begon mijn besturingskastje te knipperen en hield er inderdaad mee op. Ook mijn telefoon was uitgevallen. Ik barste spontaan in tranen uit.
‘Dit had goed fout kunnen gaan’, snikte ik. ‘Wat als alles uit was gevallen terwijl ik nog buiten was?’
‘Dan was ik je komen zoeken.’ Sintjin gaf me een dikke knuffel. ‘Ik ken al jouw routes, ik had je vast gevonden en dan hadden we samen op de hulpdiensten gewacht.’
Ik merkte ook dat jij van slag was, lieve Taeke. Je lag opgekruld in jouw mand, maar ik hoorde niet jouw tevreden gesnurk. ‘Taeke?’
Met een sprong zat je op de poef en keek bezorgd hoe ik in bed lag. ‘Het is goed, Taeke. Ik lig hier alleen omdat mijn rolstoel stuk is. Maar we zijn alle twee oké en daar gaat het om. Kom je bij me liggen?’
Dat deed je en niet lang daarna hoorde ik jouw vertrouwde geronk.

Tot mijn eigen verbazing kwam er vanmorgen een monteur langs mét een besturingskastje in zijn wagen en is de rest van het weekend gered! Maar ik denk niet dat we nog veel zullen doen, we zijn alle drie nog behoorlijk van slag door wat er gebeurd is.
Een hond moet in weer en wind uitgelaten worden, maar als je het niet erg vindt, slaan we de wandelingen in een onweersbui, voorlopig even over.

Liefs,

Robin
#derijdendecolumnist

Wil je meer brieven aan Taeke lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft op Facebook.
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columniste Schrijft:

Zaterdag 19 juni 2021

Dag, lieve Taeke,

Niets is zo veranderlijk als het weer. Toen Sintjin, jij en ik de bioscoop ingingen, was er nog geen vuiltje aan de lucht. Maar terwijl wij van de film genoten, gingen bij andere mensen een weeralarm af. ‘Noodweer opkomst!, werd er gemeld. Maak dat je thuiskomt, voordat er ongelukken gebeuren.’ Maar wij kregen die meldingen niet binnen, want wij waren in de Vue, waar de Wifi erg slecht is. Wij werden ons pas van het gevaar bewust, toen we buiten de duistere wolken zagen.
Ik checkte Buienalarm en zag dat er om 18.10 uur inderdaad een bui zou vallen. 
‘Dat moet je net gaan redden als je nu gaat rijden.’ Sintjin keek naar mijn besturingskastje, die niet werd beschermd door mijn regenkap. ‘Ga maar, snel.’
‘Ga jij het wel redden dan?’, vroeg ik onzeker. ‘Taeke en ik kunnen nog wel even met je meegaan naar…’
‘Nee, ik red me wel. Rijden, nu.’
Ik probeerde niet mee te gaan in Sintjin’s onrust, maar ik voelde het ook: de drukkende, haast verstikkende lucht en de in de verte, rommelende donder. ‘Kom Taeke, let’s go.’
Ik trapte hem flink op zijn staart, maar hoe hard ik ook over het fietspad reed, de lucht leek alleen maar donkerder te worden en een griezelige, groene kleur te krijgen. Nog enger vond ik de donder, dat in een razend tempo dichterbij kwam. Het leek wel alsof de weergoden ons probeerden te waarschuwen. Rijden, Robin, ren, Taeke, ren!
Ik herinner me een wandeling met Bindi, toen het weer ook plotseling omsloeg. We kwamen bij Middenwaard vandaan, toen de zon verdween, de wind opstak en de hemelsluizen werden opgegooid. Mensen gilden en probeerden hun hoofd te beschermen tegen hagelstenen, zo groot als tennisballen. Iedereen was in paniek, maar ik vond het gek genoeg wel cool. Ik dacht aan een storm, die ik ooit had beschreven in mijn boek “Zusters van de Zee” en dacht: zo moeten mijn personages zich gevoeld hebben.
Nu was ik wel bang. Ik dacht aan mijn telefoon, die aan het einde van die wandeling was verzopen en spoorde jou aan om sneller te gaan.
We kwamen van het fietspad af, onder de bomen vandaan, toen de bui echt losbarstte. Er volgde een flits en een donderslag, zo hard en dichtbij, dat de grond ervan leek te trillen.
Jij raakte in paniek, probeerde jezelf los te rukken van de riem.
‘Taeke, nee, doe rustig!’ Ik wilde stoppen, jou kalmeren, maar ik wist dat dat geen goed idee was. ‘Rustig, jongen. Kijk me aan.’
Dat deed je.
‘Ik weet dat je bang bent, dat ben ik ook. Maar als we nu stoppen, kapt mijn rolstoel er waarschijnlijk mee vanwege waterschade en komen we helemaal niet meer thuis. We moeten door, begrijp je dat? Het moet.’
Je schudde jezelf uit en ging weer op de juiste manier naast mij lopen.
‘Goed zo, jochie! Samen kunnen we dit.’ Ik moedigde jou en mezelf aan, door hardop te zeggen welke kant we op moesten, hoeveel meter er nog over waren, totdat we veilig waren. Afgewisseld met ‘Het komt goed, het komt echt allemaal goed.’
‘Het komt ook goed!’, hoorde ik een ouder echtpaar onder een paraplu roepen. ‘Maar wel blijven rijden. En doe voorzichtig, doe alsjeblieft voorzichtig jullie twee!’
Ik bleef rijden. Klappertandend, mijn plakkende kleren negerend, mijn blik strak op ons flatgebouw gericht.
‘Goddank, je bent er!’, zei Sintjin, terwijl ik onder het afdak dook. ‘Snel, doe de deur open.’
Eenmaal binnen, begon mijn besturingskastje te knipperen en hield er inderdaad mee op. Ook mijn telefoon was uitgevallen. Ik barste spontaan in tranen uit.
‘Dit had goed fout kunnen gaan’, snikte ik. ‘Wat als alles uit was gevallen terwijl ik nog buiten was?’
‘Dan was ik je komen zoeken.’ Sintjin gaf me een dikke knuffel. ‘Ik ken al jouw routes, ik had je vast gevonden en dan hadden we samen op de hulpdiensten gewacht.’
Ik merkte ook dat jij van slag was, lieve Taeke. Je lag opgekruld in jouw mand, maar ik hoorde niet jouw tevreden gesnurk. ‘Taeke?’
Met een sprong zat je op de poef en keek bezorgd hoe ik in bed lag. ‘Het is goed, Taeke. Ik lig hier alleen omdat mijn rolstoel stuk is. Maar we zijn alle twee oké en daar gaat het om. Kom je bij me liggen?’
Dat deed je en niet lang daarna hoorde ik jouw vertrouwde geronk.

Tot mijn eigen verbazing kwam er vanmorgen een monteur langs mét een besturingskastje in zijn wagen en is de rest van het weekend gered! Maar ik denk niet dat we nog veel zullen doen, we zijn alle drie nog behoorlijk van slag door wat er gebeurd is.
Een hond moet in weer en wind uitgelaten worden, maar als je het niet erg vindt, slaan we de wandelingen in een onweersbui, voorlopig even over.

Liefs,

Robin
#derijdendecolumnist

Wil je meer brieven aan Taeke lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina:  Robin Corbee Schrijft op Facebook.

Reactie op Facebook

Wat een spannend verhaal en wat ben jij toch een sterke vrouw,!!!! wat heb jij veel optimisme en positiviteit in je “ rugzak” zitten. Daar kunnen heel veel mensen een voorbeeld aan nemen!

Fijn om te lezen dat het toch goed is gekomen. Maar wat een buien waren het. En jullie beschermengel heeft goed zijn best gedaan. Uit rusten en dan op naar het volgende avontuur, want jullie zijn geen stil zitters😉

De Rijdende Columnist Schrijft:

Spagaat

Toen de dames van de zorg vroegen: ‘Robin, vind je het goed als we weer zonder mondkapje bij jou komen?’ dacht ik: halleluja, het tijdperk van de mondkapjes is bijna voorbij! Helaas blijkt dat niet helemaal te kloppen.
Nederland zit in een spagaat, dit merkte ik toen ik een taxi bestelde. Opeens zijn mijn stoffen mondkapjes niet meer voldoende om mee te mogen reizen, ik had een medisch exemplaar nodig. Die liet ik bij mij op doen een halfuur voordat de taxi kwam, omdat ik het niet zelf kan.
De chauffeuse die mij op kwam halen, knikte mij vriendelijk toe. ‘Benauwde dingen zijn dat, hè? Ik zal blij zijn als we die mondkapjes niet meer hoeven te dragen, volgens mij duurt dat niet lang meer.’ Onze angst voor het coronavirus lijkt inderdaad minder te worden, maar het is nog niet helemaal verdwenen.
Sintjin werd dit weekend onverwacht niet goed toen hij bij mij was. Het was niets ernstigs, een allergische reactie op hooikoortspillen dat hij eerder had gehad, maar hij kon niet blijven, dus meldde ik dat. ‘Sintjin is niet lekker geworden, hij gaat naar huis.’
‘Oh.’ De stagiaire aan de andere kant van de lijn was even stil. ‘Wat heeft hij dan?’
Binnenin mij knapte iets. ‘Dat gaat jou niets aan, verdorie! Noteer het gewoon voor de nachtzorg.’
De stagiaire hakkelde iets en verbrak de verbinding.
‘Volgens mij wilde ze weten of ik corona heb’, klonk Sintjin gedempt vanachter een gesloten deur.
Gefrustreerd sloot ik mijn ogen. ‘Kak, je hebt gelijk.’
Sintjin grinnikte. ‘Een passende vloek, gezien de situatie.’
‘Wat moet ik dan? Moet ik ze appen en zeggen dat jij een date hebt met de wc, dat het niets met corona te maken heeft? Dat gaat hen toch ook niets aan?’
‘Nee, maar zo voorkom je wel onnodig veel drama. Doe het nou maar gewoon.’
Dus deed ik het. ‘Is “Sintjin heeft diarree, geen corona” duidelijk genoeg, denk je?’
We schoten in de lach, maar eigenlijk was deze situatie helemaal niet grappig. Mensen zijn nog wantrouwiger naar elkaar geworden sinds het coronavirus zijn debuut heeft gemaakt. Als je niest in een supermarkt, ook al heb je een mondkapje op, word je direct angstig aangekeken. Sintjin wordt volgende week gevaccineerd, hopelijk helpt dat.
Voor nu moeten we elkaar vertrouwen en de zomer met een mondkapje door zien te komen. Ik kijk uit naar de herfst, naar een tijd waarin we elkaars glimlach weer kunnen zien.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft op Facebook
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Spagaat 

Toen de dames van de zorg vroegen: ‘Robin, vind je het goed als we weer zonder mondkapje bij jou komen?’ dacht ik: halleluja, het tijdperk van de mondkapjes is bijna voorbij! Helaas blijkt dat niet helemaal te kloppen. 
Nederland zit in een spagaat, dit merkte ik toen ik een taxi bestelde. Opeens zijn mijn stoffen mondkapjes niet meer voldoende om mee te mogen reizen, ik had een medisch exemplaar nodig. Die liet ik bij mij op doen een halfuur voordat de taxi kwam, omdat ik het niet zelf kan.
De chauffeuse die mij op kwam halen, knikte mij vriendelijk toe. ‘Benauwde dingen zijn dat, hè? Ik zal blij zijn als we die mondkapjes niet meer hoeven te dragen, volgens mij duurt dat niet lang meer.’ Onze angst voor het coronavirus lijkt inderdaad minder te worden, maar het is nog niet helemaal verdwenen.
Sintjin werd dit weekend onverwacht niet goed toen hij bij mij was. Het was niets ernstigs, een allergische reactie op hooikoortspillen dat hij eerder had gehad, maar hij kon niet blijven, dus meldde ik dat. ‘Sintjin is niet lekker geworden, hij gaat naar huis.’
‘Oh.’ De stagiaire aan de andere kant van de lijn was even stil. ‘Wat heeft hij dan?’
Binnenin mij knapte iets. ‘Dat gaat jou niets aan, verdorie! Noteer het gewoon voor de nachtzorg.’
De stagiaire hakkelde iets en verbrak de verbinding.
‘Volgens mij wilde ze weten of ik corona heb’, klonk Sintjin gedempt vanachter een gesloten deur.
Gefrustreerd sloot ik mijn ogen. ‘Kak, je hebt gelijk.’
Sintjin grinnikte. ‘Een passende vloek, gezien de situatie.’
‘Wat moet ik dan? Moet ik ze appen en zeggen dat jij een date hebt met de wc, dat het niets met corona te maken heeft? Dat gaat hen toch ook niets aan?’
‘Nee, maar zo voorkom je wel onnodig veel drama. Doe het nou maar gewoon.’
Dus deed ik het. ‘Is “Sintjin heeft diarree, geen corona” duidelijk genoeg, denk je?’
We schoten in de lach, maar eigenlijk was deze situatie helemaal niet grappig. Mensen zijn nog wantrouwiger naar elkaar geworden sinds het coronavirus zijn debuut heeft gemaakt. Als je niest in een supermarkt, ook al heb je een mondkapje op, word je direct angstig aangekeken. Sintjin wordt volgende week gevaccineerd, hopelijk helpt dat.
Voor nu moeten we elkaar vertrouwen en de zomer met een mondkapje door zien te komen. Ik kijk uit naar de herfst, naar een tijd waarin we elkaars glimlach weer kunnen zien.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft op Facebook

De Rijdende Columnist Schrijft:

Vertrouwde kruimels

Geluk zit in de kleine dingen van het leven. Dat wist ik al, maar de coronacrisis heeft dit nog eens extra bevestigd. Wandelen met Taeke, een broodje eten in de zon en een goed gesprek met een speciaal iemand, ik kan daar extreem van genieten. Maar het is ook prachtig om te zien hoe andere mensen genieten, nu het gevaar iets lijkt te wijken.
Afgelopen zaterdag gingen Sintjin en ik het winkelcentrum binnen en zagen dat Bagels & Beans hun tafeltjes tevoorschijn had getoverd. We reageerden even snel als een bij op een bloem en vlogen op een leeg tafeltje af. Naast ons zat een oudere man, die ons breed toelachte. ‘We kunnen hier weer gewoon zitten, is het niet heerlijk?’
Ik kon dat alleen maar beamen. Ja, de terrassen zijn open, maar ik zit liever binnen als ik iets eet. Waar niets van mijn blad waait, mensen niet hard naar elkaar roepen en niet naar mij staren, omdat ik kruimels op mijn shirt heb. Bagels & Beans is anders: ik hoef niet te vragen of ze mijn bagel in stukjes willen snijden, dat weten ze. De dames kijken niet op van een kruimel minder of meer en jagen hun klanten niet op om sneller te eten. Bagels & Beans is een rustig eilandje in de woelige zee dat winkelcentrum Middenwaard heet.
Een serveerster kwam op de heer af. ‘Meneer Groen, wat heerlijk om u weer te zien! Hoe staat het met uw gezondheid?’
‘Prima, meisje. Ik heb mijn vaccinaties gehad, dus laat de vrijheid maar komen! Beginnend met die heerlijke bagels van jullie, ik heb mijn woensdagen hier echt gemist.’
‘Dat kan ik me voorstellen. Het vaste recept? Even kijken of ik het nog weet.’ De serveerster fronste haar wenkbrauwen. ‘Een sesambagel met ham en kaas, honingmosterdsaus apart. Koffie, zwart, met suiker. Een glaasje water en jus d’orange. Groot of klein?’
‘Bravo!’ De man klapte lachend in zijn handen. ‘Doe maar een grote, het is immers een beetje feest.’
De serveerster nam onze bestelling op en ik besloot om voor de bagel met eiersalade te gaan, die was nieuw. Leuk idee, maar geen goede, want de nieuwe creatie bleek niet spast-vriendelijk te zijn: het werd een enorme smeerboel, maar dat mocht de pret niet drukken.
Ik bleef maar naar onze buurman gluren, die zijn lunch op een voor hem logische manier op de tafel had gezet en intens zat te genieten. Soms ving hij mijn blik en gaf een vrolijke knipoog. Ik wilde heel graag een foto van hem maken: als dit niet een ultiem beeld van geluk was, wist ik het niet meer. Maar ik deed het niet, vroeg niets, ik wilde hem niet storen.
Sintjin en ik keken elkaar aan. De bagels waren op, maar we hadden nog geen zin om op te stappen. Alsof ze het voelde, kwam de serveerster onze kant op. ‘Heeft het gesmaakt?’
‘Zeker, maar de bagel met eiersalade is niet spast-vriendelijk, ik zit onder. Ik denk niet dat ik hem nog eens zal bestellen.’
‘Valt hartstikke mee’, zei ze, ‘je ziet het nauwelijks.’
Daar schoot ik door in de lach. ‘Ik mocht nooit jokken van mijn moeder, maar lief dat je het probeert. Mogen wij nog twee stukken appeltaart, alsjeblieft? Met slagroom.’
‘Goede keus’, zei de heer naast ons. ‘Het valt echt mee met die eiersalade, trouwens.’
‘Dank u.’
De appeltaart was heerlijk, alsof hij vers uit de oven kwam en zo op ons bord was geschoven. Alleen had ik ruzie met de korst, mijn favoriete gedeelte van de lekkernij. Ik pakte het tussen duim en wijsvinger en keek onze buurman vragend aan. ‘Vindt u het erg als ik…?’
Hij schudde heftig zijn hoofd. ‘Nee hoor, meid. Eet, geniet!’
Dus deed ik dat. Sintjin vond het geweldig. ‘Mag ik dit moment vastleggen op camera? Ik vind het zo schattig en jij kunt de foto vast voor een column gebruiken.’
Tot mijn eigen verbazing knikte ik en het moment werd vereeuwigd, het eerste moment dat heerlijk normaal voelde. Met vrolijke, relaxte mensen, mijn lief en de vertrouwde kruimels op mijn jas.
#derijdendecolumnist
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Vertrouwde kruimels

Geluk zit in de kleine dingen van het leven. Dat wist ik al, maar de coronacrisis heeft dit nog eens extra bevestigd. Wandelen met Taeke, een broodje eten in de zon en een goed gesprek met een speciaal iemand, ik kan daar extreem van genieten. Maar het is ook prachtig om te zien hoe andere mensen genieten, nu het gevaar iets lijkt te wijken.
Afgelopen zaterdag gingen Sintjin en ik het winkelcentrum binnen en zagen dat Bagels & Beans hun tafeltjes tevoorschijn had getoverd. We reageerden even snel als een bij op een bloem en vlogen op een leeg tafeltje af. Naast ons zat een oudere man, die ons breed toelachte. ‘We kunnen hier weer gewoon zitten, is het niet heerlijk?’
Ik kon dat alleen maar beamen. Ja, de terrassen zijn open, maar ik zit liever binnen als ik iets eet. Waar niets van mijn blad waait, mensen niet hard naar elkaar roepen en niet naar mij staren, omdat ik kruimels op mijn shirt heb. Bagels & Beans is anders: ik hoef niet te vragen of ze mijn bagel in stukjes willen snijden, dat weten ze. De dames kijken niet op van een kruimel minder of meer en jagen hun klanten niet op om sneller te eten. Bagels & Beans is een rustig eilandje in de woelige zee dat winkelcentrum Middenwaard heet.
Een serveerster kwam op de heer af. ‘Meneer Groen, wat heerlijk om u weer te zien! Hoe staat het met uw gezondheid?’
‘Prima, meisje. Ik heb mijn vaccinaties gehad, dus laat de vrijheid maar komen! Beginnend met die heerlijke bagels van jullie, ik heb mijn woensdagen hier echt gemist.’
‘Dat kan ik me voorstellen. Het vaste recept? Even kijken of ik het nog weet.’ De serveerster fronste haar wenkbrauwen. ‘Een sesambagel met ham en kaas, honingmosterdsaus apart. Koffie, zwart, met suiker. Een glaasje water en jus d’orange. Groot of klein?’
‘Bravo!’ De man klapte lachend in zijn handen. ‘Doe maar een grote, het is immers een beetje feest.’
De serveerster nam onze bestelling op en ik besloot om voor de bagel met eiersalade te gaan, die was nieuw. Leuk idee, maar geen goede, want de nieuwe creatie bleek niet spast-vriendelijk te zijn: het werd een enorme smeerboel, maar dat mocht de pret niet drukken.
Ik bleef maar naar onze buurman gluren, die zijn lunch op een voor hem logische manier op de tafel had gezet en intens zat te genieten. Soms ving hij mijn blik en gaf een vrolijke knipoog. Ik wilde heel graag een foto van hem maken: als dit niet een ultiem beeld van geluk was, wist ik het niet meer. Maar ik deed het niet, vroeg niets, ik wilde hem niet storen.
Sintjin en ik keken elkaar aan. De bagels waren op, maar we hadden nog geen zin om op te stappen. Alsof ze het voelde, kwam de serveerster onze kant op. ‘Heeft het gesmaakt?’
‘Zeker, maar de bagel met eiersalade is niet spast-vriendelijk, ik zit onder. Ik denk niet dat ik hem nog eens zal bestellen.’
‘Valt hartstikke mee’, zei ze, ‘je ziet het nauwelijks.’
Daar schoot ik door in de lach. ‘Ik mocht nooit jokken van mijn moeder, maar lief dat je het probeert. Mogen wij nog twee stukken appeltaart, alsjeblieft? Met slagroom.’
‘Goede keus’, zei de heer naast ons. ‘Het valt echt mee met die eiersalade, trouwens.’
‘Dank u.’
De appeltaart was heerlijk, alsof hij vers uit de oven kwam en zo op ons bord was geschoven. Alleen had ik ruzie met de korst, mijn favoriete gedeelte van de lekkernij. Ik pakte het tussen duim en wijsvinger en keek onze buurman vragend aan. ‘Vindt u het erg als ik…?’
Hij schudde heftig zijn hoofd. ‘Nee hoor, meid. Eet, geniet!’
Dus deed ik dat. Sintjin vond het geweldig. ‘Mag ik dit moment vastleggen op camera? Ik vind het zo schattig en jij kunt de foto vast voor een column gebruiken.’
Tot mijn eigen verbazing knikte ik en het moment werd vereeuwigd, het eerste moment dat heerlijk normaal voelde. Met vrolijke, relaxte mensen, mijn lief en de vertrouwde kruimels op mijn jas.
#derijdendecolumnist

De Rijdende Columnist Schrijft:

Duimpje omhoog

Stickers: de ideale beloning voor kinderen, als ze iets goed hebben gedaan. Ikzelf kreeg er één als ik succesvol een grote boodschap had gedaan op de wc. Als ik mijn ogen sluit, kan ik ze nog steeds zien: Disneystickers, allemaal op mijn kledingkast geplakt. Nu zijn de stickers voor Taeke. Raar, maar waar.
Ik beloon Taeke niet met stickers, maar met brokjes. Sinds hij in mijn leven is gekomen, ben ik nog creatiever geworden. Ik kan mijn mannetje zelf eten geven: zijn dagelijkse porties zitten in zakjes, die ik via de brokjesbuis, in zijn voerbak mik.
Maar hoe hou ik de zakjes uit elkaar? Eerst zette ik de hoeveelheden met een stift op de zakjes. Dat leek een goede oplossing, totdat Taeke’s porties werden aangepast en de cijfers begonnen te vervagen.
‘Kan je geen stickers gaan gebruiken?’, stelde Sintjin voor, ‘een kleur voor zijn ontbijt en avondeten en een andere voor de beloningsbrokjes. Zo zie je in één oogopslag welke je moet hebben.’ Sintjin’s idee was top, dus dook ik de wereld van de stickers in.
Lieve lezer, weet je hoe moeilijk het is om dé ideale sticker te vinden? Ik zocht gewone gekleurde plakkertjes en vond: stickers van honden, katten, stickers met glitters, stickers voor op het raam en voor op de groene bak. Ik vond ook de Disneyfiguren die mij ooit hadden aangemoedigd om goed mijn best te doen op de wc, maar die wilde ik niet hebben. Ik zocht ook niet naar smileys of naar gekleurde duimpjes die omhoog wezen. Ik wilde doodnormale, gekleurde rondjes hebben, waar waren die, verdorie?!
Na een lange zoektocht, dacht ik de ideale stickers gevonden te hebben, maar toen ik ze bestelde, kreeg ik een klein, zwaar geparfumeerd envelopje thuisgestuurd. Zelfs Taeke moest ervan niezen.
Ik had niet goed naar de afmetingen gekeken: als ik een sticker op de nagel van mijn pink plakte, hield ik nog ruimte over. Geen goed aankoop dus, maar ik had ze bij een startend knutselbedrijfje gekocht en de eigenaresse was zo blij, dat ze er een persoonlijk bedankbriefje bij had gedaan. Dat zorgde wel voor een glimlach op mijn gezicht, maar nu had ik nog steeds geen goede stickers.
Uiteindelijk ben ik toch maar voor de gekleurde duimpjes gegaan. Taeke keek geïnteresseerd toe, terwijl ik ze op de eveneens gloednieuwe zakjes begon te plakken. Ik heb een creatief brein, maar laat mij alsjeblieft niet knutselen, want daar word ik chagrijnig van. Eerst deed ik nog dappere pogingen om alle duimpjes omhoog te laten wijzen, maar toen een paar stickers in plaats van op de zakjes, op mijn kleren begonnen te plakken, verloor ik mijn geduld en nu wijzen alle duimpjes een andere kant op. Het maakte niets uit, Taeke leek het mooi te vinden, hij kwispelde in ieder geval vrolijk. Daar doe ik het voor en een paar weken later zitten de stickers nog steeds stevig op de zakjes geplakt. Duimpje omhoog voor mij.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Duimpje omhoog

Stickers: de ideale beloning voor kinderen, als ze iets goed hebben gedaan. Ikzelf kreeg er één als ik succesvol een grote boodschap had gedaan op de wc. Als ik mijn ogen sluit, kan ik ze nog steeds zien: Disneystickers, allemaal op mijn kledingkast geplakt. Nu zijn de stickers voor Taeke. Raar, maar waar.
Ik beloon Taeke niet met stickers, maar met brokjes. Sinds hij in mijn leven is gekomen, ben ik nog creatiever geworden. Ik kan mijn mannetje zelf eten geven: zijn dagelijkse porties zitten in zakjes, die ik via de brokjesbuis, in zijn voerbak mik.
Maar hoe hou ik de zakjes uit elkaar? Eerst zette ik de hoeveelheden met een stift op de zakjes. Dat leek een goede oplossing, totdat Taeke’s porties werden aangepast en de cijfers begonnen te vervagen.
‘Kan je geen stickers gaan gebruiken?’, stelde Sintjin voor, ‘een kleur voor zijn ontbijt en avondeten en een andere voor de beloningsbrokjes. Zo zie je in één oogopslag welke je moet hebben.’ Sintjin’s idee was top, dus dook ik de wereld van de stickers in.
Lieve lezer, weet je hoe moeilijk het is om dé ideale sticker te vinden? Ik zocht gewone gekleurde plakkertjes en vond: stickers van honden, katten, stickers met glitters, stickers voor op het raam en voor op de groene bak. Ik vond ook de Disneyfiguren die mij ooit hadden  aangemoedigd om goed mijn best te doen op de wc, maar die wilde ik niet hebben. Ik zocht ook niet naar smileys of naar gekleurde duimpjes die omhoog wezen. Ik wilde doodnormale, gekleurde rondjes hebben, waar waren die, verdorie?!
Na een lange zoektocht, dacht ik de ideale stickers gevonden te hebben, maar toen ik ze bestelde, kreeg ik een klein, zwaar geparfumeerd envelopje thuisgestuurd. Zelfs Taeke moest ervan niezen.
Ik had niet goed naar de afmetingen gekeken: als ik een sticker op de nagel van mijn pink plakte, hield ik nog ruimte over. Geen goed aankoop dus, maar ik had ze bij een startend knutselbedrijfje gekocht en de eigenaresse was zo blij, dat ze er een persoonlijk bedankbriefje bij had gedaan. Dat zorgde wel voor een glimlach op mijn gezicht, maar nu had ik nog steeds geen goede stickers.
Uiteindelijk ben ik toch maar voor de gekleurde duimpjes gegaan. Taeke keek geïnteresseerd toe, terwijl ik ze op de eveneens gloednieuwe zakjes begon te plakken. Ik heb een creatief brein, maar laat mij alsjeblieft niet knutselen, want daar word ik chagrijnig van. Eerst deed ik nog dappere pogingen om alle duimpjes omhoog te laten wijzen, maar toen een paar stickers in plaats van op de zakjes, op mijn kleren begonnen te plakken, verloor ik mijn geduld en nu wijzen alle duimpjes een andere kant op. Het maakte niets uit, Taeke leek het mooi te vinden, hij kwispelde in ieder geval vrolijk. Daar doe ik het voor en een paar weken later zitten de stickers nog steeds stevig op de zakjes geplakt. Duimpje omhoog voor mij.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn pagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Wat een Top idee van Sintjin! 👍 ...de overige stickers staan jouw ook Top! 😉

De Rijdende Columnist Schrijft:

Labelloos

Labels. Wat is voor jongens en wat is voor meisjes? Wat is voor kinderen en wat is voor volwassenen? We lijken tegenwoordig niet zo goed te weten wat we met deze labels aan moeten. Geboortefeestjes zijn tegenwoordig vaak gender neutraal, want het kind met zelf kunnen kiezen wie of wat hij of zij wil zijn.
Hoewel ik deze nieuwe, labelloze houding begrijp, ben ik zelf niet tegen labels. In het begin. Ze laten een buitenstaander zien hoe iemand aangesproken wil worden en geeft een hint voor bijvoorbeeld een geschikt kraamcadeau. Maar ik ben er ook een groot voorstander van, dat we deze labels op een latere leeftijd van ons afschudden.
Ik ben geen expert op gender neutraal-gebied, maar ik hou wel van boeken. Ik val onder de volwassenen, betekent dit dat ik alleen boeken voor volwassenen hoor te lezen? Ik ben jarenlang bij de afdeling Young Adult blijven hangen, omdat dat een genre was dat ik kende. Sintjin bleef meestal bij de kinderboeken staan, aangetrokken door de kleurrijke kaften. Soms pakte hij er zelfs eentje op, bladerde het door en vroeg: ‘Robin, lijkt dit je niet wat?’
‘Schat, dat is een kinderboek’, zei ik dan, zonder zelfs maar de moeite te nemen om het boek aan te raken. Tot Nevermoor, het boek lag tussen de Young Adult en kinderboeken in en smeekte om door mij gelezen te worden.
‘Dat wordt de nieuwe Harry Potter genoemd’, hoorde ik de verkoopster zeggen, ‘maar ik weet het zo net nog niet hoor.’
Haar woorden intrigeerde me en ik pakte het boek. Met ieder woord dat ik las, werd mijn grijns breder. ‘Ik neem hem.’
Sinds ik Nevermoor heb verslonden, lees ik meer kinderboeken. Of liever gezegd: ik luister ernaar. Dat is het fijne van een app zoals Storytel: je kunt boeken beluisteren en lezen, die je anders nooit een kans had gegeven. Misschien omdat je bang bent voor de veroordelende blik van de verkoopster, zoals bij mij het geval was. Die angst slaat nergens op, want waarom zou je als volwassene, geen kinderboeken kunnen waarderen?
Gisteravond had ik hoofdpijn en daarom behoefte aan iets leuks en simpels om mezelf af te leiden. Zo kwam ik bij Dolfje Weerwolfje terecht, een boek van Paul van Loon, dat voor het laatst aan mij was voorgelezen toen ik een jaar of acht was. Nu ben ik ouder, maar zie Dolfje Weerwolfje nog steeds voor wat het is: een heel goed boek. Een vriendin vertrouwde mij toe dat ze blij was dat ze Dolfje’s avonturen aan haar zoon kan voorlezen, omdat zij de boeken zelf stiekem ook leuk vindt. Dat excuus heb ik niet, maar dat is ook niet nodig. De boeken van Paul van Loon worden aangeraden voor kinderen die van griezelen houden, maar een goed boek is een goed boek, ongeacht voor welke leeftijdscategorie het bedoeld is.
Een label met een advies voor iets wat bij jou zou kunnen passen is fijn, maar wil je mijn advies, lieve lezer? Ga zelf op zoek naar wie je bent, probeer dingen uit, verbreed je horizon, zonder bang te zijn wat een ander daarvan vindt en laar kinderen hetzelfde doen.
Het is zoals Paul van Loon zelf zegt: ‘In iedereen zit een weerwolf verscholen en bij sommige mensen komt die ook echt naar buiten.’ Daar kan ik alleen maar aan toevoegen: als je hem maar de kans geeft.
#derijdendecolumnist

Deze prachtige tekening is gemaakt door Lennon, een groot Dolfje Weerwolfje-fan 😉
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Labelloos 

Labels. Wat is voor jongens en wat is voor meisjes? Wat is voor kinderen en wat is voor volwassenen? We lijken tegenwoordig niet zo goed te weten wat we met deze labels aan moeten. Geboortefeestjes zijn tegenwoordig vaak gender neutraal, want het kind met zelf kunnen kiezen wie of wat hij of zij wil zijn. 
Hoewel ik deze nieuwe, labelloze houding begrijp, ben ik zelf niet tegen labels. In het begin. Ze laten een buitenstaander zien hoe iemand aangesproken wil worden en geeft een hint voor bijvoorbeeld een geschikt kraamcadeau. Maar ik ben er ook een groot voorstander van, dat we deze labels op een latere leeftijd van ons afschudden.
Ik ben geen expert op gender neutraal-gebied, maar ik hou wel van boeken. Ik val onder de volwassenen, betekent dit dat ik alleen boeken voor volwassenen hoor te lezen? Ik ben jarenlang bij de afdeling Young Adult blijven hangen, omdat dat een genre was dat ik kende. Sintjin bleef meestal bij de kinderboeken staan, aangetrokken door de kleurrijke kaften. Soms pakte hij er zelfs eentje op, bladerde het door en vroeg: ‘Robin, lijkt dit je niet wat?’
‘Schat, dat is een kinderboek’, zei ik dan, zonder zelfs maar de moeite te nemen om het boek aan te raken. Tot Nevermoor, het boek lag tussen de Young Adult en kinderboeken in en smeekte om door mij gelezen te worden.
‘Dat wordt de nieuwe Harry Potter genoemd’, hoorde ik de verkoopster zeggen, ‘maar ik weet het zo net nog niet hoor.’
Haar woorden intrigeerde me en ik pakte het boek. Met ieder woord dat ik las, werd mijn grijns breder. ‘Ik neem hem.’
Sinds ik Nevermoor heb verslonden, lees ik meer kinderboeken. Of liever gezegd: ik luister ernaar. Dat is het fijne van een app zoals Storytel: je kunt boeken beluisteren en lezen, die je anders nooit een kans had gegeven. Misschien omdat je bang bent voor de veroordelende blik van de verkoopster, zoals bij mij het geval was. Die angst slaat nergens op, want waarom zou je als volwassene, geen kinderboeken kunnen waarderen?
Gisteravond had ik hoofdpijn en daarom behoefte aan iets leuks en simpels om mezelf af te leiden. Zo kwam ik bij Dolfje Weerwolfje terecht, een boek van Paul van Loon, dat voor het laatst aan mij was voorgelezen toen ik een jaar of acht was. Nu ben ik ouder, maar zie Dolfje Weerwolfje nog steeds voor wat het is: een heel goed boek. Een vriendin vertrouwde mij toe dat ze blij was dat ze Dolfje’s avonturen aan haar zoon kan voorlezen, omdat zij de boeken zelf stiekem ook leuk vindt. Dat excuus heb ik niet, maar dat is ook niet nodig. De boeken van Paul van Loon worden aangeraden voor kinderen die van griezelen houden, maar een goed boek is een goed boek, ongeacht voor welke leeftijdscategorie het bedoeld is.
Een label met een advies voor iets wat bij jou zou kunnen passen is fijn, maar wil je mijn advies, lieve lezer? Ga zelf op zoek naar wie je bent, probeer dingen uit, verbreed je horizon, zonder bang te zijn wat een ander daarvan vindt en laar kinderen hetzelfde doen.
Het is zoals Paul van Loon zelf zegt: ‘In iedereen zit een weerwolf verscholen en bij sommige mensen komt die ook echt naar buiten.’ Daar kan ik alleen maar aan toevoegen: als je hem maar de kans geeft.
#derijdendecolumnist

Deze prachtige tekening is gemaakt door Lennon, een groot Dolfje Weerwolfje-fan ;)

Reactie op Facebook

Hoi Robin, hier Lennon, ik ben super trots op mijn tekening en ben ook trots dat jij hem bij je column heb gebruikt! 😁

Wat een mooie tekening. Love it

Trotse moeder 👍😂

Cornelie Koel wat super!!!

Wauw wat leuk!!!!🙂👍

Zie je wel Lennon iedereen vindt het een hele mooie tekening. Je wordt nog beroemd!

View more comments