Columns

Robin Corbee en Annelies Spaargaren zijn de vaste columnisten van Schoorl Community.

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

Taeke overdenkt de woorden “Schrijven zonder zijwieltjes”

Dag, lieve lezers van de Rijdende Columnist! Taeke hier, die het even van Robin overneemt.
Wat zijn jullie plannen voor de zomer? Want de zomerstop van Schoorl Community staat nu écht voor de deur! Ook Robin gaat een break nemen om zich volledig op het schrijven van haar sprookje te storten. Als ze het durft.
Kan iemand mij uitleggen wat er zo eng is aan het schrijven van letters, die samen woorden en zinnen vormen? Dat doet ze toch ook als ze een column schrijft, waarom gaat ze bij dat sprookje dan opeens moeilijk doen? Robin zegt dat ze het eng vindt om zonder zijwieltjes te schrijven. De afgelopen maanden heeft ze de hoofdstukken van haar sprookje die op haar laptop staan, overgeschreven in een schrift en waar nodig aangepast. Maar die hoofdstukken zijn op, vanaf nu moet ze nieuwe woorden verzinnen. Schrijven zonder zijwieltjes dus. ‘Het voelt alsof ik voor het eerst in jaren ga schaatsen, biddend dat ik niet op mijn bek ga`’, vertelde ze mij.
Vragend hield ik mijn kop schuin. Wat zei ze nou? Robin kán niet eens schaatsen!
Daar moest ze om lachen. ‘Oké, dat is misschien een gekke vergelijking, maar weet je wat het is, Taeke? Sinds ‘Zusters van de Zee’ heb ik alleen nog maar halve verhalen geschreven. Twee van mijn ideeën bleken al in boekvorm te bestaan, daarna liep mijn zelfvertrouwen een behoorlijke deuk op, gevolgd door dat diepe dal… Het gaat beter sinds jij er bent, maar ik ben gewoon bang dat ook ‘De Suikerprinses’ op niets uitloopt. Ik weet het, ik ben een angsthaas.’
Daar ben ik het niet mee eens. Ja, het is waar dat Robin dingen eng vindt en iets niet snel opnieuw wil doen als het misgaat. Zoals vorig jaar, toen ik op een rustige ochtend in het park, in het water viel en er niemand was om ons te helpen. Robin zwoer dat dit nooit meer zou gebeuren: geen renfestijn op de vroege ochtend of in de avond voor mij. Maar vorige week heb ik dat wel mogen doen, want voor mij durft Robin wel dapper te zijn. We zijn op een zondagavond naar het park gegaan, waar ik een kleine Franse Buldog heb ontmoet, genaamd Robin. Ze wilde zelfs met mij spelen, dat was zo leuk!
Mijn baasje Robin vergelijkt het gevoel van het oppakken van de pen met het gevoel alsof ze op een hoge duikplank staat, op het punt van springen. Ook deze vergelijking vind ik een beetje raar, want volgens mij heeft zij dit ook nog nooit gedaan. En wat is er zo eng aan om in het water te springen? Ik vind het heerlijk! Robin komt wel van die duikplank af, ik help haar. Wij helpen elkaar altijd.

Lieve lezers, Robin en ik wensen jullie een hele fijne zomer. Ik raad jullie een vakantie op zijn hondjes aan: ga lekker rollen en rennen in het gras, neem af en toe een verfrissende duik. Maar bovenal: geniet en wees lief voor elkaar.

Tot in september!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op de facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

4 weken geleden
Taeke overdenkt de woorden “Schrijven zonder zijwieltjes”

Dag, lieve lezers van de Rijdende Columnist! Taeke hier, die het even van Robin overneemt.
Wat zijn jullie plannen voor de zomer? Want de zomerstop van Schoorl Community staat nu écht voor de deur! Ook Robin gaat een break nemen om zich volledig op het schrijven van haar sprookje te storten. Als ze het durft.
Kan iemand mij uitleggen wat er zo eng is aan het schrijven van letters, die samen woorden en zinnen vormen? Dat doet ze toch ook als ze een column schrijft, waarom gaat ze bij dat sprookje dan opeens moeilijk doen? Robin zegt dat ze het eng vindt om zonder zijwieltjes te schrijven. De afgelopen maanden heeft ze de hoofdstukken van haar sprookje die op haar laptop staan, overgeschreven in een schrift en waar nodig aangepast. Maar die hoofdstukken zijn op, vanaf nu moet ze nieuwe woorden verzinnen. Schrijven zonder zijwieltjes dus. ‘Het voelt alsof ik voor het eerst in jaren ga schaatsen, biddend dat ik niet op mijn bek ga`’, vertelde ze mij.
Vragend hield ik mijn kop schuin. Wat zei ze nou? Robin kán niet eens schaatsen!
Daar moest ze om lachen. ‘Oké, dat is misschien een gekke vergelijking, maar weet je wat het is, Taeke? Sinds ‘Zusters van de Zee’ heb ik alleen nog maar halve verhalen geschreven. Twee van mijn ideeën bleken al in boekvorm te bestaan, daarna liep mijn zelfvertrouwen een behoorlijke deuk op, gevolgd door dat diepe dal… Het gaat beter sinds jij er bent, maar ik ben gewoon bang dat ook ‘De Suikerprinses’ op niets uitloopt. Ik weet het, ik ben een angsthaas.’
Daar ben ik het niet mee eens. Ja, het is waar dat Robin dingen eng vindt en iets niet snel opnieuw wil doen als het misgaat. Zoals vorig jaar, toen ik op een rustige ochtend in het park, in het water viel en er niemand was om ons te helpen. Robin zwoer dat dit nooit meer zou gebeuren: geen renfestijn op de vroege ochtend of in de avond voor mij. Maar vorige week heb ik dat wel mogen doen, want voor mij durft Robin wel dapper te zijn. We zijn op een zondagavond naar het park gegaan, waar ik een kleine Franse Buldog heb ontmoet, genaamd Robin. Ze wilde zelfs met mij spelen, dat was zo leuk!
Mijn baasje Robin vergelijkt het gevoel van het oppakken van de pen met het gevoel alsof ze op een hoge duikplank staat, op het punt van springen. Ook deze vergelijking vind ik een beetje raar, want volgens mij heeft zij dit ook nog nooit gedaan. En wat is er zo eng aan om in het water te springen? Ik vind het heerlijk! Robin komt wel van die duikplank af, ik help haar. Wij helpen elkaar altijd.

Lieve lezers, Robin en ik wensen jullie een hele fijne zomer. Ik raad jullie een vakantie op zijn hondjes aan: ga lekker rollen en rennen in het gras, neem af en toe een verfrissende duik. Maar bovenal: geniet en wees lief voor elkaar.

Tot in september!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op de facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Tot in september 👋

Fijne vakantie en succes met de duik!

Prettige vakantie

Fijne vakantie!

Fijne vakantie !!!! Ennnnn ben benieuwd naar die Suikerprinses !!

View more comments

De Rijdende Columnist Schrijft:

Kleine wensen, grote wensen en stille wensen

Er zijn grote wensen en kleine wensen. Wensen die je van de daken wilt schreeuwen en wensen die je liever voor jezelf houdt. Wensen kunnen ook veranderen, als de tijd verstrijkt. Lange tijd dacht ik dat het mijn grootste wens was om nog een boek te publiceren. Die wens heb ik nog steeds, maar hij is van zijn troon verstoten door het simpele verlangen om samen met Sintjin een bestaan op te bouwen. Waar dat uiteindelijk gaat gebeuren weet ik niet en dat maakt ook niets uit: als we maar dichter en vaker bij elkaar kunnen zijn.
Het hebben van een wens is prachtig, maar hoe gaat die in vervulling? Wacht je af of jaag je hem na? Gewoon afwachten is makkelijk, maar als je zelf niets doet, bestaat de kans dat je jouw wens nooit vervult zult zien worden. Een simpel voorbeeld was mijn verlangen om een foto te hebben waar Bindi, Sintjin en ik alle drie op stonden. Een echt roedelportret. Maar ik heb te lang gewacht, de foto die uiteindelijk van ons is gemaakt, is vlak voor Bindi’s vertrek genomen. Het is een mooi beeld, maar eentje waar verdriet aan hangt, niet het vrolijke kiekje dat ik zo graag wilde.
Ik heb van mijn fout geleerd en daarom vroeg ik aan fotograaf Frank Nieuwenhuizen of hij een nieuw roedelportret wilde maken, waar Sintjin, Taeke en ik op stonden. Dat wilde Frank wel en hij nodigde ons uit om naar Schoorl te komen.
Schoorl. Het dorp waarin ik ben opgegroeid zit nog steeds in mijn hart, maar ernaar teruggaan, vind ik moeilijk. Ik weet dat als ik het doe, de taxirit terug naar Heerhugowaard, gepaard gaat met een flinke portie heimwee. Maar Sintjin, Taeke en ik zijn toch gegaan en daar ben ik heel blij om.
Het was fijn om weer in het Nollenbos te zijn, van de geuren en de kleuren te genieten en om met Frank herinneringen aan eerdere fotosessies op te halen. Ook op dit vlak blijken Taeke en Bindi elkaars tegenpolen te zijn: Bindi werd altijd nieuwsgierig zodra Frank zijn camera op haar richtte, maar Taeke heeft er weinig mee. Frank moest echt zijn best doen om hem goed in beeld te krijgen. Hij had anderhalf uur ingepland voor de fotoshoot, maar zoals ik al had verwacht, waren we veel eerder klaar. Frank ging weer door en onze roedel bleef achter, wachtend op een taxi die pas over een uur zou komen.
‘Zullen we nog een stukje lopen?’, stelde Sintjin voor. ‘Misschien zijn je ouders thuis en kunnen we even hallo zeggen.’
Ik stribbelde tegen, bang voor de golf van heimwee, die mij misschien zou overspoelen. Maar Sintjin haalde mij over en ik wist dat hij onmogelijk een uur op zijn benen kon blijven staan. Mijn ouders waren niet thuis, maar we zijn toch in mama’s tuin gaan zitten, het hek stond open.
‘Wordt de tuin steeds kleiner of ik steeds groter?’, vroeg ik.
‘Weet ik niet, maar de bloemen zijn prachtig.’
We maakten een selfie om naar mijn ouders te sturen, toen ik een bekende de tuin in zag komen. ‘Broertje!’
Jona was nog langer geworden, zijn haren korter en de hond die hij aan de lijn had, was oud. Jimmy, de laatste van de drie originele honden, die nog op het erf rondliep. Jimmy gebruikte Taeke’s plankje als opstapje en ik gaf hem een voorzichtige aai. ‘Dag, vriendje. Ken jij mij nog?’
Zijn vrolijk kwispelende staart was een duidelijke bevestiging.
Jona bood ons iets te drinken aan en kwam bij ons zitten. Ik was bang dat er een ongemakkelijke stilte zou vallen. Er zitten veertien jaar tussen Jona en mij. Ik weet nog dat toen hij net was geboren, ik hoopte dat onze band perfect zou zijn. Ik, de grote zus op wie hij kon leunen als hij het nodig had en Jona, de broer met wie ik kon praten, zoals ik met Luca nooit heb kunnen doen. Ik wist niet hoe groot deze wens was, totdat ik ervaarde dat onze band zich niet zo ontwikkelde zoals ik had gehoopt. Een leeftijdsverschil van veertien jaar zorgt voor een behoorlijke kloof. Jona’s leven was heel anders dan het mijne, we leefden samen, totdat hij acht was, maar begrepen elkaar niet.
Nu is Jona 18, ik 32. En daar, in de tuin, hebben we ons eerste, soepele gesprek gevoerd. Een simpel gesprek, maar eentje die een glitterbom in mijn hart liet ontploffen, toen de taxi ons kwam halen. Puur omdat de kloof die Jona en mij van elkaar scheiden, smaller begint te worden.
In de taxi terug naar Heerhugowaard, realiseerde ik me iets belangrijks. Ja, ik zou nog steeds in Schoorl willen wonen, maar niet al onze wensen komen uit en dat is niet erg. Het zijn de kleine, onverwachte geluksmomenten die ertoe doen.

#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Kleine wensen, grote wensen en stille wensen

Er zijn grote wensen en kleine wensen. Wensen die je van de daken wilt schreeuwen en wensen die je liever voor jezelf houdt. Wensen kunnen ook veranderen, als de tijd verstrijkt. Lange tijd dacht ik dat het mijn grootste wens was om nog een boek te publiceren. Die wens heb ik nog steeds, maar hij is van zijn troon verstoten door het simpele verlangen om samen met Sintjin een bestaan op te bouwen. Waar dat uiteindelijk gaat gebeuren weet ik niet en dat maakt ook niets uit: als we maar dichter en vaker bij elkaar kunnen zijn.
Het hebben van een wens is prachtig, maar hoe gaat die in vervulling? Wacht je af of jaag je hem na? Gewoon afwachten is makkelijk, maar als je zelf niets doet, bestaat de kans dat je jouw wens nooit vervult zult zien worden. Een simpel voorbeeld was mijn verlangen om een foto te hebben waar Bindi, Sintjin en ik alle drie op stonden. Een echt roedelportret. Maar ik heb te lang gewacht, de foto die uiteindelijk van ons is gemaakt, is vlak voor Bindi’s vertrek genomen. Het is een mooi beeld, maar eentje waar verdriet aan hangt, niet het vrolijke kiekje dat ik zo graag wilde.
Ik heb van mijn fout geleerd en daarom vroeg ik aan fotograaf Frank Nieuwenhuizen of hij een nieuw roedelportret wilde maken, waar Sintjin, Taeke en ik op stonden. Dat wilde Frank wel en hij nodigde ons uit om naar Schoorl te komen.
Schoorl. Het dorp waarin ik ben opgegroeid zit nog steeds in mijn hart, maar ernaar teruggaan, vind ik moeilijk. Ik weet dat als ik het doe, de taxirit terug naar Heerhugowaard, gepaard gaat met een flinke portie heimwee. Maar Sintjin, Taeke en ik zijn toch gegaan en daar ben ik heel blij om.
Het was fijn om weer in het Nollenbos te zijn, van de geuren en de kleuren te genieten en om met Frank herinneringen aan eerdere fotosessies op te halen. Ook op dit vlak blijken Taeke en Bindi elkaars tegenpolen te zijn: Bindi werd altijd nieuwsgierig zodra Frank zijn camera op haar richtte, maar Taeke heeft er weinig mee. Frank moest echt zijn best doen om hem goed in beeld te krijgen. Hij had anderhalf uur ingepland voor de fotoshoot, maar zoals ik al had verwacht, waren we veel eerder klaar. Frank ging weer door en onze roedel bleef achter, wachtend op een taxi die pas over een uur zou komen.
‘Zullen we nog een stukje lopen?’, stelde Sintjin voor. ‘Misschien zijn je ouders thuis en kunnen we even hallo zeggen.’
Ik stribbelde tegen, bang voor de golf van heimwee, die mij misschien zou overspoelen. Maar Sintjin haalde mij over en ik wist dat hij onmogelijk een uur op zijn benen kon blijven staan. Mijn ouders waren niet thuis, maar we zijn toch in mama’s tuin gaan zitten, het hek stond open.
‘Wordt de tuin steeds kleiner of ik steeds groter?’, vroeg ik.
‘Weet ik niet, maar de bloemen zijn prachtig.’
We maakten een selfie om naar mijn ouders te sturen, toen ik een bekende de tuin in zag komen. ‘Broertje!’
Jona was nog langer geworden, zijn haren korter en de hond die hij aan de lijn had, was oud. Jimmy, de laatste van de drie originele honden, die nog op het erf rondliep. Jimmy gebruikte Taeke’s plankje als opstapje en ik gaf hem een voorzichtige aai. ‘Dag, vriendje. Ken jij mij nog?’
Zijn vrolijk kwispelende staart was een duidelijke bevestiging.
Jona bood ons iets te drinken aan en kwam bij ons zitten. Ik was bang dat er een ongemakkelijke stilte zou vallen. Er zitten veertien jaar tussen Jona en mij. Ik weet nog dat toen hij net was geboren, ik hoopte dat onze band perfect zou zijn. Ik, de grote zus op wie hij kon leunen als hij het nodig had en Jona, de broer met wie ik kon praten, zoals ik met Luca nooit heb kunnen doen. Ik wist niet hoe groot deze wens was, totdat ik ervaarde dat onze band zich niet zo ontwikkelde zoals ik had gehoopt. Een leeftijdsverschil van veertien jaar zorgt voor een behoorlijke kloof. Jona’s leven was heel anders dan het mijne, we leefden samen, totdat hij acht was, maar begrepen elkaar niet.
Nu is Jona 18, ik 32. En daar, in de tuin, hebben we ons eerste, soepele gesprek gevoerd. Een simpel gesprek, maar eentje die een glitterbom in mijn hart liet ontploffen, toen de taxi ons kwam halen. Puur omdat de kloof die Jona en mij van elkaar scheiden, smaller begint te worden.
In de taxi terug naar Heerhugowaard, realiseerde ik me iets belangrijks. Ja, ik zou nog steeds in Schoorl willen wonen, maar niet al onze wensen komen uit en dat is niet erg. Het zijn de kleine, onverwachte geluksmomenten die ertoe doen.

#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem dan een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

De biologische toer

Sintjin houdt de nieuwste technologische snufjes altijd in de gaten. Die hobby heb ik tegenwoordig ook, alleen dan op het biologische vlak.
Het begon uit pure nood, toen Taeke een plastic zakje met nog een restje appelstroop erin, had opgegeten. Dit wilde ik nooit meer meemaken, dus verbande ik de plastic zakjes en heb ik twee broodtrommels aangeschaft: eentje voor mijn ontbijt en eentje voor de lunch. Hier zou mijn biologische bewustwording bij blijven, totdat ik rond Pasen vorig jaar, het campagnefilmpje ‘Save Ralph’ zag.
‘Save Ralph’ is een korte animatiefilm over het konijn Ralph, die zichzelf een tester noemt. Een konijn die wordt gebruikt bij dierproeven. In het filmpje wordt Ralph geïnterviewd over zijn baan en hoewel het filmpje onschuldig begint, liepen aan het einde van de 3 minuten en 53 seconden, de rillingen over mijn lijf. Ik kan geen vegetariër worden, daarvoor hou ik te veel van vlees, maar vanaf dat moment besloot ik dat zoveel mogelijk producten die ik gebruikte, dierproefvrij moesten zijn.
De stap naar dierproefvrij was minder groot dan dat ik had verwacht: ik ben fan van The Body Shop en zij zijn al lief voor dieren.
Als je eenmaal op de dier en milieuvriendelijke toer gaat, gaat er een wereld voor je open. Ik was niet echt opzoek naar een nieuw tasje voor de hondenbrokjes en mijn telefoon, maar toen ik er eentje tegenkwam gemaakt van een oude autoband, kon ik het niet laten om hem te kopen. Ik ben op hervulbare, biologische deodorant overgestapt en nog een leuke vondst: tandpasta in de vorm van kauwtabletten!
Ik en tandpastatubes zijn nooit een makkelijke combi geweest: was ik niet in gevecht met de dop, dan rolde de tandenborstel wel om op het moment dat ik er tandpasta op wilde doen en belandde de tandpasta overal. Als ik mazzel had, kon ik met het restje dat overbleef, mijn tandenpoetsen. En dan heb ik het nog niet eens over het gevaar voor de hondsdolheid-look.
De tandpastakauwtabletten zijn voor mij praktischer en leveren bovendien veel minder troep op. Als ik dat had geweten, was ik veel eerder overgestapt, al was het alleen maar om Bindi een plezier te doen.
Ik heb een lastige relatie met tandpastatubes, Bindi had pas echt een hekel aan die dingen. Waarschijnlijk heb ik er ooit eentje zonder dop laten vallen en heeft zij toen ze hem voor mij opraapte, een beetje tandpasta in haar neus gekregen. Dat prikte en dus weigerde ze toen de tube voor de tweede keer viel, dienst.
‘Toe nou, mop. De dop zit erop, de tandpasta kan jou nu geen pijn doen.’
Mevrouw bleef demonstratief zitten.
‘Alsjeblieft? Hij ligt in de deuropening, wat denk je wat er gebeurt als ik er overheen rij?’
Ik zie nog voor me hoe Bindi zuchtte, de tube opraapte en op mijn blad dropte, alsof ze zeggen wilde: ik word hier echt niet genoeg voor geaaid.
God, wat mis ik mijn lieve pannenkoek. Grappig dat simpele tandpastatabletten deze herinnering bij mij naar boven hebben gehaald. Ik heb zelfs de foto teruggevonden die ik van Bindi maakte, net nadat ze de tube voor mij had opgeraapt.
Is het niet leuk dat je voor zoveel producten een biologische variant hebt, als je maar goed genoeg zoekt? Daarmee wil ik niet zeggen dat iedereen op de biologische toer moet: ik voel me er goed bij, maar het is best prijzig. Draag gewoon hetgeen bij waar jij je goed bij voelt.
Niet alleen blijft mij de hondsdolheid-look nu bespaart, ik hoef ook niet bang te zijn dat Taeke de dop van de tandpasta tube per ongeluk inslikt of erin stikt, als hij hem voor mij wil oprapen. Een tripje naar de dierenarts, dát is pas prijzig!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

1 maand geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De biologische toer

Sintjin houdt de nieuwste technologische snufjes altijd in de gaten. Die hobby heb ik tegenwoordig ook, alleen dan op het biologische vlak.
Het begon uit pure nood, toen Taeke een plastic zakje met nog een restje appelstroop erin, had opgegeten. Dit wilde ik nooit meer meemaken, dus verbande ik de plastic zakjes en heb ik twee broodtrommels aangeschaft: eentje voor mijn ontbijt en eentje voor de lunch. Hier zou mijn biologische bewustwording bij blijven, totdat ik rond Pasen vorig jaar, het campagnefilmpje ‘Save Ralph’ zag.
‘Save Ralph’ is een korte animatiefilm over het konijn Ralph, die zichzelf een tester noemt. Een konijn die wordt gebruikt bij dierproeven. In het filmpje wordt Ralph geïnterviewd over zijn baan en hoewel het filmpje onschuldig begint, liepen aan het einde van de 3 minuten en 53 seconden, de rillingen over mijn lijf. Ik kan geen vegetariër worden, daarvoor hou ik te veel van vlees, maar vanaf dat moment besloot ik dat zoveel mogelijk producten die ik gebruikte, dierproefvrij moesten zijn. 
De stap naar dierproefvrij was minder groot dan dat ik had verwacht: ik ben fan van The Body Shop en zij zijn al lief voor dieren. 
Als je eenmaal op de dier en milieuvriendelijke toer gaat, gaat er een wereld voor je open. Ik was niet echt opzoek naar een nieuw tasje voor de hondenbrokjes en mijn telefoon, maar toen ik er eentje tegenkwam gemaakt van een oude autoband, kon ik het niet laten om hem te kopen. Ik ben op hervulbare, biologische deodorant overgestapt en nog een leuke vondst: tandpasta in de vorm van kauwtabletten!
Ik en tandpastatubes zijn nooit een makkelijke combi geweest: was ik niet in gevecht met de dop, dan rolde de tandenborstel wel om op het moment dat ik er tandpasta op wilde doen en belandde de tandpasta overal. Als ik mazzel had, kon ik met het restje dat overbleef, mijn tandenpoetsen. En dan heb ik het nog niet eens over het gevaar voor de hondsdolheid-look.
De tandpastakauwtabletten zijn voor mij praktischer en leveren bovendien veel minder troep op. Als ik dat had geweten, was ik veel eerder overgestapt, al was het alleen maar om Bindi een plezier te doen.
Ik heb een lastige relatie met tandpastatubes, Bindi had pas echt een hekel aan die dingen. Waarschijnlijk heb ik er ooit eentje zonder dop laten vallen en heeft zij toen ze hem voor mij opraapte, een beetje tandpasta in haar neus gekregen. Dat prikte en dus weigerde ze toen de tube voor de tweede keer viel, dienst.
‘Toe nou, mop. De dop zit erop, de tandpasta kan jou nu geen pijn doen.’
Mevrouw bleef demonstratief zitten.
‘Alsjeblieft? Hij ligt in de deuropening, wat denk je wat er gebeurt als ik er overheen rij?’
Ik zie nog voor me hoe Bindi zuchtte, de tube opraapte en op mijn blad dropte, alsof ze zeggen wilde: ik word hier echt niet genoeg voor geaaid.
God, wat mis ik mijn lieve pannenkoek. Grappig dat simpele tandpastatabletten deze herinnering bij mij naar boven hebben gehaald. Ik heb zelfs de foto teruggevonden die ik van Bindi maakte, net nadat ze de tube voor mij had opgeraapt.
Is het niet leuk dat je voor zoveel producten een biologische variant hebt, als je maar goed genoeg zoekt? Daarmee wil ik niet zeggen dat iedereen op de biologische toer moet: ik voel me er goed bij, maar het is best prijzig. Draag gewoon hetgeen bij waar jij je goed bij voelt.
Niet alleen blijft mij de hondsdolheid-look nu bespaart, ik hoef ook niet bang te zijn dat Taeke de dop van de tandpasta tube per ongeluk inslikt of erin stikt, als hij hem voor mij wil oprapen. Een tripje naar de dierenarts, dát is pas prijzig!
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Hoe bevallen de tabletten qua schoon poetsen en smaak?

De Rijdende Columnist Schrijft:

Alle Leeftijden

Stel, je moeder heeft dementie. Haar wereldje wordt steeds kleiner, maar haar liefde voor een lekkere pannenkoek is gebleven. Daarom is er een nieuwe traditie ontstaan: iedere week gezellig pannenkoeken eten! Dit laat mij zien hoe belangrijk deze simpele, fijne dingen in het leven zijn. Iedereen begrijpt dat, toch?
Helaas, toen een dochter met haar dementerende moeder in een restaurant een pannenkoek wilde gaan eten, bleek dit niet mogelijk te zijn. Waarom? Volgens de serveerster waren pannenkoeken alleen voor kinderen. De manager werd erbij gehaald en hij was het met het meisje eens: in dit restaurant werden pannenkoeken alleen aan kinderen geserveerd.
De dochter probeerde het nog door te zeggen dat haar moeder Alzheimer had, mentaal was ze weer een klein meisje. Kon er voor haar geen uitzondering gemaakt worden? Hun antwoord: nee.
Moeder en dochter gingen naar een ander restaurant, waar ze gelukkig wel hun pannenkoek kregen. Maar bij thuiskomst besloot de dochter deze ervaring op Facebook te plaatsen, waar het direct door talloze mensen werd gedeeld. Zo ben ik ook bij dit verhaal terecht gekomen.
Pannenkoeken zijn alleen voor kinderen? Wie bepaalt dat in godsnaam???
Een leeftijdsadvies kan handig zijn, bijvoorbeeld voor een moeder, die een geschikte film zoekt voor haar zoontje. Met alle films die er tegenwoordig te vinden zijn, is het simpele Alle Leeftijden-logo, een mooie leidraad. Maar weet je wat er zo leuk is aan volwassen zijn? We mogen al deze leeftijdsadviezen van ons afschudden! Dit geldt niet alleen voor de 16+-categorie, maar als je van iets wilt genieten wat oorspronkelijk voor kinderen bedoeld is, kan en MAG dat ook! Daarom vallen dingen voor kinderen, onder het kopje: Alle Leeftijden. Ik kan het weten, mijn favoriete boek van dit jaar, is ook geweldig voor kinderen. En verassing, ik ben ook dol op pannenkoeken! Zijn die dan niet geschikt voor alle leeftijden? Waar is de klassieke regel “De klant is koning” in dit scenario gebleven?
Goede klantenservice is van het grootste belang als je een goed lopende zaak wilt hebben. Ik weet nog dat ik voor het eerst een pannenkoek bestelde en me vervolgens druk ging maken over hoe ik die op ging eten, toen er een serveerster naar mij toe kwam en vroeg: ‘Zal ik de pannenkoek voor je in stukjes snijden?’
Ik knikte, haar verbluft aanstarend. Had ze mijn ongemak gezien of gewoon goed gegokt?
‘Eerst oprollen en dan in stukjes, neem ik aan?’
Opnieuw knikte ik.
‘Geen probleem hoor, mop. Je kunt het me gewoon vragen, ik ben hier om het mijn gasten naar de zin te maken.’
Deze vrouw weet wat belangrijk is in de horeca: klantvriendelijkheid. De eerdergenoemde pannenkoekweigeraars hebben geprobeerd om hun fout recht te kletsen. Volgens hen had de serveerster door de drukte de vraag verkeerd begrepen. Als de dochter duidelijker was geweest over de dementie van haar moeder, had ze best een kinderpannenkoek mogen krijgen. Ze willen moeder en dochter graag persoonlijk hun excuses aanbieden, maar ik betwijfel of dit gaat helpen, aangezien dit restaurant nog steeds niet een belangrijke les heeft geleerd: pannenkoeken zijn voor alle mensen: groot en klein, jong en oud. Niet alleen voor kinderen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Alle Leeftijden

Stel, je moeder heeft dementie. Haar wereldje wordt steeds kleiner, maar haar liefde voor een lekkere pannenkoek is gebleven. Daarom is er een nieuwe traditie ontstaan: iedere week gezellig pannenkoeken eten! Dit laat mij zien hoe belangrijk deze simpele, fijne dingen in het leven zijn. Iedereen begrijpt dat, toch?
Helaas, toen een dochter met haar dementerende moeder in een restaurant een pannenkoek wilde gaan eten, bleek dit niet mogelijk te zijn. Waarom? Volgens de serveerster waren pannenkoeken alleen voor kinderen. De manager werd erbij gehaald en hij was het met het meisje eens: in dit restaurant werden pannenkoeken alleen aan kinderen geserveerd.
De dochter probeerde het nog door te zeggen dat haar moeder Alzheimer had, mentaal was ze weer een klein meisje. Kon er voor haar geen uitzondering gemaakt worden? Hun antwoord: nee.
Moeder en dochter gingen naar een ander restaurant, waar ze gelukkig wel hun pannenkoek kregen. Maar bij thuiskomst besloot de dochter deze ervaring op Facebook te plaatsen, waar het direct door talloze mensen werd gedeeld. Zo ben ik ook bij dit verhaal terecht gekomen.
Pannenkoeken zijn alleen voor kinderen? Wie bepaalt dat in godsnaam??? 
Een leeftijdsadvies kan handig zijn, bijvoorbeeld voor een moeder, die een geschikte film zoekt voor haar zoontje. Met alle films die er tegenwoordig te vinden zijn, is het simpele Alle Leeftijden-logo, een mooie leidraad. Maar weet je wat er zo leuk is aan volwassen zijn? We mogen al deze leeftijdsadviezen van ons afschudden! Dit geldt niet alleen voor de 16+-categorie, maar als je van iets wilt genieten wat oorspronkelijk voor kinderen bedoeld is, kan en MAG dat ook! Daarom vallen dingen voor kinderen, onder het kopje: Alle Leeftijden. Ik kan het weten, mijn favoriete boek van dit jaar, is ook geweldig voor kinderen. En verassing, ik ben ook dol op pannenkoeken! Zijn die dan niet geschikt voor alle leeftijden? Waar is de klassieke regel “De klant is koning” in dit scenario gebleven? 
Goede klantenservice is van het grootste belang als je een goed lopende zaak wilt hebben. Ik weet nog dat ik voor het eerst een pannenkoek bestelde en me vervolgens druk ging maken over hoe ik die op ging eten, toen er een serveerster naar mij toe kwam en vroeg: ‘Zal ik de pannenkoek voor je in stukjes snijden?’
Ik knikte, haar verbluft aanstarend. Had ze mijn ongemak gezien of gewoon goed gegokt?
‘Eerst oprollen en dan in stukjes, neem ik aan?’
Opnieuw knikte ik.
‘Geen probleem hoor, mop. Je kunt het me gewoon vragen, ik ben hier om het mijn gasten naar de zin te maken.’
Deze vrouw weet wat belangrijk is in de horeca: klantvriendelijkheid. De eerdergenoemde pannenkoekweigeraars hebben geprobeerd om hun fout recht te kletsen. Volgens hen had de serveerster door de drukte de vraag verkeerd begrepen. Als de dochter duidelijker was geweest over de dementie van haar moeder, had ze best een kinderpannenkoek mogen krijgen. Ze willen moeder en dochter graag persoonlijk hun excuses aanbieden, maar ik betwijfel of dit gaat helpen, aangezien dit restaurant nog steeds niet een belangrijke les heeft geleerd: pannenkoeken zijn voor alle mensen: groot en klein, jong en oud. Niet alleen voor kinderen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Een pannenkoek op een bedje met sla… dat kan je alleen een volwassene serveren! 😜👍🏻

De Rijdende Columnist Schrijft:

Gênante plekjes

Hoe vaak kijk je in de spiegel? Doe je het dagelijks en bekijk je jezelf dan van top tot teen?
Ik zie mezelf als kind nog op de douchebrancard liggen, kijkend naar mijn lijf, glimmend van de zeep, in de grote spiegel, die mijn moeder op het plafond had geplakt. ‘Mam, ik lijk op een Barbie!’
Mama vond de spiegel op het plafond ongemakkelijk, maar ik vond het juist leuk dat ik mezelf dan helemaal kon zien. Tegenwoordig zie ik het hele naakte plaatje niet meer. In dat opzicht functioneren de dames van de zorg als mijn ogen: zij zien alle plekjes van mijn lichaam en geven eventuele veranderingen aan mij door. Dit kan ongemakkelijke, pijnlijke situaties opleveren. Zoals die ochtend waarop ik met een pijnlijk kloppende voet wakker werd. Oorzaak: een ontstoken teen. Tot dat moment besteedde ik amper aandacht aan mijn voeten. Waarom zou ik? Ik gebruikte ze niet en de dames van de zorg trokken mijn sokken en schoenen aan. En nu ik keek, leek mijn grote teen wel een ballon die op knappen stond.
Ik kan de dame van de zorg die toen bij mij was, nog voor mij zien. Haar ogen glommen enthousiast. ‘Mag ik erin knijpen?’, vroeg ze. ‘Dat haalt de druk eraf.’
‘Wat? Nee!’
Die dag zag ik vier dames van de zorg, allemaal met een andere mening. Nummer 1 wilde in mijn teen knijpen. Nummer 2 vond mijn teen er wat rood uit zien, maar niets om mij druk om te maken. Nummer 3 leek van mening te zijn dat mijn teen elk moment kon ontploffen, ik moest direct naar een dokter! Nummer 4 adviseerde een simpel soda-badje. Goed bedoeld, maar aan het einde van de dag tolde mijn hoofd en had ik geen idee wat ik moest doen. Dat is een groot nadeel: zoveel mensen, zoveel meningen. Tegenwoordig onderwerp ik mijn tenen iedere avond aan een grondige inspectie, dan kan ik mijn eigen plan van aanpak vormen.
Maar er blijven dingen aan mijn lichaam, die ik zelf niet kan zien. Zoals laatst, toen ik op mijn zij lag om verschoond te worden en een stagiaire opeens in mijn bil prikte.
‘Wat doe je?’, vroeg ik verbaasd.
‘Je hebt een gekke moedervlek, echt heel gek.’ Prik, prik. ‘Doet dit zeer?’
‘Dat jij in mijn bil prikt?’
‘Nee, de moedervlek.’
Ik onderdrukte een grinnik, ze bedoelde het goed. Er werd een dame van de zorg bij geroepen om ook een blik op de moedervlek te werpen. Ze wist het niet goed. ‘Zal ik er een foto van maken?’, stelde ze voor. ‘Dan kunnen we op een later moment vergelijken.’
Ik kreunde. Alsjeblieft, niet de foto-theorie! Het werkte, dat had ik in het ontstoken tenen-tijdperk gemerkt, maar ik werd ook gedwongen om een collage van ontstoken tenen op mijn tv-scherm voorbij te zien komen, waar al mijn foto’s die ik maak, terecht komen. Daar had ik geen zin in, dus ging ik voor een andere optie: een bezoekje van de huisarts. Laat hem maar een mening over mijn moedervlek vormen, dan was alle discussie direct uit de wereld.
Een goede oplossing, vond ik zelf. Enig nadeel: mijn huisarts is nogal een vreemde vogel. Toen de man binnenkwam, lag ik al in mijn blote kont op bed, met een dame van de zorg aan mijn zij, voor de nodige assistentie.
‘Zo.’ De arts keek om zich heen. ‘Zou u die gordijnen open willen doen?’ Hij knikte naar de gordijnen naast mijn bed.
De dame van de zorg en ik wisselden een verbaasde blik. Meende hij dit nou?
‘Meneer’, zei ze voorzichtig, ‘mevrouw Corbee ligt met ontbloot onderlijf op bed. Als ik de gordijnen opendoe, is ze nogal… zichtbaar.’
Mijn huisarts gluurde door de gordijnen en reageerde met een simpel: ‘Nee hoor, valt best mee.’
‘Meneer’, probeerde de dame van de zorg het opnieuw, ‘boven mevrouw Corbee hangt een behoorlijk felle lamp. U kunt de moedervlek prima bekijken als de gordijnen dicht blijven.’
‘De zon is de beste lamp ter wereld’, hield mijn huisarts koppig vol.
Ondertussen lag ik nog steeds op bed, terwijl ik een haast onbedwingbare lachkriebel op voelde komen. Ik kende mijn huisarts ondertussen een beetje en ik wist dat hij koppig was. Hij ging niets bekijken, totdat wij hem zijn zin gaven.
‘Doe de gordijnen maar open’, flapte ik eruit.
‘Serieus?’, vroeg de dame van de zorg ongelovig.
‘Ja, doe het maar. Hij heeft wel een beetje gelijk, je kunt hier alleen naar binnen kijken als je dat vanuit een bepaalde hoek doet. Waarschijnlijk is meneer de huisarts toch zo klaar.’
De dame van de zorg zuchtte, deed wat ik van haar vroeg, maar maakte zich tegelijkertijd zo breed mogelijk, zodat áls er iemand naar binnen gluurde, er niets te zien viel.
Zoals ik al had verwacht, was er niets aan de hand en was de huisarts zo weer vertrokken, de dame van de zorg verbouwereerd achterlatend. ‘Je waarschuwde al dat hij een rare vogel was’, zei ze, ‘maar dit…’
‘Ik zei het toch?’
Misschien hadden wij deze situatie anders kunnen aanpakken, maar nu lachten we. Hard en lang.
Iedereen heeft wel eens een gênant plekje waarnaar gekeken moet worden. Mijn advies, lieve lezer: laat eerst iemand kijken die je vertrouwt. En vergeet niet te lachen, dat maakt meer goed dan dat je denkt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Gênante plekjes

Hoe vaak kijk je in de spiegel? Doe je het dagelijks en bekijk je jezelf dan van top tot teen?
Ik zie mezelf als kind nog op de douchebrancard liggen, kijkend naar mijn lijf, glimmend van de zeep, in de grote spiegel, die mijn moeder op het plafond had geplakt. ‘Mam, ik lijk op een Barbie!’
Mama vond de spiegel op het plafond ongemakkelijk, maar ik vond het juist leuk dat ik mezelf dan helemaal kon zien. Tegenwoordig zie ik het hele naakte plaatje niet meer. In dat opzicht functioneren de dames van de zorg als mijn ogen: zij zien alle plekjes van mijn lichaam en geven eventuele veranderingen aan mij door. Dit kan ongemakkelijke, pijnlijke situaties opleveren. Zoals die ochtend waarop ik met een pijnlijk kloppende voet wakker werd. Oorzaak: een ontstoken teen. Tot dat moment besteedde ik amper aandacht aan mijn voeten. Waarom zou ik? Ik gebruikte ze niet en de dames van de zorg trokken mijn sokken en schoenen aan. En nu ik keek, leek mijn grote teen wel een ballon die op knappen stond.
Ik kan de dame van de zorg die toen bij mij was, nog voor mij zien. Haar ogen glommen enthousiast. ‘Mag ik erin knijpen?’, vroeg ze. ‘Dat haalt de druk eraf.’
‘Wat? Nee!’
Die dag zag ik vier dames van de zorg, allemaal met een andere mening. Nummer 1 wilde in mijn teen knijpen. Nummer 2 vond mijn teen er wat rood uit zien, maar niets om mij druk om te maken. Nummer 3 leek van mening te zijn dat mijn teen elk moment kon ontploffen, ik moest direct naar een dokter! Nummer 4 adviseerde een simpel soda-badje. Goed bedoeld, maar aan het einde van de dag tolde mijn hoofd en had ik geen idee wat ik moest doen. Dat is een groot nadeel: zoveel mensen, zoveel meningen. Tegenwoordig onderwerp ik mijn tenen iedere avond aan een grondige inspectie, dan kan ik mijn eigen plan van aanpak vormen.
Maar er blijven dingen aan mijn lichaam, die ik zelf niet kan zien. Zoals laatst, toen ik op mijn zij lag om verschoond te worden en een stagiaire opeens in mijn bil prikte. 
‘Wat doe je?’, vroeg ik verbaasd.
‘Je hebt een gekke moedervlek, echt heel gek.’ Prik, prik. ‘Doet dit zeer?’
‘Dat jij in mijn bil prikt?’
‘Nee, de moedervlek.’
Ik onderdrukte een grinnik, ze bedoelde het goed. Er werd een dame van de zorg bij geroepen om ook een blik op de moedervlek te werpen. Ze wist het niet goed. ‘Zal ik er een foto van maken?’, stelde ze voor. ‘Dan kunnen we op een later moment vergelijken.’
Ik kreunde. Alsjeblieft, niet de foto-theorie! Het werkte, dat had ik in het ontstoken tenen-tijdperk gemerkt, maar ik werd ook gedwongen om een collage van ontstoken tenen op mijn tv-scherm voorbij te zien komen, waar al mijn foto’s die ik maak, terecht komen. Daar had ik geen zin in, dus ging ik voor een andere optie: een bezoekje van de huisarts. Laat hem maar een mening over mijn moedervlek vormen, dan was alle discussie direct uit de wereld.
Een goede oplossing, vond ik zelf. Enig nadeel: mijn huisarts is nogal een vreemde vogel. Toen de man binnenkwam, lag ik al in mijn blote kont op bed, met een dame van de zorg aan mijn zij, voor de nodige assistentie.
‘Zo.’ De arts keek om zich heen. ‘Zou u die gordijnen open willen doen?’ Hij knikte naar de gordijnen naast mijn bed.
 De dame van de zorg en ik wisselden een verbaasde blik. Meende hij dit nou?
‘Meneer’, zei ze voorzichtig, ‘mevrouw Corbee ligt met ontbloot onderlijf op bed. Als ik de gordijnen opendoe, is ze nogal… zichtbaar.’
Mijn huisarts gluurde door de gordijnen en reageerde met een simpel: ‘Nee hoor, valt best mee.’
‘Meneer’, probeerde de dame van de zorg het opnieuw, ‘boven mevrouw Corbee hangt een behoorlijk felle lamp. U kunt de moedervlek prima bekijken als de gordijnen dicht blijven.’
‘De zon is de beste lamp ter wereld’, hield mijn huisarts koppig vol.
Ondertussen lag ik nog steeds op bed, terwijl ik een haast onbedwingbare lachkriebel op voelde komen. Ik kende mijn huisarts ondertussen een beetje en ik wist dat hij koppig was. Hij ging niets bekijken, totdat wij hem zijn zin gaven.
‘Doe de gordijnen maar open’, flapte ik eruit.
‘Serieus?’, vroeg de dame van de zorg ongelovig. 
‘Ja, doe het maar. Hij heeft wel een beetje gelijk, je kunt hier alleen naar binnen kijken als je dat vanuit een bepaalde hoek doet. Waarschijnlijk is meneer de huisarts toch zo klaar.’
De dame van de zorg zuchtte, deed wat ik van haar vroeg, maar maakte zich tegelijkertijd zo breed mogelijk, zodat áls er iemand naar binnen gluurde, er niets te zien viel.
Zoals ik al had verwacht, was er niets aan de hand en was de huisarts zo weer vertrokken, de dame van de zorg verbouwereerd achterlatend. ‘Je waarschuwde al dat hij een rare vogel was’, zei ze, ‘maar dit…’
‘Ik zei het toch?’
Misschien hadden wij deze situatie anders kunnen aanpakken, maar nu lachten we. Hard en lang.
Iedereen heeft wel eens een gênant plekje waarnaar gekeken moet worden. Mijn advies, lieve lezer: laat eerst iemand kijken die je vertrouwt. En vergeet niet te lachen, dat maakt meer goed dan dat je denkt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Doggy Holiday

De vakantie staat voor de deur. Sintjin en ik hadden in eerste instantie geen plannen, totdat hij bij de Zonnebloem keek en zag dat er nog twee vakanties beschikbaar leken te zijn. Vaarvakanties waar hulphonden ook welkom zijn. De eerste optie was al heel snel: 4 juli.
Sintjin keek mij aan, zijn ogen twinkelde vrolijk. ‘Wat denk je, zullen we een gokje wagen? Durf je het aan, wat Taeke betreft?’
Mijn gedachten gingen terug naar onze laatste vaarvakantie, wat ook een hulphond-reis was. Technisch gezien kon Bindi mee, maar dat durfde ik niet aan, aangezien ze toen al kwakkelde met haar gezondheid. Zodra we aan boord waren van het schip, wist ik dat dit de juiste beslissing was. Het was druk, echt heel druk, Bindi had het VERSCHRIKKELIJK gevonden! Maar oh, wat miste ik haar. Iets wat alleen maar werd versterkt, door al die lieve hondenlijven om mij heen. Ik weet nog dat er een Golden retriever naast mij opdook, omdat zijn bazin er net iets te hard vandoor ging. Alsof hij zeggen wilde: ‘Dan ga ik maar naast jou lopen, jij ruikt wel oké.’ Dat vond ik een heel lief compliment.
‘Wat een mooie hond heeft u daar’, hoorde ik een vrouw achter mij zeggen.
Ik glimlachte. ‘Hij is vast heel erg lief, maar deze lieve jongen hoort niet bij mij.’
Nu heb ik zelf een lieve jongen: Taeke. Ik verbaas mij nog steeds over hoeveel Bindi en hij van elkaar verschillen, in alles zijn ze elkaars tegenpolen. Daarom, toen ik aan Taeke op het schip dacht, kon ik alleen maar glimlachen. ‘Ja, volgens mij gaat Taeke een Doggy Holiday geweldig vinden. Laten we het gokje wagen.’
Direct na het weekend heb ik de Zonnebloem gebeld, maar helaas, de hulphond-reizen blijken toch al vol te zitten. Mensen om mij heen hadden verwacht dat ik verschrikkelijk teleurgesteld zou zijn en dat ben ik ook wel een beetje, maar ik ben vooral trots. Trots dat Taeke en ik in twee jaar tijd zoveel vertrouwen hebben opgebouwd, dat ik het aandurf om een last minute vakantie te boeken en denk: let’s go! Wij redden ons wel.
Vorig jaar was dat vertrouwen er nog niet. Toen ik Taeke in die tijd losliet, was ik bloednerveus of ik hem wel weer aangelijnd zou krijgen. Als ik Taeke nu loslaat en hij een duik neemt in het water, weet ik dat hij bij mij terugkomt. Oké, die last minute vakantie is niets geworden, maar dat vertrouwen is goud waard. Dan maar een Doggy Holiday volgend jaar.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Doggy Holiday

De vakantie staat voor de deur. Sintjin en ik hadden in eerste instantie geen plannen, totdat hij bij de Zonnebloem keek en zag dat er nog twee vakanties beschikbaar leken te zijn. Vaarvakanties waar hulphonden ook welkom zijn. De eerste optie was al heel snel: 4 juli.
Sintjin keek mij aan, zijn ogen twinkelde vrolijk. ‘Wat denk je, zullen we een gokje wagen? Durf je het aan, wat Taeke betreft?’
Mijn gedachten gingen terug naar onze laatste vaarvakantie, wat ook een hulphond-reis was. Technisch gezien kon Bindi mee, maar dat durfde ik niet aan, aangezien ze toen al kwakkelde met haar gezondheid. Zodra we aan boord waren van het schip, wist ik dat dit de juiste beslissing was. Het was druk, echt heel druk, Bindi had het VERSCHRIKKELIJK gevonden! Maar oh, wat miste ik haar. Iets wat alleen maar werd versterkt, door al die lieve hondenlijven om mij heen. Ik weet nog dat er een Golden retriever naast mij opdook, omdat zijn bazin er net iets te hard vandoor ging. Alsof hij zeggen wilde: ‘Dan ga ik maar naast jou lopen, jij ruikt wel oké.’ Dat vond ik een heel lief compliment.
‘Wat een mooie hond heeft u daar’, hoorde ik een vrouw achter mij zeggen.
Ik glimlachte. ‘Hij is vast heel erg lief, maar deze lieve jongen hoort niet bij mij.’
Nu heb ik zelf een lieve jongen: Taeke. Ik verbaas mij nog steeds over hoeveel Bindi en hij van elkaar verschillen, in alles zijn ze elkaars tegenpolen. Daarom, toen ik aan Taeke op het schip dacht, kon ik alleen maar glimlachen. ‘Ja, volgens mij gaat Taeke een Doggy Holiday geweldig vinden. Laten we het gokje wagen.’
Direct na het weekend heb ik de Zonnebloem gebeld, maar helaas, de hulphond-reizen blijken toch al vol te zitten. Mensen om mij heen hadden verwacht dat ik verschrikkelijk teleurgesteld zou zijn en dat ben ik ook wel een beetje, maar ik ben vooral trots. Trots dat Taeke en ik in twee jaar tijd zoveel vertrouwen hebben opgebouwd, dat ik het aandurf om een last minute vakantie te boeken en denk: let’s go! Wij redden ons wel. 
Vorig jaar was dat vertrouwen er nog niet. Toen ik Taeke in die tijd losliet, was ik bloednerveus of ik hem wel weer aangelijnd zou krijgen. Als ik Taeke nu loslaat en hij een duik neemt in het water, weet ik dat hij bij mij terugkomt. Oké, die last minute vakantie is niets geworden, maar dat vertrouwen is goud waard. Dan maar een Doggy Holiday volgend jaar.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Zou er een wachtlijst kunnen zijn? Wie weet valt er onverwacht iemand uit…. Want het klinkt wel heel erg leuk. Ben nu al benieuwd naar de verhalen over deze vakantie to do!

jammer hoop dat er voor jullie nel iet beschikbaar is

Wat heerlijk dat deze vakanties bestaan he

Jammer voor je

De Rijdende Columnist Schrijft:

Deskundigen

Lotgenoten, ik heb een hekel aan dat woord, het klinkt zo… sneu. Toen ik als columnist begon, deed ik dit met een duidelijk doel voor ogen: niet langer sneu gevonden worden! Ik wilde dat de lezers mij zagen als een heel normaal mens, met een heel normaal dagelijks leven. Want dat is ook zo, ik leid een heel normaal leven. Maar er zijn periodes zoals deze, wanneer ik niet om mijn beperking heen kan.
Als ik één ding aan mijn lichaam zou kunnen veranderen, denken mensen vaak dat ik voor mijn benen zou kiezen, omdat ik die niet kan gebruiken. Maar mensen die mij echt goed kennen, weten dat ik voor mijn darmen of mijn rug zou gaan. Want ja, ik kan mijn benen niet gebruiken, maar die zorgen niet voor pijn en ongemakkelijke situaties, mijn darmen en rug doen dat wel. Mijn rug kan soms zo’n zeer doen, dat het lijkt alsof ik geëlektrocuteerd word. Dit gebeurde laatst en dus had ik geen andere keus dan midden in de nacht om medicatie te vragen. De vrouw die mij kwam helpen schrok zichtbaar, wamt niet alleen voelde het alsof ik geëlektrocuteerd werd, zo zag het er ook uit, met mijn verkrampte kaken, trillende ledematen en bezweette lijf.
‘Ik heb een zetpil nodig’, bracht ik moeizaam uit. ‘Tramadol, op het nachtkastje.’
Taeke sprong van mijn voeten en liet de dame van de nacht haar gang gaan, maar dook een tel later naast mij op en drukte zijn neus tegen mijn slaap. ‘Vind je het vervelend dat hij dat doet?’, vroeg de dame, terwijl zij mij het medicijn toediende.
Ik maakte een ontkennend geluidje, want Taeke deed dit om mij te steunen: hij wist dat ik het vreselijk vond om een zetpil te krijgen.
Taeke kent ook de nukken van mijn darmen: soms hebben ze last van opstartproblemen, vaak bezorgen ze me een opgeblazen gevoel en hun nieuwste truc: soms helemaal niets doen. Tja, dan zit ik op mijn wc-stoel en kan ik alleen maar vloeken. Taeke schrikt daar dan van, maar doet er tegelijkertijd alles aan om mij op te vrolijken, zoals mij zijn favoriete knuffel geven.
Daar moest ik dan weer om lachen. ‘Dankjewel, lieverd. Weet je, dit heeft geen zin, ik bel de zorg dat ik eraf wil en dan gaan we lekker naar buiten.’ Zo gezegd, zo gedaan, ik negeerde de twijfel of de gehele klysma uit mijn systeem was en we zijn naar het park gegaan, waar Taeke de grootste pret had. Totdat hij mijn darmen hoorde rommelen, toen zijn we weer naar huis gegaan.
Taeke is niet de enige die mijn darmen kan horen rommelen, Sintjin heeft er ook een zesde zintuig voor ontwikkeld. ‘Moet je niet even naar de wc?’, vraagt hij dan.
Ontkennen heeft geen zin en dus antwoord ik dat ik geen zin heb in dat gedoe, dat het ook alleen maar lucht kan zijn.
‘Nou, en? Wat heb je tegen een extra tripje naar de wc, als het oplucht?’ Tegen die logica kan ik niet op en dus vraag ik dan meestal toch de dames van de zorg om hulp.
Sintjin en Taeke zijn niet mijn lotgenoten, omdat zij niet voelen wat ik voel. Ik noem ze mijn deskundigen, omdat zij mij zo goed kennen. En ik ben er nog eentje tegengekomen, mijn collega, Moira. Toen ik vorige week woensdag met een ballon in mijn buik op het werk verscheen, had zij direct door wat er aan de hand was.
Moira heeft ook darmproblemen gehad. Niet dezelfde als ik, maar genoeg om de pijnpunten te herkennen. ‘Wil je niet naar huis?’, vroeg ze.
‘Nee, dat heeft nu geen zin. Ik ben liever bij jou, voor de nodige afleiding.’
Moira knikte en we hebben onze tijd gezellig vol gekletst. Ik heb haar zelfs al mijn gênante poepverhalen verteld, waar we samen heerlijk om hebben gelachen. Dat was een hele nieuwe, positieve ervaring. Ik ben nog steeds geen fan van het woord ‘lotgenoten’ maar ik vind het fijn dat Moira ook een deskundige is. Met de juiste deskundigen om ons heen, gaan we allemaal soms kwakkelend, maar lachend door het leven.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

2 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Deskundigen 

Lotgenoten, ik heb een hekel aan dat woord, het klinkt zo… sneu. Toen ik als columnist begon, deed ik dit met een duidelijk doel voor ogen: niet langer sneu gevonden worden! Ik wilde dat de lezers mij zagen als een heel normaal mens, met een heel normaal dagelijks leven. Want dat is ook zo, ik leid een heel normaal leven. Maar er zijn periodes zoals deze, wanneer ik niet om mijn beperking heen kan.
Als ik één ding aan mijn lichaam zou kunnen veranderen, denken mensen vaak dat ik voor mijn benen zou kiezen, omdat ik die niet kan gebruiken. Maar mensen die mij echt goed kennen, weten dat ik voor mijn darmen of mijn rug zou gaan. Want ja, ik kan mijn benen niet gebruiken, maar die zorgen niet voor pijn en ongemakkelijke situaties, mijn darmen en rug doen dat wel. Mijn rug kan soms zo’n zeer doen, dat het lijkt alsof ik geëlektrocuteerd word. Dit gebeurde laatst en dus had ik geen andere keus dan midden in de nacht om medicatie te vragen. De vrouw die mij kwam helpen schrok zichtbaar, wamt niet alleen voelde het alsof ik geëlektrocuteerd werd, zo zag het er ook uit, met mijn verkrampte kaken, trillende ledematen en bezweette lijf.
‘Ik heb een zetpil nodig’, bracht ik moeizaam uit. ‘Tramadol, op het nachtkastje.’
Taeke sprong van mijn voeten en liet de dame van de nacht haar gang gaan, maar dook een tel later naast mij op en drukte zijn neus tegen mijn slaap. ‘Vind je het vervelend dat hij dat doet?’, vroeg de dame, terwijl zij mij het medicijn toediende.
Ik maakte een ontkennend geluidje, want Taeke deed dit om mij te steunen: hij wist dat ik het vreselijk vond om een zetpil te krijgen.
Taeke kent ook de nukken van mijn darmen: soms hebben ze last van opstartproblemen, vaak bezorgen ze me een opgeblazen gevoel en hun nieuwste truc: soms helemaal niets doen. Tja, dan zit ik op mijn wc-stoel en kan ik alleen maar vloeken. Taeke schrikt daar dan van, maar doet er tegelijkertijd alles aan om mij op te vrolijken, zoals mij zijn favoriete knuffel geven.
Daar moest ik dan weer om lachen. ‘Dankjewel, lieverd. Weet je, dit heeft geen zin, ik bel de zorg dat ik eraf wil en dan gaan we lekker naar buiten.’ Zo gezegd, zo gedaan, ik negeerde de twijfel of de gehele klysma uit mijn systeem was en we zijn naar het park gegaan, waar Taeke de grootste pret had. Totdat hij mijn darmen hoorde rommelen, toen zijn we weer naar huis gegaan.
Taeke is niet de enige die mijn darmen kan horen rommelen, Sintjin heeft er ook een zesde zintuig voor ontwikkeld. ‘Moet je niet even naar de wc?’, vraagt hij dan.
Ontkennen heeft geen zin en dus antwoord ik dat ik geen zin heb in dat gedoe, dat het ook alleen maar lucht kan zijn.
‘Nou, en? Wat heb je tegen een extra tripje naar de wc, als het oplucht?’ Tegen die logica kan ik niet op en dus vraag ik dan meestal toch de dames van de zorg om hulp. 
Sintjin en Taeke zijn niet mijn lotgenoten, omdat zij niet voelen wat ik voel. Ik noem ze mijn deskundigen, omdat zij mij zo goed kennen. En ik ben er nog eentje tegengekomen, mijn collega, Moira. Toen ik vorige week woensdag met een ballon in mijn buik op het werk verscheen, had zij direct door wat er aan de hand was.
Moira heeft ook darmproblemen gehad. Niet dezelfde als ik, maar genoeg om de pijnpunten te herkennen. ‘Wil je niet naar huis?’, vroeg ze.
‘Nee, dat heeft nu geen zin. Ik ben liever bij jou, voor de nodige afleiding.’
Moira knikte en we hebben onze tijd gezellig vol gekletst. Ik heb haar zelfs al mijn gênante poepverhalen verteld, waar we samen heerlijk om hebben gelachen. Dat was een hele nieuwe, positieve ervaring. Ik ben nog steeds geen fan van het woord ‘lotgenoten’ maar ik vind het fijn dat Moira ook een deskundige is. Met de juiste deskundigen om ons heen, gaan we allemaal soms kwakkelend, maar lachend door het leven.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

S

Ik heb een nieuwe podcast ontdekt: Datevermaak. In deze luistershow bespreekt een groepje twintigers al hun date-avonturen: de toppen en de dalen, de do’s en de don’ts. Vooral de eerste aflevering was voor mij een feest der herkenning. Een van de dames had namelijk een leuke man ontmoet, maar kon zich de volgende ochtend, zijn naam niet meer herinneren. Want ja, lieve lezer, gênant maar waar: ook ik heb dit meegemaakt.
Toen een slungelige tiener mijn leven binnenliep met de woorden “Dus jij bent de beruchte Robin Corbee?” was het geen liefde op het eerste gezicht. De jongen bedoelde het niet verkeerd, maar omdat ik in die tijd erg werd gepest, viel deze openingszin niet in goede aarde.
Ik was Franse werkwoorden aan het leren, sloeg het boek dicht met mijn vinger tussen de bladzijden en snauwde. ‘Ja, ik ben Robin Corbee. Wie wil dat weten?’
Mijn ijskoude blik sprak boekdelen: opdonderen! Maar deze jongen liet zich niet afschrikken. Sterker nog, hij pakte een stoel en ging naast mij zitten. Dat bracht mij zo van mijn stuk, dat mijn vinger-bladwijzer tussen de pagina’s vandaan glipte en ik hem alleen maar verbluft aan kon kijken.
Ik was niet de enige die hiervan opkeek, mijn andere tafelgenoot keek hem met gefronste wenkbrauwen aan en zei: ‘Jij bent raar.’
‘Dat zijn we hier allemaal’, was de reactie van deze jongeman, ‘anders zaten we hier niet op school.’
Tot ieders verbazing schoot ik spontaan in de lach en raakten de jongen en ik aan de praat. Een vriendin die van een afstandje toekeek, klapte in haar handen en riep: ‘Jullie hebben veel met elkaar gemeen, wat leuk!
Ik voelde mijn wangen warm worden, maar kon niet ontkennen dat ze gelijk had. Daar dacht de jongen ook zo over, want toen we voor zijn klaslokaal stonden, vroeg hij: ‘Zullen we nog eens afspreken? Morgen in de lunchpauze, dezelfde plek?’
‘Ja, leuk! Alleen… weet ik nog steeds niet hoe jij heet.’
‘Oh, Sintjin Brouwer.’ En weg was hij, mij bezorgd achterlatend. Sintjin Brouwer? Die naam ging ik nooit onthouden! Wat moest ik doen? Als we elkaar morgen weer zagen, wilde ik het niet ongemakkelijk maken met “Hoi! Hoe eh, heet jij ook alweer?”
Toen de laatste bel was gegaan en de jongen en ik bijna letterlijk tegen elkaar opbotsten, schoot de oplossing door mijn hoofd. ‘Hé! Mag ik jouw nummer?’
Ik weet wat je denkt, lieve lezer: het nummer vragen van iemand die je maar een keer hebt ontmoet, is dat wel een goed idee? Een logisch argument, maar daar dacht ik op dat moment niet bij na, ik wilde gewoon een spiekbriefje bij de hand hebben en dit leek mij een prima idee.
Sintjin keek verbaasd, maar zei “Ja hoor” en gaf mij zijn nummer. Mijn spiekbriefje was binnen handbereik. ‘Wil je jouw naam even spellen?’, vroeg ik.
Oh, met een S en de rest gewoon zoals je het zegt.’
Mijn mond viel nog net niet open, hier had ik dus helemaal niets aan.
In de weken, misschien zelfs maanden daarna, stond Sintjin als S in mijn telefoon. Ik heb het Sintjin gevraagd en het is hem nooit opgevallen dat ik toen we elkaar net kenden, zijn naam ontweek.
Degene die mij uiteindelijk dat spiekbriefje gaf was verassend genoeg, mijn vader. Hij wilde weten wie mij na zo’n donkere tijd, weer kon laten glimlachen en ik moest blozend toegeven dat het door een jongen kwam, wiens naam ik niet kon onthouden. Wel had ik een foto van hem, die ik mijn vader liet zien.
Hij lachte. ‘Maar dat is Sintjin Brouwer, hij loopt stage bij ons.’
Mijn hart maakte een sprongetje. ‘Ja, zo heet hij!’ Haastig griste ik mijn telefoon uit zijn hand. ‘Hoe spel ik zijn naam?’
In ‘Datevermaak’ wordt het vergeten van iemands naam als een slecht voorteken gezien, maar ik ben het bewijs dat dit niet zo hoeft te zijn. S, oftewel Sintjin is na vijftien jaar nog steeds in mijn leven en onze eerste ontmoeting zal ik nooit meer vergeten.

Lieve S, ik hou van jou.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

3 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

S 

Ik heb een nieuwe podcast ontdekt: Datevermaak. In deze luistershow bespreekt een groepje twintigers al hun date-avonturen: de toppen en de dalen, de do’s en de don’ts. Vooral de eerste aflevering was voor mij een feest der herkenning. Een van de dames had namelijk een leuke man ontmoet, maar kon zich de volgende ochtend, zijn naam niet meer herinneren. Want ja, lieve lezer, gênant maar waar: ook ik heb dit meegemaakt.
Toen een slungelige tiener mijn leven binnenliep met de woorden “Dus jij bent de beruchte Robin Corbee?” was het geen liefde op het eerste gezicht. De jongen bedoelde het niet verkeerd, maar omdat ik in die tijd erg werd gepest, viel deze openingszin niet in goede aarde.
Ik was Franse werkwoorden aan het leren, sloeg het boek dicht met mijn vinger tussen de bladzijden en snauwde. ‘Ja, ik ben Robin Corbee. Wie wil dat weten?’
Mijn ijskoude blik sprak boekdelen: opdonderen! Maar deze jongen liet zich niet afschrikken. Sterker nog, hij pakte een stoel en ging naast mij zitten. Dat bracht mij zo van mijn stuk, dat mijn vinger-bladwijzer tussen de pagina’s vandaan glipte en ik hem alleen maar verbluft aan kon kijken.
Ik was niet de enige die hiervan opkeek, mijn andere tafelgenoot keek hem met gefronste wenkbrauwen aan en zei: ‘Jij bent raar.’
‘Dat zijn we hier allemaal’, was de reactie van deze jongeman, ‘anders zaten we hier niet op school.’
Tot ieders verbazing schoot ik spontaan in de lach en raakten de jongen en ik aan de praat. Een vriendin die van een afstandje toekeek, klapte in haar handen en riep: ‘Jullie hebben veel met elkaar gemeen, wat leuk!
Ik voelde mijn wangen warm worden, maar kon niet ontkennen dat ze gelijk had. Daar dacht de jongen ook zo over, want toen we voor zijn klaslokaal stonden, vroeg hij: ‘Zullen we nog eens afspreken? Morgen in de lunchpauze, dezelfde plek?’
‘Ja, leuk! Alleen… weet ik nog steeds niet hoe jij heet.’
‘Oh, Sintjin Brouwer.’ En weg was hij, mij bezorgd achterlatend. Sintjin Brouwer? Die naam ging ik nooit onthouden! Wat moest ik doen? Als we elkaar morgen weer zagen, wilde ik het niet ongemakkelijk maken met “Hoi! Hoe eh, heet jij ook alweer?”
Toen de laatste bel was gegaan en de jongen en ik bijna letterlijk tegen elkaar opbotsten, schoot de oplossing door mijn hoofd. ‘Hé! Mag ik jouw nummer?’
Ik weet wat je denkt, lieve lezer: het nummer vragen van iemand die je maar een keer hebt ontmoet, is dat wel een goed idee? Een logisch argument, maar daar dacht ik op dat moment niet bij na, ik wilde gewoon een spiekbriefje bij de hand hebben en dit leek mij een prima idee.
Sintjin keek verbaasd, maar zei “Ja hoor” en gaf mij zijn nummer. Mijn spiekbriefje was binnen handbereik. ‘Wil je jouw naam even spellen?’, vroeg ik.
Oh, met een S en de rest gewoon zoals je het zegt.’
Mijn mond viel nog net niet open, hier had ik dus helemaal niets aan.
In de weken, misschien zelfs maanden daarna, stond Sintjin als S in mijn telefoon. Ik heb het Sintjin gevraagd en het is hem nooit opgevallen dat ik toen we elkaar net kenden, zijn naam ontweek. 
Degene die mij uiteindelijk dat spiekbriefje gaf was verassend genoeg, mijn vader. Hij wilde weten wie mij na zo’n donkere tijd, weer kon laten glimlachen en ik moest blozend toegeven dat het door een jongen kwam, wiens naam ik niet kon onthouden. Wel had ik een foto van hem, die ik mijn vader liet zien.
Hij lachte. ‘Maar dat is Sintjin Brouwer, hij loopt stage bij ons.’
Mijn hart maakte een sprongetje. ‘Ja, zo heet hij!’ Haastig griste ik mijn telefoon uit zijn hand. ‘Hoe spel ik zijn naam?’
In ‘Datevermaak’ wordt het vergeten van iemands naam als een slecht voorteken gezien, maar ik ben het bewijs dat dit niet zo hoeft te zijn. S, oftewel Sintjin is na vijftien jaar nog steeds in mijn leven en onze eerste ontmoeting zal ik nooit meer vergeten.

Lieve S, ik hou van jou.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

De kracht van de pen

Schrijven is een onzeker, soms spannend proces. Toen ik nog voor ‘De Duinstreek schreef, wist ik precies waar mijn column terecht kwam. Nu mijn column op het wereldwijde web staat, weet ik dat niet meer zeker. Soms voelt het alsof ik een steen in een groot meer gooi: de steen veroorzaakt rimpelingen in het water, maar je weet niet of die rimpelingen iets teweeg gaan brengen. En zo ja, wat dan precies?
Een pen is soms net zo scherp als een mes en toen ik vorige week over de problemen bij Munckhof schreef, had ik zin om de mensen daar, verbaal te lijf te gaan. Maar ik vond het ook spannend, want tegelijkertijd ben ik niet goed met confrontaties. Ik wil het niet mis hebben en mensen in de problemen brengen. Maar ik geloof in de columns die ik schrijf en na publicatie zijn ze altijd terug te vinden, op eentje na.
Het gebeurde jaren geleden, toen ik de opleiding secretarieel medewerker deed. Om de opleiding te voltooien, moest ik alleen nog mijn computerrijbewijs halen en ik kwam nog één module tekort. Maar dat ging ik voor het einde van het schooljaar niet meer halen en dus kwam de computerleraar met een voorstel: ‘Je kunt het laatste examen ook nu doen, dan kom ik naast je zitten en help je met de antwoorden.’
‘Dus u wilt de antwoorden… voorzeggen?’
‘Als je er niet uit komt, ja.’
Maar dat wil ik niet, dat is valsspelen!’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Dan zak je voor jouw opleiding.’
Ik was stomverbaasd, gekwetst en boos dat hij mij niet op de juiste manier wilde helpen en ik heb al die frustratie in een column gegoten. Ik verstuurde hem naar de redactie en voelde de zenuwen kriebelen. Maar toen er na twee dagen na publicatie nog niet gebeurde, liet ik het los. Totdat de computerleraar mij naar zijn lokaal riep. Hij had mijn column gelezen en was razend. Wat ik niet wist, was dat de directeur mijn column ook had gelezen en hem bijna had ontslagen. Dit had de computerleraar weten te voorkomen, door hem ervan te overtuigen dat ik hem verkeerd had begrepen. Maar zijn woede op mij bleef en hij eiste een rectificatie. Als ik dat niet wilde doen, moest ik de column van mijn website verwijderen.
Even voor de duidelijkheid: ik was achttien en heel erg geschrokken. Hoewel ik zeker wist dat ik niets in de column had verzonnen, was dit niet mijn bedoeling geweest. Ik raakte in paniek door zijn boosheid en heb de column gedelete.
Deze herinnering schoot door mijn hoofd toen ik de column over Munckhof inplande op Schoorl Community. Ik was nerveus voor een eventuele boze reactie, maar wilde tegelijkertijd ook mijn zegje doen. En hoe groot was nou de kans dat Munckhof zelf, op mijn column zou reageren? Eén dag nadat ‘Het leed dat Munckhof heet’ online stond, ging mijn telefoon.
‘Met Robin Corbee.’
‘Hallo, mevrouw Corbee. U spreekt met het hoofdkantoor van Munckhof, wij hebben uw column gelezen en zouden graag even met u willen praten. Komt het gelegen?’
Het zweet stond direct in mijn handen, dit zag ik niet aankomen. Het blijkt dat Munckhof gebruik maakt van een soort Google Alert: dit systeem laat het jou weten als jouw bedrijf ergens op het internet wordt genoemd, zo kwam Munckhof bij mijn column terecht.
Ik was bang voor een felle reactie van hun kant, maar het werd een rustig, begripvol gesprek. Al mijn klachten zijn in behandeling genomen en over de vragen die ik heb, word ik nog teruggebeld. Ik kreeg zelfs een compliment over mijn schrijfstijl.
Na ons telefoongesprek, kon ik niet anders dan lachen. Schrijven is een onzeker proces, maar als jouw woorden als een pijl de roos raakt, zorgt dit voor een gevoel dat met geen pen te beschrijven valt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

3 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

De kracht van de pen

Schrijven is een onzeker, soms spannend proces. Toen ik nog voor ‘De Duinstreek schreef, wist ik precies waar mijn column terecht kwam. Nu mijn column op het wereldwijde web staat, weet ik dat niet meer zeker. Soms voelt het alsof ik een steen in een groot meer gooi: de steen veroorzaakt rimpelingen in het water, maar je weet niet of die rimpelingen iets teweeg gaan brengen. En zo ja, wat dan precies?
Een pen is soms net zo scherp als een mes en toen ik vorige week over de problemen bij Munckhof schreef, had ik zin om de mensen daar, verbaal te lijf te gaan. Maar ik vond het ook spannend, want tegelijkertijd ben ik niet goed met confrontaties. Ik wil het niet mis hebben en mensen in de problemen brengen. Maar ik geloof in de columns die ik schrijf en na publicatie zijn ze altijd terug te vinden, op eentje na.
Het gebeurde jaren geleden, toen ik de opleiding secretarieel medewerker deed. Om de opleiding te voltooien, moest ik alleen nog mijn computerrijbewijs halen en ik kwam nog één module tekort. Maar dat ging ik voor het einde van het schooljaar niet meer halen en dus kwam de computerleraar met een voorstel: ‘Je kunt het laatste examen ook nu doen, dan kom ik naast je zitten en help je met de antwoorden.’
‘Dus u wilt de antwoorden… voorzeggen?’
‘Als je er niet uit komt, ja.’ 
Maar dat wil ik niet, dat is valsspelen!’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Dan zak je voor jouw opleiding.’
Ik was stomverbaasd, gekwetst en boos dat hij mij niet op de juiste manier wilde helpen en ik heb al die frustratie in een column gegoten. Ik verstuurde hem naar de redactie en voelde de zenuwen kriebelen. Maar toen er na twee dagen na publicatie nog niet gebeurde, liet ik het los. Totdat de computerleraar mij naar zijn lokaal riep. Hij had mijn column gelezen en was razend. Wat ik niet wist, was dat de directeur mijn column ook had gelezen en hem bijna had ontslagen. Dit had de computerleraar weten te voorkomen, door hem ervan te overtuigen dat ik hem verkeerd had begrepen. Maar zijn woede op mij bleef en hij eiste een rectificatie. Als ik dat niet wilde doen, moest ik de column van mijn website verwijderen.
Even voor de duidelijkheid: ik was achttien en heel erg geschrokken. Hoewel ik zeker wist dat ik niets in de column had verzonnen, was dit niet mijn bedoeling geweest. Ik raakte in paniek door zijn boosheid en heb de column gedelete.
Deze herinnering schoot door mijn hoofd toen ik de column over Munckhof inplande op Schoorl Community. Ik was nerveus voor een eventuele boze reactie, maar wilde tegelijkertijd ook mijn zegje doen. En hoe groot was nou de kans dat Munckhof zelf, op mijn column zou reageren? Eén dag nadat ‘Het leed dat Munckhof heet’ online stond, ging mijn telefoon.
‘Met Robin Corbee.’
‘Hallo, mevrouw Corbee. U spreekt met het hoofdkantoor van Munckhof, wij hebben uw column gelezen en zouden graag even met u willen praten. Komt het gelegen?’
Het zweet stond direct in mijn handen, dit zag ik niet aankomen. Het blijkt dat Munckhof gebruik maakt van een soort Google Alert: dit systeem laat het jou weten als jouw bedrijf ergens op het internet wordt genoemd, zo kwam Munckhof bij mijn column terecht.
Ik was bang voor een felle reactie van hun kant, maar het werd een rustig, begripvol gesprek. Al mijn klachten zijn in behandeling genomen en over de vragen die ik heb, word ik nog teruggebeld. Ik kreeg zelfs een compliment over mijn schrijfstijl.
Na ons telefoongesprek, kon ik niet anders dan lachen. Schrijven is een onzeker proces, maar als jouw woorden als een pijl de roos raakt, zorgt dit voor een gevoel dat met geen pen te beschrijven valt.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Spannend maar het is fijn als er gelezen en geluisterd wordt en er wellicht ook iets aan gedaan wordt.

De Rijdende Columnist Columnist

Het leed dat Munckhof heet

Ik vind het heel relaxt om met een taxi te reizen. Om mezelf te laten vervoeren en erop te vertrouwen dat ik kom waar ik zijn moet. Dat wil zeggen: als het goed gaat.
Toen de taxi’s van centrale Munckhof in Heerhugowaard begonnen te rijden, was ik vol vertrouwen. Ze mochten een kwartier eerder of later komen dan de afgesproken tijd en hielden zich daar keurig aan. Voor de eerste drie weken. Daarna mocht ik weer een halfuur op mijn taxi wachten, soms zelfs langer.
Dan is er nog hun website, waar je zelf je eigen taxiritten kunt inplannen. Een hele uitkomst, want je hebt niet langer met telefonisten te maken die jou niet goed kunnen verstaan. Maar nogmaals, dan moet de website het wel doen. Een paar weken geleden zaten Taeke en ik op onze taxi te wachten, toen ik besloot om op de website alles nog eens te checken. Het ene moment keek ik naar onze reserveringen, het volgende waren ze verdwenen. Poef!
Stomverbaasd belde ik de taxicentrale. ‘Hallo, ik kijk net naar mijn taxiritten op jullie website en nu lijken ze weg te zijn.’
‘Oh.’ Ik hoorde de dame op haar toetsenbord tikken. ‘Nee, mevrouw Corbee, ik zie de ritten ook niet in ons systeem staan.’
‘Maar ik heb die ritten zelf in jullie systeem gezet, ik heb ze net nog gezien!’
‘Dan is het waarschijnlijk een fout van de website’, zei de vrouw luchtig. ‘Zal ik een nieuwe taxi voor u inplannen? Dan staat die over een uur bij u voor de deur.’
‘Daar heb ik niets meer aan’, kreunde ik. ‘Gaat er nog wel iemand naar de website kijken?’
‘Dat is niet mijn terrein. Een fijne avond nog, mevrouw Corbee.’ De verbinding werd verbroken.
Ik vermoed dat u dit vol verbazing leest, lieve lezer, maar het kan nog erger. Zoals vorige week woensdag, toen ik al een halfuur had gewacht op de taxi, de centrale belde en te horen kreeg dat het nóg een kwartier ging duren.
‘Maar dan heeft het al bijna geen zin meer!’, klaagde ik. ‘Het dansen is al begonnen en ik vermoed dat we mijn danspartner ook nog moeten ophalen. Tegen de tijd dat we bij het dansen aankomen, is de taxi die we terug hebben besteld, al onderweg! Kunt u deze ritten niet annuleren?’
De telefoniste deelde mij mee dat dit niet meer mogelijk was, dat de chauffeur al bijna bij mij voor de deur stond en met een simpel ‘Succes’ stond ik er alleen voor.
Toen de taxi aan kwam rijden, wist ik niet goed wat ik moest doen en de chauffeur ook niet. Hij was duidelijk nieuw en bleef mij maar geruststellen met de woorden “Don’t worry, be happy.” Ik had het hart niet om boos te worden op deze man, hij kon hier ook niets aan doen.
Zoals ik al had verwacht, moesten we Marloes nog ophalen en verwoordde zij zacht wat ik ook dacht: ‘Ik hoop niet dat we onderweg onze taxi terug tegenkomen, dan kunnen wij niet alleen niet dansen, maar moeten we ook nog eens een extra uur op een nieuwe taxi wachten.’
Ik was het met haar eens, maar wat kon ik zeggen? Ik keek naar Taeke, die naast mij vredig lag te slapen. Gelukkig haalde iemand nog iets uit deze nutteloze taxirit.

Marloes en ik zagen onze taxi terug, niet langskomen. We konden zelfs nog even dansen, maar moesten vervolgens wel weer een uur op onze taxi terug wachten. Dit keer zat een van onze favoriete chauffeurs achter het stuur: Rob.
Hij vertelde ons dat ook hij en de rest van zijn collega’s, problemen ondervonden bij Munckhof. Toen hij laatst een blindedarmontsteking had en twee weken uit de running was, werd er €266,- van zijn salaris ingetrokken. Omdat, zoals hij zelf zei: ziek zijn geld kost. Mijn mond viel open.
Het bleek dat er die dag een ernstig ongeluk was gebeurd in Heerhugowaard, waardoor al het verkeer hinder ondervond. Is dit een geldig excuus voor het gestuntel bij Munckhof? Ik vind van niet, want dit gedoe duurt al veel langer. Ik zal de taxi blijven gebruiken omdat het moet, maar als hij weer zo laat komt, zeg ik niet “Taxi, hallo!” maar “Dank u, tot ziens.”
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft
... Bekijk meerBekijk minder

3 maanden geleden
De Rijdende Columnist Columnist

Het leed dat Munckhof heet

Ik vind het heel relaxt om met een taxi te reizen. Om mezelf te laten vervoeren en erop te vertrouwen dat ik kom waar ik zijn moet. Dat wil zeggen: als het goed gaat.
Toen de taxi’s van centrale Munckhof in Heerhugowaard begonnen te rijden, was ik vol vertrouwen. Ze mochten een kwartier eerder of later komen dan de afgesproken tijd en hielden zich daar keurig aan. Voor de eerste drie weken. Daarna mocht ik weer een halfuur op mijn taxi wachten, soms zelfs langer.
Dan is er nog hun website, waar je zelf je eigen taxiritten kunt inplannen. Een hele uitkomst, want je hebt niet langer met telefonisten te maken die jou niet goed kunnen verstaan. Maar nogmaals, dan moet de website het wel doen. Een paar weken geleden zaten Taeke en ik op onze taxi te wachten, toen ik besloot om op de website alles nog eens te checken. Het ene moment keek ik naar onze reserveringen, het volgende waren ze verdwenen. Poef!
Stomverbaasd belde ik de taxicentrale. ‘Hallo, ik kijk net naar mijn taxiritten op jullie website en nu lijken ze weg te zijn.’
‘Oh.’ Ik hoorde de dame op haar toetsenbord tikken. ‘Nee, mevrouw Corbee, ik zie de ritten ook niet in ons systeem staan.’
‘Maar ik heb die ritten zelf in jullie systeem gezet, ik heb ze net nog gezien!’
‘Dan is het waarschijnlijk een fout van de website’, zei de vrouw luchtig. ‘Zal ik een nieuwe taxi voor u inplannen? Dan staat die over een uur bij u voor de deur.’
‘Daar heb ik niets meer aan’, kreunde ik. ‘Gaat er nog wel iemand naar de website kijken?’
‘Dat is niet mijn terrein. Een fijne avond nog, mevrouw Corbee.’ De verbinding werd verbroken.
Ik vermoed dat u dit vol verbazing leest, lieve lezer, maar het kan nog erger. Zoals vorige week woensdag, toen ik al een halfuur had gewacht op de taxi, de centrale belde en te horen kreeg dat het nóg een kwartier ging duren.
‘Maar dan heeft het al bijna geen zin meer!’, klaagde ik. ‘Het dansen is al begonnen en ik vermoed dat we mijn danspartner ook nog moeten ophalen. Tegen de tijd dat we bij het dansen aankomen, is de taxi die we terug hebben besteld, al onderweg! Kunt u deze ritten niet annuleren?’
De telefoniste deelde mij mee dat dit niet meer mogelijk was, dat de chauffeur al bijna bij mij voor de deur stond en met een simpel ‘Succes’ stond ik er alleen voor.
Toen de taxi aan kwam rijden, wist ik niet goed wat ik moest doen en de chauffeur ook niet. Hij was duidelijk nieuw en bleef mij maar geruststellen met de woorden “Don’t worry, be happy.” Ik had het hart niet om boos te worden op deze man, hij kon hier ook niets aan doen.
Zoals ik al had verwacht, moesten we Marloes nog ophalen en verwoordde zij zacht wat ik ook dacht: ‘Ik hoop niet dat we onderweg onze taxi terug tegenkomen, dan kunnen wij niet alleen niet dansen, maar moeten we ook nog eens een extra uur op een nieuwe taxi wachten.’
Ik was het met haar eens, maar wat kon ik zeggen? Ik keek naar Taeke, die naast mij vredig lag te slapen. Gelukkig haalde iemand nog iets uit deze nutteloze taxirit.

Marloes en ik zagen onze taxi terug, niet langskomen. We konden zelfs nog even dansen, maar moesten vervolgens wel weer een uur op onze taxi terug wachten. Dit keer zat een van onze favoriete chauffeurs achter het stuur: Rob.
Hij vertelde ons dat ook hij en de rest van zijn collega’s, problemen ondervonden bij Munckhof. Toen hij laatst een blindedarmontsteking had en twee weken uit de running was, werd er €266,- van zijn salaris ingetrokken. Omdat, zoals hij zelf zei: ziek zijn geld kost. Mijn mond viel open.
Het bleek dat er die dag een ernstig ongeluk was gebeurd in Heerhugowaard, waardoor al het verkeer hinder ondervond. Is dit een geldig excuus voor het gestuntel bij Munckhof? Ik vind van niet, want dit gedoe duurt al veel langer. Ik zal de taxi blijven gebruiken omdat het moet, maar als hij weer zo laat komt, zeg ik niet “Taxi, hallo!” maar “Dank u, tot ziens.”
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft

Reactie op Facebook

Wij hebben altijd goede ritten gehad met Munckhof. Hadden ze alleen voor medische ritten. Daarin tegen gebruiken ze op mijn werk regiotaxi (voorheen bios) en daar hebben we ook veel problemen mee. Het is en blijft lastig. Sommige mensen zijn afhankelijk van de taxi en je blijft elke keer hopen dat deze rit wel goed gaat. Succes!!

Niet prettig om zo afhankelijk te moeten zijn met reizen. Zoiets ontneemt je de lust om iets te ondernemen ! Hoop dat het snel weer op tijd gebeurt.

Het ergste is dat ze er luchtig mee om gaan, je van het kastje naar de muur schuiven er er , tot mu toe, niets aan doen 👎 leef met je mee hoor

Wat schandalig is dit van dat bedrijf. Om uit je vel te springen.Slechte reclame.Sterkte

Valys of Regio Taxi??

View more comments

De Rijdende Columnist Schrijft:

Enkeltje Amsterdam?

Een column schrijven is moeilijker dan het lijkt. Soms heb ik de onderwerpen voor het oprapen en soms is het zo windstil, dat de emmer met reserve columns ook op raakt. Daar klaagde ik vorige week dinsdag over: ‘Wat moet ik nou? Ik heb nog een reserve column die ik tot iets leuks kan ombuigen, maar dan ben ik de week daarna, echt helemaal blanco!’
Op het moment dat ik dat riep, wreef er iemand daarboven gniffelend in zijn handen en dacht: dus jij wilt actie in de tent? Prima, dan kan je het krijgen ook!
De volgende dag was mijn grootste zorg een gesprek met de leidinggevende van onze flat. Totdat mijn telefoon ging en een vriendelijke dame tegen mij zei: ‘Hallo, u spreekt met Fokuswonen Amsterdam. Ik bel in verband met een woning waar u een tijdje geleden op gereageerd hebt. Ik vroeg mij af of u nog steeds interesse heeft in een bezichtiging.’
Ik was stomverbaasd. Ik opende mijn mond, daar kwam geen geluid uit, dus deed ik een tweede poging. ‘Maar ik dacht dat ik gemiddeld tien jaar op de wachtlijst moest staan, voordat ik in aanmerking zou komen voor een woning’, piepte ik.
‘In dit geval niet’, zei de vrouw vriendelijk. ‘Dus u heeft nog interesse?’
‘Eh, ja.’
‘Mooi.’ Gedempt getik op een toetsenbord. ‘Zou u overmorgen kunnen?’
‘Vrijdag? O-oké.’
Daar gingen Sintjin en ik, die vrijdagmiddag op weg naar Amsterdam. Op een gegeven moment gaf Sintjin een kneepje in mijn hand. ‘Kijk, daar werk ik, nog geen tien minuten bij jou vandaan, gok ik.’
Ik beantwoordde zijn kneepje en voelde het enthousiasme door mij heen bruisen. Als ik ja zei tegen deze woning, zou onze latrelatie een stuk korter worden.
Terwijl mijn potentiële huis steeds dichterbij kwam, moest ik denken aan mijn eerdere huisbezichtigingen: de schok in Nieuwe Niedorp over hoe klein het was en het directe ja!-gevoel toen ik mijn appartement in Heerhugowaard betrad.
Nu reed ik een appartement in Amsterdam binnen. Schrok niet, maar ook het yes!-moment bleef uit. De potentie was er en de plek waar ik mezelf zeker zag zitten, was de tuin. Daar was ik meteen verliefd op, maar toen ik op zoek ging naar wandelroutes voor Taeke, zakte de moed mij in de schoenen. Waar was het groen?
‘Robin, pas op, hier kun je de stoep niet af!’
Ik remde nog net op tijd. ‘Waar is een afstap?’
Sintjin keek zoekend rond. ‘Die zijn hier niet, de stoep loopt gewoon af tot het laagste punt.’
‘Dat kan ik niet zien.’
‘Weet ik.’
Met Sintjin’s hulp kwam ik toch de stoep af en samen verkenden we de buurt. Hoe verder we kwamen, hoe benauwder ik het kreeg. Dit, terwijl het een extreem rustige buurt was. Als Taeke niet in mijn leven was geweest, had ik zeker ja gezegd. Maar Taeke is wel in mijn leven en ik had geen idee welke kant ik met hem uit kon.
Op dat moment ging Sintjin’s telefoon. ‘Ja? Ik vraag het even.’ Sintjin dempte zijn stem en vroeg: ‘De taxichauffeur vraagt of hij een uur eerder kan komen.’
Even keken we elkaar twijfelend aan en toen knikte ik. ‘Laat hem maar komen, ik denk dat ik het voor nu wel gezien heb.’

Ik verliet Amsterdam met een druk, bonkend hoofd en deed bij thuiskomst het eerste wat er in mij op kwam: ik ging met Taeke naar het park.
Pas toen Taeke van mij wegrende, voelde het alsof ik weer adem kon halen. Hier zijn voelde als een opluchting, zei dat niet iets? In het park was ik gelukkig, bij het groen en het water, kon ik dat opgeven? Die vraag spookte de afgelopen drie dagen constant door mijn hoofd. Sintjin wist het antwoord eerder dan ik: ‘Als jij naar Amsterdam verhuist, krijgen wij het leven dat we willen, maar tegen welke prijs? Ik zou het vreselijk vinden als jij voor mij ergens gaat wonen, waar je zelf niet uit de voeten kunt. Die prijs is te hoog.’
Ik wist dat hij gelijk had, maar had moeite met de waarheid: ik kon de toekomst waar ik van droomde met Sintjin, nu bijna aanraken. Als een kaarsvlam waar ik de warmte van kon voelen. En toch heb ik die kaarsvlam vandaag zelf uitgeblazen, omdat ik weet dat dit niet de plek voor mij was.
Als dit avontuur mij iets heeft laten zien, is dat ik de omgeving om mij heen weer extra waardeer. Het perfecte huis komt wanneer het komt, daar geloof ik in. Voor nu is het goed.
Ik had in ieder geval weer genoeg stof voor een column. Wat het volgende onderwerp wordt? Geen idee, maar nu ga ik slapen, want dat heb ik de afgelopen dagen door de spanning niet kunnen doen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

3 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Enkeltje Amsterdam?

Een column schrijven is moeilijker dan het lijkt. Soms heb ik de onderwerpen voor het oprapen en soms is het zo windstil, dat de emmer met reserve columns ook op raakt. Daar klaagde ik vorige week dinsdag over: ‘Wat moet ik nou? Ik heb nog een reserve column die ik tot iets leuks kan ombuigen, maar dan ben ik de week daarna, echt helemaal blanco!’
Op het moment dat ik dat riep, wreef er iemand daarboven gniffelend in zijn handen en dacht: dus jij wilt actie in de tent? Prima, dan kan je het krijgen ook!
De volgende dag was mijn grootste zorg een gesprek met de leidinggevende van onze flat. Totdat mijn telefoon ging en een vriendelijke dame tegen mij zei: ‘Hallo, u spreekt met Fokuswonen Amsterdam. Ik bel in verband met een woning waar u een tijdje geleden op gereageerd hebt. Ik vroeg mij af of u nog steeds interesse heeft in een bezichtiging.’
Ik was stomverbaasd. Ik opende mijn mond, daar kwam geen geluid uit, dus deed ik een tweede poging. ‘Maar ik dacht dat ik gemiddeld tien jaar op de wachtlijst moest staan, voordat ik in aanmerking zou komen voor een woning’, piepte ik.
‘In dit geval niet’, zei de vrouw vriendelijk. ‘Dus u heeft nog interesse?’
‘Eh, ja.’
‘Mooi.’ Gedempt getik op een toetsenbord. ‘Zou u overmorgen kunnen?’
‘Vrijdag? O-oké.’
Daar gingen Sintjin en ik, die vrijdagmiddag op weg naar Amsterdam. Op een gegeven moment gaf Sintjin een kneepje in mijn hand. ‘Kijk, daar werk ik, nog geen tien minuten bij jou vandaan, gok ik.’
Ik beantwoordde zijn kneepje en voelde het enthousiasme door mij heen bruisen. Als ik ja zei tegen deze woning, zou onze latrelatie een stuk korter worden.
Terwijl mijn potentiële huis steeds dichterbij kwam, moest ik denken aan mijn eerdere huisbezichtigingen: de schok in Nieuwe Niedorp over hoe klein het was en het directe ja!-gevoel toen ik mijn appartement in Heerhugowaard betrad.
Nu reed ik een appartement in Amsterdam binnen. Schrok niet, maar ook het yes!-moment bleef uit. De potentie was er en de plek waar ik mezelf zeker zag zitten, was de tuin. Daar was ik meteen verliefd op, maar toen ik op zoek ging naar wandelroutes voor Taeke, zakte de moed mij in de schoenen. Waar was het groen?
‘Robin, pas op, hier kun je de stoep niet af!’
Ik remde nog net op tijd. ‘Waar is een afstap?’
Sintjin keek zoekend rond. ‘Die zijn hier niet, de stoep loopt gewoon af tot het laagste punt.’
‘Dat kan ik niet zien.’
‘Weet ik.’
Met Sintjin’s hulp kwam ik toch de stoep af en samen verkenden we de buurt. Hoe verder we kwamen, hoe benauwder ik het kreeg. Dit, terwijl het een extreem rustige buurt was. Als Taeke niet in mijn leven was geweest, had ik zeker ja gezegd. Maar Taeke is wel in mijn leven en ik had geen idee welke kant ik met hem uit kon.
Op dat moment ging Sintjin’s telefoon. ‘Ja? Ik vraag het even.’ Sintjin dempte zijn stem en vroeg: ‘De taxichauffeur vraagt of hij een uur eerder kan komen.’
Even keken we elkaar twijfelend aan en toen knikte ik. ‘Laat hem maar komen, ik denk dat ik het voor nu wel gezien heb.’

Ik verliet Amsterdam met een druk, bonkend hoofd en deed bij thuiskomst het eerste wat er in mij op kwam: ik ging met Taeke naar het park.
Pas toen Taeke van mij wegrende, voelde het alsof ik weer adem kon halen. Hier zijn voelde als een opluchting, zei dat niet iets? In het park was ik gelukkig, bij het groen en het water, kon ik dat opgeven? Die vraag spookte de afgelopen drie dagen constant door mijn hoofd. Sintjin wist het antwoord eerder dan ik: ‘Als jij naar Amsterdam verhuist, krijgen wij het leven dat we willen, maar tegen welke prijs? Ik zou het vreselijk vinden als jij voor mij ergens gaat wonen, waar je zelf niet uit de voeten kunt. Die prijs is te hoog.’
Ik wist dat hij gelijk had, maar had moeite met de waarheid: ik kon de toekomst waar ik van droomde met Sintjin, nu bijna aanraken. Als een kaarsvlam waar ik de warmte van kon voelen. En toch heb ik die kaarsvlam vandaag zelf uitgeblazen, omdat ik weet dat dit niet de plek voor mij was.
Als dit avontuur mij iets heeft laten zien, is dat ik de omgeving om mij heen weer extra waardeer. Het perfecte huis komt wanneer het komt, daar geloof ik in. Voor nu is het goed.
Ik had in ieder geval weer genoeg stof voor een column. Wat het volgende onderwerp wordt? Geen idee, maar nu ga ik slapen, want dat heb ik de afgelopen dagen door de spanning niet kunnen doen.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Een onverwachte helpende hand

De Tweede Wereldoorlog heeft mij altijd gefascineerd. Soms probeer ik me voor te stellen hoe het was om in die tijd te leven. Hoe het zou zijn om een Jodenster te moeten dragen en om al die verafschuwde en wantrouwige blikken op jou gericht te voelen.
Zelf kan ik totaal niet tegen de boze, wantrouwige blik. Ik geef de Boze Buurman de schuld. Een paar jaar geleden had hij het op mij gemunt, omdat hij het niet leuk vond dat Bindi tegenover zijn huis poepte. Dit liep behoorlijk uit de hand: hij heeft ons klemgezet en Bindi zelfs bedreigd. Ik was zo bang, dat ik altijd gas gaf als Bindi en ik langs zijn huis moesten. De pesterijen van deze man hielden pas op, toen zijn vrouw hem letterlijk in de kraag greep en hem duidelijk maakte dat hij ons met rust moest laten. Vanaf dat moment kon ik weer met een gerust hart langs hun huis rijden, maar het kwaad was al geschied.
Sindsdien vind ik het lastig als iemand chagrijnig naar mij kijkt. Kijken ze zo met een reden? Moet ik op mijn tellen passen? Dit, in combinatie met mijn bewijsdrang, kan voor moeilijke situaties zorgen. Zoals laatst, toen ik een bezorging moest ophalen bij de Appie.
Ik had een klein pakketje verwacht, maar het was een behoorlijk grote doos, die niet helemaal op mijn blad paste. De vrouw achter de balie, keek mij onderzoekend aan. ‘Gaat dit wel lukken?’
Ik zag een oudere man achter zijn rollator bozig naar mij kijken en slikte. ‘Ja hoor.’
Ik jokte, ik had geen idee hoe ik dit enorme ding mee naar huis ging krijgen. Maar daar ging ik, stapvoets over straat. Voorbijgangers zagen eerst de doos en daarna pas mij, het was een behoorlijke ongemakkelijke ervaring. Om het allemaal nog leuker te maken, merkte ik dat ik werd gevolgd door de man achter zijn rollator. Ik had geen idee waarom en het zweet brak mij uit.
Ik ga snauwen als ik me ongemakkelijk voel, het is een eigenschap waar ik niet trots op ben. Ik hoorde de slepende voetstappen van de man achter me en voelde de bijtende woorden op mijn lippen branden. “Waarom volgt u mij? Bemoeit u zich lekker met uw eigen zaken!”
Maar ik hield de woorden binnen, klampte me vast aan de doos en reed naar huis. Om er daar vervolgens achter te komen dat ik met de doos op mijn blad, mijn eigen huis niet in kon.
Zachtjes vloekend bleef ik staan, niet zeker over wat ik nu moest doen.
‘Hulp nodig, dame?’
Geschrokken draaide ik me om en zag de oude man achter mij staan. ‘Ik zag jou met die grote doos’, zei hij, ‘en ben je maar gevolgd, omdat ik niet zeker wist of het wel goed zou gaan. Zal ik die maar even voor jou binnenzetten?’
De boze woorden losten op in mijn mond en ik voelde mijn wangen warm worden, beschaamd over wat ik bijna had gezegd. ‘Dat zou fijn zijn, dank u.’
Ik opende de deur, de man stapte achter zijn rollator vandaan, nam de doos van mij over en zette hem in de keuken. Toen hij weer naar buiten kwam, had hij een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Ik had hem echt verkeerd ingeschat.
‘Heel erg bedankt voor uw hulp, meneer. Dat had u niet hoeven te doen.’
‘Oh, jawel, we zijn hier op deze aarde, om elkaar te helpen. Een fijne dag nog.’
De man liep langzaam verder, mij achterlatend met een wijze les. De Tweede Wereldoorlog mag mij dan fascineren, ik ben blij dat we niet meer in deze tijd leven. Toch lijken we onze medemens meer en meer te wantrouwen en dat zou niet moeten. Ja, waakzaamheid bij vreemden in wijsheid, maar de onverwachte helpende handen bestaan nog. Je moet ze alleen durven aan te nemen.

Ik had niet echt een foto die bij deze column paste, behalve deze. Een foto van Taeke, mijn helpende hand, genietend in het gras. Als dat niet het ultieme beeld van vrijheid is, weet ik het ook niet meer.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

4 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Een onverwachte helpende hand

De Tweede Wereldoorlog heeft mij altijd gefascineerd. Soms probeer ik me voor te stellen hoe het was om in die tijd te leven. Hoe het zou zijn om een Jodenster te moeten dragen en om al die verafschuwde en wantrouwige blikken op jou gericht te voelen.
Zelf kan ik totaal niet tegen de boze, wantrouwige blik. Ik geef de Boze Buurman de schuld. Een paar jaar geleden had hij het op mij gemunt, omdat hij het niet leuk vond dat Bindi tegenover zijn huis poepte. Dit liep behoorlijk uit de hand: hij heeft ons klemgezet en Bindi zelfs bedreigd. Ik was zo bang, dat ik altijd gas gaf als Bindi en ik langs zijn huis moesten. De pesterijen van deze man hielden pas op, toen zijn vrouw hem letterlijk in de kraag greep en hem duidelijk maakte dat hij ons met rust moest laten. Vanaf dat moment kon ik weer met een gerust hart langs hun huis rijden, maar het kwaad was al geschied.
Sindsdien vind ik het lastig als iemand chagrijnig naar mij kijkt. Kijken ze zo met een reden? Moet ik op mijn tellen passen? Dit, in combinatie met mijn bewijsdrang, kan voor moeilijke situaties zorgen. Zoals laatst, toen ik een bezorging moest ophalen bij de Appie.
Ik had een klein pakketje verwacht, maar het was een behoorlijk grote doos, die niet helemaal op mijn blad paste. De vrouw achter de balie, keek mij onderzoekend aan. ‘Gaat dit wel lukken?’
Ik zag een oudere man achter zijn rollator bozig naar mij kijken en slikte. ‘Ja hoor.’ 
Ik jokte, ik had geen idee hoe ik dit enorme ding mee naar huis ging krijgen. Maar daar ging ik, stapvoets over straat. Voorbijgangers zagen eerst de doos en daarna pas mij, het was een behoorlijke ongemakkelijke ervaring. Om het allemaal nog leuker te maken, merkte ik dat ik werd gevolgd door de man achter zijn rollator. Ik had geen idee waarom en het zweet brak mij uit.
Ik ga snauwen als ik me ongemakkelijk voel, het is een eigenschap waar ik niet trots op ben. Ik hoorde de slepende voetstappen van de man achter me en voelde de bijtende woorden op mijn lippen branden. “Waarom volgt u mij? Bemoeit u zich lekker met uw eigen zaken!”
Maar ik hield de woorden binnen, klampte me vast aan de doos en reed naar huis. Om er daar vervolgens achter te komen dat ik met de doos op mijn blad, mijn eigen huis niet in kon.
Zachtjes vloekend bleef ik staan, niet zeker over wat ik nu moest doen.
‘Hulp nodig, dame?’
Geschrokken draaide ik me om en zag de oude man achter mij staan. ‘Ik zag jou met die grote doos’, zei hij, ‘en ben je maar gevolgd, omdat ik niet zeker wist of het wel goed zou gaan. Zal ik die maar even voor jou binnenzetten?’
De boze woorden losten op in mijn mond en ik voelde mijn wangen warm worden, beschaamd over wat ik bijna had gezegd. ‘Dat zou fijn zijn, dank u.’
Ik opende de deur, de man stapte achter zijn rollator vandaan, nam de doos van mij over en zette hem in de keuken. Toen hij weer naar buiten kwam, had hij een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Ik had hem echt verkeerd ingeschat.
‘Heel erg bedankt voor uw hulp, meneer. Dat had u niet hoeven te doen.’
‘Oh, jawel, we zijn hier op deze aarde, om elkaar te helpen. Een fijne dag nog.’
De man liep langzaam verder, mij achterlatend met een wijze les. De Tweede Wereldoorlog mag mij dan fascineren, ik ben blij dat we niet meer in deze tijd leven. Toch lijken we onze medemens meer en meer te wantrouwen en dat zou niet moeten. Ja, waakzaamheid bij vreemden in wijsheid, maar de onverwachte helpende handen bestaan nog. Je moet ze alleen durven aan te nemen.

Ik had niet echt een foto die bij deze column paste, behalve deze. Een foto van Taeke, mijn helpende hand, genietend in het gras. Als dat niet het ultieme beeld van vrijheid is, weet ik het ook niet meer.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Wat een mooi verhaal. Het zet je echt aan het denken. Dank je. 🙏

Mooi en intens verhaal.

De Rijdende Columnist Schrijft:

Spiegel

Niet alle mensen hebben hondenkennis, maar honden hebben wel mensenkennis.
Bindi’s instinct werkte prima. Ik herinner me een avondwandeling toen Bin en ik een groepje jongens passeerden. Eén van hen vroeg: ‘Is dat jouw blindengeleidehond?’
De vraag was heel normaal, maar de toon waarop hij werd gezegd, maakte duidelijk dat ik werd uitgedaagd. Ik moest niet happen, maar ik kon het niet laten. ‘Denk je dat als ik blind was, ik in een elektrische rolstoel zou rijden?’
De jongen snoof en maakte zich los van de brandweerkazerne, waar hij tegenaan geleund stond. Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik beter mijn mond had kunnen houden. Zeker toen hij een stap in mijn richting deed en nog één. Hij stak een hand naar mij uit, maar had niet op Bindi gerekend, die in een flits op haar achterpoten stond en een laag, dreigend gegrom liet horen.
De jongen grinnikte. ‘Braaf hondje.’
Zijn hand kwam nog dichterbij. Ik moest hier weg, ik moest… HAP! Bindi’s kaken hadden de vingers van de jongen op een haar na gemist. Haar boodschap was duidelijk: afblijven!
Geschrokken trok de jongen zijn hand terug. ‘Hé, hou dat beest van je onder controle!’
De jongens gingen ervandoor, maar Bindi ging pas weer op vier poten staan toen ze in het duister verdwenen waren. Haar blik onder de straatlantaarns, zei alles: ‘Geen zorgen, baas. Ik bescherm je wel.’
En nu is er Taeke: mijn grote, lompe vriend, die in zijn hart nog steeds een puppy is. Maar onderschat hem niet, vorig jaar heeft hij nog een indringer uit mijn huis verjaagd, toen ik nog in bed lag. Verder is hij heel duidelijk in wie zijn favoriete mensen zijn. Oftewel, mijn favoriete mensen: pap en mam, Sintjin, Ayesha en Alex. Dit geldt ook voor de dames van de zorg: Taeke weet precies aan wie hij zijn Leeuwtje kan geven en bij wie hij dat beter kan laten. Biedt meneer jou zijn Leeuwtje aan, dan is dat een groot compliment, dan mogen wij jou allebei heel erg graag.
Taeke is mijn spiegel: hij doet vaak de dingen die ik zelf zou willen doen. Zoals een paar weken geleden, toen ik samen met Sintjin naar de nieuwste Fantastic Beasts-film ging. Ook Alex ging mee, wat ik geweldig vond, want ik had hen sinds kerst niet meer gezien. Dat zijn van die momenten dat je iemand graag een knuffel wil geven. Dat gaat in mijn geval niet, maar Taeke was vastbesloten om Alex toch die knuffel te geven. Namens mij, natuurlijk. Er werd net zolang geblaft en aan de riem getrokken, totdat hij de boodschap had overgebracht. Iets waar de kassajuffrouw van schrok, want dat had ze deze anders zo rustige hond, nog nooit horen doen. ‘Dit gaat hij toch niet tijdens de film doen?’
Alex en ik lachten. ‘Nee, hij is alleen maar enthousiast.’
Toegegeven, Taeke was pas echt rustig na de film, toen ik er stuiterend in mijn stoel, met Alex over praatte en hij tussen ons in een dutje deed.
Taeke is soms net een stuiterbal als hij iemand leuk vindt. Dat gaat niet altijd goed, maar hij leert de grenzen van de ander steeds beter kennen. Hij heeft ondertussen door dat Sintjin niet zo stevig op zijn benen staat en dat hij niet hard kan rennen. Daarom laat hij, als Sintjin met ons meegaat naar het park, het rennen achterwegen. Dat hoeft hij niet te doen, maar Taeke blijft liever bij ons in de buurt.
Hetzelfde geldt voor Ayesha, die vorige week, voor het eerst sinds haar ziekenhuisdrama, met ons ging wandelen. Het gaat nu goed met haar, maar ze moet alles rustig opbouwen. Toen ze achteropraakte, had ik dat niet door, maar Taeke bleef staan.
‘Lift nodig, schat?’
‘Ja, graag.’
We deden iets wat we jaren niet meer hadden gedaan: Ayesha pakte mijn rugleuning vast. Zo vormden we een treintje en reden lachend naar huis. Taeke liep niet naast mij, maar naast Ayesha, omdat hij voelde dat zij een extra steuntje in de rug nodig had.
Honden zijn onze spiegel. Als we daar iets vaker in durfden te kijken, zou de wereld zoveel mooier zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

4 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Spiegel 

Niet alle mensen hebben hondenkennis, maar honden hebben wel mensenkennis.
Bindi’s instinct werkte prima. Ik herinner me een avondwandeling toen Bin en ik een groepje jongens passeerden. Eén van hen vroeg: ‘Is dat jouw blindengeleidehond?’
De vraag was heel normaal, maar de toon waarop hij werd gezegd, maakte duidelijk dat ik werd uitgedaagd. Ik moest niet happen, maar ik kon het niet laten. ‘Denk je dat als ik blind was, ik in een elektrische rolstoel zou rijden?’
De jongen snoof en maakte zich los van de brandweerkazerne, waar hij tegenaan geleund stond. Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik beter mijn mond had kunnen houden. Zeker toen hij een stap in mijn richting deed en nog één. Hij stak een hand naar mij uit, maar had niet op Bindi gerekend, die in een flits op haar achterpoten stond en een laag, dreigend gegrom liet horen.
De jongen grinnikte. ‘Braaf hondje.’
Zijn hand kwam nog dichterbij. Ik moest hier weg, ik moest… HAP! Bindi’s kaken hadden de vingers van de jongen op een haar na gemist. Haar boodschap was duidelijk: afblijven!
Geschrokken trok de jongen zijn hand terug. ‘Hé, hou dat beest van je onder controle!’
De jongens gingen ervandoor, maar Bindi ging pas weer op vier poten staan toen ze in het duister verdwenen waren. Haar blik onder de straatlantaarns, zei alles: ‘Geen zorgen, baas. Ik bescherm je wel.’
En nu is er Taeke: mijn grote, lompe vriend, die in zijn hart nog steeds een puppy is. Maar onderschat hem niet, vorig jaar heeft hij nog een indringer uit mijn huis verjaagd, toen ik nog in bed lag. Verder is hij heel duidelijk in wie zijn favoriete mensen zijn. Oftewel, mijn favoriete mensen: pap en mam, Sintjin, Ayesha en Alex. Dit geldt ook voor de dames van de zorg: Taeke weet precies aan wie hij zijn Leeuwtje kan geven en bij wie hij dat beter kan laten. Biedt meneer jou zijn Leeuwtje aan, dan is dat een groot compliment, dan mogen wij jou allebei heel erg graag.
Taeke is mijn spiegel: hij doet vaak de dingen die ik zelf zou willen doen. Zoals een paar weken geleden, toen ik samen met Sintjin naar de nieuwste Fantastic Beasts-film ging. Ook Alex ging mee, wat ik geweldig vond, want ik had hen sinds kerst niet meer gezien. Dat zijn van die momenten dat je iemand graag een knuffel wil geven. Dat gaat in mijn geval niet, maar Taeke was vastbesloten om Alex toch die knuffel te geven. Namens mij, natuurlijk. Er werd net zolang geblaft en aan de riem getrokken, totdat hij de boodschap had overgebracht. Iets waar de kassajuffrouw van schrok, want dat had ze deze anders zo rustige hond, nog nooit horen doen. ‘Dit gaat hij toch niet tijdens de film doen?’
Alex en ik lachten. ‘Nee, hij is alleen maar enthousiast.’
Toegegeven, Taeke was pas echt rustig na de film, toen ik er stuiterend in mijn stoel, met Alex over praatte en hij tussen ons in een dutje deed.
Taeke is soms net een stuiterbal als hij iemand leuk vindt. Dat gaat niet altijd goed, maar hij leert de grenzen van de ander steeds beter kennen. Hij heeft ondertussen door dat Sintjin niet zo stevig op zijn benen staat en dat hij niet hard kan rennen. Daarom laat hij, als Sintjin met ons meegaat naar het park, het rennen achterwegen. Dat hoeft hij niet te doen, maar Taeke blijft liever bij ons in de buurt.
Hetzelfde geldt voor Ayesha, die vorige week, voor het eerst sinds haar ziekenhuisdrama, met ons ging wandelen. Het gaat nu goed met haar, maar ze moet alles rustig opbouwen. Toen ze achteropraakte, had ik dat niet door, maar Taeke bleef staan.
‘Lift nodig, schat?’
‘Ja, graag.’
We deden iets wat we jaren niet meer hadden gedaan: Ayesha pakte mijn rugleuning vast. Zo vormden we een treintje en reden lachend naar huis. Taeke liep niet naast mij, maar naast Ayesha, omdat hij voelde dat zij een extra steuntje in de rug nodig had.
Honden zijn onze spiegel. Als we daar iets vaker in durfden te kijken, zou de wereld zoveel mooier zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Mooi geschreven en zo waar 👍

De Rijdende Columnist Schrijft:

Bokkensprongen van de moderne technologie

Kunt u zich het moment dat u zakgeld kreeg, nog herinneren? Ik wel, maar het geluid van die vrolijk rinkelende spaarpot, is iets uit een ver verleden. Tegenwoordig betalen we niet meer contant, maar via de computer, onze pinpas, telefoon of zelfs horloge. Ikzelf hield het liever bij briefgeld, dan zag ik wat ik uitgaf en bovendien vond Bindi het geweldig om te helpen bij de kassa.
Maar alles veranderde toen de coronacrisis uitbrak. Betalen met contant geld werd afgeraden en dus greep ik naar mijn pinpas. Totdat die kuren kreeg. Vraag me niet hoe, maar ik heb in een jaar tijd vier van die krengen versleten en ook nummer vijf heeft kuren.
‘Ik denk toch dat betalen met je mobiel een uitkomst voor je is’, stelde Sintjin voor.
Eerst wilde ik niet, ik ben niet zo technisch ingesteld, maar het blijkt heel simpel te zijn: gewoon je telefoon dichtbij het pinautomaat houden en het was gepiept. Ik was helemaal om, totdat ik kaas wilde halen bij de kaasboer. Ik kon niet bij de kassa komen en moest de dame altijd mijn pinpas geven, dit voelde prettiger. Maar de verlossende piep bleef uit.
‘Hij doet het niet.’
‘Hè? Wilt u het nog eens proberen?’
Dat deed ze, nog eens, nog eens en nog eens, maar zonder resultaat. Ondertussen kregen we publiek in de vorm van nieuwe klanten en brak het zweet mij uit.
‘Hij doet het echt niet, liefje. Je betaalt nog niet lang op deze manier, hè? Geeft niet hoor, ik moest er in het begin ook aan wennen. Je moet eerst de app openen en dan…’
‘Wat? Nee! Ik bedoel, ik heb net mijn lunch op deze manier betaalt en toen deed hij het gewoon.’
‘Maar nu niet.’
‘Nee, dat merk ik.’
‘Pak je pinpas maar even, dan doen we het zo.’
‘Oké’, ik grabbelde hem met glibberige zweethandjes uit mijn tasje, ‘maar die heeft ook kuren.’
En inderdaad, aan haar getuite lippen kon ik zien dat het weer niet goed was gegaan. Waarom had ik dat twintigje die thuis op mijn tafel lag, niet in mijn tasje gedaan? Ik wilde hier weg!
‘Ik stop je pas wel even in de pinautomaat. Mag ik je code?’
Ik keek naar de klant die naast me stond en mompelde mijn pincode tussen mijn opeengeklemde kaken door.
‘Wat zei je, schat? Sorry, mijn oren zijn niet meer wat ze ooit waren.’
Misschien kwam het door de spanning, maar dit keer brulde ik mijn pincode door de winkel en verliet de zaak met een hoofd als een boei. Ik was even helemaal klaar met de moderne technologie en belde Sintjin om hem te vertellen wat er gebeurd was.
‘Oh, ik had je moeten waarschuwen’, was zijn reactie. ‘Dat het betalen niet gelukt is ligt niet aan jou, maar aan hun pinautomaat. Die is zo vet en vies dat hij de betalingen niet pakt. De volgende keer help ik je en als we weer boodschappen gaan doen, leer ik je een nieuw trucje. Dan mag jij schieten.’
‘Schieten?’
‘Schieten’ doe je met een apparaat, als je bij de scankassa betaalt en ik had niet verwacht dat ik het zo leuk zou vinden! Ik scan de boodschappen en Sintjin doet ze in mijn tas, zo heb ik het idee dat ik iets bijdraag aan het ritueel. Voor Sintjin is het ook een stuk relaxter, want hij voelde zich altijd opgejaagd als hij bij de kassa, de boodschappen weer in mijn tas moest doen. Maar ook deze techniek werkt niet perfect, dat merkte ik toen we onze paasboodschappen hadden gedaan en Sintjin verward naar het scherm keek.
‘Is er een probleem, meneer?’, vroeg een vriendelijke medewerker.
‘Ja, hij lijkt mijn Bonuskaart niet te pakken.’
‘Oh, ik reset hem wel even. Zo, geregeld.’
‘Maar…’
‘Geen probleem hoor. Vrolijk Pasen gewenst!’ Sintjin leek nog iets te willen zeggen, maar ze was alweer doorgelopen.
‘U ook een vrolijk Pasen.’
In Sintjin’s ogen zag ik een glinstering die ik niet goed kon plaatsen. ‘Gaat alles wel goed, schat?’
‘Ja, prima. Laten we gaan.’
‘Oh, eh, oké. Je moet me wel een Tikkie sturen, want het was een flink bedrag.’
Op zijn gezicht was nu een gigantische grijns verschenen. ‘Dat regelen we buiten wel. Kom.’
Zodra de schuifdeuren zich achter ons sloten, liet hij mij de bon zien. ‘Wil je nog steeds de helft betalen? Hoeft niet hoor.’
Ik keek met grote ogen naar het bedrag onderaan de bon. ‘Drie euro?! Dat kan niet kloppen!’
Sintjin kon zijn lach nu niet langer binnenhouden. ‘Doet het ook niet. Er zit waarschijnlijk een fout in het systeem, dat probeerde ik dat meisje ook uit te leggen, maar zij vond het allemaal wel goed. Wat had ik dan moeten doen?’

Tja, de voortgang van de moderne technologie, ik kom er niet meer onderuit. Ik mis de bezoekjes aan de Appie met Bindi, Taeke’s favoriete hobby zal het nooit worden en dus doe ik het nu zo. Samen met Taeke en Sintjin geniet ik van de moderne technologie en de rare bokkensprongen dat het kan maken. Het heeft ons maar wel mooi een bijna kosteloos Pasen opgeleverd. Volgend weekend zullen Sintjin en ik wel weer braaf zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

4 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Bokkensprongen van de moderne technologie

Kunt u zich het moment dat u zakgeld kreeg, nog herinneren? Ik wel, maar het geluid van die vrolijk rinkelende spaarpot, is iets uit een ver verleden. Tegenwoordig betalen we niet meer contant, maar via de computer, onze pinpas, telefoon of zelfs horloge. Ikzelf hield het liever bij briefgeld, dan zag ik wat ik uitgaf en bovendien vond Bindi het geweldig om te helpen bij de kassa.
Maar alles veranderde toen de coronacrisis uitbrak. Betalen met contant geld werd afgeraden en dus greep ik naar mijn pinpas. Totdat die kuren kreeg. Vraag me niet hoe, maar ik heb in een jaar tijd vier van die krengen versleten en ook nummer vijf heeft kuren.
‘Ik denk toch dat betalen met je mobiel een uitkomst voor je is’, stelde Sintjin voor.
Eerst wilde ik niet, ik ben niet zo technisch ingesteld, maar het blijkt heel simpel te zijn: gewoon je telefoon dichtbij het pinautomaat houden en het was gepiept. Ik was helemaal om, totdat ik kaas wilde halen bij de kaasboer. Ik kon niet bij de kassa komen en moest de dame altijd mijn pinpas geven, dit voelde prettiger. Maar de verlossende piep bleef uit.
‘Hij doet het niet.’
‘Hè? Wilt u het nog eens proberen?’
Dat deed ze, nog eens, nog eens en nog eens, maar zonder resultaat. Ondertussen kregen we publiek in de vorm van nieuwe klanten en brak het zweet mij uit.
‘Hij doet het echt niet, liefje. Je betaalt nog niet lang op deze manier, hè? Geeft niet hoor, ik moest er in het begin ook aan wennen. Je moet eerst de app openen en dan…’
‘Wat? Nee! Ik bedoel, ik heb net mijn lunch op deze manier betaalt en toen deed hij het gewoon.’
‘Maar nu niet.’
‘Nee, dat merk ik.’
‘Pak je pinpas maar even, dan doen we het zo.’
‘Oké’, ik grabbelde hem met glibberige zweethandjes uit mijn tasje, ‘maar die heeft ook kuren.’
En inderdaad, aan haar getuite lippen kon ik zien dat het weer niet goed was gegaan. Waarom had ik dat twintigje die thuis op mijn tafel lag, niet in mijn tasje gedaan? Ik wilde hier weg!
‘Ik stop je pas wel even in de pinautomaat. Mag ik je code?’
Ik keek naar de klant die naast me stond en mompelde mijn pincode tussen mijn opeengeklemde kaken door.
‘Wat zei je, schat? Sorry, mijn oren zijn niet meer wat ze ooit waren.’
Misschien kwam het door de spanning, maar dit keer brulde ik mijn pincode door de winkel en verliet de zaak met een hoofd als een boei. Ik was even helemaal klaar met de moderne technologie en belde Sintjin om hem te vertellen wat er gebeurd was.
‘Oh, ik had je moeten waarschuwen’, was zijn reactie. ‘Dat het betalen niet gelukt is ligt niet aan jou, maar aan hun pinautomaat. Die is zo vet en vies dat hij de betalingen niet pakt. De volgende keer help ik je en als we weer boodschappen gaan doen, leer ik je een nieuw trucje. Dan mag jij schieten.’
‘Schieten?’
‘Schieten’ doe je met een apparaat, als je bij de scankassa betaalt en ik had niet verwacht dat ik het zo leuk zou vinden! Ik scan de boodschappen en Sintjin doet ze in mijn tas, zo heb ik het idee dat ik iets bijdraag aan het ritueel. Voor Sintjin is het ook een stuk relaxter, want hij voelde zich altijd opgejaagd als hij bij de kassa, de boodschappen weer in mijn tas moest doen. Maar ook deze techniek werkt niet perfect, dat merkte ik toen we onze paasboodschappen hadden gedaan en Sintjin verward naar het scherm keek.
‘Is er een probleem, meneer?’, vroeg een vriendelijke medewerker.
‘Ja, hij lijkt mijn Bonuskaart niet te pakken.’
‘Oh, ik reset hem wel even. Zo, geregeld.’
‘Maar…’
‘Geen probleem hoor. Vrolijk Pasen gewenst!’ Sintjin leek nog iets te willen zeggen, maar ze was alweer doorgelopen.
‘U ook een vrolijk Pasen.’
In Sintjin’s ogen zag ik een glinstering die ik niet goed kon plaatsen. ‘Gaat alles wel goed, schat?’
‘Ja, prima. Laten we gaan.’
‘Oh, eh, oké. Je moet me wel een Tikkie sturen, want het was een flink bedrag.’
Op zijn gezicht was nu een gigantische grijns verschenen. ‘Dat regelen we buiten wel. Kom.’
Zodra de schuifdeuren zich achter ons sloten, liet hij mij de bon zien. ‘Wil je nog steeds de helft betalen? Hoeft niet hoor.’
Ik keek met grote ogen naar het bedrag onderaan de bon. ‘Drie euro?! Dat kan niet kloppen!’
Sintjin kon zijn lach nu niet langer binnenhouden. ‘Doet het ook niet. Er zit waarschijnlijk een fout in het systeem, dat probeerde ik dat meisje ook uit te leggen, maar zij vond het allemaal wel goed. Wat had ik dan moeten doen?’

Tja, de voortgang van de moderne technologie, ik kom er niet meer onderuit. Ik mis de bezoekjes aan de Appie met Bindi, Taeke’s favoriete hobby zal het nooit worden en dus doe ik het nu zo. Samen met Taeke en Sintjin geniet ik van de moderne technologie en de rare bokkensprongen dat het kan maken. Het heeft ons maar wel mooi een bijna kosteloos Pasen opgeleverd. Volgend weekend zullen Sintjin en ik wel weer braaf zijn.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn Facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.

Reactie op Facebook

Moeten ze maar luister,hoop dat het lekker gesmaakt heeft 🐣🐣🐣

De Rijdende Columnist Schrijft:

Bepaalde blikken

Mensen kijken naar elkaar. Bekenden of onbekenden: we analyseren elkaar zo allemaal. Daar krijg ik de kriebels van, als kind al, wanneer ik door mijn leeftijdsgenootjes werd aangestaard. Vaak bleef het bij deze rare blikken, maar soms werd er ook gelachen, puur omdat ik anders was dan hen. Ter verdediging begon ik vaak te ratelen en gebruikte veel dure woorden, om te bewijzen dat ik niet gek was. Gelukkig is dat verleden tijd, want tegenwoordig wordt niet ik, maar Taeke aangestaard.
Laatst kwamen Taeke en ik mijn oude buschauffeur met zijn kleindochter tegen in het winkelcentrum. Het meisje zag mij niet eens, ze stak haar handjes uit naar Taeke en riep: ‘Hondje aaien! Hondje aaien!’
Haar opa wierp mij een verontschuldigende blik toe en probeerde zijn kleindochter uit te leggen waarom dat niet mocht. Wat een pruillip opleverde, wat mijn hart brak. Om haar op te vrolijken, liet ik Taeke via zijn plankje omhoogkomen. Dat hielp, de pruillip veranderde meteen in een brede lach.
Knap van hem, hè? Dit is een hele bijzondere hond', vertrouwde ik haar toe, 'Hij is een echte prins.'
Dat vond ze helemaal mooi en mijn buschauffeur vertrok met een vrolijke knipoog.
Taeke ging weer op zijn vier poten staan en we wilden net onze weg vervolgen, toen een luidde 'Hey!' ons tegenhield.
Het volgende moment stonden we neus aan neus met een grote, brede man. Ik schrok er een beetje van, wist niet goed wat ik moest doen. Toen zei hij iets wat ik niet verwachtte: 'Je hebt een andere.'
Mijn verwarring was compleet. Waar had hij het over? Waar kende hij mij van? Ik had hier geen zin in, wilde net wegglippen, toen…
‘Je hebt een andere hond.’ De man keek zoekend rond. ‘Waar is die andere?’
Bindi, hij had het over Bindi. Ik bekeek de man wat beter en zag toen pas de kinderlijke onschuld in zijn ogen. Dat, in combinatie met zijn simpele spraak, bracht mij tot de conclusie dat deze man een verstandelijke beperking had. 'Die is er niet meer', zei ik zo voorzichtig mogelijk.
Nu was het de man met de lichtjes trillende onderlip. 'Is ze dood?'
Op het moment dat ik knikte, kwam er een vrouw aangesneld. 'Frits, daar ben je! Kom je?’
Maar Frits bleef verdrietig staan. Ik vroeg me af hoe hij Bindi had ontmoet, had ze ooit aan zijn hand gesnuffeld?
Op dat moment maakte Taeke zich kenbaar, door op zijn plankje te springen en mijn oor te likken. Daar moesten Frits en ik allebei om lachen.
'Dit is mijn nieuwe vriendje ', vertelde ik hem. 'Hij is ook heel lief.'
Frits grijnsde breed. 'Dat is goed. Dag!'
Mensen kijken naar elkaar, we laten een bepaalde indruk achter bij de ander. Er worden nog steeds blikken op mij geworpen, op mij en Taeke. Ik probeer te leren dat niet al die blikken negatief zijn. Dat besef begint te komen, dankzij prins Taeke en koningin Bindi, die nog steeds voortleeft in de harten van alle mensen die zij ooit heeft weten te raken. Dat maakt mij trots.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.
... Bekijk meerBekijk minder

4 maanden geleden
De Rijdende Columnist Schrijft:

Bepaalde blikken

Mensen kijken naar elkaar. Bekenden of onbekenden: we analyseren elkaar zo allemaal. Daar krijg ik de kriebels van, als kind al, wanneer ik door mijn leeftijdsgenootjes werd aangestaard. Vaak bleef het bij deze rare blikken, maar soms werd er ook gelachen, puur omdat ik anders was dan hen. Ter verdediging begon ik vaak te ratelen en gebruikte veel dure woorden, om te bewijzen dat ik niet gek was. Gelukkig is dat verleden tijd, want tegenwoordig wordt niet ik, maar Taeke aangestaard.
Laatst kwamen Taeke en ik mijn oude buschauffeur met zijn kleindochter tegen in het winkelcentrum. Het meisje zag mij niet eens, ze stak haar handjes uit naar Taeke en riep: ‘Hondje aaien! Hondje aaien!’
Haar opa wierp mij een verontschuldigende blik toe en probeerde zijn kleindochter uit te leggen waarom dat niet mocht. Wat een pruillip opleverde, wat mijn hart brak. Om haar op te vrolijken, liet ik Taeke via zijn plankje omhoogkomen. Dat hielp, de pruillip veranderde meteen in een brede lach.
Knap van hem, hè? Dit is een hele bijzondere hond, vertrouwde ik haar toe, Hij is een echte prins.
Dat vond ze helemaal mooi en mijn buschauffeur vertrok met een vrolijke knipoog. 
Taeke ging weer op zijn vier poten staan en we wilden net onze weg vervolgen, toen een luidde Hey! ons tegenhield. 
Het volgende moment stonden we neus aan neus met een grote, brede man. Ik schrok er een beetje van, wist niet goed wat ik moest doen. Toen zei hij iets wat ik niet verwachtte: Je hebt een andere.
Mijn verwarring was compleet. Waar had hij het over? Waar kende hij mij van? Ik had hier geen zin in, wilde net wegglippen, toen…
‘Je hebt een andere hond.’ De man keek zoekend rond. ‘Waar is die andere?’
Bindi, hij had het over Bindi. Ik bekeek de man wat beter en zag toen pas de kinderlijke onschuld in zijn ogen. Dat, in combinatie met zijn simpele spraak, bracht mij tot de conclusie dat deze man een verstandelijke beperking had. Die is er niet meer, zei ik zo voorzichtig mogelijk. 
Nu was het de man met de lichtjes trillende onderlip. Is ze dood?
Op het moment dat ik knikte, kwam er een vrouw aangesneld. Frits, daar ben je! Kom je?’
Maar Frits bleef verdrietig staan. Ik vroeg me af hoe hij Bindi had ontmoet, had ze ooit aan zijn hand gesnuffeld?
Op dat moment maakte Taeke zich kenbaar, door op zijn plankje te springen en mijn oor te likken. Daar moesten Frits en ik allebei om lachen. 
Dit is mijn nieuwe vriendje , vertelde ik hem. Hij is ook heel lief.
Frits grijnsde breed. Dat is goed. Dag!
 Mensen kijken naar elkaar, we laten een bepaalde indruk achter bij de ander. Er worden nog steeds blikken op mij geworpen, op mij en Taeke. Ik probeer te leren dat niet al die blikken negatief zijn. Dat besef begint te komen, dankzij prins Taeke en koningin Bindi, die nog steeds voortleeft in de harten van alle mensen die zij ooit heeft weten te raken. Dat maakt mij trots.
#derijdendecolumnist

Meer lezen? Neem een kijkje op mijn facebookpagina: Robin Corbee Schrijft.