Columns

Robin Corbee en Annelies Spaargaren zijn de vaste columnisten van Schoorl Community.

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

De Rijdende Columnist Columnist

Het leed dat Munckhof heet

Ik vind het heel relaxt om met een taxi te reizen. Om mezelf te laten vervoeren en erop te vertrouwen dat ik kom waar ik zijn moet. Dat wil zeggen: als het goed gaat.
Toen de taxi’s van centrale Munckhof in Heerhugowaard begonnen te rijden, was ik vol vertrouwen. Ze mochten een kwartier eerder of later komen dan de afgesproken tijd en hielden zich daar keurig aan. Voor de eerste drie weken. Daarna mocht ik weer een halfuur op mijn taxi wachten, soms zelfs langer.
Dan is er nog hun website, waar je zelf je eigen taxiritten kunt inplannen. Een hele uitkomst, want je hebt niet langer met telefonisten te maken die jou niet goed kunnen verstaan. Maar nogmaals, dan moet de website het wel doen. Een paar weken geleden zaten Taeke en ik op onze taxi te wachten, toen ik besloot om op de website alles nog eens te checken. Het ene moment keek ik naar onze reserveringen, het volgende waren ze verdwenen. Poef!
Stomverbaasd belde ik de taxicentrale. ‘Hallo, ik kijk net naar mijn taxiritten op jullie website en nu lijken ze weg te zijn.’
‘Oh.’ Ik hoorde de dame op haar toetsenbord tikken. ‘Nee, mevrouw Corbee, ik zie de ritten ook niet in ons systeem staan.’
‘Maar ik heb die ritten zelf in jullie systeem gezet, ik heb ze net nog gezien!’
‘Dan is het waarschijnlijk een fout van de website’, zei de vrouw luchtig. ‘Zal ik een nieuwe taxi voor u inplannen? Dan staat die over een uur bij u voor de deur.’
‘Daar heb ik niets meer aan’, kreunde ik. ‘Gaat er nog wel iemand naar de website kijken?’
‘Dat is niet mijn terrein. Een fijne avond nog, mevrouw Corbee.’ De verbinding werd verbroken.
Ik vermoed dat u dit vol verbazing leest, lieve lezer, maar het kan nog erger. Zoals vorige week woensdag, toen ik al een halfuur had gewacht op de taxi, de centrale belde en te horen kreeg dat het nóg een kwartier ging duren.
‘Maar dan heeft het al bijna geen zin meer!’, klaagde ik. ‘Het dansen is al begonnen en ik vermoed dat we mijn danspartner ook nog moeten ophalen. Tegen de tijd dat we bij het dansen aankomen, is de taxi die we terug hebben besteld, al onderweg! Kunt u deze ritten niet annuleren?’
De telefoniste deelde mij mee dat dit niet meer mogelijk was, dat de chauffeur al bijna bij mij voor de deur stond en met een simpel ‘Succes’ stond ik er alleen voor.
Toen de taxi aan kwam rijden, wist ik niet goed wat ik moest doen en de chauffeur ook niet. Hij was duidelijk nieuw en bleef mij maar geruststellen met de woorden “Don’t worry, be happy.” Ik had het hart niet om boos te worden op deze man, hij kon hier ook niets aan doen.
Zoals ik al had verwacht, moesten we Marloes nog ophalen en verwoordde zij zacht wat ik ook dacht: ‘Ik hoop niet dat we onderweg onze taxi terug tegenkomen, dan kunnen wij niet alleen niet dansen, maar moeten we ook nog eens een extra uur op een nieuwe taxi wachten.’
Ik was het met haar eens, maar wat kon ik zeggen? Ik keek naar Taeke, die naast mij vredig lag te slapen. Gelukkig haalde iemand nog iets uit deze nutteloze taxirit.

Marloes en ik zagen onze taxi terug, niet langskomen. We konden zelfs nog even dansen, maar moesten vervolgens wel weer een uur op onze taxi terug wachten. Dit keer zat een van onze favoriete chauffeurs achter het stuur: Rob.
Hij vertelde ons dat ook hij en de rest van zijn collega’s, problemen ondervonden bij Munckhof. Toen hij laatst een blindedarmontsteking had en twee weken uit de running was, werd er €266,- van zijn salaris ingetrokken. Omdat, zoals hij zelf zei: ziek zijn geld kost. Mijn mond viel open.
Het bleek dat er die dag een ernstig ongeluk was gebeurd in Heerhugowaard, waardoor al het verkeer hinder ondervond. Is dit een geldig excuus voor het gestuntel bij Munckhof? Ik vind van niet, want dit gedoe duurt al veel langer. Ik zal de taxi blijven gebruiken omdat het moet, maar als hij weer zo laat komt, zeg ik niet “Taxi, hallo!” maar “Dank u, tot ziens.”
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

3 dagen geleden
De Rijdende Columnist Columnist

Het leed dat Munckhof heet

Ik vind het heel relaxt om met een taxi te reizen. Om mezelf te laten vervoeren en erop te vertrouwen dat ik kom waar ik zijn moet. Dat wil zeggen: als het goed gaat.
Toen de taxi’s van centrale Munckhof in Heerhugowaard begonnen te rijden, was ik vol vertrouwen. Ze mochten een kwartier eerder of later komen dan de afgesproken tijd en hielden zich daar keurig aan. Voor de eerste drie weken. Daarna mocht ik weer een halfuur op mijn taxi wachten, soms zelfs langer.
Dan is er nog hun website, waar je zelf je eigen taxiritten kunt inplannen. Een hele uitkomst, want je hebt niet langer met telefonisten te maken die jou niet goed kunnen verstaan. Maar nogmaals, dan moet de website het wel doen. Een paar weken geleden zaten Taeke en ik op onze taxi te wachten, toen ik besloot om op de website alles nog eens te checken. Het ene moment keek ik naar onze reserveringen, het volgende waren ze verdwenen. Poef!
Stomverbaasd belde ik de taxicentrale. ‘Hallo, ik kijk net naar mijn taxiritten op jullie website en nu lijken ze weg te zijn.’
‘Oh.’ Ik hoorde de dame op haar toetsenbord tikken. ‘Nee, mevrouw Corbee, ik zie de ritten ook niet in ons systeem staan.’
‘Maar ik heb die ritten zelf in jullie systeem gezet, ik heb ze net nog gezien!’
‘Dan is het waarschijnlijk een fout van de website’, zei de vrouw luchtig. ‘Zal ik een nieuwe taxi voor u inplannen? Dan staat die over een uur bij u voor de deur.’
‘Daar heb ik niets meer aan’, kreunde ik. ‘Gaat er nog wel iemand naar de website kijken?’
‘Dat is niet mijn terrein. Een fijne avond nog, mevrouw Corbee.’ De verbinding werd verbroken.
Ik vermoed dat u dit vol verbazing leest, lieve lezer, maar het kan nog erger. Zoals vorige week woensdag, toen ik al een halfuur had gewacht op de taxi, de centrale belde en te horen kreeg dat het nóg een kwartier ging duren.
‘Maar dan heeft het al bijna geen zin meer!’, klaagde ik. ‘Het dansen is al begonnen en ik vermoed dat we mijn danspartner ook nog moeten ophalen. Tegen de tijd dat we bij het dansen aankomen, is de taxi die we terug hebben besteld, al onderweg! Kunt u deze ritten niet annuleren?’
De telefoniste deelde mij mee dat dit niet meer mogelijk was, dat de chauffeur al bijna bij mij voor de deur stond en met een simpel ‘Succes’ stond ik er alleen voor.
Toen de taxi aan kwam rijden, wist ik niet goed wat ik moest doen en de chauffeur ook niet. Hij was duidelijk nieuw en bleef mij maar geruststellen met de woorden “Don’t worry, be happy.” Ik had het hart niet om boos te worden op deze man, hij kon hier ook niets aan doen.
Zoals ik al had verwacht, moesten we Marloes nog ophalen en verwoordde zij zacht wat ik ook dacht: ‘Ik hoop niet dat we onderweg onze taxi terug tegenkomen, dan kunnen wij niet alleen niet dansen, maar moeten we ook nog eens een extra uur op een nieuwe taxi wachten.’
Ik was het met haar eens, maar wat kon ik zeggen? Ik keek naar Taeke, die naast mij vredig lag te slapen. Gelukkig haalde iemand nog iets uit deze nutteloze taxirit.

Marloes en ik zagen onze taxi terug, niet langskomen. We konden zelfs nog even dansen, maar moesten vervolgens wel weer een uur op onze taxi terug wachten. Dit keer zat een van onze favoriete chauffeurs achter het stuur: Rob.
Hij vertelde ons dat ook hij en de rest van zijn collega’s, problemen ondervonden bij Munckhof. Toen hij laatst een blindedarmontsteking had en twee weken uit de running was, werd er €266,- van zijn salaris ingetrokken. Omdat, zoals hij zelf zei: ziek zijn geld kost. Mijn mond viel open.
Het bleek dat er die dag een ernstig ongeluk was gebeurd in Heerhugowaard, waardoor al het verkeer hinder ondervond. Is dit een geldig excuus voor het gestuntel bij Munckhof? Ik vind van niet, want dit gedoe duurt al veel langer. Ik zal de taxi blijven gebruiken omdat het moet, maar als hij weer zo laat komt, zeg ik niet “Taxi, hallo!” maar “Dank u, tot ziens.”
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Wij hebben altijd goede ritten gehad met Munckhof. Hadden ze alleen voor medische ritten. Daarin tegen gebruiken ze op mijn werk regiotaxi (voorheen bios) en daar hebben we ook veel problemen mee. Het is en blijft lastig. Sommige mensen zijn afhankelijk van de taxi en je blijft elke keer hopen dat deze rit wel goed gaat. Succes!!

Niet prettig om zo afhankelijk te moeten zijn met reizen. Zoiets ontneemt je de lust om iets te ondernemen ! Hoop dat het snel weer op tijd gebeurt.

Het ergste is dat ze er luchtig mee om gaan, je van het kastje naar de muur schuiven er er , tot mu toe, niets aan doen 👎 leef met je mee hoor

Wat schandalig is dit van dat bedrijf. Om uit je vel te springen.Slechte reclame.Sterkte

Valys of Regio Taxi??

View more comments

De Rijdende Columnist Schrijft:

Enkeltje Amsterdam?

Een column schrijven is moeilijker dan het lijkt. Soms heb ik de onderwerpen voor het oprapen en soms is het zo windstil, dat de emmer met reserve columns ook op raakt. Daar klaagde ik vorige week dinsdag over: ‘Wat moet ik nou? Ik heb nog een reserve column die ik tot iets leuks kan ombuigen, maar dan ben ik de week daarna, echt helemaal blanco!’
Op het moment dat ik dat riep, wreef er iemand daarboven gniffelend in zijn handen en dacht: dus jij wilt actie in de tent? Prima, dan kan je het krijgen ook!
De volgende dag was mijn grootste zorg een gesprek met de leidinggevende van onze flat. Totdat mijn telefoon ging en een vriendelijke dame tegen mij zei: ‘Hallo, u spreekt met Fokuswonen Amsterdam. Ik bel in verband met een woning waar u een tijdje geleden op gereageerd hebt. Ik vroeg mij af of u nog steeds interesse heeft in een bezichtiging.’
Ik was stomverbaasd. Ik opende mijn mond, daar kwam geen geluid uit, dus deed ik een tweede poging. ‘Maar ik dacht dat ik gemiddeld tien jaar op de wachtlijst moest staan, voordat ik in aanmerking zou komen voor een woning’, piepte ik.
‘In dit geval niet’, zei de vrouw vriendelijk. ‘Dus u heeft nog interesse?’
‘Eh, ja.’
‘Mooi.’ Gedempt getik op een toetsenbord. ‘Zou u overmorgen kunnen?’
‘Vrijdag? O-oké.’
Daar gingen Sintjin en ik, die vrijdagmiddag op weg naar Amsterdam. Op een gegeven moment gaf Sintjin een kneepje in mijn hand. ‘Kijk, daar werk ik, nog geen tien minuten bij jou vandaan, gok ik.’
Ik beantwoordde zijn kneepje en voelde het enthousiasme door mij heen bruisen. Als ik ja zei tegen deze woning, zou onze latrelatie een stuk korter worden.
Terwijl mijn potentiële huis steeds dichterbij kwam, moest ik denken aan mijn eerdere huisbezichtigingen: de schok in Nieuwe Niedorp over hoe klein het was en het directe ja!-gevoel toen ik mijn appartement in Heerhugowaard betrad.
Nu reed ik een appartement in Amsterdam binnen. Schrok niet, maar ook het yes!-moment bleef uit. De potentie was er en de plek waar ik mezelf zeker zag zitten, was de tuin. Daar was ik meteen verliefd op, maar toen ik op zoek ging naar wandelroutes voor Taeke, zakte de moed mij in de schoenen. Waar was het groen?
‘Robin, pas op, hier kun je de stoep niet af!’
Ik remde nog net op tijd. ‘Waar is een afstap?’
Sintjin keek zoekend rond. ‘Die zijn hier niet, de stoep loopt gewoon af tot het laagste punt.’
‘Dat kan ik niet zien.’
‘Weet ik.’
Met Sintjin’s hulp kwam ik toch de stoep af en samen verkenden we de buurt. Hoe verder we kwamen, hoe benauwder ik het kreeg. Dit, terwijl het een extreem rustige buurt was. Als Taeke niet in mijn leven was geweest, had ik zeker ja gezegd. Maar Taeke is wel in mijn leven en ik had geen idee welke kant ik met hem uit kon.
Op dat moment ging Sintjin’s telefoon. ‘Ja? Ik vraag het even.’ Sintjin dempte zijn stem en vroeg: ‘De taxichauffeur vraagt of hij een uur eerder kan komen.’
Even keken we elkaar twijfelend aan en toen knikte ik. ‘Laat hem maar komen, ik denk dat ik het voor nu wel gezien heb.’

Ik verliet Amsterdam met een druk, bonkend hoofd en deed bij thuiskomst het eerste wat er in mij op kwam: ik ging met Taeke naar het park.
Pas toen Taeke van mij wegrende, voelde het alsof ik weer adem kon halen. Hier zijn voelde als een opluchting, zei dat niet iets? In het park was ik gelukkig, bij het groen en het water, kon ik dat opgeven? Die vraag spookte de afgelopen drie dagen constant door mijn hoofd. Sintjin wist het antwoord eerder dan ik: ‘Als jij naar Amsterdam verhuist, krijgen wij het leven dat we willen, maar tegen welke prijs? Ik zou het vreselijk vinden als jij voor mij ergens gaat wonen, waar je zelf niet uit de voeten kunt. Die prijs is te hoog.’
Ik wist dat hij gelijk had, maar had moeite met de waarheid: ik kon de toekomst waar ik van droomde met Sintjin, nu bijna aanraken. Als een kaarsvlam waar ik de warmte van kon voelen. En toch heb ik die kaarsvlam vandaag zelf uitgeblazen, omdat ik weet dat dit niet de plek voor mij was.
Als dit avontuur mij iets heeft laten zien, is dat ik de omgeving om mij heen weer extra waardeer. Het perfecte huis komt wanneer het komt, daar geloof ik in. Voor nu is het goed.
Ik had in ieder geval weer genoeg stof voor een column. Wat het volgende onderwerp wordt? Geen idee, maar nu ga ik slapen, want dat heb ik de afgelopen dagen door de spanning niet kunnen doen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

1 week geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Enkeltje Amsterdam?

Een column schrijven is moeilijker dan het lijkt. Soms heb ik de onderwerpen voor het oprapen en soms is het zo windstil, dat de emmer met reserve columns ook op raakt. Daar klaagde ik vorige week dinsdag over: ‘Wat moet ik nou? Ik heb nog een reserve column die ik tot iets leuks kan ombuigen, maar dan ben ik de week daarna, echt helemaal blanco!’
Op het moment dat ik dat riep, wreef er iemand daarboven gniffelend in zijn handen en dacht: dus jij wilt actie in de tent? Prima, dan kan je het krijgen ook!
De volgende dag was mijn grootste zorg een gesprek met de leidinggevende van onze flat. Totdat mijn telefoon ging en een vriendelijke dame tegen mij zei: ‘Hallo, u spreekt met Fokuswonen Amsterdam. Ik bel in verband met een woning waar u een tijdje geleden op gereageerd hebt. Ik vroeg mij af of u nog steeds interesse heeft in een bezichtiging.’
Ik was stomverbaasd. Ik opende mijn mond, daar kwam geen geluid uit, dus deed ik een tweede poging. ‘Maar ik dacht dat ik gemiddeld tien jaar op de wachtlijst moest staan, voordat ik in aanmerking zou komen voor een woning’, piepte ik.
‘In dit geval niet’, zei de vrouw vriendelijk. ‘Dus u heeft nog interesse?’
‘Eh, ja.’
‘Mooi.’ Gedempt getik op een toetsenbord. ‘Zou u overmorgen kunnen?’
‘Vrijdag? O-oké.’
Daar gingen Sintjin en ik, die vrijdagmiddag op weg naar Amsterdam. Op een gegeven moment gaf Sintjin een kneepje in mijn hand. ‘Kijk, daar werk ik, nog geen tien minuten bij jou vandaan, gok ik.’
Ik beantwoordde zijn kneepje en voelde het enthousiasme door mij heen bruisen. Als ik ja zei tegen deze woning, zou onze latrelatie een stuk korter worden.
Terwijl mijn potentiële huis steeds dichterbij kwam, moest ik denken aan mijn eerdere huisbezichtigingen: de schok in Nieuwe Niedorp over hoe klein het was en het directe ja!-gevoel toen ik mijn appartement in Heerhugowaard betrad.
Nu reed ik een appartement in Amsterdam binnen. Schrok niet, maar ook het yes!-moment bleef uit. De potentie was er en de plek waar ik mezelf zeker zag zitten, was de tuin. Daar was ik meteen verliefd op, maar toen ik op zoek ging naar wandelroutes voor Taeke, zakte de moed mij in de schoenen. Waar was het groen?
‘Robin, pas op, hier kun je de stoep niet af!’
Ik remde nog net op tijd. ‘Waar is een afstap?’
Sintjin keek zoekend rond. ‘Die zijn hier niet, de stoep loopt gewoon af tot het laagste punt.’
‘Dat kan ik niet zien.’
‘Weet ik.’
Met Sintjin’s hulp kwam ik toch de stoep af en samen verkenden we de buurt. Hoe verder we kwamen, hoe benauwder ik het kreeg. Dit, terwijl het een extreem rustige buurt was. Als Taeke niet in mijn leven was geweest, had ik zeker ja gezegd. Maar Taeke is wel in mijn leven en ik had geen idee welke kant ik met hem uit kon.
Op dat moment ging Sintjin’s telefoon. ‘Ja? Ik vraag het even.’ Sintjin dempte zijn stem en vroeg: ‘De taxichauffeur vraagt of hij een uur eerder kan komen.’
Even keken we elkaar twijfelend aan en toen knikte ik. ‘Laat hem maar komen, ik denk dat ik het voor nu wel gezien heb.’

Ik verliet Amsterdam met een druk, bonkend hoofd en deed bij thuiskomst het eerste wat er in mij op kwam: ik ging met Taeke naar het park.
Pas toen Taeke van mij wegrende, voelde het alsof ik weer adem kon halen. Hier zijn voelde als een opluchting, zei dat niet iets? In het park was ik gelukkig, bij het groen en het water, kon ik dat opgeven? Die vraag spookte de afgelopen drie dagen constant door mijn hoofd. Sintjin wist het antwoord eerder dan ik: ‘Als jij naar Amsterdam verhuist, krijgen wij het leven dat we willen, maar tegen welke prijs? Ik zou het vreselijk vinden als jij voor mij ergens gaat wonen, waar je zelf niet uit de voeten kunt. Die prijs is te hoog.’
Ik wist dat hij gelijk had, maar had moeite met de waarheid: ik kon de toekomst waar ik van droomde met Sintjin, nu bijna aanraken. Als een kaarsvlam waar ik de warmte van kon voelen. En toch heb ik die kaarsvlam vandaag zelf uitgeblazen, omdat ik weet dat dit niet de plek voor mij was.
Als dit avontuur mij iets heeft laten zien, is dat ik de omgeving om mij heen weer extra waardeer. Het perfecte huis komt wanneer het komt, daar geloof ik in. Voor nu is het goed.
Ik had in ieder geval weer genoeg stof voor een column. Wat het volgende onderwerp wordt? Geen idee, maar nu ga ik slapen, want dat heb ik de afgelopen dagen door de spanning niet kunnen doen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Een onverwachte helpende hand

De Tweede Wereldoorlog heeft mij altijd gefascineerd. Soms probeer ik me voor te stellen hoe het was om in die tijd te leven. Hoe het zou zijn om een Jodenster te moeten dragen en om al die verafschuwde en wantrouwige blikken op jou gericht te voelen.
Zelf kan ik totaal niet tegen de boze, wantrouwige blik. Ik geef de Boze Buurman de schuld. Een paar jaar geleden had hij het op mij gemunt, omdat hij het niet leuk vond dat Bindi tegenover zijn huis poepte. Dit liep behoorlijk uit de hand: hij heeft ons klemgezet en Bindi zelfs bedreigd. Ik was zo bang, dat ik altijd gas gaf als Bindi en ik langs zijn huis moesten. De pesterijen van deze man hielden pas op, toen zijn vrouw hem letterlijk in de kraag greep en hem duidelijk maakte dat hij ons met rust moest laten. Vanaf dat moment kon ik weer met een gerust hart langs hun huis rijden, maar het kwaad was al geschied.
Sindsdien vind ik het lastig als iemand chagrijnig naar mij kijkt. Kijken ze zo met een reden? Moet ik op mijn tellen passen? Dit, in combinatie met mijn bewijsdrang, kan voor moeilijke situaties zorgen. Zoals laatst, toen ik een bezorging moest ophalen bij de Appie.
Ik had een klein pakketje verwacht, maar het was een behoorlijk grote doos, die niet helemaal op mijn blad paste. De vrouw achter de balie, keek mij onderzoekend aan. ‘Gaat dit wel lukken?’
Ik zag een oudere man achter zijn rollator bozig naar mij kijken en slikte. ‘Ja hoor.’
Ik jokte, ik had geen idee hoe ik dit enorme ding mee naar huis ging krijgen. Maar daar ging ik, stapvoets over straat. Voorbijgangers zagen eerst de doos en daarna pas mij, het was een behoorlijke ongemakkelijke ervaring. Om het allemaal nog leuker te maken, merkte ik dat ik werd gevolgd door de man achter zijn rollator. Ik had geen idee waarom en het zweet brak mij uit.
Ik ga snauwen als ik me ongemakkelijk voel, het is een eigenschap waar ik niet trots op ben. Ik hoorde de slepende voetstappen van de man achter me en voelde de bijtende woorden op mijn lippen branden. “Waarom volgt u mij? Bemoeit u zich lekker met uw eigen zaken!”
Maar ik hield de woorden binnen, klampte me vast aan de doos en reed naar huis. Om er daar vervolgens achter te komen dat ik met de doos op mijn blad, mijn eigen huis niet in kon.
Zachtjes vloekend bleef ik staan, niet zeker over wat ik nu moest doen.
‘Hulp nodig, dame?’
Geschrokken draaide ik me om en zag de oude man achter mij staan. ‘Ik zag jou met die grote doos’, zei hij, ‘en ben je maar gevolgd, omdat ik niet zeker wist of het wel goed zou gaan. Zal ik die maar even voor jou binnenzetten?’
De boze woorden losten op in mijn mond en ik voelde mijn wangen warm worden, beschaamd over wat ik bijna had gezegd. ‘Dat zou fijn zijn, dank u.’
Ik opende de deur, de man stapte achter zijn rollator vandaan, nam de doos van mij over en zette hem in de keuken. Toen hij weer naar buiten kwam, had hij een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Ik had hem echt verkeerd ingeschat.
‘Heel erg bedankt voor uw hulp, meneer. Dat had u niet hoeven te doen.’
‘Oh, jawel, we zijn hier op deze aarde, om elkaar te helpen. Een fijne dag nog.’
De man liep langzaam verder, mij achterlatend met een wijze les. De Tweede Wereldoorlog mag mij dan fascineren, ik ben blij dat we niet meer in deze tijd leven. Toch lijken we onze medemens meer en meer te wantrouwen en dat zou niet moeten. Ja, waakzaamheid bij vreemden in wijsheid, maar de onverwachte helpende handen bestaan nog. Je moet ze alleen durven aan te nemen.

Ik had niet echt een foto die bij deze column paste, behalve deze. Een foto van Taeke, mijn helpende hand, genietend in het gras. Als dat niet het ultieme beeld van vrijheid is, weet ik het ook niet meer.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

2 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Een onverwachte helpende hand

De Tweede Wereldoorlog heeft mij altijd gefascineerd. Soms probeer ik me voor te stellen hoe het was om in die tijd te leven. Hoe het zou zijn om een Jodenster te moeten dragen en om al die verafschuwde en wantrouwige blikken op jou gericht te voelen.
Zelf kan ik totaal niet tegen de boze, wantrouwige blik. Ik geef de Boze Buurman de schuld. Een paar jaar geleden had hij het op mij gemunt, omdat hij het niet leuk vond dat Bindi tegenover zijn huis poepte. Dit liep behoorlijk uit de hand: hij heeft ons klemgezet en Bindi zelfs bedreigd. Ik was zo bang, dat ik altijd gas gaf als Bindi en ik langs zijn huis moesten. De pesterijen van deze man hielden pas op, toen zijn vrouw hem letterlijk in de kraag greep en hem duidelijk maakte dat hij ons met rust moest laten. Vanaf dat moment kon ik weer met een gerust hart langs hun huis rijden, maar het kwaad was al geschied.
Sindsdien vind ik het lastig als iemand chagrijnig naar mij kijkt. Kijken ze zo met een reden? Moet ik op mijn tellen passen? Dit, in combinatie met mijn bewijsdrang, kan voor moeilijke situaties zorgen. Zoals laatst, toen ik een bezorging moest ophalen bij de Appie.
Ik had een klein pakketje verwacht, maar het was een behoorlijk grote doos, die niet helemaal op mijn blad paste. De vrouw achter de balie, keek mij onderzoekend aan. ‘Gaat dit wel lukken?’
Ik zag een oudere man achter zijn rollator bozig naar mij kijken en slikte. ‘Ja hoor.’ 
Ik jokte, ik had geen idee hoe ik dit enorme ding mee naar huis ging krijgen. Maar daar ging ik, stapvoets over straat. Voorbijgangers zagen eerst de doos en daarna pas mij, het was een behoorlijke ongemakkelijke ervaring. Om het allemaal nog leuker te maken, merkte ik dat ik werd gevolgd door de man achter zijn rollator. Ik had geen idee waarom en het zweet brak mij uit.
Ik ga snauwen als ik me ongemakkelijk voel, het is een eigenschap waar ik niet trots op ben. Ik hoorde de slepende voetstappen van de man achter me en voelde de bijtende woorden op mijn lippen branden. “Waarom volgt u mij? Bemoeit u zich lekker met uw eigen zaken!”
Maar ik hield de woorden binnen, klampte me vast aan de doos en reed naar huis. Om er daar vervolgens achter te komen dat ik met de doos op mijn blad, mijn eigen huis niet in kon.
Zachtjes vloekend bleef ik staan, niet zeker over wat ik nu moest doen.
‘Hulp nodig, dame?’
Geschrokken draaide ik me om en zag de oude man achter mij staan. ‘Ik zag jou met die grote doos’, zei hij, ‘en ben je maar gevolgd, omdat ik niet zeker wist of het wel goed zou gaan. Zal ik die maar even voor jou binnenzetten?’
De boze woorden losten op in mijn mond en ik voelde mijn wangen warm worden, beschaamd over wat ik bijna had gezegd. ‘Dat zou fijn zijn, dank u.’
Ik opende de deur, de man stapte achter zijn rollator vandaan, nam de doos van mij over en zette hem in de keuken. Toen hij weer naar buiten kwam, had hij een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Ik had hem echt verkeerd ingeschat.
‘Heel erg bedankt voor uw hulp, meneer. Dat had u niet hoeven te doen.’
‘Oh, jawel, we zijn hier op deze aarde, om elkaar te helpen. Een fijne dag nog.’
De man liep langzaam verder, mij achterlatend met een wijze les. De Tweede Wereldoorlog mag mij dan fascineren, ik ben blij dat we niet meer in deze tijd leven. Toch lijken we onze medemens meer en meer te wantrouwen en dat zou niet moeten. Ja, waakzaamheid bij vreemden in wijsheid, maar de onverwachte helpende handen bestaan nog. Je moet ze alleen durven aan te nemen.

Ik had niet echt een foto die bij deze column paste, behalve deze. Een foto van Taeke, mijn helpende hand, genietend in het gras. Als dat niet het ultieme beeld van vrijheid is, weet ik het ook niet meer.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Wat een mooi verhaal. Het zet je echt aan het denken. Dank je. 🙏

Mooi en intens verhaal.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Spiegel

Niet alle mensen hebben hondenkennis, maar honden hebben wel mensenkennis.
Bindi’s instinct werkte prima. Ik herinner me een avondwandeling toen Bin en ik een groepje jongens passeerden. Eén van hen vroeg: ‘Is dat jouw blindengeleidehond?’
De vraag was heel normaal, maar de toon waarop hij werd gezegd, maakte duidelijk dat ik werd uitgedaagd. Ik moest niet happen, maar ik kon het niet laten. ‘Denk je dat als ik blind was, ik in een elektrische rolstoel zou rijden?’
De jongen snoof en maakte zich los van de brandweerkazerne, waar hij tegenaan geleund stond. Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik beter mijn mond had kunnen houden. Zeker toen hij een stap in mijn richting deed en nog één. Hij stak een hand naar mij uit, maar had niet op Bindi gerekend, die in een flits op haar achterpoten stond en een laag, dreigend gegrom liet horen.
De jongen grinnikte. ‘Braaf hondje.’
Zijn hand kwam nog dichterbij. Ik moest hier weg, ik moest… HAP! Bindi’s kaken hadden de vingers van de jongen op een haar na gemist. Haar boodschap was duidelijk: afblijven!
Geschrokken trok de jongen zijn hand terug. ‘Hé, hou dat beest van je onder controle!’
De jongens gingen ervandoor, maar Bindi ging pas weer op vier poten staan toen ze in het duister verdwenen waren. Haar blik onder de straatlantaarns, zei alles: ‘Geen zorgen, baas. Ik bescherm je wel.’
En nu is er Taeke: mijn grote, lompe vriend, die in zijn hart nog steeds een puppy is. Maar onderschat hem niet, vorig jaar heeft hij nog een indringer uit mijn huis verjaagd, toen ik nog in bed lag. Verder is hij heel duidelijk in wie zijn favoriete mensen zijn. Oftewel, mijn favoriete mensen: pap en mam, Sintjin, Ayesha en Alex. Dit geldt ook voor de dames van de zorg: Taeke weet precies aan wie hij zijn Leeuwtje kan geven en bij wie hij dat beter kan laten. Biedt meneer jou zijn Leeuwtje aan, dan is dat een groot compliment, dan mogen wij jou allebei heel erg graag.
Taeke is mijn spiegel: hij doet vaak de dingen die ik zelf zou willen doen. Zoals een paar weken geleden, toen ik samen met Sintjin naar de nieuwste Fantastic Beasts-film ging. Ook Alex ging mee, wat ik geweldig vond, want ik had hen sinds kerst niet meer gezien. Dat zijn van die momenten dat je iemand graag een knuffel wil geven. Dat gaat in mijn geval niet, maar Taeke was vastbesloten om Alex toch die knuffel te geven. Namens mij, natuurlijk. Er werd net zolang geblaft en aan de riem getrokken, totdat hij de boodschap had overgebracht. Iets waar de kassajuffrouw van schrok, want dat had ze deze anders zo rustige hond, nog nooit horen doen. ‘Dit gaat hij toch niet tijdens de film doen?’
Alex en ik lachten. ‘Nee, hij is alleen maar enthousiast.’
Toegegeven, Taeke was pas echt rustig na de film, toen ik er stuiterend in mijn stoel, met Alex over praatte en hij tussen ons in een dutje deed.
Taeke is soms net een stuiterbal als hij iemand leuk vindt. Dat gaat niet altijd goed, maar hij leert de grenzen van de ander steeds beter kennen. Hij heeft ondertussen door dat Sintjin niet zo stevig op zijn benen staat en dat hij niet hard kan rennen. Daarom laat hij, als Sintjin met ons meegaat naar het park, het rennen achterwegen. Dat hoeft hij niet te doen, maar Taeke blijft liever bij ons in de buurt.
Hetzelfde geldt voor Ayesha, die vorige week, voor het eerst sinds haar ziekenhuisdrama, met ons ging wandelen. Het gaat nu goed met haar, maar ze moet alles rustig opbouwen. Toen ze achteropraakte, had ik dat niet door, maar Taeke bleef staan.
‘Lift nodig, schat?’
‘Ja, graag.’
We deden iets wat we jaren niet meer hadden gedaan: Ayesha pakte mijn rugleuning vast. Zo vormden we een treintje en reden lachend naar huis. Taeke liep niet naast mij, maar naast Ayesha, omdat hij voelde dat zij een extra steuntje in de rug nodig had.
Honden zijn onze spiegel. Als we daar iets vaker in durfden te kijken, zou de wereld zoveel mooier zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

3 weken geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Spiegel 

Niet alle mensen hebben hondenkennis, maar honden hebben wel mensenkennis.
Bindi’s instinct werkte prima. Ik herinner me een avondwandeling toen Bin en ik een groepje jongens passeerden. Eén van hen vroeg: ‘Is dat jouw blindengeleidehond?’
De vraag was heel normaal, maar de toon waarop hij werd gezegd, maakte duidelijk dat ik werd uitgedaagd. Ik moest niet happen, maar ik kon het niet laten. ‘Denk je dat als ik blind was, ik in een elektrische rolstoel zou rijden?’
De jongen snoof en maakte zich los van de brandweerkazerne, waar hij tegenaan geleund stond. Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik beter mijn mond had kunnen houden. Zeker toen hij een stap in mijn richting deed en nog één. Hij stak een hand naar mij uit, maar had niet op Bindi gerekend, die in een flits op haar achterpoten stond en een laag, dreigend gegrom liet horen.
De jongen grinnikte. ‘Braaf hondje.’
Zijn hand kwam nog dichterbij. Ik moest hier weg, ik moest… HAP! Bindi’s kaken hadden de vingers van de jongen op een haar na gemist. Haar boodschap was duidelijk: afblijven!
Geschrokken trok de jongen zijn hand terug. ‘Hé, hou dat beest van je onder controle!’
De jongens gingen ervandoor, maar Bindi ging pas weer op vier poten staan toen ze in het duister verdwenen waren. Haar blik onder de straatlantaarns, zei alles: ‘Geen zorgen, baas. Ik bescherm je wel.’
En nu is er Taeke: mijn grote, lompe vriend, die in zijn hart nog steeds een puppy is. Maar onderschat hem niet, vorig jaar heeft hij nog een indringer uit mijn huis verjaagd, toen ik nog in bed lag. Verder is hij heel duidelijk in wie zijn favoriete mensen zijn. Oftewel, mijn favoriete mensen: pap en mam, Sintjin, Ayesha en Alex. Dit geldt ook voor de dames van de zorg: Taeke weet precies aan wie hij zijn Leeuwtje kan geven en bij wie hij dat beter kan laten. Biedt meneer jou zijn Leeuwtje aan, dan is dat een groot compliment, dan mogen wij jou allebei heel erg graag.
Taeke is mijn spiegel: hij doet vaak de dingen die ik zelf zou willen doen. Zoals een paar weken geleden, toen ik samen met Sintjin naar de nieuwste Fantastic Beasts-film ging. Ook Alex ging mee, wat ik geweldig vond, want ik had hen sinds kerst niet meer gezien. Dat zijn van die momenten dat je iemand graag een knuffel wil geven. Dat gaat in mijn geval niet, maar Taeke was vastbesloten om Alex toch die knuffel te geven. Namens mij, natuurlijk. Er werd net zolang geblaft en aan de riem getrokken, totdat hij de boodschap had overgebracht. Iets waar de kassajuffrouw van schrok, want dat had ze deze anders zo rustige hond, nog nooit horen doen. ‘Dit gaat hij toch niet tijdens de film doen?’
Alex en ik lachten. ‘Nee, hij is alleen maar enthousiast.’
Toegegeven, Taeke was pas echt rustig na de film, toen ik er stuiterend in mijn stoel, met Alex over praatte en hij tussen ons in een dutje deed.
Taeke is soms net een stuiterbal als hij iemand leuk vindt. Dat gaat niet altijd goed, maar hij leert de grenzen van de ander steeds beter kennen. Hij heeft ondertussen door dat Sintjin niet zo stevig op zijn benen staat en dat hij niet hard kan rennen. Daarom laat hij, als Sintjin met ons meegaat naar het park, het rennen achterwegen. Dat hoeft hij niet te doen, maar Taeke blijft liever bij ons in de buurt.
Hetzelfde geldt voor Ayesha, die vorige week, voor het eerst sinds haar ziekenhuisdrama, met ons ging wandelen. Het gaat nu goed met haar, maar ze moet alles rustig opbouwen. Toen ze achteropraakte, had ik dat niet door, maar Taeke bleef staan.
‘Lift nodig, schat?’
‘Ja, graag.’
We deden iets wat we jaren niet meer hadden gedaan: Ayesha pakte mijn rugleuning vast. Zo vormden we een treintje en reden lachend naar huis. Taeke liep niet naast mij, maar naast Ayesha, omdat hij voelde dat zij een extra steuntje in de rug nodig had.
Honden zijn onze spiegel. Als we daar iets vaker in durfden te kijken, zou de wereld zoveel mooier zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Mooi geschreven en zo waar 👍

De Rijdende Columnist Schrijft:

Bokkensprongen van de moderne technologie

Kunt u zich het moment dat u zakgeld kreeg, nog herinneren? Ik wel, maar het geluid van die vrolijk rinkelende spaarpot, is iets uit een ver verleden. Tegenwoordig betalen we niet meer contant, maar via de computer, onze pinpas, telefoon of zelfs horloge. Ikzelf hield het liever bij briefgeld, dan zag ik wat ik uitgaf en bovendien vond Bindi het geweldig om te helpen bij de kassa.
Maar alles veranderde toen de coronacrisis uitbrak. Betalen met contant geld werd afgeraden en dus greep ik naar mijn pinpas. Totdat die kuren kreeg. Vraag me niet hoe, maar ik heb in een jaar tijd vier van die krengen versleten en ook nummer vijf heeft kuren.
‘Ik denk toch dat betalen met je mobiel een uitkomst voor je is’, stelde Sintjin voor.
Eerst wilde ik niet, ik ben niet zo technisch ingesteld, maar het blijkt heel simpel te zijn: gewoon je telefoon dichtbij het pinautomaat houden en het was gepiept. Ik was helemaal om, totdat ik kaas wilde halen bij de kaasboer. Ik kon niet bij de kassa komen en moest de dame altijd mijn pinpas geven, dit voelde prettiger. Maar de verlossende piep bleef uit.
‘Hij doet het niet.’
‘Hè? Wilt u het nog eens proberen?’
Dat deed ze, nog eens, nog eens en nog eens, maar zonder resultaat. Ondertussen kregen we publiek in de vorm van nieuwe klanten en brak het zweet mij uit.
‘Hij doet het echt niet, liefje. Je betaalt nog niet lang op deze manier, hè? Geeft niet hoor, ik moest er in het begin ook aan wennen. Je moet eerst de app openen en dan…’
‘Wat? Nee! Ik bedoel, ik heb net mijn lunch op deze manier betaalt en toen deed hij het gewoon.’
‘Maar nu niet.’
‘Nee, dat merk ik.’
‘Pak je pinpas maar even, dan doen we het zo.’
‘Oké’, ik grabbelde hem met glibberige zweethandjes uit mijn tasje, ‘maar die heeft ook kuren.’
En inderdaad, aan haar getuite lippen kon ik zien dat het weer niet goed was gegaan. Waarom had ik dat twintigje die thuis op mijn tafel lag, niet in mijn tasje gedaan? Ik wilde hier weg!
‘Ik stop je pas wel even in de pinautomaat. Mag ik je code?’
Ik keek naar de klant die naast me stond en mompelde mijn pincode tussen mijn opeengeklemde kaken door.
‘Wat zei je, schat? Sorry, mijn oren zijn niet meer wat ze ooit waren.’
Misschien kwam het door de spanning, maar dit keer brulde ik mijn pincode door de winkel en verliet de zaak met een hoofd als een boei. Ik was even helemaal klaar met de moderne technologie en belde Sintjin om hem te vertellen wat er gebeurd was.
‘Oh, ik had je moeten waarschuwen’, was zijn reactie. ‘Dat het betalen niet gelukt is ligt niet aan jou, maar aan hun pinautomaat. Die is zo vet en vies dat hij de betalingen niet pakt. De volgende keer help ik je en als we weer boodschappen gaan doen, leer ik je een nieuw trucje. Dan mag jij schieten.’
‘Schieten?’
‘Schieten’ doe je met een apparaat, als je bij de scankassa betaalt en ik had niet verwacht dat ik het zo leuk zou vinden! Ik scan de boodschappen en Sintjin doet ze in mijn tas, zo heb ik het idee dat ik iets bijdraag aan het ritueel. Voor Sintjin is het ook een stuk relaxter, want hij voelde zich altijd opgejaagd als hij bij de kassa, de boodschappen weer in mijn tas moest doen. Maar ook deze techniek werkt niet perfect, dat merkte ik toen we onze paasboodschappen hadden gedaan en Sintjin verward naar het scherm keek.
‘Is er een probleem, meneer?’, vroeg een vriendelijke medewerker.
‘Ja, hij lijkt mijn Bonuskaart niet te pakken.’
‘Oh, ik reset hem wel even. Zo, geregeld.’
‘Maar…’
‘Geen probleem hoor. Vrolijk Pasen gewenst!’ Sintjin leek nog iets te willen zeggen, maar ze was alweer doorgelopen.
‘U ook een vrolijk Pasen.’
In Sintjin’s ogen zag ik een glinstering die ik niet goed kon plaatsen. ‘Gaat alles wel goed, schat?’
‘Ja, prima. Laten we gaan.’
‘Oh, eh, oké. Je moet me wel een Tikkie sturen, want het was een flink bedrag.’
Op zijn gezicht was nu een gigantische grijns verschenen. ‘Dat regelen we buiten wel. Kom.’
Zodra de schuifdeuren zich achter ons sloten, liet hij mij de bon zien. ‘Wil je nog steeds de helft betalen? Hoeft niet hoor.’
Ik keek met grote ogen naar het bedrag onderaan de bon. ‘Drie euro?! Dat kan niet kloppen!’
Sintjin kon zijn lach nu niet langer binnenhouden. ‘Doet het ook niet. Er zit waarschijnlijk een fout in het systeem, dat probeerde ik dat meisje ook uit te leggen, maar zij vond het allemaal wel goed. Wat had ik dan moeten doen?’

Tja, de voortgang van de moderne technologie, ik kom er niet meer onderuit. Ik mis de bezoekjes aan de Appie met Bindi, Taeke’s favoriete hobby zal het nooit worden en dus doe ik het nu zo. Samen met Taeke en Sintjin geniet ik van de moderne technologie en de rare bokkensprongen dat het kan maken. Het heeft ons maar wel mooi een bijna kosteloos Pasen opgeleverd. Volgend weekend zullen Sintjin en ik wel weer braaf zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Bokkensprongen van de moderne technologie

Kunt u zich het moment dat u zakgeld kreeg, nog herinneren? Ik wel, maar het geluid van die vrolijk rinkelende spaarpot, is iets uit een ver verleden. Tegenwoordig betalen we niet meer contant, maar via de computer, onze pinpas, telefoon of zelfs horloge. Ikzelf hield het liever bij briefgeld, dan zag ik wat ik uitgaf en bovendien vond Bindi het geweldig om te helpen bij de kassa.
Maar alles veranderde toen de coronacrisis uitbrak. Betalen met contant geld werd afgeraden en dus greep ik naar mijn pinpas. Totdat die kuren kreeg. Vraag me niet hoe, maar ik heb in een jaar tijd vier van die krengen versleten en ook nummer vijf heeft kuren.
‘Ik denk toch dat betalen met je mobiel een uitkomst voor je is’, stelde Sintjin voor.
Eerst wilde ik niet, ik ben niet zo technisch ingesteld, maar het blijkt heel simpel te zijn: gewoon je telefoon dichtbij het pinautomaat houden en het was gepiept. Ik was helemaal om, totdat ik kaas wilde halen bij de kaasboer. Ik kon niet bij de kassa komen en moest de dame altijd mijn pinpas geven, dit voelde prettiger. Maar de verlossende piep bleef uit.
‘Hij doet het niet.’
‘Hè? Wilt u het nog eens proberen?’
Dat deed ze, nog eens, nog eens en nog eens, maar zonder resultaat. Ondertussen kregen we publiek in de vorm van nieuwe klanten en brak het zweet mij uit.
‘Hij doet het echt niet, liefje. Je betaalt nog niet lang op deze manier, hè? Geeft niet hoor, ik moest er in het begin ook aan wennen. Je moet eerst de app openen en dan…’
‘Wat? Nee! Ik bedoel, ik heb net mijn lunch op deze manier betaalt en toen deed hij het gewoon.’
‘Maar nu niet.’
‘Nee, dat merk ik.’
‘Pak je pinpas maar even, dan doen we het zo.’
‘Oké’, ik grabbelde hem met glibberige zweethandjes uit mijn tasje, ‘maar die heeft ook kuren.’
En inderdaad, aan haar getuite lippen kon ik zien dat het weer niet goed was gegaan. Waarom had ik dat twintigje die thuis op mijn tafel lag, niet in mijn tasje gedaan? Ik wilde hier weg!
‘Ik stop je pas wel even in de pinautomaat. Mag ik je code?’
Ik keek naar de klant die naast me stond en mompelde mijn pincode tussen mijn opeengeklemde kaken door.
‘Wat zei je, schat? Sorry, mijn oren zijn niet meer wat ze ooit waren.’
Misschien kwam het door de spanning, maar dit keer brulde ik mijn pincode door de winkel en verliet de zaak met een hoofd als een boei. Ik was even helemaal klaar met de moderne technologie en belde Sintjin om hem te vertellen wat er gebeurd was.
‘Oh, ik had je moeten waarschuwen’, was zijn reactie. ‘Dat het betalen niet gelukt is ligt niet aan jou, maar aan hun pinautomaat. Die is zo vet en vies dat hij de betalingen niet pakt. De volgende keer help ik je en als we weer boodschappen gaan doen, leer ik je een nieuw trucje. Dan mag jij schieten.’
‘Schieten?’
‘Schieten’ doe je met een apparaat, als je bij de scankassa betaalt en ik had niet verwacht dat ik het zo leuk zou vinden! Ik scan de boodschappen en Sintjin doet ze in mijn tas, zo heb ik het idee dat ik iets bijdraag aan het ritueel. Voor Sintjin is het ook een stuk relaxter, want hij voelde zich altijd opgejaagd als hij bij de kassa, de boodschappen weer in mijn tas moest doen. Maar ook deze techniek werkt niet perfect, dat merkte ik toen we onze paasboodschappen hadden gedaan en Sintjin verward naar het scherm keek.
‘Is er een probleem, meneer?’, vroeg een vriendelijke medewerker.
‘Ja, hij lijkt mijn Bonuskaart niet te pakken.’
‘Oh, ik reset hem wel even. Zo, geregeld.’
‘Maar…’
‘Geen probleem hoor. Vrolijk Pasen gewenst!’ Sintjin leek nog iets te willen zeggen, maar ze was alweer doorgelopen.
‘U ook een vrolijk Pasen.’
In Sintjin’s ogen zag ik een glinstering die ik niet goed kon plaatsen. ‘Gaat alles wel goed, schat?’
‘Ja, prima. Laten we gaan.’
‘Oh, eh, oké. Je moet me wel een Tikkie sturen, want het was een flink bedrag.’
Op zijn gezicht was nu een gigantische grijns verschenen. ‘Dat regelen we buiten wel. Kom.’
Zodra de schuifdeuren zich achter ons sloten, liet hij mij de bon zien. ‘Wil je nog steeds de helft betalen? Hoeft niet hoor.’
Ik keek met grote ogen naar het bedrag onderaan de bon. ‘Drie euro?! Dat kan niet kloppen!’
Sintjin kon zijn lach nu niet langer binnenhouden. ‘Doet het ook niet. Er zit waarschijnlijk een fout in het systeem, dat probeerde ik dat meisje ook uit te leggen, maar zij vond het allemaal wel goed. Wat had ik dan moeten doen?’

Tja, de voortgang van de moderne technologie, ik kom er niet meer onderuit. Ik mis de bezoekjes aan de Appie met Bindi, Taeke’s favoriete hobby zal het nooit worden en dus doe ik het nu zo. Samen met Taeke en Sintjin geniet ik van de moderne technologie en de rare bokkensprongen dat het kan maken. Het heeft ons maar wel mooi een bijna kosteloos Pasen opgeleverd. Volgend weekend zullen Sintjin en ik wel weer braaf zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Moeten ze maar luister,hoop dat het lekker gesmaakt heeft 🐣🐣🐣

De Rijdende Columnist Schrijft:

Bepaalde blikken

Mensen kijken naar elkaar. Bekenden of onbekenden: we analyseren elkaar zo allemaal. Daar krijg ik de kriebels van, als kind al, wanneer ik door mijn leeftijdsgenootjes werd aangestaard. Vaak bleef het bij deze rare blikken, maar soms werd er ook gelachen, puur omdat ik anders was dan hen. Ter verdediging begon ik vaak te ratelen en gebruikte veel dure woorden, om te bewijzen dat ik niet gek was. Gelukkig is dat verleden tijd, want tegenwoordig wordt niet ik, maar Taeke aangestaard.
Laatst kwamen Taeke en ik mijn oude buschauffeur met zijn kleindochter tegen in het winkelcentrum. Het meisje zag mij niet eens, ze stak haar handjes uit naar Taeke en riep: ‘Hondje aaien! Hondje aaien!’
Haar opa wierp mij een verontschuldigende blik toe en probeerde zijn kleindochter uit te leggen waarom dat niet mocht. Wat een pruillip opleverde, wat mijn hart brak. Om haar op te vrolijken, liet ik Taeke via zijn plankje omhoogkomen. Dat hielp, de pruillip veranderde meteen in een brede lach.
Knap van hem, hè? Dit is een hele bijzondere hond', vertrouwde ik haar toe, 'Hij is een echte prins.'
Dat vond ze helemaal mooi en mijn buschauffeur vertrok met een vrolijke knipoog.
Taeke ging weer op zijn vier poten staan en we wilden net onze weg vervolgen, toen een luidde 'Hey!' ons tegenhield.
Het volgende moment stonden we neus aan neus met een grote, brede man. Ik schrok er een beetje van, wist niet goed wat ik moest doen. Toen zei hij iets wat ik niet verwachtte: 'Je hebt een andere.'
Mijn verwarring was compleet. Waar had hij het over? Waar kende hij mij van? Ik had hier geen zin in, wilde net wegglippen, toen…
‘Je hebt een andere hond.’ De man keek zoekend rond. ‘Waar is die andere?’
Bindi, hij had het over Bindi. Ik bekeek de man wat beter en zag toen pas de kinderlijke onschuld in zijn ogen. Dat, in combinatie met zijn simpele spraak, bracht mij tot de conclusie dat deze man een verstandelijke beperking had. 'Die is er niet meer', zei ik zo voorzichtig mogelijk.
Nu was het de man met de lichtjes trillende onderlip. 'Is ze dood?'
Op het moment dat ik knikte, kwam er een vrouw aangesneld. 'Frits, daar ben je! Kom je?’
Maar Frits bleef verdrietig staan. Ik vroeg me af hoe hij Bindi had ontmoet, had ze ooit aan zijn hand gesnuffeld?
Op dat moment maakte Taeke zich kenbaar, door op zijn plankje te springen en mijn oor te likken. Daar moesten Frits en ik allebei om lachen.
'Dit is mijn nieuwe vriendje ', vertelde ik hem. 'Hij is ook heel lief.'
Frits grijnsde breed. 'Dat is goed. Dag!'
Mensen kijken naar elkaar, we laten een bepaalde indruk achter bij de ander. Er worden nog steeds blikken op mij geworpen, op mij en Taeke. Ik probeer te leren dat niet al die blikken negatief zijn. Dat besef begint te komen, dankzij prins Taeke en koningin Bindi, die nog steeds voortleeft in de harten van alle mensen die zij ooit heeft weten te raken. Dat maakt mij trots.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Bepaalde blikken

Mensen kijken naar elkaar. Bekenden of onbekenden: we analyseren elkaar zo allemaal. Daar krijg ik de kriebels van, als kind al, wanneer ik door mijn leeftijdsgenootjes werd aangestaard. Vaak bleef het bij deze rare blikken, maar soms werd er ook gelachen, puur omdat ik anders was dan hen. Ter verdediging begon ik vaak te ratelen en gebruikte veel dure woorden, om te bewijzen dat ik niet gek was. Gelukkig is dat verleden tijd, want tegenwoordig wordt niet ik, maar Taeke aangestaard.
Laatst kwamen Taeke en ik mijn oude buschauffeur met zijn kleindochter tegen in het winkelcentrum. Het meisje zag mij niet eens, ze stak haar handjes uit naar Taeke en riep: ‘Hondje aaien! Hondje aaien!’
Haar opa wierp mij een verontschuldigende blik toe en probeerde zijn kleindochter uit te leggen waarom dat niet mocht. Wat een pruillip opleverde, wat mijn hart brak. Om haar op te vrolijken, liet ik Taeke via zijn plankje omhoogkomen. Dat hielp, de pruillip veranderde meteen in een brede lach.
Knap van hem, hè? Dit is een hele bijzondere hond, vertrouwde ik haar toe, Hij is een echte prins.
Dat vond ze helemaal mooi en mijn buschauffeur vertrok met een vrolijke knipoog. 
Taeke ging weer op zijn vier poten staan en we wilden net onze weg vervolgen, toen een luidde Hey! ons tegenhield. 
Het volgende moment stonden we neus aan neus met een grote, brede man. Ik schrok er een beetje van, wist niet goed wat ik moest doen. Toen zei hij iets wat ik niet verwachtte: Je hebt een andere.
Mijn verwarring was compleet. Waar had hij het over? Waar kende hij mij van? Ik had hier geen zin in, wilde net wegglippen, toen…
‘Je hebt een andere hond.’ De man keek zoekend rond. ‘Waar is die andere?’
Bindi, hij had het over Bindi. Ik bekeek de man wat beter en zag toen pas de kinderlijke onschuld in zijn ogen. Dat, in combinatie met zijn simpele spraak, bracht mij tot de conclusie dat deze man een verstandelijke beperking had. Die is er niet meer, zei ik zo voorzichtig mogelijk. 
Nu was het de man met de lichtjes trillende onderlip. Is ze dood?
Op het moment dat ik knikte, kwam er een vrouw aangesneld. Frits, daar ben je! Kom je?’
Maar Frits bleef verdrietig staan. Ik vroeg me af hoe hij Bindi had ontmoet, had ze ooit aan zijn hand gesnuffeld?
Op dat moment maakte Taeke zich kenbaar, door op zijn plankje te springen en mijn oor te likken. Daar moesten Frits en ik allebei om lachen. 
Dit is mijn nieuwe vriendje , vertelde ik hem. Hij is ook heel lief.
Frits grijnsde breed. Dat is goed. Dag!
 Mensen kijken naar elkaar, we laten een bepaalde indruk achter bij de ander. Er worden nog steeds blikken op mij geworpen, op mij en Taeke. Ik probeer te leren dat niet al die blikken negatief zijn. Dat besef begint te komen, dankzij prins Taeke en koningin Bindi, die nog steeds voortleeft in de harten van alle mensen die zij ooit heeft weten te raken. Dat maakt mij trots.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Creatief met sokken

Maart roert zijn staart en april doet wat hij wil. Terwijl ik dit schrijf, fluit de wind rond het huis en de regen slaat ons in het gezicht. Het lijkt wel herfst en dat terwijl Taeke en ik op de nacht van 1 april, door een winterlandschap wandelden.
De volgende ochtend was helder, maar koud en waren mijn wanten doorweekt van de sneeuw van de voorgaande nacht. Onbruikbaar. Dat is het nadeel als je in een rolstoel zit: als je jouw handen in je zakken verstopt om ze op te warmen, kom je direct niet meer vooruit.
Maar Taeke moet toch uitgelaten worden en dus ging ik naar buiten, terwijl mijn handen steeds roder en pijnlijker werden. Dit probleem kwam voor het eerst om de hoek kijken toen Bindi in mijn leven kwam. Tijdens koude wandelingen zijn handschoenen eigenlijk een must, maar het kost mij veel moeite en tijd om die dingen aan te krijgen. Bovendien kon ik Bindi met die dingen aan, haar beloningsbrokjes niet meer geven en dus liet ik de handschoenen meestal achterwegen. Met als gevolg dat ik met rauwe handen thuiskwam, die ik snikkend aan een pittenzak opwarmde.
Ik vroeg andere hulphondbezitters om hulp en ontdekte dat wanten een uitkomst voor mij waren. Nu, tijdens een koude aprilochtend, baalde ik dat ik geen tweede paar had gekocht. Toen schoot een tweede suggestie van een hulphondbezitter door mijn hoofd: ‘Waarom doe je geen thermosokken aan je handen?’ Toen ik het voor het eerst las, moest ik lachen, maar waarom ook eigenlijk niet? Als het niet werkte, had ik in ieder geval een nieuw paar sokken.
Ik ging naar de winkel en toen de aardige mevrouw mijn vroeg wat mijn maat was, flapte ik eruit dat ik ze eigenlijk voor mijn handen wilden gaan gebruiken.
‘Je handen?’
‘Ja.’
De vrouw keek een beetje raar, maar toen ik haar vertelde waarom, verscheen er een brede grijns op haar gezicht. ‘Zo heb ik het nooit bekeken, maar het zou best kunnen werken. Ik ga wel even kijken wat ik voor je heb. Antislip is niet nodig, neem ik aan?’
Daar moesten we allebei hartelijk om lachen en ik verliet de winkel met zwarte sokken aan mijn handen. Ik wist niet wat mij meer verbaasde: dat de theorie van de hulphondenbezitter bleek te werken of dat het niemand leek op te vallen dat ik sokken aan mijn handen had. Zo zie je maar dat je met wat creatief denkwerk, heel ver komt.
Deze rijdende columnist is heel blij met haar opwarmsokken.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Creatief met sokken

Maart roert zijn staart en april doet wat hij wil. Terwijl ik dit schrijf, fluit de wind rond het huis en de regen slaat ons in het gezicht. Het lijkt wel herfst en dat terwijl Taeke en ik op de nacht van 1 april, door een winterlandschap wandelden.
De volgende ochtend was helder, maar koud en waren mijn wanten doorweekt van de sneeuw van de voorgaande nacht. Onbruikbaar. Dat is het nadeel als je in een rolstoel zit: als je jouw handen in je zakken verstopt om ze op te warmen, kom je direct niet meer vooruit.
Maar Taeke moet toch uitgelaten worden en dus ging ik naar buiten, terwijl mijn handen steeds roder en pijnlijker werden. Dit probleem kwam voor het eerst om de hoek kijken toen Bindi in mijn leven kwam. Tijdens koude wandelingen zijn handschoenen eigenlijk een must, maar het kost mij veel moeite en tijd om die dingen aan te krijgen. Bovendien kon ik Bindi met die dingen aan, haar beloningsbrokjes niet meer geven en dus liet ik de handschoenen meestal achterwegen. Met als gevolg dat ik met rauwe handen thuiskwam, die ik snikkend aan een pittenzak opwarmde.
Ik vroeg andere hulphondbezitters om hulp en ontdekte dat wanten een uitkomst voor mij waren. Nu, tijdens een koude aprilochtend, baalde ik dat ik geen tweede paar had gekocht. Toen schoot een tweede suggestie van een hulphondbezitter door mijn hoofd: ‘Waarom doe je geen thermosokken aan je handen?’ Toen ik het voor het eerst las, moest ik lachen, maar waarom ook eigenlijk niet? Als het niet werkte, had ik in ieder geval een nieuw paar sokken.
Ik ging naar de winkel en toen de aardige mevrouw mijn vroeg wat mijn maat was, flapte ik eruit dat ik ze eigenlijk voor mijn handen wilden gaan gebruiken.
‘Je handen?’
‘Ja.’
De vrouw keek een beetje raar, maar toen ik haar vertelde waarom, verscheen er een brede grijns op haar gezicht. ‘Zo heb ik het nooit bekeken, maar het zou best kunnen werken. Ik ga wel even kijken wat ik voor je heb. Antislip is niet nodig, neem ik aan?’
Daar moesten we allebei hartelijk om lachen en ik verliet de winkel met zwarte sokken aan mijn handen. Ik wist niet wat mij meer verbaasde: dat de theorie van de hulphondenbezitter bleek te werken of dat het niemand leek op te vallen dat ik sokken aan mijn handen had. Zo zie je maar dat je met wat creatief denkwerk, heel ver komt.
Deze rijdende columnist is heel blij met haar opwarmsokken. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Gisteren dacht ik nog;wat heb ik De rijdende Colomnist een tijdje niet gezien.En vandaag ben je er weer,met een leuk stuk over warme sokken Gaaf

De Rijdende Columnist Schrijft:

Theeleut

Ik ben een echte theeleut. Als kind was het kopje thee na school en het doucheritueel een vaste prik en dat is nu nog steeds zo. Een kopje theezetten en drinken klinkt simpel, maar er zit voor iemand met spasme, toch wel wat haken en ogen aan.
Eén van mijn vroegste herinneringen is dat ik thee over mezelf heen gooide, toen ik schrok van een luide knal op tv. Het leverde me gelukkig geen brandwond op, maar ik schrok behoorlijk. Vanaf dat moment dronk ik water met een theesmaakje. Soms lauw, maar meestal koud.
Ik was bang voor ongelukken en zette mijn thee daarom nooit zelf. Totdat de dames van de zorg het een keer vergaten te doen en ik het tóch ging proberen. Wat bleek? Het lukte! Ik schonk de thee op het aanrecht in. Van me af, zodat de kans op ongelukken klein was. Oké, ik vond het nog steeds spannend om mijn beker thee van het aanrecht op mijn blad te zetten, maar dit was een stap in de goede richting.
Om al mijn angst voor thee-ongelukken weg te nemen, was er een oplossing: een tuitdeksel. Een deksel waarmee je de beker afsluit en toch veilig kan drinken. Maar dat wilde ik niet, want tuitbekers zijn voor kleine kinderen en ik was géén klein kind!
Het was mijn begeleidster op vaarvakantie, die mij tijdens het avondeten de ogen opende. We kregen kippensoep en om het mij makkelijker te maken, had zij die in mijn beker gedaan. Mét tuitdeksel, waarop ik demonstratief mijn hoofd schudde en zij glimlachte. ‘Robin, kijk eens om je heen. Bijna iedereen geniet op deze manier van zijn soep. Je zou diegenen die nog een lepel gebruiken, bijna de buitenbeentjes kunnen noemen.’
Ik keek om me heen en moest toegeven dat ze gelijk had. Ik liet mezelf over de streep trekken en ben nooit meer teruggegaan. Ik gebruik mijn doppie overal voor: soep, koffie en thee.
Ik was trots op mijn groeiende zelfstandigheid, totdat mijn oude waterkoker de geest gaf en ik geen vriendjes kon worden met de nieuwe. Ik kon hem niet goed vastpakken en was daarom weer op de dames van de zorg aangewezen. Toen kreeg ik corona en was ik er helemaal klaar mee.
‘Hoe gaat het met je?’, vroeg Sintjin toen hij belde. ‘Drink je wel genoeg?'
'Nee, ik lust alleen thee, maar vergeet er steeds om te vragen als de dames er zijn.’
'Doe dat dan alsnog!''
'Nee, ze zijn net uit hun ruimtepakken gestapt.'
'Robin...!' Een korte stilte, gevolgd door het getik op een toetsenbord. 'Ik heb een waterdispenser besteld waar je ook thee mee kunt zetten. Probeer hem maar uit, als hij niet bevalt, neem ik hem wel.’
De waterdispenser was een geniale zet, eindelijk kan ik volledig zorgeloos theedrinken. Tenminste, dat dacht ik, totdat ik het theezakjes liet regenen, die Taeke vervolgens probeerde op te eten. Wie wist dat thee gevaarlijk kan zijn voor honden? Ik niet, totdat Google mij dat vertelde. Nu zijn de theezakjes in een schattig doosje naar het aanrecht verhuisd. Het wordt steeds drukker daar, maar zolang het mij meer zelfstandigheid brengt, ben ik happy.
De weg naar een lekker en veilig kopje thee was lang, maar ik denk dat deze theeleut de perfecte oplossingen heeft gevonden.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Theeleut

Ik ben een echte theeleut. Als kind was het kopje thee na school en het doucheritueel een vaste prik en dat is nu nog steeds zo. Een kopje theezetten en drinken klinkt simpel, maar er zit voor iemand met spasme, toch wel wat haken en ogen aan.
Eén van mijn vroegste herinneringen is dat ik thee over mezelf heen gooide, toen ik schrok van een luide knal op tv. Het leverde me gelukkig geen brandwond op, maar ik schrok behoorlijk. Vanaf dat moment dronk ik water met een theesmaakje. Soms lauw, maar meestal koud. 
Ik was bang voor ongelukken en zette mijn thee daarom nooit zelf. Totdat de dames van de zorg het een keer vergaten te doen en ik het tóch ging proberen. Wat bleek? Het lukte! Ik schonk de thee op het aanrecht in. Van me af, zodat de kans op ongelukken klein was. Oké, ik vond het nog steeds spannend om mijn beker thee van het aanrecht op mijn blad te zetten, maar dit was een stap in de goede richting.
Om al mijn angst voor thee-ongelukken weg te nemen, was er een oplossing: een tuitdeksel. Een deksel waarmee je de beker afsluit en toch veilig kan drinken. Maar dat wilde ik niet, want tuitbekers zijn voor kleine kinderen en ik was géén klein kind! 
Het was mijn begeleidster op vaarvakantie, die mij tijdens het avondeten de ogen opende. We kregen kippensoep en om het mij makkelijker te maken, had zij die in mijn beker gedaan. Mét tuitdeksel, waarop ik demonstratief mijn hoofd schudde en zij glimlachte. ‘Robin, kijk eens om je heen. Bijna iedereen geniet op deze manier van zijn soep. Je zou diegenen die nog een lepel gebruiken, bijna de buitenbeentjes kunnen noemen.’
Ik keek om me heen en moest toegeven dat ze gelijk had. Ik liet mezelf over de streep trekken en ben nooit meer teruggegaan. Ik gebruik mijn doppie overal voor: soep, koffie en thee.
Ik was trots op mijn groeiende zelfstandigheid, totdat mijn oude waterkoker de geest gaf en ik geen vriendjes kon worden met de nieuwe. Ik kon hem niet goed vastpakken en was daarom weer op de dames van de zorg aangewezen. Toen kreeg ik corona en was ik er helemaal klaar mee.
‘Hoe gaat het met je?’, vroeg Sintjin toen hij belde. ‘Drink je wel genoeg?
Nee, ik lust alleen thee, maar vergeet er steeds om te vragen als de dames er zijn.’
Doe dat dan alsnog!
Nee, ze zijn net uit hun ruimtepakken gestapt.
Robin...! Een korte stilte, gevolgd door het getik op een toetsenbord. Ik heb een waterdispenser besteld waar je ook thee mee kunt zetten. Probeer hem maar uit, als hij niet bevalt, neem ik hem wel.’
De waterdispenser was een geniale zet, eindelijk kan ik volledig zorgeloos theedrinken. Tenminste, dat dacht ik, totdat ik het theezakjes liet regenen, die Taeke vervolgens probeerde op te eten. Wie wist dat thee gevaarlijk kan zijn voor honden? Ik niet, totdat Google mij dat vertelde. Nu zijn de theezakjes in een schattig doosje naar het aanrecht verhuisd. Het wordt steeds drukker daar, maar zolang het mij meer zelfstandigheid brengt, ben ik happy.
De weg naar een lekker en veilig kopje thee was lang, maar ik denk dat deze theeleut de perfecte oplossingen heeft gevonden.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Leuk theeblikje 🥰

De Rijdende Columnist Schrijft:

De eend die haar snavel verliest

Hoera, het reizen met een mondkapje is voorbij!
Toen het coronavirus in Nederland voor het eerst om de hoek kwam kijken, ben ik met een sjaal om mijn mond en neus naar buiten gegaan. De rare blikken die ik kreeg negeerde ik, want hier voelde ik me beter bij. Maar dat was voordat een mondkapje verplicht werd en ik tot de conclusie kwam dat ik zo’n ding niet zelfstandig op kon doen. Ik kreeg die stomme elastiekjes niet om mijn oren. Sintjin kwam met de oplossing: hij vond mondkapjes die je alleen maar over jouw hoofd hoefde te doen. Ja ze waren duur, maar dat kon mij niets schelen: ik kon weer zelfstandig de deur uit.
Totdat medische mondkapjes verplicht werden in het openbaar vervoer. Dus ook in de door mij zo vaak bestelde taxi. Conclusie: ik bezat nu drie speciale mondkapjes, waar ik helemaal niets meer aan had. Voordeel: Taeke vond het erg leuk om met die dure stukjes stof te spelen, ik had ze dus niet helemaal voor niks gekocht. Maar ikzelf was weer terug bij af.
Een taxi is een uitkomst, maar je weet nooit precies wanneer hij komt. Hij kan een kwartier eerder of later dan de afgesproken tijd komen en dat is dan nog het meest positieve scenario. Soms moesten de dames van de zorg mij eerder helpen met mijn mondkapje, omdat ze anders vaststonden. Het kon dus zo zijn dat ik al driekwartier eerder zo’n benauwd ding op had, omdat het niet anders kon. Ze zien er ook nog eens belachelijk uit, ik heb een keer een foto van mezelf gemaakt terwijl ik er eentje droeg en dacht: ik ben nu net een eend. Een eend die haar snavel regelmatig verloor, soms schoot hij gewoon los. Gelukkig deden de chauffeurs dan nooit moeilijk. ‘Laat zitten, meissie. Je zit alleen in de taxi en met mij is er echt niets aan de hand.’
Als je een zwijgzame chauffeur aan de praat wilt krijgen, is dat de truc: begin over corona. Daar hebben alle chauffeurs een mening over en ze verschillen behoorlijk: de meesten leek het niet zoveel uit te maken wat je met een mondkapje deed, als je er maar eentje droeg. Een keer is mij vooraf gevraagd om een medisch mondkapje te dragen, maar deze meneer leek alleen te zijn met zijn mening. Vaker ben ik met een man meegereden die anti-mondkapje was. Hij schoot nog net niet in de lach als je met een mondkapje op, zijn bus betrad. Hoe aardig ik deze man ook vind, bij hem heb ik het onderwerp ‘corona’ juist ontweken, om een lang, ongemakkelijk monoloog van zijn kant, te voorkomen.
Maar laten we eerlijk zijn: volgens mij zijn we allemaal een beetje anti-mondkapje geworden. Dit werd bevestigd toen ik de taxicentrale belde, om te vragen of het verdwijnen van de mondkapjesmaatregel, ook in een rolstoeltaxi gold.
‘Ja’, zei de telefoniste, nog voordat ik was uitgesproken. ‘fijn, hè?’
Ik kon deze dame niet zien, maar de glimlach in haar stem wel horen en ook ik kon mijn grijns niet bedwingen. ‘Ja, heel fijn.’
Dit eendje kan weer ademen als ze met haar hond op avontuur gaat en ik had niet blijer kunnen zijn. Het leven voelt eindelijk weer normaal. Wilt u nog even hard lachen, lieve lezer? Nu het niet meer nodig is, hebben mijn spastische vingers eindelijk door hoe een mondkapje werkt. Beter laat dan nooit.
#derijdendecolumnist
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De eend die haar snavel verliest

Hoera, het reizen met een mondkapje is voorbij!
Toen het coronavirus in Nederland voor het eerst om de hoek kwam kijken, ben ik met een sjaal om mijn mond en neus naar buiten gegaan. De rare blikken die ik kreeg negeerde ik, want hier voelde ik me beter bij. Maar dat was voordat een mondkapje verplicht werd en ik tot de conclusie kwam dat ik zo’n ding niet zelfstandig op kon doen. Ik kreeg die stomme elastiekjes niet om mijn oren. Sintjin kwam met de oplossing: hij vond mondkapjes die je alleen maar over jouw hoofd hoefde te doen. Ja ze waren duur, maar dat kon mij niets schelen: ik kon weer zelfstandig de deur uit.
Totdat medische mondkapjes verplicht werden in het openbaar vervoer. Dus ook in de door mij zo vaak bestelde taxi. Conclusie: ik bezat nu drie speciale mondkapjes, waar ik helemaal niets meer aan had. Voordeel: Taeke vond het erg leuk om met die dure stukjes stof te spelen, ik had ze dus niet helemaal voor niks gekocht. Maar ikzelf was weer terug bij af.
Een taxi is een uitkomst, maar je weet nooit precies wanneer hij komt. Hij kan een kwartier eerder of later dan de afgesproken tijd komen en dat is dan nog het meest positieve scenario. Soms moesten de dames van de zorg mij eerder helpen met mijn mondkapje, omdat ze anders vaststonden. Het kon dus zo zijn dat ik al driekwartier eerder zo’n benauwd ding op had, omdat het niet anders kon. Ze zien er ook nog eens belachelijk uit, ik heb een keer een foto van mezelf gemaakt terwijl ik er eentje droeg en dacht: ik ben nu net een eend. Een eend die haar snavel regelmatig verloor, soms schoot hij gewoon los. Gelukkig deden de chauffeurs dan nooit moeilijk. ‘Laat zitten, meissie. Je zit alleen in de taxi en met mij is er echt niets aan de hand.’
Als je een zwijgzame chauffeur aan de praat wilt krijgen, is dat de truc: begin over corona. Daar hebben alle chauffeurs een mening over en ze verschillen behoorlijk: de meesten leek het niet zoveel uit te maken wat je met een mondkapje deed, als je er maar eentje droeg. Een keer is mij vooraf gevraagd om een medisch mondkapje te dragen, maar deze meneer leek alleen te zijn met zijn mening. Vaker ben ik met een man meegereden die anti-mondkapje was. Hij schoot nog net niet in de lach als je met een mondkapje op, zijn bus betrad. Hoe aardig ik deze man ook vind, bij hem heb ik het onderwerp ‘corona’ juist ontweken, om een lang, ongemakkelijk monoloog van zijn kant, te voorkomen.
Maar laten we eerlijk zijn: volgens mij zijn we allemaal een beetje anti-mondkapje geworden. Dit werd bevestigd toen ik de taxicentrale belde, om te vragen of het verdwijnen van de mondkapjesmaatregel, ook in een rolstoeltaxi gold.
‘Ja’, zei de telefoniste, nog voordat ik was uitgesproken. ‘fijn, hè?’
Ik kon deze dame niet zien, maar de glimlach in haar stem wel horen en ook ik kon mijn grijns niet bedwingen. ‘Ja, heel fijn.’
Dit eendje kan weer ademen als ze met haar hond op avontuur gaat en ik had niet blijer kunnen zijn. Het leven voelt eindelijk weer normaal. Wilt u nog even hard lachen, lieve lezer? Nu het niet meer nodig is, hebben mijn spastische vingers eindelijk door hoe een mondkapje werkt. Beter laat dan nooit.
#derijdendecolumnist

De Rijdende Columnist Schrijft:

De barones

Soms kom ik tijdens een wandeling iemand tegen die rechtstreeks uit een boek lijkt te zijn gestapt. Zoals afgelopen dinsdag. Het was al laat en Taeke had net lekker gerend in het park, toen we haar zagen: de barones.
Taeke en ik wandelden over het fietspad en zij bevond zich op het verhoogd voetpad, links van ons. De ondergaande zon zette haar in een spotlight.
‘Kijk nou eens wie ons tegemoetkomt, Taeke’, fluisterde ik.
Deze dame zag er geweldig uit in haar fluffy jas, bijpassende muts en hoge hakken. Ze liep met haar kin omhoog, maar zodra ze ons in het oog kreeg, brak er een glimlach door op haar gezicht. ‘Hallo, heerlijk weer, hè? Alleen een beetje jammer van dat koude windje.’
‘Jazeker.’
Ik was stil gaan staan en Taeke deed een paar passen naar voren, zodat hij de barones wat beter kon bekijken. Verrukt sloeg deze vrouw haar gehandschoende handen voor haar gezicht. ‘Wat een schat van een hond heb je daar! Ik heb ook jarenlang een hond gehad, hij is veertien geworden en dit jaar helaas overleden.’
Zelfs van deze afstand, kon ik het verdriet in haar ogen zien, maar snel toverde de barones de glimlach weer terug op haar gezicht. ‘Dat is zeker een hulphond? Wat kan hij allemaal?’
Ik noemde het lijstje op en haar glimlach werd nog breder. ‘Wat knap van hem!’
Taeke was er ondertussen bij gaan zitten en kwispelde.
‘Och, hij weet dat we het over hem hebben. Dag, lieve zwarte prins.’
Ik grinnikte. ‘Grappig, zo wordt hij vaker genoemd.’
‘Maar hij is ook een echte prins, kijk hem nou!’ Onzeker stak de barones haar hand naar Taeke uit. ‘Ik mag hem zeker niet even…?’
Ik herkende het verlangen in haar ogen. Toen Bindi net was verhuisd, wilde ik ook niets liever dan een hond aaien. Wildvreemde honden voelden dat en kwamen naar me toe om die gunst te verlenen, maar dat kon ik nu niet doen.
‘Nee, maar… Taeke, plankje.’
Taeke zette direct zijn voorpoten op het opstapje en kwam omhoog.
‘Zeg de barones maar even gedag.’
‘Barones! Doe niet zo raar, ik ben alleen maar…’ Ze slaakte een verrukte kreet toen Taeke zich naar mij toe boog en mij een klein likje gaf.
‘Volgens mij was die hondenkus eigenlijk voor u bedoeld.’
‘Ach, wat een schat! Jullie hebben mijn dag helemaal goed gemaakt, dank jullie wel.’
Iemand blij maken, zo makkelijk kan het dus zijn. Mensen vinden het moeilijk om hulphonden te negeren en ik vind het lastig om elke afwijzing weer in een nieuw papiertje te verpakken. Maar er zijn uitzonderingen, zoals deze. Taeke helpt mij elke dag en als hij zo ook de dag van een ander op kan fleuren, kan ik daar alleen maar blij om zijn. Dankjewel, prins Taeke.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De barones

Soms kom ik tijdens een wandeling iemand tegen die rechtstreeks uit een boek lijkt te zijn gestapt. Zoals afgelopen dinsdag. Het was al laat en Taeke had net lekker gerend in het park, toen we haar zagen: de barones.
Taeke en ik wandelden over het fietspad en zij bevond zich op het verhoogd voetpad, links van ons. De ondergaande zon zette haar in een spotlight.
‘Kijk nou eens wie ons tegemoetkomt, Taeke’, fluisterde ik.
Deze dame zag er geweldig uit in haar fluffy jas, bijpassende muts en hoge hakken. Ze liep met haar kin omhoog, maar zodra ze ons in het oog kreeg, brak er een glimlach door op haar gezicht. ‘Hallo, heerlijk weer, hè? Alleen een beetje jammer van dat koude windje.’
‘Jazeker.’
Ik was stil gaan staan en Taeke deed een paar passen naar voren, zodat hij de barones wat beter kon bekijken. Verrukt sloeg deze vrouw haar gehandschoende handen voor haar gezicht. ‘Wat een schat van een hond heb je daar! Ik heb ook jarenlang een hond gehad, hij is veertien geworden en dit jaar helaas overleden.’
Zelfs van deze afstand, kon ik het verdriet in haar ogen zien, maar snel toverde de barones de glimlach weer terug op haar gezicht. ‘Dat is zeker een hulphond? Wat kan hij allemaal?’
Ik noemde het lijstje op en haar glimlach werd nog breder. ‘Wat knap van hem!’
Taeke was er ondertussen bij gaan zitten en kwispelde.
‘Och, hij weet dat we het over hem hebben. Dag, lieve zwarte prins.’
Ik grinnikte. ‘Grappig, zo wordt hij vaker genoemd.’
‘Maar hij is ook een echte prins, kijk hem nou!’ Onzeker stak de barones haar hand naar Taeke uit. ‘Ik mag hem zeker niet even…?’
Ik herkende het verlangen in haar ogen. Toen Bindi net was verhuisd, wilde ik ook niets liever dan een hond aaien. Wildvreemde honden voelden dat en kwamen naar me toe om die gunst te verlenen, maar dat kon ik nu niet doen.
‘Nee, maar… Taeke, plankje.’
Taeke zette direct zijn voorpoten op het opstapje en kwam omhoog.
‘Zeg de barones maar even gedag.’
‘Barones! Doe niet zo raar, ik ben alleen maar…’ Ze slaakte een verrukte kreet toen Taeke zich naar mij toe boog en mij een klein likje gaf.
‘Volgens mij was die hondenkus eigenlijk voor u bedoeld.’
‘Ach, wat een schat! Jullie hebben mijn dag helemaal goed gemaakt, dank jullie wel.’
Iemand blij maken, zo makkelijk kan het dus zijn. Mensen vinden het moeilijk om hulphonden te negeren en ik vind het lastig om elke afwijzing weer in een nieuw papiertje te verpakken. Maar er zijn uitzonderingen, zoals deze. Taeke helpt mij elke dag en als hij zo ook de dag van een ander op kan fleuren, kan ik daar alleen maar blij om zijn. Dankjewel, prins Taeke. 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Wat een mooi stukje weer !!!!!

Leuk verhaaltje 🥰

Taeke Schrijft:

De zoektocht naar een nieuwe kapper

Ik snap niet waarom mensen zo graag naar de kapper willen. Dat lange gewriemel aan hun haar, dat gedoe met die scharen en dan besluiten ze soms ook nog eens om met een andere kleur haar naar huis te gaan. Mij niet gezien!
Zelf ga ik naar een trimster. Omdat het moet, niet omdat ik dat wil. Ik vind die vrouw die mij onder handen neemt best aardig hoor, maar voor mij hoeft zo'n schoonheidsbehandeling niet zo nodig. Vooral als zij mij aan het einde van zo'n knipbeurt naar bloemetjes laat ruiken, ga ik het liefst zo snel mogelijk naar het park om daar door het gras te rollen of nog beter: in een sloot te springen. Heerlijk, dan ruik ik direct weer naar mezelf!
Robin heeft al jaren dezelfde trimster – Oeps, kapster – Cocky. Cocky knipt Robin al sinds mijn baas zelf een puppy was, maar ongeveer een jaar geleden, liet Cocky doorschemeren dat ze met het knippen wilde gaan stoppen. Cocky woont op een boerderij en wil daar nog meer avonturen gaan beleven. Daar kon ik haar geen ongelijk in geven en ook Robin gunde haar dit van harte. ‘Het brult in Heerhugowaard van de kappers', zei ze, ‘ ik vind vast wel een leuke.’ Maar dat was voor de nieuwste coronagolf en ik merkte dat Robin het daarna, moeilijk vond om aan de speurtocht naar een nieuwe kapper te beginnen.
‘Ik ben gewoon bang dat Cocky en ik geen contact meer met elkaar zullen hebben, als zij mij niet meer knipt', vertrouwde zijn mijn toe. 'Cock en ik kunnen ontzettend met elkaar lachen en dat wil ik niet kwijt.’
Eerlijk? Ik snapte het probleem niet, Cocky en Robin hadden afgezien van dat geknip, toch nog een plan? Mij laten rennen in het park! Het duurde even voordat Cocky en mijn baas een wandeldate hadden gepland, maar toen het uiteindelijk lukte, was er een super leuke nieuwe traditie geboren. Probleem opgelost! Nu moesten we alleen nog een leuke nieuwe kapper zien te vinden.
Robin heeft iets met gekke namen, Misschien was dat de reden dat ze de kapperszaak “Brainwash” besloot te gaan uitproberen. Pluspunt: ik mocht ook mee!
Robin wist niet goed wat ze met mij aan moest, dus bleef ik aan haar rolstoel vastzitten, terwijl de kapper begon te knippen. Een man, dat was ook nieuw. Een stille man. Robin en hij waren allebei stil, terwijl de kapster naast ons maar bleef kletsen. Dat was best wel ongemakkelijk. Op een gegeven moment begon ik me te vervelen en besloot te gaan uitzoeken wat dat gekke ding was dat onder de spiegel lag.
‘Taeke, blijf van die föhn af!’
Robin bewoog, waardoor er een dot van haar haren op mijn kop belandde en ik nieste. ‘Gezondheid. Mag ik even?’ Met een borstel veegde de kapper de losse haren weg en glimlachte. ‘Knap beest. Wat kan hij allemaal?’
‘Oh, eh...’ Robin begon te praten, de kapper stelde nog meer vragen en ik ging tevreden liggen. Ik had dan misschien niet ontdekt wat een föhn precies was, Ik heb die twee in ieder geval aan de praat gekregen en niet veel later stonden Robin en ik weer tevreden buiten. Hulphonden kunnen niet alle menselijke problemen oplossen, maar we kunnen onze maatjes wel helpen zoeken naar de oplossing. Volgens mij was dit bezoekje aan de kapper wel een succes. Dus lieve Cocky, wanneer gaan we weer wandelen?
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op onze Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
Taeke Schrijft:

De zoektocht naar een nieuwe kapper

Ik snap niet waarom mensen zo graag naar de kapper willen. Dat lange gewriemel aan hun haar, dat gedoe met die scharen en dan besluiten ze soms ook nog eens om met een andere kleur haar naar huis te gaan. Mij niet gezien! 
Zelf ga ik naar een trimster. Omdat het moet, niet omdat ik dat wil. Ik vind die vrouw die mij onder handen neemt best aardig hoor, maar voor mij hoeft zon schoonheidsbehandeling niet zo nodig. Vooral als zij mij aan het einde van zon knipbeurt naar bloemetjes laat ruiken, ga ik het liefst zo snel mogelijk naar het park om daar door het gras te rollen of nog beter: in een sloot te springen. Heerlijk, dan ruik ik direct weer naar mezelf! 
Robin heeft al jaren dezelfde trimster – Oeps, kapster – Cocky. Cocky knipt Robin al sinds mijn baas zelf een puppy was, maar ongeveer een jaar geleden, liet Cocky doorschemeren dat ze met het knippen wilde gaan stoppen. Cocky woont op een boerderij en wil daar nog meer avonturen gaan beleven. Daar kon ik haar geen ongelijk in geven en ook Robin gunde haar dit van harte. ‘Het brult in Heerhugowaard van de kappers, zei ze, ‘ ik vind vast wel een leuke.’ Maar dat was voor de nieuwste coronagolf en ik merkte dat Robin het daarna, moeilijk vond om aan de speurtocht naar een nieuwe kapper te beginnen. 
‘Ik ben gewoon bang dat Cocky en ik geen contact meer met elkaar zullen hebben, als zij mij niet meer knipt, vertrouwde zijn mijn toe. Cock en ik kunnen ontzettend met elkaar lachen en dat wil ik niet kwijt.’ 
Eerlijk? Ik snapte het probleem niet, Cocky en Robin hadden afgezien van dat geknip, toch nog een plan? Mij laten rennen in het park! Het duurde even voordat Cocky en mijn baas een wandeldate hadden gepland, maar toen het uiteindelijk lukte, was er een super leuke nieuwe traditie geboren. Probleem opgelost! Nu moesten we alleen nog een leuke nieuwe kapper zien te vinden. 
Robin heeft iets met gekke namen, Misschien was dat de reden dat ze de kapperszaak “Brainwash” besloot te gaan uitproberen. Pluspunt: ik mocht ook mee! 
Robin wist niet goed wat ze met mij aan moest, dus bleef ik aan haar rolstoel vastzitten, terwijl de kapper begon te knippen. Een man, dat was ook nieuw. Een stille man. Robin en hij waren allebei stil, terwijl de kapster naast ons maar bleef kletsen. Dat was best wel ongemakkelijk. Op een gegeven moment begon ik me te vervelen en besloot te gaan uitzoeken wat dat gekke ding was dat onder de spiegel lag. 
‘Taeke, blijf van die föhn af!’ 
Robin bewoog, waardoor er een dot van haar haren op mijn kop belandde en ik nieste. ‘Gezondheid. Mag ik even?’ Met een borstel veegde de kapper de losse haren weg en glimlachte. ‘Knap beest. Wat kan hij allemaal?’ 
‘Oh, eh...’ Robin begon te praten, de kapper stelde nog meer vragen en ik ging tevreden liggen. Ik had dan misschien niet ontdekt wat een föhn precies was, Ik heb die twee in ieder geval aan de praat gekregen en niet veel later stonden Robin en ik weer tevreden buiten. Hulphonden kunnen niet alle menselijke problemen oplossen, maar we kunnen onze maatjes wel helpen zoeken naar de oplossing. Volgens mij was dit bezoekje aan de kapper wel een succes. Dus lieve Cocky, wanneer gaan we weer wandelen? 
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op onze Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Haha vind het echt een leuke invalshoek. Schrijven via Taeke…

Weer een spannend avontuur 🐾❤️🐾❤️🐾